Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7073

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-06-2017
Datum publicatie
28-06-2017
Zaaknummer
09/817636-16, 09/857202-16 en 10/088809-15 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

*

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/817636-16, 09/857202-16 en 10/088809-15 (TUL)

Datum uitspraak: 28 juni 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in [P.I.] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van:

  • -

    23 juni 2016, 15 september 2016, 5 december 2016, 24 februari 2017 en 11 mei 2017 (allen pro forma);

  • -

    [nummer] en 14 juni 2017 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. Sam-Sin en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. L.E. Buiting, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijzigingen en aanpassing omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzittingen van 15 september 2016 en [nummer] juni 2017 - ten laste gelegd hetgeen als bijlage I bij dit vonnis is gevoegd.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De verdachte wordt verweten dat hij gedurende de maanden februari en maart van 2016 negenentwintig inbraken heeft gepleegd dan wel heeft getracht te plegen, al dan niet tezamen en in vereniging met anderen. Deze (pogingen tot) inbraken hebben plaatsgevonden bij (bejaarden)woningen, bedrijven en een kerk. Daarbij werden vaak meerdere feiten op dezelfde dag of in dezelfde nacht gepleegd. De verdachte heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van al de ten laste gelegde feiten. Op de specifieke standpunten van de officier van justitie zal – voor zover van belang – bij de bespreking van de afzonderlijke feiten nader worden ingegaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verklaringen van getuige [medeverdachte 2] onvoldoende duidelijk en specifiek zijn, en ook strijdig zijn met bepaalde aangiftes. Voorts lijkt zij volgens de raadsman te hebben verklaard over aannames ter zake de betrokkenheid van de verdachte, slechts omdat volgens [medeverdachte 2] de verdachte vaker met een medeverdachte strafbare feiten zou plegen. Die aannames lijken ook ten grondslag te liggen aan de herkenningen door [medeverdachte 2] van personen op camerabeelden, hetgeen ook de bewijswaarde van de verklaringen van [medeverdachte 2] volgens de raadsman aantast. Ook de getuigenverklaringen van [medeverdachte 3] berusten volgens de raadsman op aannames. Technisch bewijs waaruit enige betrokkenheid van de verdachte volgt, ontbreekt volgens de raadsman. Uit de schoenvergelijking valt volgens de raadsman nog niet af te leiden dat daarmee vaststaat dat de schoenen die de verdachte droeg dezelfde schoenen zijn als één van de daders droeg en dat de verdachte dan ook een dader was. De schoenen zijn immers niet uniek, maar een massaproduct, aldus de raadsman. Uit de telefooncommunicatie valt volgens de raadsman niet af te leiden dat de verdachte op een plaats delict is geweest dan wel dat hij op de momenten waarop de feiten plaatsvonden samen met een medeverdachte was. Zendmastgegevens, al dan niet in combinatie met peilbakengegevens, leiden volgens de raadsman evenmin tot de conclusie dat de verdachte op een plaats delict was dan wel dat hij enige betrokkenheid heeft gehad bij de tenlastegelegde feiten, laat staan dat zulks tot de conclusie kan leiden dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan enig tenlastegelegd feit.

Meer specifiek ten aanzien van de bedreiging is aangevoerd dat de verdachte stelt dat het niet zijn stem is die op de geluidsopname te horen is.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Dagvaarding II (parketnummer 09/817636-16) 1

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 2]

De rechtbank ziet – anders dan de verdediging – geen aanleiding om de, voor [medeverdachte 1] en [verdachte] belastende, verklaringen van [medeverdachte 2] als onbetrouwbaar aan te merken. [medeverdachte 2] heeft in deze verklaringen gedetailleerd en consistent verklaard en heeft daarin ook zichzelf belast (onder meer over het optreden als chauffeur bij diverse inbraken). Zij heeft gedetailleerde daderinformatie over een aantal inbraken gegeven, die zij slechts van de daadwerkelijke dader(s) vernomen kan hebben, bijvoorbeeld over welke goederen zijn weggenomen, de wijze waarop bepaalde inbraken hebben plaatsgevonden of de reden die maakte dat de betreffende poging tot inbraak zonder resultaat bleef. Ook vinden de verklaringen van [medeverdachte 2] onder meer steun in de door medeverdachte [medeverdachte 3] afgelegde verklaringen en in de gegevens van het baken onder de Opel Tigra. Voorts heeft zij aangegeven wanneer zij van een inbraak niets wist of zich iets niet goed meer kon herinneren. Ten slotte is niet gebleken van een belang of wens van de getuige om [medeverdachte 1] en [verdachte] te belasten anders dan door naar waarheid te verklaren, en ook overigens is niet van leugenachtigheid van [medeverdachte 2] gebleken.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat de verklaringen van [medeverdachte 2] betrouwbaar zijn en tot het bewijs gebezigd kunnen worden.

De personen genoemd door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]

[medeverdachte 2] spreekt in haar verklaringen meermalen over [naam] , [naam] , [naam] en die Marokkaan of die [naam] , [naam] , [naam] .

Uit het dossier volgt genoegzaam dat:

- “ “ [naam] ” de verdachte [medeverdachte 1] is, de persoon met wie zij een relatie heeft en samenwoont;2

- bij het tonen van een politiefoto van [verdachte] [medeverdachte 2] hem herkent als [naam] , zijnde de persoon met wie [medeverdachte 1] altijd op pad was;3

- bij het tonen van een politiefoto van [medeverdachte 3] [medeverdachte 2] hem herkent als [naam] of [naam] , zijnde de broer van [medeverdachte 1] .4

[medeverdachte 3] spreekt in het dossier meermalen over [naam] en [naam] .

Uit het dossier volgt genoegzaam dat:

- “ “ [naam] ” de verdachte [medeverdachte 1] is, zijn stiefbroer (de moeder van [medeverdachte 1] was getrouwd met de vader van [medeverdachte 3] );5

- bij het tonen van een politiefoto van [verdachte] [medeverdachte 3] hem herkent als [naam] , een mattie van [medeverdachte 1] , die één of twee keer bij [medeverdachte 3] thuis is geweest en met wie [medeverdachte 1] heeft ingebroken.6

Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank in het navolgende de namen [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] gebruiken.

3.4.1

Inleidende overweging over de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte]

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij [verdachte] jaren geleden heeft leren kennen op een internaat en dat degene die [medeverdachte 2] [naam] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) noemt, zijn vriend is en in Rotterdam woont.7 Voorts heeft de politie verschillende telefoongesprekken die tussen [medeverdachte 1] (gebruikmakend van het nummer eindigend op [nummer] ) en [verdachte] (gebruikmakend van het nummer eindigend op [nummer] ) plaatsvonden, opgenomen en uitgewerkt en tevens hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] diverse sms-berichten naar elkaar verstuurd.8 Zo heeft [verdachte] op 19 januari 2016 om 18:55 uur via de sms aan [medeverdachte 1] gevraagd “Wanneer gaan we werken” en op 22 februari 2016 om 11:50 uur heeft [medeverdachte 1] een bericht aan [verdachte] gestuurd met de tekst: “Bro ik heb andere auto vanavond werken bro” waarop [verdachte] heeft geantwoord “Aii tot vanavond”. Op 23 februari 2016 om 08:32 uur heeft [verdachte] aan [medeverdachte 1] het bericht gestuurd “K heb torrie huissleutel met adres”9

Op 6 maart 2016 om [nummer] :57 uur heeft het volgende telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] :10

[…]

[ [verdachte] ]: ja man, daarom, ik bel jou altijd. Ik werk met jou beter. Graag dan met die andere sukkels

[…]

[ [medeverdachte 1] ]: of we gaan morgen te werk. Ik ga even een paar dingen zoeken.

[…]

[ [medeverdachte 1] ]: Nee morgen niet. Dan ben ik jarig mattie. Dan ga ik niks doen.

[ [medeverdachte 1] ] zegt dat hij zijn verjaardag niet viert maar dat hij niks doet op zijn verjaardag omdat hij al een keer karma heeft meegemaakt,

[ [medeverdachte 1] ]: toen zat ik al op het bureau op mijn verjaardag.

[ [verdachte] ]: ok dat is goed dan gaan we gewoon dinsdag te werk, een dag na je verjaardag.

Op 10 maart 2016 om 19:43 uur heeft het volgende telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] :11

[…]

[ [medeverdachte 1] ]: Morgen gaan we gelijk, pakken we er gelijk een paar achter elkaar, ik zoek er nog een paar

[ [verdachte] ]: Maar eh wat heb je op het oog dan?

[ [medeverdachte 1] ]: Iets goeds man, gewoon eh dinges

[…]

[ [verdachte] ]: 100% zekerheid gewoon

[ [medeverdachte 1] ]: Ja ik denk het wel, zijn twee dingen in één

[…]

[ [verdachte] ]: Ohh oké, is goed, hoe laat zie ik je morgen

[ [medeverdachte 1] ]: Ja ik kom je morgen halen zo rond 19:30 a 20:00 uur […]

Voorts heeft zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 3] bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] meerdere keren samen op inbrekerspad zijn geweest.12 Ten slotte is het een feit van algemene bekendheid dat met een “torrie” een inbraak wordt bedoeld in straattaal. De rechtbank leidt uit deze bevindingen en verklaringen – in onderlinge samenhang bezien – af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar kennen en in de maanden februari en maart 2016 meermalen met elkaar op pad zijn geweest om inbraken te plegen, te meer nu zij geen verklaring hebben gegeven voor bovengenoemde tapgesprekken en sms-berichten en deze, mede in het licht van na te noemen bewijsmiddelen, om een uitleg vragen.

3.4.2

Feit 1 (zaken 3 en 2)

In de nacht van [nummer] februari 2016 tussen 00.30 uur en 01.00 uur is ingebroken in het bedrijfspand van [bedrijfsnaam] gelegen aan de [adres] te Lekkerkerk. Uit dit pand zijn vier computerbeeldschermen en twee computers weggegenomen. Het pand is betreden door de deur van de hoofdingang open te breken met een breekvoorwerp. Het kozijn van de deur ter hoogte van het slot is vernield.13

Op [nummer] februari 2016 om 00.30 uur ziet een getuige dat een donkere personenauto met hierin drie personen, parkeert tegenover [bedrijfsnaam] . Twee mannelijke personen met handschoenen aan stappen uit en doen een capuchon op. De derde persoon, een man of vrouw met een lichtkleurige jas met bontkraag en opgebonden haar in een soort knotje, blijft in de auto. Als de mannen na ongeveer een halfuur terugkomen, stapt de bestuurder uit en doet de kofferbak open. Een van de mannen zet iets op de grond dat glimt.14 De getuige is zeker van het tijdstip van 00.30 uur omdat hij dit heeft gezien op de klok van de magnetron.15

In de periode van 12 februari 2016, 21.30 uur tot en met [nummer] februari 2016, 02.03 uur is ingebroken in het bedrijfspand van [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] te Lekkerkerk. Uit het pand is een geldbedrag van € 1400,50 weggenomen (€ 605,- aan papiergeld en € 795,50 aan muntgeld). Het pand is betreden door een toegangsdeur open te breken.16 Tevens is een collectebus van de KWF-kankerbestrijding weggenomen.17 Uit sporenonderzoek blijkt dat het onderste schuifslotje van een deur is afgebroken en in de sluitnaad van die deur is een indrukspoor van een breekwerktuig aangetroffen.18

