Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:7071

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-06-2017
Datum publicatie
28-06-2017
Zaaknummer
09/807384-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/807384-16

Datum uitspraak: 28 juni 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, locatie Zoetermeer te Zoetermeer.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van:

  • -

    23 juni 2016, 15 september 2016, 5 december 2016, 17 februari 2017 en 11 mei 2017 (allen pro forma);

  • -

    13 en 14 juni 2017 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. Sam-Sin en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. S.C. van Bunnik, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijzigingen en aanpassing omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzittingen van 15 september 2016 en 13 juni 2017 - ten laste gelegd hetgeen als

bijlage I bij dit vonnis is gevoegd.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De verdachte wordt verweten dat hij gedurende de eerste drie maanden van 2016 vijfendertig inbraken heeft gepleegd dan wel heeft getracht te plegen, al dan niet tezamen en in vereniging met anderen. Deze (pogingen tot) inbraken hebben plaatsgevonden bij (bejaarden)woningen, bedrijven, verenigingen, een school en een kerk. Daarbij werden vaak meerdere feiten op dezelfde dag of in dezelfde nacht gepleegd. De verdachte heeft zich grotendeels beroepen op zijn zwijgrecht.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van al de ten laste gelegde feiten. Op de specifieke standpunten van de officier van justitie zal – voor zover van belang – bij de bespreking van de afzonderlijke feiten nader worden ingegaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 5, 8 t/m 15, 18 t/m 21. Daartoe is – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 4] onvoldoende duidelijk en specifiek zijn om te relateren aan de feiten waarvoor vrijspraak wordt gevraagd. Voorts acht de raadsvrouw van belang dat niet is gebleken wanneer [medeverdachte 4] op de hoogte zou zijn geraakt van bepaalde feiten en omstandigheden, hetgeen de bewijswaarde van haar getuigenverklaring ook aantast, aldus de raadsvrouw. Daar komt bij dat bepaalde feiten en omstandigheden [medeverdachte 4] door de politie zijn voorgehouden, voordat zij daarover heeft verklaard. Dat maakt volgens de raadsvrouw dat [medeverdachte 4] niet altijd uit eigen wetenschap heeft verklaard. Technisch bewijs ontbreekt ook volgens de raadsvrouw ter zake de feiten waarvoor vrijspraak wordt gevraagd. Kleding die overeenkomt op camerabeelden van verschillende feiten dan wel met kleding van de (mede)verdachte(n) kan volgens de raadsvrouw niet leiden tot het bewijs van betrokkenheid van de verdachte, omdat de gedragen kleding onvoldoende specifiek en uniek is. Aan de herkenningen vanaf camerabeelden door [medeverdachte 4] en de politie komt volgens de raadsvrouw weinig bewijswaarde toe, omdat [medeverdachte 4] door het politieverhoor en de politie door het onderzoek naar de verdachte(n), geneigd waren de personen op de camerabeelden positief te herkennen als de (mede)verdachte(n). Meer specifiek is ten aanzien van de feiten 9 tot en met 13 aangevoerd dat de signalementen gegeven door verschillende aangevers niet met elkaar overeenkomen en niet kunnen leiden tot de conclusie dat verdachte hierbij betrokken is. Voorts was er in de zaken van aangevers [aangever] en [aangever 9] (feit 13) geen sprake van een begin van uitvoering van een diefstal.

Tot slot heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de feiten 2, 3, 4, 6, 7, 16 en 17 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 4]

