Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7074

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-06-2017
Datum publicatie
28-06-2017
Zaaknummer
09-857261-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857261-16

Datum uitspraak: 28 juni 2017

Tegenspraak, na aanhouding niet verschenen

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

Azedine [medeverdachte 2],

[geboortedatum] 1981 [geboorteplaats] ,

[adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 23 juni 2016 (pro forma), 15 september 2016 (pro forma), en 13 en 14 juni 2017 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. Sam-Sin. De verdachte is, als gevolg van problemen met de aanvoer vanuit het huis van bewaring, niet verschenen op de eerste pro forma zitting. Gezien de verdachte wel op de terechtzitting van 15 september 2016 is verschenen, is de zaak nadien op tegenspraak voortgezet.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na aanpassing omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting van 15 september 2016 – het navolgende ten laste gelegd.

1.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 januari 2016 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 2] ) 17, althans één of meer, computerbeeldscherm(en) (merk Acer) en/of twee, althans één fotocamera's en/of twee, althans één notebook('s) (merk Wyse X90m7) en/of een tablet (merk Samsung) en/of Software, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een raam van dat bedrijfspand open te breken/te forceren;

(Zaak 32)

2.

hij in of omstreeks de periode van 5 februari 2016 tot en met 9 februari 2016 te [bedrijf 1] aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een clubhuis van Scouting [bedrijf 1] (gelegen aan [adres 3] ) een televisie (merk samsung) en/of een kistje (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Scouting [bedrijf 1] en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen televisie onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door verbreking, immers hebben/heeft verdachte en/of zijn mededader de televisie van de muur los getrokken;

(Zaak 27)

3.

hij in of omstreeks de periode van 7 februari 2016 tot en met 8 februari 2016 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een clubgebouw van Scouting [bedrijf 2] ( [adres 4] ) eenbeamer (merk Benq) en/of twee bijlen en/of een computer (Notebook merk Dell), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Scouting [bedrijf 2] en/of [aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een slot van een deur te vernielen;

(Zaak 31)

4.

hij in of omstreeks de nacht van 7 op 8 februari 2016 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een woning (gelegen aan de [adres 5] ) een portemonnee (met inhoud) en/of een hoofdtelefoon en/of een computermuis en/of een computer (notebook merk Asus) en/of twee, althans één computertas(sen) en/of een tablet (merk Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een raam van die woning open te breken/te forceren;

(Zaak 29)

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De verdachte wordt verweten dat hij gedurende twee weken in 2016 vier inbraken heeft gepleegd, al dan niet te samen en in vereniging met anderen. Deze inbraken hebben plaatsgevonden bij een bedrijf, twee verenigingen en een woning. De verdachte heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van al de ten laste gelegde feiten.

3.3

De beoordeling van de tenlastelegging1

De personen genoemd door Van [medeverdachte 1]

Van [medeverdachte 1] spreekt in haar verklaringen meermalen over [naam 1] en die Marokkaan of die [naam 1] , [naam 1] , [naam 1] .

Uit het dossier volgt genoegzaam dat:

- “ [naam 1] ” de verdachte [naam 1] [medeverdachte 3] is, de persoon met wie zij een relatie heeft en samenwoont.2

- dat bij het tonen van een politiefoto van [medeverdachte 2] Van [medeverdachte 1] hem herkent als de [naam 1] waar ze het de hele tijd over gehad hebben, zijnde de Marokkaan met wie [medeverdachte 3] heeft ingebroken.3

3.3.1

Feit 1 (zaak 32)

In de periode van 26 januari 2016, 20.00 uur en 27 januari 2016, 06.30 uur is er ingebroken in het bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] te Krimpen aan de Lek. In dit pand zijn de bedrijven [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] gevestigd. Uit het pand zijn 17 beeldschermen (merk Acer), 2 fotocamera’s, 2 computers (notebooks, merk Wyse X90m7), 1 tablet (merk Samsung) en software weggenomen. Het pand is betreden door verbreking van het zijraam van het pand.4 Door wrikken in de sluitnaad met een breekvoorwerp werd het raam geforceerd. Aan de buitenzijde werden werktuigsporen van een breekijzer aangetroffen.5