Op 18 februari 2016 hebben een man en een vrouw bij het politiebureau Doelwater te Rotterdam een vuilniszak afgegeven die zij in de Maas hebben gevonden. In de vuilniszak bevinden zich diverse spullen, waaronder portemonnees met pasjes, een bruine rugtas, een rode collectebus van de Nederlandse Kankerbestrijding en twee bijlen van het merk Fiskar. Uit onderzoeken in de politiesystemen blijkt dat diverse in de vuilniszak aangetroffen goederen zijn weggenomen bij verschillende woninginbraken.19

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij erbij was toen [medeverdachte 1] de spullen in het water heeft gedumpt vanaf de Brienenoord onderlangs bij een dijkje langs de zijkant, en dat er iets zwaars in zat, misschien een bewijsstuk of zo, en dat zij geen plons heeft gehoord.20

[aangever] herkent de in de Maas gevonden collectebus van KWF-kankerbestrijding, als de bij hem uit de snackbar [bedrijfsnaam] ontvreemde collectebus, aan het aan de bus bevestigde kettinkje.21

[medeverdachte 2] heeft over deze beide inbraken verklaard dat deze zijn gepleegd door [medeverdachte 1] en [verdachte] en dat zijzelf bij beide inbraken aanwezig is geweest. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn om ongeveer 00.00/00.30 uur bij [bedrijfsnaam] naar binnen gegaan en met computers en beeldschermen teruggekomen. Zij waren in de Opel Corsa, die een wieldop mist. [medeverdachte 2] heeft de auto geparkeerd en de achterbak van de auto geopend. Zij droeg bij de inbraak in [bedrijfsnaam] een jas met een witte bontkraag. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben de buit van [bedrijfsnaam] 50/50 verdeeld. Ze zijn vervolgens naar huis gereden en hebben de spullen van [bedrijfsnaam] in de schuur gezet. Daarna zijn [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] naar [bedrijfsnaam] gereden. [bedrijfsnaam] was om ongeveer 01.15/01.45 uur. Bij [bedrijfsnaam] hebben ze geld (briefgeld, muntrollen, losse munten) en een KWF-collectebus weggenomen. De KWF-collectebus hebben ze leeggemaakt en vervolgens weggegooid. Het geld hebben ze met zijn allen geteld en is door [medeverdachte 1] en [verdachte] door tweeën gedeeld.22

Aan de achterzijde van de SNS-bank te Lekkerkerk is een camera die staat gericht op een doodlopende weg genaamd [adres] , alwaar de bedrijfspanden waar was ingebroken in de nacht van [nummer] februari 2016 waren gelegen. Op de camerabeelden van [nummer] februari 2016 van deze camera ziet [verbalisant] het volgende. Om 00.27 uur rijdt een Opel Corsa, modeljaar 1998 en blauw/paars van kleur, de [adres] in vanuit de [adres] . Het lijkt alsof deze Opel Corsa rechtsvoor een wieldop mist. Om 01.02 uur komt een identiek voertuig weer in beeld en slaat linksaf richting [adres] . Om 01.59 uur komt hetzelfde model, type en kleur Open Corsa, die wederom rechtsvoor een wieldop lijkt te missen, weer in beeld. De Corsa parkeert op het parkeerterrein naast de [adres] . Twee personen/schimmen stappen uit richting snackbar [bedrijfsnaam] . Om 02.08 uur verlaat dezelfde Corsa vanaf de parkeerplaats het terrein met relatief hoge snelheid.23

Uit onderzoek naar de mobiele telefoongegevens en de historische verkeersgegevens van [medeverdachte 1] en [verdachte] blijkt dat [medeverdachte 1] onder de contactnaam [naam] in de telefoon van [verdachte] staat en dat zij op 12 februari 2016 om 17.43 uur telefonisch contact hebben24. [medeverdachte 1] maakt op dat moment gebruik van een zendmast in Ouderkerk aan den IJssel en [verdachte] maakt op dat moment gebruik van een zendmast in Rotterdam. [medeverdachte 1] verplaatst zich vervolgens naar Rotterdam, Leiden en gebruikt op [nummer] (de rechtbank begrijpt: 12) februari 2016 om 23.18 uur weer een zendmast in Krimpen aan de Lek. Het nummer van [verdachte] krijgt op 12 februari 2016 om 23.54 uur een sms waarbij er gebruik wordt gemaakt van de zendmast aan de [adres] te Krimpen aan de Lek, om later die nacht op [nummer] februari 2016 om 04.11 uur weer gebruik te maken van een zendmast in Rotterdam.25

Uit de zendmastgegevens en het telefonisch contact leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] (die woont in Krimpen aan de Lek) en [verdachte] (die woont in Rotterdam) die avond hebben afgesproken en naar Krimpen aan de Lek zijn gegaan.

Anders dan de raadsman van [verdachte] heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat met de voorgaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] voornoemde inbraken tezamen met [medeverdachte 1] heeft gepleegd. Zoals hiervoor reeds overwogen acht de rechtbank de verklaringen van [medeverdachte 2] betrouwbaar. In het onderhavige geval geldt dit temeer nu [medeverdachte 2] zelf bij genoemde inbraken aanwezig is geweest, haar verklaringen de aangiftes bevestigen en zeer specifieke informatie over de inbraken bevatten, zoals tijdstippen van de inbraak en de weggenomen goederen (computerbeeldenschermen, computers, cashgeld in de vorm van briefgeld en muntgeld in rollen). Verder is steun voor de verklaringen van [medeverdachte 2] te vinden in de verklaring van getuige [getuige] (00.30 uur, drie verdachten, twee stappen uit de auto), de camerabeelden (waarop de Opel Corsa waarin verdachten zich verplaatsten op de door de getuige en [medeverdachte 2] genoemde tijdstippen is te zien op/bij de plaats van de inbraken) en uit de zendmastgegevens (waaruit blijkt dat [verdachte] zich op genoemde datum en tijd in de nabijheid van de inbraaklocaties bevond). Dat getuige [getuige] daarbij de huidskleur van een van de twee personen die hij heeft gezien niet helemaal juist heeft waargenomen, is niet onbegrijpelijk nu het midden in de nacht en dus donker was en de personen blijkens de verklaring van [getuige] capuchons en handschoenen droegen. Verder sluit het feit dat de mobiele telefoon van [verdachte] op 12 februari 2016 om 23.54 uur een zendmast aanstraalt in Krimpen en de Lek en op [nummer] februari 2016 om 04.11 uur een zendmast in Rotterdam, niet zozeer uit dat [verdachte] op [nummer] februari 2016 rond 00.30 uur en rond 02.00 uur (op 5 kilometer afstand) heeft ingebroken in Lekkerkerk, maar biedt het juist een extra aanwijzing van de aanwezigheid van [verdachte] op genoemde inbraaklocaties. Dit laatste geldt temeer nu [verdachte] ontkent [medeverdachte 1] te kennen, terwijl het telefoonnummer van [medeverdachte 1] in zijn telefoon is aangetroffen, hij op 12 februari 2016 telefonisch contact met [medeverdachte 1] heeft gehad en hij op geen enkele wijze een verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid in die nacht op bovengenoemde (zendmast)locaties in de nabijheid van de woning van [medeverdachte 1] en de inbraaklocaties.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.3

Feiten 2 t/m 8 (zaken 4 t/m 8 en 15 t/m 26)

De avond van 16 februari 2016 en de nacht van 17 februari 2016

In deze avond/nacht is sprake van meerdere (pogingen tot) inbraken in de gemeente Krimpenerwaard, welke aan [medeverdachte 1] en [verdachte] worden verweten. De rechtbank zal achtereenvolgens de inbraak bij [bedrijfsnaam] te Lekkerkerk (feit 2), de poging tot inbraak bij het [bedrijfsnaam] van [bedrijfsnaam] te Lekkerkerk (feit 3, onder A), bij [bedrijfsnaam] te Ouderkerk aan den IJssel (feit 3, onder B), bij de [bedrijfsnaam] te Krimpen aan de Lek (feit 3, onder C) en bij [bedrijfsnaam] te Krimpen aan de Lek (feit 3, onder D) bespreken. Ten slotte zal de rechtbank de (pogingen tot) inbraken in dezelfde nacht in [bedrijfsnaam] te Krimpen aan de Lek (feit 4 tot en met 8) bespreken.

[bedrijfsnaam] te Lekkerkerk

Op 17 februari 2016 heeft [naam] aangifte van inbraak gedaan namens [bedrijfsnaam] gelegen aan het [adres] te Lekkerkerk. Om 00:25 uur dezelfde dag komt er een alarmmelding op zijn telefoon van de alarmcentrale. Bij de winkel blijkt dat de schuifdeuren zijn opengebroken. Uit de rekken van het schap met tabakswaren zijn diverse pakjes sigaretten en shag weggenomen en er is een breekijzer achtergelaten.26

De beelden gemaakt door de camera’s bij [bedrijfsnaam] zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen tussen 0:05 uur en 0:24 uur met behulp van een breekijzer en een krik de schuifdeuren openbreken en het rolluik bij de tabakswaren openmaken.27 De mannen hebben de volgende signalementen:

Man 1:

-Getint ( donker uiterlijk)

-Petje, tweekleurig, (voorzijde licht, achterzijde donkerkleurig)

-Normaal postuur

-Donkere trainingsbroek met Adidas-logo met witte biezen aan de zijkant

-Donkerkleurige gewatteerde jas, glimmend, heupmodel met capuchon, aan de

achterzijde ter hoogte van de schouderbladen een wit stukje/embleem.

-Donkere schoenen

-Lichtkleurige handschoenen

Man 2:

-Blank

-Normaal postuur

-Donkere trainingsbroek met witte biezen aan de zijkant, en een lichtkleurig embleem

bovenaan de rechter broekspijp.

-Donkere veterschoenen met witte zolen

-Donkerkleurige jas, heupmodel met capuchon.

-Petje, waarvan de voorzijde donkerkleurig (achterzijde niet zichtbaar, doordat

verdachte zijn capuchon over het petje droeg)

-Lichtkleurige handschoenen28

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] bij [bedrijfsnaam] sigaretten hebben gejat. [medeverdachte 1] heeft dit aan haar verteld toen hij thuiskwam. Ook heeft hij haar verteld dat hij daar een koevoet is vergeten.29 De sigaretten zijn volgens haar verkocht aan vrienden voor 40 of 30 euro per tien pakjes en de opbrengst is fifty-fifty verdeeld tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] . [medeverdachte 2] herkent [verdachte] en [medeverdachte 1] van de foto’s gemaakt van de camerabeelden bij [bedrijfsnaam] .30

In de telefoon van [medeverdachte 1] zijn foto’s aangetroffen van een grote hoeveelheid sigaretten, gemaakt op 20 februari 2016.31 Geconfronteerd met deze foto’s heeft [medeverdachte 2] verklaard dat dit foto’s van de buit zijn die gemaakt zijn op de logeerkamer waar de spullen van [medeverdachte 1] staan en dat ze zelf twee pakjes Camel heeft gekregen.32

[medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] samen met [verdachte] de deur bij [bedrijfsnaam] met een krik heeft opengebroken en dat toen het alarm afging.33

Ten slotte is er in het huis van [medeverdachte 3] en op zijn aanwijzing kleding inbeslaggenomen die volgens [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] toebehoort.34 Verschillende van deze kledingstukken passen bij de kleding die gelet op het genoemde signalement wordt gedragen door één van de twee mannen die te zien zijn op de beelden van de camera’s bij [bedrijfsnaam] .35

Tussenconclusie

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewijs opleveren dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in bewuste en nauwe samenwerking de inbraak bij [bedrijfsnaam] te Lekkerkerk op 17 februari 2016 hebben gepleegd. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] .