De rechtbank ziet – anders dan de verdediging – geen aanleiding om de, voor [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] belastende, verklaringen van [medeverdachte 4] als onbetrouwbaar aan te merken. [medeverdachte 4] heeft in deze verklaringen gedetailleerd en consistent verklaard en heeft daarin ook zichzelf belast (onder meer door te verklaren over het optreden als chauffeur bij diverse inbraken). Zij heeft gedetailleerde daderinformatie over een aantal inbraken gegeven, die zij slechts van de daadwerkelijke dader(s) vernomen kan hebben, bijvoorbeeld over welke goederen zijn weggenomen, de wijze waarop bepaalde inbraken hebben plaatsgevonden of de reden die maakte dat de betreffende poging tot inbraak zonder resultaat bleef. Ook vinden de verklaringen van [medeverdachte 4] onder meer steun in de door [medeverdachte 3] afgelegde verklaringen en in de gegevens van het baken onder de Opel Tigra. Voorts heeft zij aangegeven wanneer zij van een inbraak niets wist of zich iets niet goed meer kon herinneren. Ten slotte is niet gebleken van een belang of wens van de getuige om [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te belasten anders dan door naar waarheid te verklaren, en ook overigens is niet van leugenachtigheid van [medeverdachte 4] gebleken.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat de verklaringen van [medeverdachte 4] betrouwbaar zijn en tot het bewijs gebezigd kunnen worden.

De personen genoemd door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3]

[medeverdachte 4] spreekt in haar verklaringen meermalen over [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en die Marokkaan of die [medeverdachte 2] .

Uit het dossier volgt genoegzaam dat:

- “ “ [verdachte] ” de verdachte [verdachte] is, de persoon met wie zij een relatie heeft en samenwoont;2

- bij het tonen van een politiefoto van [medeverdachte 1] [medeverdachte 4] hem herkent als [medeverdachte 1] , zijnde de persoon met wie [verdachte] altijd op pad was;3

- bij het tonen van een politiefoto van [medeverdachte 3] [medeverdachte 4] hem herkent als [medeverdachte 3] of [medeverdachte 3] , zijnde de broer van [verdachte] ;4

- bij het tonen van een politiefoto van [medeverdachte 2] [medeverdachte 4] hem herkent als de [medeverdachte 2] waar ze het de hele tijd over gehad hebben, zijnde de Marokkaan met wie [verdachte] heeft ingebroken.5

[medeverdachte 3] spreekt in het dossier meermalen over [verdachte] en [medeverdachte 1] .

Uit het dossier volgt genoegzaam dat:

- “ “ [verdachte] ” de verdachte [verdachte] is, zijn stiefbroer (de moeder van [verdachte] was getrouwd met de vader van [medeverdachte 3] );6

- bij het tonen van een politiefoto van [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] hem herkent als [medeverdachte 1] , een mattie van [verdachte] , die één of twee keer bij [medeverdachte 3] thuis is geweest en met wie [verdachte] heeft ingebroken;7

- bij het tonen van een politiefoto van [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] hem herkent als de [medeverdachte 2] uit Leiden, zijnde een mattie van [verdachte] .8

Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank in het navolgende de namen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] gebruiken.

3.4.1

Feit 1 (zaak 28)

Tussen 11 januari 2016, 07.00 uur en 12 januari 2016, 22.00 uur is er ingebroken in de woning van [aangever 3] , gelegen in de voormalige basisschool aan de [adres 1] in Krimpen aan de Lek. Het pand is betreden via een raam dat met een breekvoorwerp is opengebroken. Bij de inbraak is een laptop van het merk Lenovo weggenomen.9

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] deze inbraak in de voormalige [school 1] alleen heeft gepleegd, dat hij via een raampje met twee schroevendraaiers is binnengekomen en dat hij een laptop heeft buitgemaakt, een Lenovo of zoiets.10

Anders dan de raadsvrouw van [verdachte] heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat met de voorgaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] voornoemde de inbraak heeft gepleegd. Zoals hiervoor reeds overwogen acht de rechtbank de verklaringen van [medeverdachte 4] betrouwbaar. In het onderhavige geval geldt dit temeer nu deze verklaring de aangifte bevestigt en zeer specifieke informatie over de inbraak bevat, aangezien [medeverdachte 4] uit zichzelf de merknaam van de buitgenomen laptop noemt. Het feit dat [medeverdachte 4] niet zelf bij de inbraak aanwezig was maakt dit niet anders.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.2

Feit 2 (zaak 1)