Van [medeverdachte 1] heeft over deze inbraak verklaard dat deze is gepleegd door [naam 1] en een Marokkaan die [naam 1] , [naam 1] , [naam 1] of zoiets heet (zijnde, gelet op het hiervoor overwogene: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ).6 Bij deze inbraak is een raam opengewrikt met een koevoet en is er veel weggehaald. Van [medeverdachte 1] noemt computers en 17 à 18 beeldschermen. De weggenomen goederen zijn door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in de kelder van de woning van Van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] gezet. De spullen hebben daar tot de ochtend gestaan. De buit is verkocht aan een neef van [medeverdachte 2] in Leiden.7

Uit onderzoek naar de mobiele telefoongegevens en de historische verkeersgegevens van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] volgt dat [medeverdachte 2] onder de [naam 2] in de telefoon van [medeverdachte 3] staat en dat op 26 en 27 januari 2016 meermalen telefonisch en sms-contact is geweest tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Op 26 januari 2016 om 19.47 uur (werkelijke tijd 20.47 uur) stuurt [medeverdachte 3] een sms aan [medeverdachte 2] met de volgende tekst: ‘Yo bro kom schiet op aub is hier heet bro’. Op 27 januari 2016 om 14.17 uur (werkelijke tijd 15.17 uur) stuurt [medeverdachte 3] een sms aan [medeverdachte 2] met de volgende tekst: Sagbi kom a maty zeg m 450 500 neem alles’. Op 28 januari 2016 om 05.27 uur (werkelijke tijd 06.27 uur) stuurt [medeverdachte 2] het volgende sms-bericht aan [medeverdachte 3] : ‘Yo het is nog steeds niet in orde maar het komt go’.8

Op 26 januari 2016 20.30 uur (werkelijke tijd 21.30 uur) stuurt Van [medeverdachte 1] een sms aan [medeverdachte 3] met de volgende tekst: ‘En zeker als je met die Marokkaan komt dan is het’.9

Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van [medeverdachte 3] blijkt dat zijn telefoon op 26 april 2016 om 19.30 uur contact had met de telefoon van [medeverdachte 2] en dat de telefoon van [medeverdachte 3] tot in ieder geval 21.43 uur gebruik maakt van zendmasten in Leiden, waarna het nummer zich vervolgens via Rotterdam (22.40 uur) verplaatst naar Krimpen aan de Lek, alwaar om 23.04 een zendmast gebruikt werd. Op 27 januari 2016 omstreeks 04.18 uur maakte de telefoon van [medeverdachte 3] weer gebruik van een zendmast in Leiden.10

Uit de berichten van 26 januari 2016 leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] (die woont in Krimpen aan de Lek) en [medeverdachte 2] (die woont in Leiden) die avond hebben afgesproken en naar Krimpen aan de Lek zijn gegaan. Uit de berichten van 27 januari 2016 leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] spreken over de verkoopprijzen van de gestolen goederen.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [medeverdachte 2] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 3] het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.3.2

Feit 2 (zaak 27)

In de periode van 5 februari 2016, 23.30 uur en 9 februari 2016, 20.00 uur is ingebroken in het clubhuis van Scouting [bedrijf 1] gelegen aan de [adres 3] te [bedrijf 1] aan den IJssel. [aangever 1] heeft aangifte gedaan van voornoemde inbraak.11 Uit dit pand is een TV, merk Samsung, die vastzat aan de muur, en een geldkistje met wat cash en bonnen weggenomen.12

Van [medeverdachte 1] heeft over deze inbraak verklaard dat deze is gepleegd door [naam 1] en die Marokkaanse jongen (zijnde, gelet op het hiervoor overwogene: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) en dat zij daarbij zelf aanwezig was.13 Van [medeverdachte 1] heeft bij deze inbraak de auto geparkeerd en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn bij de scouting naar binnengegaan. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben daarbij een TV weggehaald, die ze van de muur hebben getrokken, en een kistje met daarin twee euro of zo en bonnetjes.14