[bedrijfsnaam] te Lekkerkerk

Op 17 februari 2016 heeft A. [naam] namens de rechtspersoon [bedrijfsnaam] de Boezem aangifte gedaan van een poging tot inbraak. Op dinsdag 16 februari 2016 heeft hij rond 21:00 uur het [bedrijfsnaam] gelegen aan de [adres] te Lekkerkerk afgesloten en in goede staat achtergelaten. Toen hij op 17 februari 2016 omstreeks 06:00 uur weer bij het [bedrijfsnaam] is aangekomen, heeft hij gezien dat er diverse barsten en sterren zaten in de ruit aan de voorzijde van het [bedrijfsnaam] en dat er op de grond diverse kapotte straatstenen lagen. Ook heeft hij braakschade gezien aan de schuifdeuren aan de voorzijde en aan de achterdeur van het [bedrijfsnaam] .36

De beelden gemaakt door de camera’s bij het [bedrijfsnaam] zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen tussen 22:40 uur en 22:49 uur rond het [bedrijfsnaam] lopen en voelen aan de deur. Om 23:54 uur zijn de mannen weer terug en is te zien dat ze rondlopen met een koevoet, stoeptegels tegen de ruit gooien en wrikken met de koevoet zowel bij de deurpost aan de achterkant als bij de schuifdeuren aan de voorkant. Het lukt de mannen evenwel niet om binnen te komen en om 0:09 uur is te zien dat ze wegrijden met een klein blauw voertuig. De verbalisant die de beelden heeft bekeken, heeft een signalement gegeven van de twee mannen.37

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat ze weet van de poging inbraak bij de [bedrijfsnaam] en dat het daar niet gelukt is met de steen omdat de ruit van kogelwerend glas bleek te zijn. Ze herkent voorts [medeverdachte 1] van de foto’s gemaakt van de beelden van de camera’s van het [bedrijfsnaam] aan zijn schoenen, zijn postuur, zijn houding, zijn gezicht en zijn pet.38

Evenals de rechtbank heeft genoemd bij het vorige feit, geldt dat bepaalde kleding van [medeverdachte 1] die bij [medeverdachte 3] is aangetroffen, gelijkenissen vertoont met de kleding die wordt gezien bij één van de mannen op de beelden gemaakt bij het [bedrijfsnaam] .39

Tussenconclusie

Het voorgaande in combinatie met het feit dat [medeverdachte 1] en [verdachte] die nacht kennelijk samen op inbrekerspad zijn, gelet op de bewezenverklaring van de inbraak bij [bedrijfsnaam] hierboven, en het feit dat de signalementen van de mannen die blijkens de afzonderlijke processen-verbaal worden waargenomen op de beelden van [bedrijfsnaam] en die worden waargenomen op de beelden van het [bedrijfsnaam] op hoofdlijnen gelijkluidend zijn, leidt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking hebben gepoogd in te breken bij de [bedrijfsnaam] te Lekkerkerk. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] .

[bedrijfsnaam] te Ouderkerk aan den IJssel

Op 17 februari 2016 heeft [naam] namens [naam] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in een bar van een sportcomplex gelegen aan de [adres] te Ouderkerk aan den IJssel. Op dezelfde dag om 0:50 uur was aangever in het sportcomplex aan het opruimen na sluitingstijd. Hij hoorde geluiden uit de kleine zaal van het complex komen, terwijl het gebouw leeg hoorde te zijn. Hij is toen achter de bar vandaan gekomen en richting de kleine zaal gelopen, die zich naast het cafégedeelte bevindt. Daar zag hij twee mannen achter de bar van de kleine zaal staan, beide in het donker gekleed waarbij de voorste man een petje droeg met daaroverheen een capuchon. Hij wist dat de inbrekers hem hadden gezien, want hij zag bij hen een schrikreactie toen ze hem zagen. Hij ging terug naar de keuken en sloot zichzelf daar op in afwachting van de door hem gebelde politie. Bij controle bleek de kassa achter de kleine bar te zijn opengebroken. Deze la was leeg en er is dus niets gestolen, volgens aangever.40

De beelden gemaakt door de camera’s bij het sportcomplex zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen naar de toegangsdeur van [bedrijfsnaam] liepen. De deurklink wordt naar beneden gedaan maar de deur gaat niet open. De beelden van de bar van [bedrijfsnaam] laten zien dat de barman om 0:51 uur bezig is achter de bar en dingen wegzet. De barman komt vervolgens achter de bar vandaan en loopt richting een deuropening, welke toegang biedt tot de volgende ruimte. De barman kijkt de ruimte in, deinst vervolgens naar achter en duikt achter de bar. Vervolgens komen er twee mannen via deze deuropening de ruimte in, beide zijn donker gekleed en hebben witte biezen aan de zijkant van hun broek. De voorste persoon heeft een staaf of een koevoet in zijn hand. Beide personen hebben een capuchon op. De verbalisant die de beelden heeft bekeken herkent de mannen die op de beelden in de bar te zien zijn als dezelfde mannen die op de beelden van de toegangsdeur te zien zijn. De verbalisant heeft een signalement van deze mannen gegeven.41

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard, op de vraag of ze nog van een andere inbraak heeft gehoord op dezelfde dag (17 februari 2016), dat ze over de “ [bedrijfsnaam] ” weet en dat ze (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] en [verdachte] ) toen iemand hebben gehoord en hard naar buiten zijn gerend.42 Op de vraag wat [medeverdachte 2] bedoelt met “de [bedrijfsnaam] ” heeft ze verklaard dat je er kan sporten, er een kroeg zit en dat ze er feesten geven en dat het kan zijn dat het [bedrijfsnaam] (de rechtbank begrijpt: [bedrijfsnaam] ) betreft.43

Evenals de rechtbank heeft genoemd bij het vorige feit, geldt dat bepaalde kleding van [medeverdachte 1] die bij [medeverdachte 3] is aangetroffen, gelijkenissen vertoont met de kleding die wordt gezien bij één van de mannen op de beelden gemaakt bij het sportcomplex.44

Tussenconclusie

Het voorgaande in combinatie met het feit dat [medeverdachte 1] en [verdachte] die nacht kennelijk samen op inbrekerspad zijn, gelet op de bewezenverklaring van de inbraak bij [bedrijfsnaam] en van de poging tot inbraak bij de [bedrijfsnaam] hierboven, en het feit dat de signalementen van de mannen die blijkens de afzonderlijke processen-verbaal worden waargenomen op de beelden van [bedrijfsnaam] en de [bedrijfsnaam] en die worden waargenomen op de beelden van het sportcomplex op hoofdlijnen gelijkluidend zijn, leidt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking hebben gepoogd in te breken bij [bedrijfsnaam] te Ouderkerk aan den IJssel. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] .

[bedrijfsnaam] te Krimpen aan de Lek

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor een bewezenverklaring van de poging inbraak bij de [bedrijfsnaam] op 17 februari 2016. Hierbij is redengevend dat er voor deze zaak geen sprake is van een bewijsmiddel waaruit kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] en [verdachte] die nacht bij de [bedrijfsnaam] zijn geweest. Dat de Opel Corsa waarmee zij die nacht rondreden daar blijkens camerabeelden in de buurt zou hebben gereden is daartoe onvoldoende, temeer nu de woning waar [medeverdachte 1] toentertijd verbleef in dezelfde buurt gelegen is. Ook het feit dat zij die nacht op kennelijk op inbrekerspad waren en een paar weken later bij de [bedrijfsnaam] wel een voltooide inbraak heeft plaatsgevonden waarvoor [medeverdachte 1] en [verdachte] verantwoordelijk zouden zijn, is weliswaar een grond voor verdenking, mede gelet op het feit dat zij blijkens het dossier ook andere plekken meer dan eens hebben bezocht om (te pogen) in te breken, maar is onvoldoende om hun betrokkenheid buiten redelijke twijfel vast te stellen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feitonderdeel (feit 3 onder C, ten aanzien van zaak 7).

[bedrijfsnaam] te Krimpen aan de Lek

Op 17 februari 2016 heeft [naam] als eigenaar van [bedrijfsnaam] , gelegen aan [adres] te Krimpen aan de Lek, aangifte gedaan van een poging tot inbraak. Op 16 februari 2016 heeft hij de winkel om 18:30 uur verlaten en hij is de volgende dag om 8:30 uur teruggekeerd. Hij heeft toen gezien dat er gerommeld is aan het rooster van een kast naast de toegangsdeur van de winkel. Er was geprobeerd dit rooster te verwijderen. Ook heeft hij een afdruk van vermoedelijk een schroevendraaier in de deur van zijn winkel zien zitten.45

De beelden gemaakt door de camera’s bij [bedrijfsnaam] zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen om 1:10 uur aan de achterzijde van [bedrijfsnaam] verschijnen. Eén van de mannen heeft een beitel of een schroevendraaier in zijn hand, die hij tussen de deur en deurpost steekt ter hoogte van de slotplaat. De andere man duwt met zijn hand op de deurklink. Vervolgens schuiven de mannen een meter op en wordt er nog wat geprobeerd met de schroevendraaier. Vervolgens lopen de mannen weg. De verbalisant die de beelden heeft bekeken, heeft een signalement van de mannen gegeven.46

Ten slotte is [verdachte] aangehouden terwijl hij zwarte Adidas Torsion schoenen droeg en heeft de politie een reconstructie uitgevoerd met deze inbeslaggenomen schoenen en het camerasysteem van [bedrijfsnaam] om aan te kunnen tonen dat op de betreffende camerabeelden hetzelfde merk en type schoen te zien is.47 Hiertoe zijn de schoenen van verdachte in de nachtelijke uren in dezelfde positie gezet als dat de voeten van de verdachte tijdens de (poging tot) inbraak stonden. Vastgesteld wordt dat er opvallende overeenkomsten zijn te zien tussen de schoenen op de foto’s van de beelden ten tijde van de (poging tot) inbraak en de foto’s van de beelden van de schoenen ter gelegenheid van de reconstructie.48

Tussenconclusie

Het voorgaande in combinatie met het feit dat [medeverdachte 1] en [verdachte] die nacht kennelijk samen op inbrekerspad zijn, gelet op de bewezenverklaring van de inbraak bij [bedrijfsnaam] en van de poging tot inbraak bij de [bedrijfsnaam] en het [bedrijfsnaam] hierboven, en het feit dat de signalementen van de mannen die blijkens de afzonderlijke processen-verbaal worden waargenomen op de beelden van [bedrijfsnaam] , de [bedrijfsnaam] en [bedrijfsnaam] , en die worden waargenomen op de beelden van [bedrijfsnaam] op hoofdlijnen gelijkluidend zijn, leidt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking hebben gepoogd in te breken bij [bedrijfsnaam] te Krimpen aan de Lek op 17 februari 2016. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] .