Op 14 januari 2016 tussen 02.42 en 03.07 uur is ingebroken in [school 2] gelegen aan [adres 2] te Krimpen aan de Lek. Het pand is betreden via een kleine ruit aan de westzijde van het pand dat is vernield; er lag glas op de vloer. Hierbij zijn drie tablets merk Acer buitgemaakt. Aangever heeft een mail ontvangen van het beveiligingsbedrijf [bedrijf 1] waarin de tijden van het alarm en de surveillance staan vermeld.11 Uit het rapport van de alarmservice van de [school 2] blijkt dat het alarm op 14 januari 2016 om 02.42 uur is afgegaan.12

Uit het sporenonderzoek ter plaatse blijkt dat bij de inbraak een dubbele ruit is verbroken en dat men zich vermoedelijk heeft bezeerd bij het inklimmen, aangezien er bloedvlekken zijn aangetroffen, waaronder op de zijkant van de stekkerdoos, waarin de opladers van de tablets zich bevonden.13 DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut wijst uit dat het bloed op de zijkant van de stekkerdoos afkomstig is van [verdachte] .14

[medeverdachte 4] heeft over de inbraak verklaard dat zij met [verdachte] is mee geweest, dat zij zelf in de auto heeft gewacht, dat [verdachte] door een lang smal raampje is gegaan, waarbij hij met een hamer het glas heeft ingeslagen en dat [verdachte] drie tablets heeft meegenomen. [medeverdachte 4] hoorde vervolgens dat het alarm afging en zag [verdachte] aan komen rennen. Ze is toen zo snel mogelijk naar huis gereden. Door het glas heeft [verdachte] een wond aan zijn hand bij zijn pink verkregen.15

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.3

Feit 3 (zaak 32)

In de periode van 26 januari 2016, 20.00 uur en 27 januari 2016, 06.30 uur is er ingebroken in het bedrijfspand gelegen aan de [adres 3] te Krimpen aan de Lek. In dit pand zijn de bedrijven [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4] . Uit het pand zijn 17 beeldschermen (merk Acer), 2 fotocamera’s, 2 computers (notebooks, merk Wyse X90m7), 1 tablet (merk Samsung) en software weggenomen. Het pand is betreden door verbreking van het zijraam van het pand.16 Door wrikken in de sluitnaad met een breekvoorwerp werd het raam geforceerd. Aan de buitenzijde werden werktuigsporen van een breekijzer aangetroffen.17

[medeverdachte 4] heeft over deze inbraak verklaard dat deze is gepleegd door [verdachte] en [medeverdachte 2] .18 Bij deze inbraak is een raam opengewrikt met een koevoet en is er veel weggehaald. [medeverdachte 4] noemt computers en 17 à 18 beeldschermen. De weggenomen goederen zijn door [verdachte] en [medeverdachte 2] in de kelder van de woning van [medeverdachte 4] en [verdachte] gezet. De spullen hebben daar tot de ochtend gestaan. De buit is verkocht aan een neef van [medeverdachte 2] in Leiden.19

Uit onderzoek naar de mobiele telefoongegevens en de historische verkeersgegevens van [verdachte] en [medeverdachte 2] volgt dat [medeverdachte 2] onder de contactnaam Moker in de telefoon van [verdachte] staat en dat op 26 en 27 januari 2016 meermalen telefonisch en sms-contact is geweest tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . Op 26 januari 2016 om 19. [bedrijf 13/adres] uur (werkelijke tijd 20. [bedrijf 13/adres] uur) stuurt [verdachte] een sms aan [medeverdachte 2] met de volgende tekst: ‘Yo bro kom schiet op aub is hier heet bro’. Op 27 januari 2016 om 14.17 uur (werkelijke tijd 15.17 uur) stuurt [verdachte] een sms aan [medeverdachte 2] met de volgende tekst: Sagbi kom a maty zeg m 450 500 neem alles’. Op 28 januari 2016 om 05.27 uur (werkelijke tijd 06.27 uur) stuur [medeverdachte 2] het volgende sms-bericht aan [verdachte] : ‘Yo het is nog steeds niet in orde maar het komt go’.20