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [medeverdachte 2] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 3] het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.3.3

Feiten 3 en 4 (zaken 31 en 29)

In de periode van 7 februari 2016 16.00 uur en 8 februari 2016 16.00 uur is er ingebroken in het clubgebouw van de Scouting [bedrijf 2] , gelegen aan [adres 4] te Krimpen aan de Lek. Uit het pand zijn een beamer (merk Benq), een computer (notebook merk Dell) en twee kleine hakbijlen (merk Fie Kars, de rechtbank begrijpt: Fiskar) weggenomen. Het pand is betreden door verbreking van de deur; het slot was geheel vernield.15

Van [medeverdachte 1] heeft over deze inbraak verklaard dat [naam 1] en die [naam 1] , [naam 1] , [naam 1] (zijnde, gelet op het hiervoor overwogene: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) de inbraak hebben gepleegd. Zij hebben bij de inbraak een beamer en nog wat dingen weggenomen. Ze zijn binnengekomen door de deur open te breken met een koevoet.16

Op 18 februari 2016 hebben een man en een vrouw bij het politiebureau Doelwater te Rotterdam een vuilniszak afgegeven die zij in de Maas hebben gevonden. In de vuilniszak bevinden zich diverse spullen, waaronder portemonnees met pasjes, een bruine rugtas, een rode collectebus van de Nederlandse Kankerbestrijding en twee bijlen van het merk Fiskar. Uit onderzoeken in de politiesystemen blijkt dat diverse in de vuilniszak aangetroffen goederen zijn weggenomen bij verschillende woninginbraken.17

Van [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij erbij was toen [naam 1] (zijnde [medeverdachte 3] ) de spullen in het water heeft gedumpt vanaf de Brienenoord onderlangs bij een dijkje langs de zijkant, en dat er iets zwaars in zat, misschien een bewijsstuk of zo, en dat zij geen plons heeft gehoord.18

Twee hakbijlen worden aan aangever van de inbraak bij Scouting [bedrijf 2] , [aangever 2] , geretourneerd.19

In de periode van 7 februari 2016, 23.59 uur en 8 februari 2016, 05.45 uur is er ingebroken in de woning van [aangever 3] , gelegen in de voormalige school aan de [adres 5] in Krimpen aan de Lek. Het pand is betreden door een raam van de woonkamer, dat vanwege de inbraak drie weken eerder, met een hoekijzer was dichtgemaakt, te forceren. Bij de inbraak zijn een portemonnee met inhoud, een hoofdtelefoon, een computermuis, een computer (notebook, merk Asus), twee computertassen en een tablet (Apple iPad) weggenomen.20

Van [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [naam 1] samen met [naam 1] , [naam 1] , [naam 1] (zijnde, gelet op het hiervoor overwogene: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) deze inbraak in de voormalige Ireneschool heeft gepleegd, dat zij onder meer een Apple iPad en een portemonnee hebben buitgemaakt, dat zij via het raam met een koevoet naar binnen zijn gegaan, dat zij de buit heeft gezien en dat de buit naar haar woning is meegenomen en een aantal uren in haar logeerkamer heeft gestaan.21

Uit onderzoek naar de mobiele telefoongegevens en de historische verkeersgegevens van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] volgt dat [medeverdachte 2] onder de [naam 2] in de telefoon van [medeverdachte 3] staat en dat op 7 februari 2016 telefonisch en sms-contact is geweest tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Op 7 februari 2016 om 18.00 uur was er telefonisch contact tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , waarbij [medeverdachte 3] gebruik maakte van een zendmast in Krimpen aan de Lek. Op 7 februari 2016 om 17.36 uur (werkelijke tijd: 18.36 uur) stuurt [medeverdachte 2] een sms aan [medeverdachte 3] met de tekst: ‘Haal me op tussen lp en b bob sms als je er bent’. Hierop antwoordt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 2] met het volgende tekstbericht: ‘Bel me heb geen btg of stuur een straat naam numme’. Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van [medeverdachte 3] blijkt dat hij bij het sturen van het laatstgenoemde sms-bericht (om 18.39 uur) de zendmast aan de [adres 7] 260 te Leiden gebruikt. Vervolgens blijkt dat [medeverdachte 3] om 21.07 gebruik maakt van een zendmast in Krimpen aan de Lek.22

Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van [medeverdachte 2] blijkt dat hij op 7 februari 2016 om 18.53 uur een zendmast in Leiden en om 21.05 uur een zendmast in Krimpen aan de Lek gebruikt. Vervolgens gebruikt hij op 8 februari 2016 om 01.45 uur en 01.48 uur ook zendmasten in Krimpen aan de Lek en om 02.52 uur een zendmast op de [adres 7] in Leiden.23

Op 10 februari 2016 om 11.56 uur stuurt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 2] het volgende sms-bericht: ‘Dat jij zo weinig geld vraagt voor zoveel spullen’. Op 10 februari 2016 om 16.59 uur stuurt [medeverdachte 2] de volgende tekst aan [medeverdachte 3] : ‘Ewa die beem is al weg voor 80 e en geloof mij ik heb net gekeken die spullen zijn niks waard’.24

Uit bovenstaande berichten en zendmastgegevens van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] (die in Krimpen aan de Lek woont) en [medeverdachte 2] (die in Leiden woont) die avond hebben afgesproken, dat [medeverdachte 3] [medeverdachte 2] heeft opgehaald in Leiden en dat ze samen naar Krimpen aan de Lek zijn gegaan. Uit de berichten van 10 februari 2016 leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] communiceren over de verkoopopbrengst van de gestolen goederen, meer in het bijzonder over de ‘beem’, waarmee [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , zo begrijpt de rechtbank, doelen op de beamer die bij de inbraak bij Scouting [bedrijf 2] is buitgemaakt.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [medeverdachte 2] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 3] de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij in de periode van 26 op 27 januari 2016 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 2] ) 17 computerbeeldschermen (merk Acer) en twee fotocamera's en twee notebooks (merk Wyse X90m7) en een tablet (merk Samsung) en software, toebehorende aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door een raam van dat bedrijfspand open te breken;

2.

hij in de periode van 5 februari 2016 tot en met 9 februari 2016 te [bedrijf 1] aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een clubhuis van Scouting [bedrijf 1] (gelegen aan [adres 3] ) een televisie (merk samsung) en een kistje (met inhoud), toebehorende aan Scouting [bedrijf 1] en/of [aangever 1] , zulks na die weg te nemen televisie onder hun bereik te hebben gebracht door verbreking, immers hebben verdachte en zijn mededader de televisie van de muur los getrokken;

3.

hij in de periode van 7 februari 2016 tot en met 8 februari 2016 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een clubgebouw van Scouting [bedrijf 2] (gelegen aan [adres 4] ) een beamer (merk Benq) en twee bijlen en een computer (notebook merk Dell), toebehorende aan Scouting [bedrijf 2] en/of [aangever 2] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door een slot van een deur te vernielen;

4.

hij in de nacht van 7 op 8 februari 2016 te Krimpen aan de Lek, gemeente Krimpenerwaard, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning (gelegen aan de [adres 5] ) een portemonnee (met inhoud) en een hoofdtelefoon en een computermuis en een computer (notebook merk Asus) en twee computertassen en een tablet (merk Apple), toebehorende aan [aangever 3] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door een raam van die woning open te breken.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van de feiten 1 en 3, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

ten aanzien van feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van al de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Voorts heeft zij gevorderd dat de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis wordt opgeheven, omdat de verdachte door het niet verschijnen ter terechtzittingen van 13 en 14 juni 2017 zich niet heeft gehouden aan de schorsende voorwaarden.