[bedrijfsnaam] te Krimpen aan de Lek

Op 17 februari 2016 wordt in de nachtelijke uren in meerdere appartementen van het [bejaardentehuis] te Krimpen aan de Lek ingebroken dan wel een poging daartoe gedaan terwijl de betreffende bewoners liggen te slapen. In totaal worden naar aanleiding hiervan op 17 februari 2016 twaalf aangiftes gedaan. Volgens deze aangiftes is achtereenvolgens weggenomen een handtas met daarin een portemonnee met inhoud waaronder pasjes ( [naam] , [adres] , ),49 een zilveren Seiko-horloge en een portemonnee met inhoud en waardepapieren ( [naam] , [adres] ),50 een Philips televisie ( [naam] , [adres] ),51 een laptop merk Acer, een portemonnee met inhoud, 145 euro en een reservesleutel ( [naam] , [adres] 37),52 geld en diverse sieraden [naam] , [adres] ),53 een damestas, een Ipad, twee portemonnees en sleutels ( [naam] , [adres] ),54 een portemonnee met bankpasje ( [naam] , [adres] ).55 Voorts is vanachter de balie van de receptie een kluisje met geld (1.084 euro) verdwenen en is de glazen beker leeg waar het koffiegeld (23 euro) in zat ( [naam] , [adres] ).56 De overige aangiftes zien op appartementen waaruit geen goederen zijn weggenomen. Wel zijn daar lades en kasten opengemaakt van onder meer een dressoir en een secretaire ( [adres] , [naam] en [nummer] , [naam] )57 dan wel zijn de bewoners wakker geworden en hebben zij een persoon of personen in hun woning gezien, die vervolgens weg zijn gegaan ( [adres] , [naam] en 47, [naam] ).58 Bij de toegangsdeur noch bij de afzonderlijke appartementen is braakschade te vinden zodat bij [aangever] van [naam] het vermoeden bestaat dat de daders de beschikking hadden over een loper waarmee al deze deuren kunnen worden geopend.59

Op 18 februari 2016 wordt bij een politiebureau in Rotterdam een gevonden rugtas ingeleverd. De tas is aangetroffen in de Maas tussen de Van Brienenoordbrug en de wijk De Esch door iemand die zijn hond daar uitliet.60 In de rugtas worden diverse goederen aangetroffen waaronder portemonnees met diverse pasjes61, een zilverkleurig Seiko-horloge en een sleutel voorzien van een blauw plastic label waarop in hoofdletters was geschreven: "HOOFDSLEUTEL". Tevens was er op de sleutel een ingeslagen nummer zichtbaar namelijk [nummer] . Deze sleutel met blauw label is qua vorm, benummering en tekst gelijk aan de sleutel voorzien van een wit label die de verbalisant door de [naam] ter hand werd gesteld als zijnde de hoofdsleutel/-loper van de toegangsdeur en alle woningen gesitueerd aan [adres] .62

Voorts is uit het onderzoek gebleken dat er in de nacht van 17 februari 2016 om 2:20 uur 1.000 euro is gepind bij een pinautomaat in Krimpen aan de Lek met de bankpas die is weggenomen bij aangeefster [naam] ( [adres] ). Aangeefster heeft een bankafschrift overgelegd aan de politie waaruit dit is af te leiden. Op de beelden gemaakt door de camera bij de pinautomaat is te zien dat er bij deze transactie twee personen bij de automaat staan met capuchons op en één heeft een zwarte sjaal of doek voor het gezicht.63

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat ze van [medeverdachte 1] heeft gehoord dat hij bij [adres] binnen is gekomen en daar spullen heeft weggehaald. Hij vertelde dat ze naar de bejaarden waren geweest. Ze weet dat er een zwarte Philips televisie is weggenomen en deze is dezelfde nacht bij haar in slaapkamer gezet en heeft daarna nog ongeveer vier dagen bij haar thuis gestaan, waarna ze samen hebben besloten hem weg te doen.64 Volgens haar heeft [medeverdachte 1] de moedersleutel weggenomen bij de receptie.65 Ze weet voorts dat ze een pinpas in één van de woningen hebben gevonden met een pincode erbij. Daar zat een limiet op van 1.000 euro en dat bedrag is vervolgens gepind door [medeverdachte 1] en [verdachte] bij de Rabobank te Krimpen aan de Lek, de enige pinautomaat die daar is. [medeverdachte 1] heeft haar verteld dat hij lopend is gegaan samen met [verdachte] en dat ze zichzelf goed hadden bedekt; het geld is verdeeld tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] .66 Voorts heeft [medeverdachte 2] verklaard dat ze erbij was toen er spullen, waaronder tassen, afkomstig van [adres] in het water werden gedumpt in de buurt van de Brienenoord.67 Ten slotte weet ze dat er, naast de genoemde televisie, geld en handtasjes zijn weggenomen. [medeverdachte 1] had haar verteld dat er een portemonnee in zat, zelf heeft ze dit niet gezien. Het buitgemaakte goud is volgens haar waarschijnlijk ingeleverd bij een juwelier op de Kruiskade in Rotterdam.68

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] een televisie bij hem heeft gebracht. [medeverdachte 3] wilde deze eerst zelf houden, maar dit mocht niet van [medeverdachte 1] en hij moest hem verkopen. [medeverdachte 3] heeft de televisie verkocht onder de naam “ [naam] ” op Marktplaats.69 De politie is op grond van onderzoek van de telefoongegevens van [medeverdachte 3] en gegevens die zijn opgevraagd bij Marktplaats, tot de conclusie gekomen dat de televisie verkocht is aan ene [naam] . De politie heeft bij hem een televisie aangetroffen van hetzelfde merk en type en met hetzelfde serienummer als is weggenomen bij [aangever] ( [adres] ).70

Tussenconclusie

De rechtbank is op grond van bovenstaande bewijsmiddelen in combinatie met het feit dat [medeverdachte 1] en [verdachte] , zoals eerder overwogen, op inbrekerspad zijn die nacht, van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking de inbraken en pogingen daartoe in de nacht van 17 februari 2016 in [bedrijfsnaam] hebben gepleegd met behulp van hoofdsleutel/loper die later is teruggevonden in een tas, nabij de Brienenoordbrug en dat zij met de daarbij buitgemaakte bankpas van [naam] die nacht 1.000 euro hebben gepind.

Conclusie betreffende de avond van 16 februari 2016 dan wel de nacht van 17 februari 2016

De rechtbank zal gelet op het voorgaande bewezen verklaren dat [verdachte] de gekwalificeerde diefstallen tenlastegelegd onder feit 2, 4, 5, 6, 7 (onder A tot en met D) en de pogingen daartoe tenlastegelegd onder feit 3 (onder A, B en D) en 8 (onder A tot en met D) heeft begaan in de hoedanigheid van medepleger. De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 3, onder C.

3.4.4

Feit 9 (zaak 9)

Op 23 februari 2016 heeft [naam] , namens [bedrijfsnaam] , aangifte gedaan van een inbraak in de winkel gelegen aan de [adres] in Krimpen aan de Lek, gepleegd tussen 22 februari 2016 om 21.00 uur en 23 februari 2016 om 7.30 uur, waarbij twee notebooks (merken Toshiba en Bell), een envelop met 990 euro en een fotocamera (merk Nikon) met toebehoren zijn weggenomen. Zij zag dat de achterdeur, die uitkomt op [adres] , was opengebroken.71

Op camerabeelden is te zien dat op 23 februari 2016 om 1.59 uur een Opel Tigra, model 1998, in beeld komt en vermoedelijk net buiten beeld parkeert. Om 02.02 uur lopen twee mannen richting [adres] , verbreken met een staaf/koevoet de deur aan de achterzijde van de winkel en gaan kort hierna door die deur naar binnen. Om 02.10 uur verlaten de mannen de winkel met een gevulde boodschappentas.72 De politie constateert dat de kleding van één persoon op de beelden (deels) overeenkomt met (in de woning van [medeverdachte 3] ) inbeslaggenomen kleding van [medeverdachte 1] .73

[medeverdachte 2] heeft over deze inbraak verklaard: dat weet ik wel, daar hebben ze een laptop weggehaald als het goed is. Die heb ik in mijn huis gezien en de volgende dag is deze meteen weg gegaan. Gevraagd naar een (poging tot) inbraak om 01.50 uur in dezelfde nacht bij [bedrijfsnaam] (zie zaak 36 hierna) heeft zij verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] daar op het terrein zijn geweest maar dat het niet gelukt was om in te breken. Ik zei nog dat het dom was, omdat daar overal camera’s hangen.74

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan de inbraak bij [bedrijfsnaam] . Hoewel [medeverdachte 2] verder niet heel specifiek is over deze inbraak en de aldaar weggenomen goederen, weet zij wel dat deze inbraak door [medeverdachte 1] en [verdachte] is gepleegd. Voorts heeft zij meer gedetailleerd verklaard over de (poging tot) inbraak tien minuten daarvoor bij [bedrijfsnaam] , die eveneens door [medeverdachte 1] en [verdachte] was gepleegd. Dit sterkt de rechtbank in de overtuiging dat beide inbraken, en dus ook de inbraak bij [bedrijfsnaam] , door [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn gepleegd.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 9 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.5

Feit 10 (zaak 36)

Op 23 februari 2016 heeft [naam] aangifte gedaan van een inbraak in [bedrijfsnaam] gelegen aan de [adres] in Krimpen aan den IJssel. De boven het café woonachtige [naam] hoort om 01.50 uur het alarm afgaan. Hij gaat naar beneden en ziet een donkere auto zonder verlichting wegrijden. In de kantoorruimte is een raam opengebroken en lades van het bureau stonden open. Er is volgens [naam] niets weggenomen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben geprobeerd bij [bedrijfsnaam] in te breken.

In lijn met deze verklaringen is aan [medeverdachte 1] en [verdachte] een poging tot inbraak tenlastegelegd. Op 5 maart 2016 evenwel geeft de politie aan [naam] een grijze kist terug, welke kist [naam] herkent als zijn eigendom. De kist was onderdeel van een erfenis, er zaten papieren van zijn (groot)vader in. De kist was zonder zijn toestemming weggenomen, aldus [naam] .

Niet is gebleken waar en wanneer deze kist door de politie is aangetroffen. Nu uit het dossier niet is gebleken van een andere inbraak bij [bedrijfsnaam] dan de genoemde inbraak van 23 februari 2016, gaat de rechtbank ervan uit dat de aan [naam] teruggegeven kist is weggenomen bij de inbraak op 23 februari 2016. Dat brengt met zich dat er geen sprake is geweest van de tenlastegelegde poging tot diefstal met braak maar van een voltooide diefstal met braak.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] het onder 10 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

3.4.6

Feit 11 (zaak 10)

Op 27 februari 2016 heeft R.P.J. [aangever] aangifte gedaan van een inbraak in zijn snackbar [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] in Lekkerkerk, gepleegd tussen 26 februari 2016 om 21.00 uur en 27 februari 2016 om 6.30 uur, waarbij een kassalade en een witte kunststof bak met geld zijn meegenomen (totaal weggenomen een bedrag van € 878,50). Hij zag dat de zijdeur was opengebroken met een breekvoorwerp.75 De weggenomen kassalade is op 27 februari 2016 rond 15.00 uur aangetroffen aan de [adres] in Krimpen aan de Lek en teruggegeven aan [aangever] .76

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] drie keer bij [bedrijfsnaam] zijn geweest. De tweede keer was de buit 600 euro dacht ze, welk bedrag tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] is verdeeld.77

Uit onderzoek naar de historische gegevens van de onder [medeverdachte 1] aangetroffen telefoon (nummer eindigend op [nummer] ) blijkt dat er op 26 februari 2016 om 18:26 uur contact was met een nummer van [verdachte] (eindigend op [nummer] ). Het nummer van [medeverdachte 1] gebruikt op dat moment de zendmast in Krimpen aan den Lek. Uit het baken dat vanaf 24 februari 2016 in de Opel Tigra zit blijkt dat deze op dat moment ook in Krimpen aan den Lek is. Vervolgens is er om 19:02 uur wederom een gesprek tussen de nummers eindigend op [nummer] en [nummer] waarbij het nummer van [verdachte] gebruik maakt van de zendmast aan [adres] te Rotterdam en het nummer van [medeverdachte 1] gebruik maakt van de zendmast aan [adres] in Rotterdam. Uit de bakengegevens van de Opel Tigra blijkt dat de auto op dat moment in de nabije omgeving van de [adres] is. Om 22:52 uur belt het nummer eindigend op [nummer] naar het nummer van [medeverdachte 2] waarbij het nummer eindigend op [nummer] gebruik maakt van de zendmast op de [adres] te Leiderdorp en het baken in de Opel Tigra op dat moment in de omgeving van de [adres] is. Op 27 februari 2016 om 00:36 uur gebruikt een telefoon met een ander nummer van [verdachte] (eindigend op - [nummer] ) een zendmast op de [adres] in Rotterdam. Het baken is op dat moment in de nabije omgeving op de A20 waarbij de telefoon van [verdachte] binnen het zendmastbereik is.78

De rechtbank leidt uit deze gegevens af dat die avond en nacht de telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte] de bewegingen van het baken in de Opel Tigra volgen en dat kan worden aangenomen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich samen in de Opel Tigra bevonden.