Op 26 januari 2016 20.30 uur (werkelijke tijd 21.30 uur) stuurt [medeverdachte 4] een sms aan [verdachte] met de volgende tekst: ‘En zeker als je met die Marokkaan komt dan is het’.21

Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van [verdachte] blijkt dat zijn telefoon op 26 april 2016 om 19.30 uur contact had met de telefoon van [medeverdachte 2] en dat de telefoon van [verdachte] tot in ieder geval 21.43 uur gebruik maakt van zendmasten in Leiden, waarna het nummer zich vervolgens via Rotterdam (22.40 uur) verplaatst naar Krimpen aan de Lek, alwaar om 23.04 een zendmast gebruikt werd. Op 27 januari 2016 omstreeks 04.18 uur maakte de telefoon van [verdachte] weer gebruik van een zendmast in Leiden.22

Uit de berichten van 26 januari 2016 leidt de rechtbank af dat [verdachte] (die woont in Krimpen aan de Lek) en [medeverdachte 2] (die woont in Leiden) die avond hebben afgesproken en naar Krimpen aan de Lek zijn gegaan. Uit de berichten van 27 januari 2016 leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [medeverdachte 2] spreken over de verkoopprijzen van de gestolen goederen.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 2] het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.4

Feit 4 (zaak 27)

In de periode van 5 februari 2016, 23.30 uur en 9 februari 2016, 20.00 uur is ingebroken in het clubhuis van [bedrijf 5] gelegen aan de [adres 4] te Ouderkerk aan den IJssel. [aangever 1] heeft aangifte gedaan van voornoemde inbraak.23 Uit dit pand is een TV merk Samsung, die vastzat aan de muur, en een geldkistje met wat cash en bonnen weggenomen.24

[medeverdachte 4] heeft over deze inbraak verklaard dat deze is gepleegd door [verdachte] en [medeverdachte 2] en dat zij daarbij zelf aanwezig was.25 [medeverdachte 4] heeft bij deze inbraak de auto geparkeerd en [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn bij de scouting naar binnengegaan. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben daarbij een TV weggehaald, die ze van de muur hebben getrokken, en een kistje met daarin twee euro of zo en bonnetjes.26

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 2] het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.5

Feit 5 (zaken 31 en 29)

In de periode van 7 februari 2016 16.00 uur tot en met 8 februari 2016 16.00 uur is er ingebroken in het clubgebouw van de Scouting [bedrijf 6] , gelegen aan [adres 5] te Krimpen aan de Lek. Uit het pand zijn een beamer (merk Benq), een computer (notebook merk Dell) en twee kleine hakbijlen (merk Fie Kars, de rechtbank begrijpt: Fiskar) weggenomen. Het pand is betreden door verbreking van de deur; het slot was geheel vernield.27

[medeverdachte 4] heeft over deze inbraak verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 2] de inbraak hebben gepleegd. Zij hebben bij de inbraak een beamer en nog wat dingen weggenomen. Ze zijn binnengekomen door de deur open te breken met een koevoet.28

Op 18 februari 2016 hebben een man en een vrouw bij het politiebureau Doelwater te Rotterdam een vuilniszak afgegeven die zij in de Maas hebben gevonden. In de vuilniszak bevinden zich diverse spullen, waaronder portemonnees met pasjes, een bruine rugtas, een rode collectebus van de Nederlandse Kankerbestrijding en twee bijlen van het merk Fiskar. Uit onderzoeken in de politiesystemen blijkt dat diverse in de vuilniszak aangetroffen goederen zijn weggenomen bij verschillende woninginbraken.29

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat zij erbij was toen [verdachte] de spullen in het water heeft gedumpt vanaf de Brienenoord onderlangs bij een dijkje langs de zijkant, en dat er iets zwaars in zat, misschien een bewijsstuk of zo, en dat zij geen plons heeft gehoord.30

Twee hakbijlen worden aan aangever van de inbraak bij Scouting [bedrijf 6] , [aangever 2] , geretourneerd.31