6.2

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een woninginbraak, een bedrijfsinbraak en twee inbraken bij scoutingverengingen. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze het ongestoord eigendomsrecht, woongenot en de ongestoorde bedrijfsvoering aangetast. Ondanks de beschuldiging ter zake van meerdere inbraken heeft de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen en geen openheid van zaken gegeven. Uit het dossier volgt dat de verdachte zich ter zake de inbraken enkel en alleen heeft laten leiden door eigen geldelijk gewin. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

De verdachte is – blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 29 mei 2017 – in de afgelopen vijf jaren tot meerdere grotendeels onvoorwaardelijk gevangenisstraffen veroordeeld voor vermogensfeiten.

Uit het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, van 22 augustus 2016, opgesteld door reclasseringswerker M.H. Verburgt, volgt dat de verdachte een laaggemiddeld intelligentieniveau heeft, antisociale persoonlijkheidstrekken, een gebrekkig ontwikkelde gewetensfunctie en een matig geïnternaliseerd normbesef. Er is een antisociale persoonlijkheidsstoornis bij de verdachte vastgesteld. Hij heeft geen diploma, is werkloos, heeft geen inkomen en heeft schulden. De verdachte voelt zich weinig verantwoordelijk voor zijn leven, problemen pakt hij niet zelfstandig aan en stelt dat hulpverleners met een plan moeten komen dat geheel voldoet aan zijn wensen en eisen. De reclassering is van mening dat door de antisociale houding van de verdachte geen samenwerking met hem mogelijk is en het voor hem vrijwel onmogelijk is om van een interventie te profiteren. De reclassering adviseert dan ook tot oplegging van een onvoorwaardelijk gevangenisstraf.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeelde dat de ernst en de hoeveelheid van de bewezenverklaarde feiten, te bezien naast voorgaande feiten en omstandigheden omtrent de persoon van de verdachte, maken dat geen andere strafrechtelijke reactie passend is dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur.

De voorlopige hechtenis

De rechtbank zal voorts bevelen dat de schorsing van de voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, omdat de verdachte zich op 13 en 14 juni 2017 niet heeft gehouden aan de schorsende voorwaarde dat hij ter terechtzitting aanwezig moest zijn.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van de feiten 1 en 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

ten aanzien van feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P. Verbeek, voorzitter,

mr. D. Biever, rechter,

mr. W.G. de Boer, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 juni 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal in onderzoek “Recent” met het nummer PLDH7R016011, van de politie eenheid Den haag, District G team recherche (doorgenummerd blz. 1 t/m 1767).

2 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p. 376.

3 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 562 & 568 en p 749 & 756. Proces-verbaal van bevindingen, p 688-689.

4 Proces-verbaal van aangifte van M. Klaver, namens [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] , met bijlage, p 365 t/m 372.

5 Proces-verbaal sporenonderzoek, p 373.

6 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 445.

7 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 445-446.

8 Proces-verbaal van bevindingen (analyse GSM nummer [verdachte] ), met bijlagen, p 690 t/m 693.

9 Proces-verbaal van bevindingen (analyse histo’s [verdachte] ), met bijlagen, p 738 t/m 746, m.n. 739 en 743 en 745.

10 Proces-verbaal van bevindingen (analyse mobiele telefoon [medeverdachte 3] ), met bijlagen, p 1196 t/m 1243, m.n. p 1198, 1208 en 1209.

11 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p 323-324.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p 325.

13 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 399.

14 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 381, 399, 750.

15 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , namens Scouting [bedrijf 2] , met bijlagen, p 352 t/m 362.

16 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 461.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p 107-109.

18 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 447.

19 Een ontvangstbewijs, p 1072 en ambtelijk verslag p801.

20 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] , met bijlagen, p 335 t/m 343.

21 Proces-verbaal van verhoor Van [medeverdachte 1] , p 460.

22 Proces-verbaal van bevindingen (analyse GSM nummer [verdachte] ), met bijlagen, p 690 t/m 693.

23 Proces-verbaal van bevindingen (analyse histo’s [verdachte] ), met bijlagen, p 738 t/m 746.

24 Proces-verbaal van bevindingen (analyse GSM nummer [verdachte] ), met bijlagen, p 690 t/m 693 en Proces-verbaal van bevindingen, p 1673.