Blijkens de gegevens van het baken zijn er na 00:36 uur nauwelijks stilstaande momenten en rijdt de auto rond door allerlei straten in Rotterdam, Zuidplas, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpen aan de Lek om vanaf 02:40 uur tot ongeveer 02:50 uur stil te staan op de [adres] en de [adres] in de directe nabijheid van [bedrijfsnaam] .79

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 11 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.7

Feit 12 (zaak 11)

Op 27 februari 2016 heeft [naam] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] in Lekkerkerk, gepleegd tussen 26 februari 2016 om 21.45 uur en 27 februari 2016 om 10.00 uur. Zij zag op diverse plaatsen op en rondom de voordeur en het bovenlicht braakschade. Het is de dader(s) niet gelukt om binnen te komen.80 De politie heeft geconstateerd dat op de metalen strip van de meerpuntssluiting van deze deur een krasspoor zat.81

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] het bij [bedrijfsnaam] hebben geprobeerd bij de deur maar dat het niet is gelukt vanwege de driepuntssleutel.82

Zoals de rechtbank reeds hiervoor bij zaak 10 heeft overwogen kan uit de historische telefoongegeven en het baken in de Opel Tigra worden afgeleid dat de telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte] de bewegingen van het baken in de Opel Tigra in de betreffende avond en nacht volgden en kan worden aangenomen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich samen in de Opel Tigra bevonden. Uit de gegevens van het baken blijkt dat de Opel Tigra op 27 februari 2016 tussen 03:22 uur en 03:31 uur heeft stilgestaan op de [adres] nabij [bedrijfsnaam] .83

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan de poging tot inbraak bij [bedrijfsnaam] .

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 12 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.8

Feit 14 (zaak 12)

Op 3 maart 2016 doet [naam] aangifte van een poging tot inbraak in [bedrijfsnaam] , gelegen aan [adres] in Krimpen aan de Lek, gepleegd tussen 2 maart 2016 om 18.15 uur en 3 maart 08.15 uur. Hij ziet afdrukken van een koevoet in zijn achterdeur (gelegen aan [adres] ) en het lukte hem niet om met zijn sleutel deze deur te openen.84

Op camerabeelden is te zien dat tussen 00.45 uur en 00.52 uur twee mannen proberen in te breken met behulp van een koevoet en schroevendraaier.85 De politie constateert dat de kleding van één persoon op de beelden (deels) overeenkomt met (in de woning van [medeverdachte 3] ) inbeslaggenomen kleding van [medeverdachte 1] .86 Voorts is gebleken dat de bij [verdachte] in beslag genomen schoenen overeenkomen met de schoenen van de andere persoon op de beelden.87

[medeverdachte 2] heeft op deze beelden [medeverdachte 1] en [verdachte] herkend als de daders.88 De rechtbank is van oordeel dat deze herkenning weliswaar op zichzelf niet heel sterk is nu [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] met name aan zijn jas herkent en [verdachte] “een beetje aan zijn gezicht”, maar dat dit niet maakt dat er in samenhang met de overige bewijsmiddelen en overwegingen in het geheel geen waarde aan toekomt.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de hieronder weergegeven zaken 14 en 13 waaruit volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in de nacht van 2 op 3 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan deze poging tot inbraak bij [bedrijfsnaam] .

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 14 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.9

Feit 13 (zaak 14)

Op 3 maart 2016 heeft [naam] aangifte gedaan van een inbraak in de [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] te Krimpen aan de Lek, gepleegd tussen 2 maart 2016 om 19.45 uur en 3 maart 2016 om 11.45 uur. Hij zag braaksporen in de voordeur en het kozijn en bij de achterdeur en het kozijn. Voorts was het raampje boven de nooddeur beschadigd en stond de nooddeur open. Uit een speciaal daarvoor bestemd kastje in de kerk was een AED-apparaat weggenomen.89

[medeverdachte 2] heeft op 18 maart 2016 verklaard dat ze weet dat [medeverdachte 1] één keer bij de [bedrijfsnaam] is geweest, dat was aan de overkant en [medeverdachte 1] wist niet dat het een kerk was. Het was een paar weken terug, het zal die van 3 maart zijn geweest. Ze denkt dat hij die inbraak met [verdachte] heeft gepleegd maar het kan ook zijn dat hij alleen is geweest omdat het zo dichtbij was. Ze weet dat [medeverdachte 1] en [verdachte] het twee à drie weken geleden over zo’n AED-apparaat hebben gehad.90

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] met [verdachte] bij hem thuis is geweest. Ze hadden toen zo’n AED ding bij zich. Dat AED apparaat had hij bij een kerk vandaan.91

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de boven en onder weergegeven zaken 12 en 13 waaruit volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in de nacht van 2 op 3 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan deze inbraak bij de [bedrijfsnaam] .

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 13 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.10

Feit 16 (zaak 13 )

Op 3 maart 2016 heeft R.P.J. [aangever] aangifte gedaan van een inbraak in zijn snackbar [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] in Lekkerkerk, gepleegd tussen 2 maart 2016 om 20.00 uur en 3 maart 2016 om 8.00 uur, waarbij geld uit automaten en uit de kassa en veel frisdrank is meegenomen. Hij zag dat de voordeur met een hard voorwerp was opengebroken.92

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] drie keer bij [bedrijfsnaam] zijn geweest. De derde keer hebben ze alleen kipnuggets en frisdrank meegenomen. [medeverdachte 1] was met [verdachte] in de Opel Tigra. Ze wilde de blikjes niet in huis hebben en deze zijn naar [medeverdachte 3] gebracht.93

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij weet van de inbraak in de snackbar (patat zaak), dat [medeverdachte 1] (onder meer) met blikjes kwam, dat de blikjes een paar dagen bij hem thuis hebben gelegen en dat hij wist dat de spullen van diefstal afkomstig waren.94

Uit de gegevens van het baken in de Opel Tigra blijkt dat de Opel Tigra op 3 maart 2016 van 01:30 uur tot 02:01 uur stil staat op de [adres] in de nabijheid van [bedrijfsnaam] .95

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de hierboven weergegeven zaken 12 en 14 waaruit volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in de nacht van 2 op 3 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan deze inbraak bij [bedrijfsnaam] . Het enkele feit dat de bij [verdachte] aangetroffen BlackBerry (nummer eindigend op [nummer] ) op 3 maart 2016 te 02:22 uur gebruikmaakte van een zendmast aan [adres] te Rotterdam, is gelet op de afstand tussen de [adres] in Lekkerkerk en [adres] in Rotterdam (16 kilometer) en het tijdsverloop tussen de inbraak en het aanstralen van de zendmast (21 minuten) niet onverenigbaar met deze bewezenverklaring.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 16 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.11

Feit 15 (zaken 30, 37 en 38)

Zaak 37

Op 9 maart 2016 heeft [naam] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] in Ouderkerk aan den IJssel, gepleegd tussen 8 maart 2016 om 17.00 uur en 9 maart 2016 om 07.00 uur. Hij zag dat een klikobak tegen de muur was gezet en men zo het platte dak op was geklommen. De regenpijp zat aan de bovenkant los. Op het platte dak was een Velux dakraam ingeslagen, maar het kantelraam zelf was nog dicht. Men is niet binnen geweest en er is niks weggenomen.96

[getuige] heeft verklaard dat ze op 9 maart 2016 rond 00.15 uur een klap hoorde, dat leek op het gerinkel van flessen. Kort hierna zag ze een jongen lopen, komend vanachter het gebouw van [adres] aan [adres] . Achter dat gebouw is [bedrijfsnaam] gevestigd. Vervolgens ziet ze een tweede jongen achter de eerste jongen aanlopen.97

[medeverdachte 2] heeft over deze inbraak verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een ruitje op het dak hebben ingetikt en dat ze zijn gaan rennen toen er politie kwam. Volgens haar zijn ze niet binnen geweest. Ze hadden toen de Tigra. Ze denkt dat ze dat de volgende dag heeft gehoord. De dag erna reed ze met [medeverdachte 1] langs Ouderkerk en toen zei hij dat het raam snel gemaakt was.98

Uit onderzoek naar de historische gegevens van de onder [medeverdachte 1] aangetroffen telefoon (nummer eindigend op [nummer] ) en een bij [verdachte] aangetroffen telefoon (eindigend op [nummer] ) blijkt dat deze nummers op 08 maart 2016 om 19:47 uur met elkaar contact hebben gehad. Op diverse momenten die avond en nacht (23.57 uur, 00.31 uur, 01.07 uur, 04.39 uur) maakt het nummer van [medeverdachte 1] gebruik van bepaalde zendmasten en rijdt het baken in de Opel Tigra op dat moment ook binnen het bereik van dezelfde zendmast.99 Ook het nummer van [verdachte] maakt op diverse momenten (23.50 uur, 04.30 uur, 05.08 uur) gebruik van bepaalde zendmasten terwijl het baken in de Opel Tigra op dat moment ook binnen het bereik van dezelfde zendmast rijdt.100

De rechtbank leidt uit deze gegevens af dat de telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte] de bewegingen van het baken in de Opel Tigra volgen en dat kan worden aangenomen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich samen in de Opel Tigra bevonden. Dit vindt voorts bevestiging in de inhoud van het telefoongesprek dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] voeren op 9 maart 2016 om 04.19 uur, dat er kort gezegd op neer komt dat [medeverdachte 1] met [verdachte] is en hij met hem bij [medeverdachte 2] wil slapen, waar [medeverdachte 2] het absoluut niet mee eens is.101

Op 8 maart 2016 om 23.57 uur ontvangt het nummer van [medeverdachte 1] een sms, waarbij de zendmast op de [adres] in Ouderkerk aan den IJssel wordt aangestraald. Deze zendmast bevindt zich in de nabije omgeving van [adres] . Uit de gegevens van het baken in de Opel Tigra blijkt dat deze auto op 8 maart 2016 tussen 23:59 en 00:00 uur even heeft stilgestaan op [adres] in de omgeving van [adres] in Ouderkerk aan den IJssel. Op 9 maart 2016 tussen 00:15 en 00:17 uur bevindt het baken zich wederom op [adres] alwaar in de nabijheid om 00:15 uur werd ingebroken.

Tussenconclusie

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan de poging tot inbraak bij [bedrijfsnaam] .