In de periode van 7 februari 2016, 23.59 uur tot en met 8 februari 2016, 05.45 uur is er ingebroken in de woning van [aangever 3] , gelegen in de voormalige school aan de [adres 1] in Krimpen aan de Lek. Het pand is betreden door een raam van de woonkamer, dat vanwege de inbraak drie weken eerder, met een hoekijzer was dichtgemaakt, te forceren. Bij de inbraak zijn een portemonnee met inhoud, een hoofdtelefoon, een computermuis, een computer (notebook, merk Asus), twee computertassen en een tablet (Apple iPad) weggenomen.32

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 2] deze inbraak in de voormalige [school 1] hebben gepleegd, dat zij onder meer een Apple iPad en een portemonnee hebben buitgemaakt, dat zij via het raam met een koevoet naar binnen zijn gegaan, dat zij de buit heeft gezien en dat de buit naar haar woning is meegenomen en een aantal uren in haar logeerkamer heeft gestaan.33

Uit onderzoek naar de mobiele telefoongegevens en de historische verkeersgegevens van [verdachte] en [medeverdachte 2] volgt dat [medeverdachte 2] onder de contactnaam Moker in de telefoon van [verdachte] staat en dat op 7 februari 2016 telefonisch en sms-contact is geweest tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . Op 7 februari 2016 om 18.00 uur was er telefonisch contact tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] , waarbij [verdachte] gebruik maakte van een zendmast in Krimpen aan de Lek. Op 7 februari 2016 om 17.36 uur (werkelijke tijd: 18.36 uur) stuurt [medeverdachte 2] een sms aan [verdachte] met de tekst: ‘Haal me op tussen lp en b bob sms als je er bent’. Hierop antwoordt [verdachte] aan [medeverdachte 2] met het volgende tekstbericht: ‘Bel me heb geen btg of stuur een straat naam numme’. Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van [verdachte] blijkt dat hij bij het sturen van het laatstgenoemde sms-bericht (om 18.39 uur) de zendmast aan de Vrijheidslaan 260 te Leiden gebruikt. Vervolgens blijkt dat [verdachte] om 21.07 uur gebruik maakt van een zendmast in Krimpen aan de Lek.34

Uit de historische gegevens van de mobiele telefoon van [medeverdachte 2] blijkt dat hij op 7 februari 2016 om 18.53 uur een zendmast in Leiden en om 21.05 uur een zendmast in Krimpen aan de Lek gebruikt. Vervolgens gebruikt hij op 8 februari 2016 om 01.45 uur en 01.48 uur ook zendmasten in Krimpen aan de Lek en om 02.52 uur een zendmast op de Vrijheidslaan in Leiden.35

Op 10 februari 2016 om 11.56 uur stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 2] het volgende sms-bericht: ‘Dat jij zo weinig geld vraagt voor zoveel spullen’. Op 10 februari 2016 om 16.59 uur stuurt [medeverdachte 2] de volgende tekst aan [verdachte] : ‘Ewa die beem is al weg voor 80 e en geloof mij ik heb net gekeken die spullen zijn niks waard’.36

Uit bovenstaande berichten en zendmastgegevens van [verdachte] en [medeverdachte 2] leidt de rechtbank af dat [verdachte] (die in Krimpen aan de Lek woont) en [medeverdachte 2] (die in Leiden woont) die avond hebben afgesproken, dat [verdachte] [medeverdachte 2] heeft opgehaald in Leiden en dat ze samen naar Krimpen aan de Lek zijn gegaan. Uit de berichten van 10 februari 2016 leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [medeverdachte 2] communiceren over de verkoopopbrengst van de gestolen goederen, meer in het bijzonder over de ‘beem’, waarmee [verdachte] en [medeverdachte 2] , zo begrijpt de rechtbank, doelen op de beamer die bij de inbraak bij Scouting [bedrijf 6] is buitgemaakt.