Zaak 38

Op 9 maart 2016 heeft [naam] aangifte gedaan van een inbraak in de [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] in Lekkerkerk. Op 9 maart 2016 werd hij om 02.39 uur gebeld door de alarmcentrale dat het alarm was afgegaan. Hij is ter plaatse gegaan en heeft gezien dat er deuren waren opengebroken. Er waren kassa’s opengebroken maar daar had geen geld in gezeten. Er is volgens [naam] niets weggenomen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] deze inbraak hebben gepleegd. Ze hebben daar een kassa weggehaald waar niks in zat. Ze weet dat die kassa is meegenomen omdat ze die zelf heeft gezien. In een proces-verbaal sporenonderzoek wordt door [verbalisant] gerelateerd dat bij deze inbraak een kassa in zijn geheel werd weggenomen.

In lijn met de aangifte van [naam] is aan [medeverdachte 1] en [verdachte] een poging tot inbraak tenlastegelegd. Gelet op de verklaring van [medeverdachte 2] en het proces-verbaal van [verbalisant] heeft het er echter alle schijn van dat – anders dan aangever heeft verklaard – bij deze inbraak een kassalade is weggenomen. Dat brengt met zich dat er geen sprake is geweest van de tenlastegelegde poging tot diefstal met braak maar van een voltooide diefstal met braak.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] dit feit heeft begaan.

Zaak 30

Op 9 maart 2016 heeft [naam] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in haar (anti-kraak)woning in de voormalige basisschool, gelegen aan de [adres] te Krimpen aan de Lek (zijnde, zo begrijpt de rechtbank gelet op de eerdere inbraken op genoemd adres: de voormalige [bedrijfsnaam] ). Zij heeft verklaard dat ze rond 03.00 uur wakker werd van glasgekraak. Ze ziet door het raam de contouren van een man die bezig is glas af te breken van het onderste raam naast de deur. Nadat haar huisgenoot op de nabijgelegen nooduitgang klopt, stopt het krakend geluid van glas. Kort hierna begon de man weer het glas af te breken. Ze ziet dat haar huisgenoot keihard op de nooduitgang ging bonken en hoorde hem roepen: "nu optiefen". Haar huisgenoot hoort iemand wegrennen. Haar huisgenoot gooit de nooduitgang open en vertelt dat hij een zwarte personenauto midden op de [adres] zag staan. Zij ziet dezelfde, kleine auto met hoge toeren en piepende banden wegrijden, linksaf de [adres] in.102

Zoals de rechtbank reeds hiervoor bij zaak 37 heeft overwogen kan uit de historische telefoongegeven en het baken in de Opel Tigra worden afgeleid dat de telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte] de bewegingen van het baken in de Opel Tigra in de betreffende avond en nacht volgden en kan worden aangenomen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich samen in de Opel Tigra bevonden. Uit de gegevens van het baken blijkt dat de Opel Tigra op 9 maart 2016 tussen 03:04 en 03:07 uur heeft stilgestaan in de omgeving van de [adres] en te 03:10 uur in de [adres] reed.103

Tussenconclusie

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de boven weergegeven zaken 37 en 38 waaruit volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in de nacht van 9 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan de poging tot inbraak bij deze woning.

Conclusie betreffende de nacht van 9 maart 2016

De rechtbank zal gelet op het voorgaande bewezen verklaren dat [verdachte] de pogingen tot inbraak tenlastegelegd onder feit 15, onder B en C (de zaken 30 en 37) heeft begaan in de hoedanigheid van medepleger. De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 15, onder A (zaak 38).

Dagvaarding II (parketnummer 09/857202-16) 104

[medeverdachte 2] heeft aangifte gedaan van een telefonische bedreiging op 18 juni 2016. Zij heeft verklaard dat ze die dag om 9.11 uur op haar mobiele telefoon is gebeld door het algemene nummer van de gevangenis, waar haar vriend [medeverdachte 1] op dat moment vastzit. Zij herkende de beller aan zijn stem als [verdachte] . [verdachte] bedreigde haar en haar ongeboren kind met de dood.105

Door de politie is dit gesprek bij [P.I.] opgevraagd. Dit gesprek is letterlijk in een proces-verbaal van bevindingen uitgewerkt. De beller – wiens stem door [verbalisant] wordt herkend als de stem van [verdachte] – zegt in dit gesprek tegen [medeverdachte 2] (onder meer): ”Ik ga jou kankerdood maken als ik buiten kom. Ik ga jou kankerdood maken en jouw kankerkind die in jouw kankerbuik zit.”106

Conclusie

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] [medeverdachte 2] met enig misdrijf tegen het leven gericht heeft bedreigd.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

Dagvaarding I (parketnummer 09/817636-16):

1.

hij in de nacht van 12 op [nummer] februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

A. een bedrijf (gelegen aan de [adres] ) en

B. een bedrijf (gelegen aan de [adres] /7)

heeft weggenomen

A. € 1400,50 euro en een collectebus van KWF-kankerbestrijding en

B. vier computerbeeldschermen en twee computers,

toebehorende aan

A. [bedrijfsnaam] en

B. [bedrijfsnaam] ,

zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft

door

A. een toegangsdeur van de snackbar met een breekwerktuig open te breken en

B. met een hard voorwerp een toegangsdeur van dat bedrijfspand open te breken;

2.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een supermarkt (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan het [adres] ) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten toebehorende aan voornoemde supermarkt, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een krik

een toegangsdeur open te wrikken;

3.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te

A. Lekkerkerk en

B. Ouderkerk aan den IJssel en

D. Krimpen aan de Lek

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in

A. een [bedrijfsnaam] van [bedrijfsnaam] (gelegen aan de [adres] ) en

B. een (bar van een) sportcomplex (gelegen aan de [adres] ) en

D. een slijterij (gelegen aan [adres] ) en

weg te nemen goederen en geld, toebehorende aan

A. [bedrijfsnaam] en

B. het sportcomplex en/of [naam] en

D. de slijterij en/of [naam] ,

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen door middel van braak en/of verbreking, met zijn mededader,

A. met een hard voorwerp op een ruit van het [bedrijfsnaam] heeft geslagen en met een breekvoorwerp forcerende bewegingen bij een toegangsdeur heeft gemaakt en

B. een kassalade van dat sportcomplex heeft opengebroken en

D. met een hard (breek)voorwerp) bij een toegangsdeur van die slijterij forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres] ) heeft weggenomen een handtas met inhoud (o.a. een portemonnee met pasjes), toebehorende aan [naam] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft

door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

5.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres] ) heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en waardepapieren en een horloge (merk Seiko), toebehorende aan [naam] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te

hebben verschaft door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

6.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres] ) heeft weggenomen een televisie (merk Philips), toebehorende aan [naam] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

7.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

A. een [bejaardentehuis] (gelegen aan [adres] ) en

B. een woning (gelegen aan [adres] ) en

C. een woning (gelegen aan [adres] ) en

D. een woning (gelegen aan [adres] ) en

E. een woning (gelegen aan [adres] )

heeft weggenomen

A. een kluis en een geldbedrag (van € 1107,-) en

B. een laptop (merk acer) en een portemonnee (met inhoud) en

C. geld en sieraden en

D. een ipad en twee portemonnee’s en sleutels en een damestas en

E. een portemonnee (met inhoud),

toebehorende aan

A. [naam] en

B. [naam] en

C. [naam] en

D. [naam] en

E. [naam] ,

zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

8.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek en ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in

A. een woning (gelegen aan [adres] ) en

B. een woning (gelegen aan [adres] ) en

C. een woning (gelegen aan [adres] ) en

D. een woning (gelegen aan [adres] )

weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan

A. [naam] en

B. [naam] en

C. [naam] en

D. [naam]

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van een valse sleutel, met zijn mededader

A. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en lades van een dressoir heeft geopend en

B. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan en

C. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en een secretaire heeft doorzocht en

D. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

hij op 23 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een bedrijf (te weten bloemisterij [bedrijfsnaam] , gelegen aan [adres] ) heeft weggenomen twee notebooks en een fotocamera met toebehoren en een geldbedrag (van € 990), toebehorende aan voornoemde bloemisterij en/of [naam] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken;

11.

hij in de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een geldbedrag (van omstreeks € 878), toebehorende aan [bedrijfsnaam] en/of [aangever] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur te verbreken;

12.

hij in de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijf (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] 297) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan voornoemd restaurant en/of [naam] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader, met een (breek)voorwerp bij een toegangsdeur van dat restaurant forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[nummer] .

hij in de periode van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kerk (te weten de [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een AED-apparaat, toebehorende aan voornoemde kerk en/of [naam] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken;

14.

hij in de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijf (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan [adres] ) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan voornoemde slijterij en/of [naam] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader, met een koevoet en schroevendraaier, bij een toegangsdeur van die slijterij forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

15.

hij op 9 maart 2016 in de nachtelijke uren te

B. Ouwerkerk aan den IJssel en

C. Krimpen aan de Lek,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in

B. een bedrijf (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) en

C. een woning (in de voormalige [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ),

weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan

B. [bedrijfsnaam] en

C. [naam]

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader,

B. een dakraam van dat accountantskantoor heeft ingeslagen en

C. een ruit van die woning heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

16.

hij in de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een geldbedrag en een hoeveelheid frisdrank, toebehorende aan [bedrijfsnaam] en/of [aangever] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur van die cafetaria te verbreken;

Dagvaarding II (parketnummer 09/857202-16):

hij op 18 juni 2016 te Alphen aan den Rijn [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk die [medeverdachte 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Als ik vrij ben ga ik jou kankerdood maken en jouw kind ook", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Dagvaarding I (parketnummer 09/817636-16):

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 2, 9, 11, 13 en 16, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 3:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 4, 5 en 6, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

ten aanzien van feit 7:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 8:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 12 en 14, telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 15:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Dagvaarding II (parketnummer 09/857202-16):

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5,5 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan zeven voltooide woninginbraken (waaronder bejaardenwoningen), vijf pogingen tot woninginbraken, een inbraak bij een bejaardentehuis , een inbraak bij een kerk, zes bedrijfsinbraken en zes pogingen daartoe. Daarnaast heeft hij ook een persoon met de dood bedreigd. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze het ongestoord eigendomsrecht en woongenot en de ongestoorde bedrijfsvoering aangetast. Uit het dossier volgt dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander op strooptocht is gegaan om op diverse plekken in te breken. Daarbij heeft hij niet nagelaten juist de zwakkeren in de samenleving – bejaarden – leed toe te brengen. Dit bestond er onder meer in dat bij deze inbraken zaken zijn weggenomen die voor de eigenaars niet alleen een materiële waarde vertegenwoordigden, maar daarnaast nog een veel belangrijkere immateriële waarde hadden, omdat het ging om erfstukken of een aandenken aan een overleden naaste. Ook een kerk werd niet overgeslagen. Hij heeft driemaal hetzelfde bedrijf bezocht om daar in te breken, tot het punt dat de eigenaar van het bedrijf dacht dat de inbraken persoonlijk tegen hem gericht waren. Daarnaast heeft hij een medeverdachte en haar ongeboren kind, die belastende verklaringen over hem heeft afgelegd, bedreigd met de dood. Daarmee heeft hij haar veel angst aangejaagd, zo volgt uit de onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij. Ondanks de ernstige beschuldiging dat hij tientallen (pogingen tot) inbraken zou hebben begaan, heeft de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen en geen enkele vorm van openheid van zaken gegeven. Uit het dossier volgt niets anders dan dat de verdachte zich ter zake de inbraken enkel en alleen heeft laten leiden door eigen geldelijk gewin. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

De verdachte is – blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 1 april 2016 – in de afgelopen vijf jaren tot een gevangenisstraf veroordeeld voor een vermogensfeit en tot een taakstraf met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor een bedreiging. Ten tijde van de bewezenverklaarde feiten liep hij in de proeftijd van die voorwaardelijke gevangenisstraf. In de jaren 2008 en 2009 is de verdachte tweemaal tot tientallen maanden gevangenisstraf veroordeeld voor vermogensfeiten.

Uit het reclasseringsadvies van het Leger des Heils, van 18 juli 2016, opgesteld door [reclasseringsmedewerker] , volgt dat het de verdachte ontbreekt aan huisvesting, dagbesteding en inkomen. Voorts is er mogelijk sprake van persoonlijkheidsproblematiek. Eerdere interventies door de reclassering zijn onvoldoende gebleken om het recidiverisico te doen verminderen. De verdachte heeft naar eigen zeggen een negatief sociaal netwerk – waardoor de kans op recidive aanwezig is – dat hij niet wil opgeven. De verdachte lijkt enkel gemotiveerd te zijn voor ondersteuning bij praktische problemen. Om die reden heeft de reclassering geconcludeerd dat zij niet kan inzetten op gedragsverandering en het inperken van het recidiverisico, en ziet men geen meerwaarde in reclasseringsbemoeienis. Wegens voorgaande feiten en omstandigheden heeft de reclassering geadviseerd tot oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de ernst en de hoeveelheid van de bewezenverklaarde feiten, te bezien naast voorgaande feiten en omstandigheden omtrent de persoon van de verdachte, maken dat geen andere strafrechtelijke reactie passend is dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van in totaal 60 maanden. Met de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling in acht genomen zal dat betekenen dat de verdachte minimaal 40 maanden, minus de tijd in voorarrest doorgebracht, zal moeten uitzitten in de gevangenis.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen

7.1

De vordering van benadeelde partij [bedrijfsnaam] (zaak 3, 10 en 13 )

[bedrijfsnaam] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.900,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.1.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.275,00 (bestaande uit het bedrag van € 3.225,00 gevorderd aan materiële schade minus de geldtester, en een bedrag van € 50,00 als materiële schade voor de als immateriële schade gevorderde nachtelijke arbeid), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.275,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [bedrijfsnaam] .

7.1.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair het verweer gevoerd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de betoogde vrijspraak voor de feiten 1, 11 en 16. Subsidiair is aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor de volgende posten: de geldtester die bij beslissing omtrent het beslag dient te worden teruggegeven aan de benadeelde partij, de nachtelijke arbeid die geen immateriële schade is (zoals gevorderd) en het andere deel van de gevorderde immateriële schade dat onvoldoende is onderbouwd.

7.1.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor zover de vordering betrekking heeft op de post “geldtester” afwijzen, aangezien de gestelde schade weliswaar is veroorzaakt door een onder 1, 11 of 16 bewezenverklaarde feit, maar de geldtester bij de beslissing omtrent het beslag zal worden teruggeven en de gestelde schade daarmee niet meer aanwezig is.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de posten “frisdrank”, “Cornetto ijs” en de gevorderde immateriële schade, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van dit onderdeel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij heeft deze posten onvoldoende onderbouwd en de rechtbank is van oordeel dat aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij in de gelegenheid kan worden gesteld deze posten nader te onderbouwen een belang vormt dat niet prevaleert boven het belang van de verdachte op een afdoening van de strafzaak binnen een redelijke termijn. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de overige posten (“contant geld” en “schade deuren”), is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 1, 11 en 16 bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.345,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 maart 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1, 11 en 16 bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor die feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.345,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijfsnaam] .

7.2

De vordering van benadeelde partij [naam] (zaak 23)

[naam] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.2.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [naam] .

7.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 7.

7.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 7 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.050,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 17 februari 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 7 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam] .

7.3

De vordering van benadeelde partij [naam] (zaak 36)

[naam] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.3.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [naam] .

7.3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 10. Subsidiair is aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

7.3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft (feit 10 ter zake zaak 36), zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

7.4

De vordering van benadeelde partij [naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ” (zaak 11)

[naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ”, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.265,98 (zie pagina 5 van de vordering), te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.4.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2.298,75 (bestaande uit het bedrag van € 3.712,50 (schade kozijnen exclusief BTW) aan materiele schade minus het door ASR uitgekeerde bedrag van € 1.413,75), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.298,75, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ”.

7.4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 12. Subsidiair is aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor de schade aan de pin-terminal omdat die schade is veroorzaakt door de politie en dat de gevorderde schade dient te worden verminderd met he bedrag aan BTW die uit de onderbouwing van de schade volgt.

7.4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor zover de vordering betrekking heeft op de post “reparatiekosten pinterminal” afwijzen, aangezien uit de onderbouwing volgt dat de gestelde schade niet is veroorzaakt door het onder 12 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank stelt vast dat de vergoedingen van ASR door benadeelde zijn/zullen worden ontvangen en deze bedragen niet als schadebedrag zijn gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat van de post “schade aan kozijnen” de BTW van het gevorderde bedrag dient te worden afgetrokken omdat de benadeelde partij een rechtspersoon betreft. Het bedrag aan BTW zal worden afgewezen. De vordering, voor zover deze betrekking heeft op post “schilderwerk”, is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 12 bewezenverklaarde feit.

Het toe te wijzen bedrag wordt dan ook als volgt berekend:

(€ 3.712,50 + € 575,-) minus (€ 1.413,75 + € 1.913,75)

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 960,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 26 februari 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 12 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 960,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ”.

7.5

De vordering van benadeelde partij [bedrijfsnaam] aan de Lek (zaak 14)

De rechtbank is van oordeel dat blijkens het schriftelijke verzoek tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijfsnaam] aan de Lek de benadeelde partij geen schade vordert omdat de schade reeds is vergoed door de verzekeraar. Dat maakt dat de rechtbank voornoemd geschrift, de standpunten van de officier van justitie en die van de verdediging verder onbesproken laat. De rechtbank zal ook geen nadere beslissingen nemen ter zake voornoemd geschrift.

7.6

De vordering van benadeelde partij [naam] (zaak 8 en zaak 12)

[naam] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.315,68 (gelet op de fout in de optelling van de schade onder 4A), te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.050,68 (bestaande uit het bedrag van € 950,68 gevorderd aan materiële schade en een bedrag van € 100,- als materiële schade voor de als immateriële schade gevorderde beredderingskosten), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,68, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [naam] .

7.6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 3 en 14. Subsidiair is aangevoerd dat de vordering voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat die schade onvoldoende is onderbouwd.

7.6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de gevorderde immateriële schade, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van dit onderdeel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij heeft deze post onvoldoende onderbouwd en de rechtbank is van oordeel dat aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij in de gelegenheid kan worden gesteld deze post nader te onderbouwen een belang vormt dat niet prevaleert boven het belang van de verdachte op een afdoening van de strafzaak binnen een redelijke termijn.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat van de post “schade aan deur/kozijnen/sloten” de BTW van het gevorderde bedrag dient te worden afgetrokken omdat de benadeelde partij een rechtspersoon betreft, waardoor er een schadebedrag van € 694,78 resteert voor die post. Het bedrag aan BTW zal worden afgewezen. Voorts zal de rechtbank de vergoeding van de verzekering in mindering brengen op de totale schade. De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post “schilderwerk”, is namens de verdachte niet betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 en 14 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 169,78.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 maart 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 en 14 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 169,78, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam] .

7.7

De vordering van benadeelde partij [bedrijfsnaam] (zaak 37)

[bedrijfsnaam] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 752,46, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 752,46, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [bedrijfsnaam] .

7.7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 15. Subsidiair is aangevoerd dat de vordering voor zover dit betreft het gevorderde omzetverlies niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat die schade niet is onderbouwd en onvoldoende rechtstreeks verband heeft met feit 15.

7.7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op post “omzetverlies”, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van dit onderdeel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij heeft deze post onvoldoende onderbouwd en de rechtbank is van oordeel dat aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij in de gelegenheid kan worden gesteld deze post nader te onderbouwen een belang vormt dat niet prevaleert boven het belang van de verdachte op een afdoening van de strafzaak binnen een redelijke termijn.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering is voor het overige namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 15 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 250,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 9 maart 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 15 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijfsnaam] .

7.8

De vordering van benadeelde partij [bedrijfsnaam] (zaak 38)

[bedrijfsnaam] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [bedrijfsnaam] .

7.8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 15. Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft (feit 15, ter zake zaak 38), zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

7.9

De vordering van benadeelde partij [naam]

, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [naam] .

7.8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor het feit waarop de vordering ziet. Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.9.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bij parketnummer 09/857202-16 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 350,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 18 juni 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij parketnummer 09/857202-16 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 juni 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam] .

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage II aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genummerde voorwerp zal worden teruggegeven aan de verdachte.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp

9 De vordering tenuitvoerlegging

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Rotterdam d.d. 10 augustus 2015 (parketnummer 10/088809‑15) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit tot afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging gelet op de bepleitte vrijspraken bij de tenlastegelegde feiten.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 3 mei 2016 tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter te Rotterdam d.d. 10 augustus 2015, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

10 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen (bijkomende) straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 45, 57, 285 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I (parketnummer 09/817636-16) onder 3 (onder C), 10 en 15 (onder A) tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de:

- bij dagvaarding I (parketnummer 09/817636-16) onder 1, 2, 3 (onder A, B en D), 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 12, [nummer] , 14, 15 (onder B en C) en 16, en

- bij dagvaarding II (parketnummer 09/857202-16)

tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

dagvaarding I (parketnummer 09/817636-16):

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 2, 9, 11, 13 , 16, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 3:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 4, 5 en 6, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

ten aanzien van feit 7:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 8:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 12 en 14, telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 15:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

dagvaarding II (parketnummer 09/857202-16):

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

benadeelde partij [bedrijfsnaam]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijfsnaam] hoofdelijke gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [bedrijfsnaam] , een bedrag van € 2.345,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor zover betreft post “geldtester” af;

bepaalt dat de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.345,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijfsnaam];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 33 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [naam]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [naam] hoofdelijke toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [naam] , een bedrag van € 1.050,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [naam]

bepaalt dat benadeelde partij [naam] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

benadeelde partij [naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ”

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ” hoofdelijke gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ”, een bedrag van € 960,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 26 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor zover betreft de posten “reparatiekosten pin-terminal” en “de gevorderde BTW bij de schade aan kozijnenaf;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 960,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam] / Café restaurant “ [bedrijfsnaam] ”;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 19 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [naam]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [naam] hoofdelijke gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [naam] , een bedrag van € 169,78, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor zover betreft de post de gevorderde BTW bij de schade aan deur/kozijnen/slotenaf;

bepaalt dat de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 169,78, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [bedrijfsnaam]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijfsnaam] hoofdelijke gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [naam] , een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

bepaalt dat de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijfsnaam];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [bedrijfsnaam]

bepaalt dat benadeelde partij [bedrijfsnaam] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

benadeelde partij [naam]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [naam] , een bedrag van € 350,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 18 juni 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 juni 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [naam];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 7 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

gelast de teruggave aan de verdachte van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:

#1: een paar Adidas Torsion schoenen;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de politierechter te Rotterdam d.d. 10 augustus 2015, gewezen onder parketnummer 10/088809-15, te weten

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P. Verbeek, voorzitter,

mr. D. Biever, rechter,

mr. W.G. de Boer , rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 juni 2017.

Bijlage I: de tenlastelegging

Dagvaarding I (parketnummer 09/817636-16):

1.

hij in of omstreeks de nacht van 12 op [nummer] februari 2016 te Lekkerkerk tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit

A. een bedrijf (gelegen aan de [adres] ) en/of

B. een bedrijf (gelegen aan de [adres] /7)

heeft weggenomen

A. € 1400,50 euro, althans een geldbedrag en/of een collectebus van KWF-kankerbestrijding en/of

B. vier, althans één of meer, computerbeeldscherm(en) en/of twee, althans een computer(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [bedrijfsnaam] en/of

B. [bedrijfsnaam] en/of [naam] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

geldbedrag onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door

A. (met een hard voorwerp) tegen een toegangsdeur van de snackbar te slaan, althans deze deur (met een hard voorwerp of breekwerktuig) open te breken en/of

B. (met een hard voorwerp) een toegangsdeur van dat bedrijfspand open te breken;

(Zaak 3 en 2)

2.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een supermarkt (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan

het [adres] ) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een krik, althans met een

breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken;

(Zaak 4)

3.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te

A. Lekkerkerk en/of

B. Ouderkerk aan den IJssel en/of

C. Krimpen aan de Lek en/of

D. Krimpen aan de Lek

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

A. een [bedrijfsnaam] van [bedrijfsnaam] (gelegen aan de [adres] ) en/of

B. een (bar van een) sportcomplex (gelegen aan de [adres] )

C. een kerk (te weten de [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) en/of

D. een slijterij (gelegen aan [adres] ) en/of

weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [bedrijfsnaam] en/of

B. het sportcomplex en/of [naam] en/of

C. de [bedrijfsnaam] en/of

D. [bedrijfsnaam] en/of [naam] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

A. (met een hard voorwerp) op een ruit van het [bedrijfsnaam] heeft geslagen en/of met een breekvoorwerp wrikkende, althans forcerende bewegingen bij een toegangsdeur heeft gemaakt en/of

B. de (nood)deuren van dat sportcomplex open heeft gewrikt en/of (vervolgens) een kassalade van dat sportcomplex heeft opengebroken en/of

C. (met een hard (breek)voorwerp) bij (een) toegangsdeur(en) van die kerk wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt en/of

D. (met een hard (breek)voorwerp) bij een toegangsdeur van die slijterij wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 5, 6, 7 en 8)

4.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [adres] )

heeft weggenomen een handtas met inhoud (o.a. een portemonnee met pasjes), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of

die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door

middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

(zaak 15)

5.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [adres] )

heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of waardepapieren en/of een

horloge (merk Seiko), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te

hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

te hebben gebracht door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten

een moedersleutel;

(Zaak 16)

6.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [adres] )

heeft weggenomen een televisie (merk Philips), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [naam] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen die

goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van het gebruik

van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

(Zaak 17)

7.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit

A. een [bejaardentehuis] (gelegen aan [adres] ) en/of

B. een woning (gelegen aan [adres] ) en/of

C. een woning (gelegen aan [adres] ) en/of

D. een woning (gelegen aan [adres] ) en/of

E. een woning (gelegen aan [adres] )

heeft weggenomen

A. een kluis en/of een geldbedrag (van omstreeks € 1107,-) en/of

B. een laptop (merk acer) en/of een portemonnee (met inhoud) en/of

C. geld en/of sieraden en/of

D. een ipad en/of twee portemonnee’s en/of sleutels en/of een damestas en/of

E. een portemonnee (met inhoud),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [naam] en/of

B. [naam] en/of

C. [naam] en/of

D. [naam] en/of

E. [naam] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen die goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

(Zaak 18, 19, 20, 22 en 23)

8.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek en/of

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

A. een woning (gelegen aan [adres] ) en/of

B. een woning (gelegen aan [adres] ) en/of

C. een woning (gelegen aan [adres] ) en/of

D. een woning (gelegen aan [adres] )

weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [naam] en/of

B. [naam] en/of

C. [naam] en/of

D. [naam]

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

A. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en lades van een dressoir heeft geopend en/of

B. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan en/of

C. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en/of een secretaire heeft doorzocht en/of

D. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak 22, 24, 25 en 26)

9.

hij op of omstreeks 23 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een bedrijf (te weten bloemisterij [bedrijfsnaam] , gelegen aan

[adres] ) heeft weggenomen twee notebooks en/of een fotocamera met toebehoren en/of een geldbedrag (van omstreeks € 990), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde bloemisterij en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een met een

breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken;

(Zaak 9)

10.

hij op of omstreeks 23 februari 2016 te Krimpen aan de IJssel

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een bedrijf (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemd café en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een (breek)voorwerp een raam van voornoemd café heeft open gewrikt, althans geforceerd en/of verbroken en/of een bureau heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 36)

11.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een geldbedrag (van omstreeks € 878), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een

breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken en/of open te trappen;

(Zaak 10)

12.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een bedrijf (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] 297) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemd restaurant en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (met een (breek)voorwerp) bij (een) toegangsdeur(en) van dat restaurant wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 11)

[nummer] .

hij in of omstreeks de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kerk (te weten de [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een AED-apparaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde kerk en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken en/of open te trappen;

(Zaak 14)

14.

hij in of omstreeks de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een bedrijf (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan [adres] ) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde slijterij en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een koevoet en/of schroevendraaier, althans een hard (breek)voorwerp bij (een) toegangsdeur(en) van die slijterij wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 12)

15.

hij op of omstreeks 9 maart 2016 (in de nachtelijke uren) te

A. Lekkerkerk en/of

B. Ouwerkerk aan den IJssel en/of

C. Krimpen aan de Lek,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

A. een sportkantine (van [bedrijfsnaam] , gelegen aan [adres] ) en/of

B. een bedrijf (te weten [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) en/of

C. een woning (in de voormalige [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ),

weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [bedrijfsnaam] en/of

B. [bedrijfsnaam] en/of

C. [naam] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

A. met een hard (breek)voorwerp (een) toegangsdeur(en) van die sportkantine heeft open gewrikt, althans geforceerd en/of verbroken en/of de kassa’s heeft doorzocht en/of,

B. een dakraam van dat accountantskantoor heeft ingeslagen en/of

C. een ruit van die woning heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 38, 37 en 30)

16.

hij in of omstreeks de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijfsnaam] , gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een geldbedrag en/of een hoeveelheid frisdrank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een breekvoorwerp een toegangsdeur van die cafetaria open te wrikken, althans te verbreken en/of open te trappen;

(Zaak 13 )

Dagvaarding II (parketnummer 09/857202-16):

hij op of omstreeks 18 juni 2016 te Alphen aan den Rijn, in elk geval in Nederland [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde die [medeverdachte 2] dreigend de woorden toegevoegd :"Als ik vrij ben ga ik jou kankerdood maken en jouw kind ook", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het process-verbaal onderzoek “Recent” DH7R016011, van de politie eenheid Den haag, District G team recherche (doorgenummerd blz. 1 t/m 1767).

2 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 376.

3 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 430 en 437.

4 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 428 en 433.

5 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p 548.

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p 549 en 556.

7 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 201-202 en 1434

8 Proces-verbaal van bevindingen p. 1196 en 1288

9 Proces-verbaal van bevindingen, bijlage 3, p. 1292 en proces-verbaal van bevindingen p. 1245

10 Proces-verbaal van tapgesprek p. 1327-1328

11 Proces-verbaal van tapgesprek p. 1340-1341

12 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] p. 430 en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] p. 545, 549 en 552

13 Proces-verbaal van aangifte van [naam] , namens [bedrijfsnaam] en [naam] , met bijlagen, p. 243 t/m 248.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige C. [getuige] , p 249-250.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p 251.

16 Proces-verbaal van aangifte van R.P.J. [aangever] , namens [bedrijfsnaam] , met bijlagen, p 67 t/m 70.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p 85.

18 Proces-verbaal sporenonderzoek, p 73-74.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p 107-109.

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 447.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p 86.

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 382 t/m 384, 393, 400 t/m 402, 404.

23 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, p 81 t/m 84.

24 Proces-verbaal van bevindingen (analyse telecom [verdachte] ), met bijlagen, p 1286-1287.

25 Proces-verbaal van bevindingen (analyse mobiele telefoongegevens [medeverdachte 1] ), met bijlagen, p 1199, 1216, 1217.

26 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016, p. 261-263

27 Proces-verbaal van bevindingen p. 276-278

28 Idem p. 276

29 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 15 maart 2016 p. 384-385

30 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 16 maart 2016 p. 399-400

31 Proces-verbaal van bevindingen p. 291-292 en p. 1245

32 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 15 maart 2016 p. 382

33 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 29 maart 2016, p. 553

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1252

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1260-1261

36 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016, p. 156-158

37 Proces-verbaal van bevindingen, p. 169-171

38 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 2] , p.457

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1260-1261

40 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016 met bijlagen, p. 846-847

41 Proces-verbaal van bevindingen, p. 856-857

42 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] 15 en 16 maart 2016, p. 385 en 402

43 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] 15 maart 2016, p. 385

44 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1260-1261

45 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016, p. 887-888

46 Proces-verbaal van bevindingen, p. 900-903

47 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1283

48 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1284

49 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 93-94

50 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 102-103

51 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 128-129

52 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1006-1007

53 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1018-1019

54 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1030-1031

55 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1034-1035

56 Proces-verbaal van aangifte van [naam] namens de [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 982-983

57 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1025 en van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1049

58 Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1046-1047 en van [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 1052-1053

59 Proces-verbaal van aangifte van [naam] namens de [naam] d.d. 17 februari 2016, p. 983

60 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107-108

61 Idem, p. 108

62 Proces-verbaal van bevindingen, p. 112

63 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1041-1042

64 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 16 maart 2016, p. 396-397

65 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 17 maart 2016, p. 445

66 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 17 maart 2016 en 18 maart 2016, p. 447 en 467

67 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 17 maart 2016, p. 447

68 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 17 maart 2016, p. 448

69 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 29 maart 2016, p. 546

70 Proces-verbaal van bevindingen, p. 664-667

71 Proces-verbaal van aangifte, met bijlagen, p 905-914.

72 Processen-verbaal van bevindingen, p 915-919 en 921-923.

73 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1262.

74 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 386-387.

75 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 296-298.

76 Proces-verbaal van bevindingen, p 300.

77 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 458.

78 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1200 en p 1222-1224.

79 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1201 en p 1226.

80 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 932-933.

81 Proces-verbaal van bevindingen, p 934.

82 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 462.

83 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1201 en p 1227.

84 Proces-verbaal van aangifte, p 937-938.

85 Processen-verbaal van bevindingen, p 940-947.

86 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1262.

87 Proces-verbaal van bevindingen, p 1283-1285.

88 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 457.

89 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 959-962.

90 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 463.

91 Processen-verbaal verhoor [medeverdachte 3] , p 552 en p 560.

92 Proces-verbaal van aangifte, p 308-309.

93 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 458-459.

94 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 3] , p 550, 552 en 560.

95 Proces-verbaal van bevindingen, p 1201 en p 1229.

96 Proces-verbaal van aangifte, p 1105-1106 en proces-verbaal verhoor aangever met bijlagen, p 1107-1112.

97 Proces-verbaal verhoor getuige, p 1113-1114.

98 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p 388.

99 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1201-1202.

100 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1288.

101 Proces-verbaal van bevindingen, bijlage 33, p 1238.

102 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 345-350.

103 Proces-verbaal van bevindingen, p 1201-1202 en 1243.

104 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2016172120, van de politie eenheid Den Haag, district G, districtsrecherche Alphen aan den Rijn-Gouda, met bijlagen (ongenummerd).

105 Proces-verbaal vaan aangifte

106 Proces-verbaal van bevindingen.