Verweer

Anders dan de raadsvrouw van [verdachte] heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat met de voorgaande bewijsmiddelen en overwegingen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] voornoemde inbraken met [medeverdachte 2] heeft gepleegd. Zoals hiervoor reeds overwogen acht de rechtbank de verklaringen van [medeverdachte 4] betrouwbaar. Dat [medeverdachte 4] niet bij genoemde inbraken aanwezig is geweest en dat zij van de onderhavige inbraken niet exact alle goederen kan noemen die zijn buitgemaakt en een aantal goederen noemt die niet in de aangiftes van de respectievelijke inbraken worden genoemd, is naar het oordeel van de rechtbank voorstelbaar, gelet op het grote aantal inbraken dat in korte tijd is gepleegd en de grote hoeveelheid aan goederen die is buitgemaakt, en doet geen afbreuk aan hetgeen waarover ze wel verklaart. De rechtbank overweegt daarbij dat haar verklaringen ook in het onderhavige geval op punten heel specifiek zijn en ondersteuning vinden in de overige bewijsmiddelen, waaronder de aangiftes en de telefoon- en zendmastgegevens van [verdachte] en [medeverdachte 2] .

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 2] het onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.6

Inleidende overweging over de samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1]

[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij [medeverdachte 1] jaren geleden heeft leren kennen op een internaat en dat degene die [medeverdachte 4] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) noemt, zijn vriend is en in Rotterdam woont.37 Voorts heeft de politie verschillende telefoongesprekken die tussen [verdachte] (gebruikmakend van het nummer eindigend op - [telefoonnummer 1] ) en [medeverdachte 1] (gebruikmakend van het nummer eindigend op - [telefoonnummer 2] ) plaatsvonden, opgenomen en uitgewerkt en tevens hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] diverse sms-berichten naar elkaar verstuurd.38 Zo heeft [medeverdachte 1] op 19 januari 2016 om 18:55 uur via de sms aan [verdachte] gevraagd “Wanneer gaan we werken” en op 22 februari 2016 om 11:50 uur heeft [verdachte] een bericht aan [medeverdachte 1] gestuurd met de tekst: “Bro ik heb andere auto vanavond werken bro” waarop [medeverdachte 1] heeft geantwoord “Aii tot vanavond”. Op 23 februari 2016 om 08:32 uur heeft [medeverdachte 1] aan [verdachte] het bericht gestuurd “K heb torrie huissleutel met adres”39

Op 6 maart 2016 om 13:57 uur heeft het volgende telefoongesprek plaatsgevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] :40

[…]

[ [medeverdachte 1] ]: ja man, daarom, ik bel jou altijd. Ik werk met jou beter. Graag dan met die andere sukkels

[…]

[ [verdachte] ]: of we gaan morgen te werk. Ik ga even een paar dingen zoeken.

[…]

[ [verdachte] ]: Nee morgen niet. Dan ben ik jarig mattie. Dan ga ik niks doen.

[ [verdachte] ] zegt dat hij zijn verjaardag niet viert maar dat hij niks doet op zijn verjaardag omdat hij al een keer karma heeft meegemaakt,

[ [verdachte] ]: toen zat ik al op het bureau op mijn verjaardag.

[ [medeverdachte 1] ]: ok dat is goed dan gaan we gewoon dinsdag te werk, een dag na je verjaardag.

Op 10 maart 2016 om 19:43 uur heeft het volgende telefoongesprek plaatsgevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] :41

[…]

[ [verdachte] ]: Morgen gaan we gelijk, pakken we er gelijk een paar achter elkaar, ik zoek er nog een paar

[ [medeverdachte 1] ]: Maar eh wat heb je op het oog dan?

[ [verdachte] ]: Iets goeds man, gewoon eh dinges

[…]

[ [medeverdachte 1] ]: 100% zekerheid gewoon

[ [verdachte] ]: Ja ik denk het wel, zijn twee dingen in één

[…]

[ [medeverdachte 1] ]: Ohh oké, is goed, hoe laat zie ik je morgen

[ [verdachte] ]: Ja ik kom je morgen halen zo rond 19:30 a 20:00 uur […]

Voorts heeft zowel [medeverdachte 4] als [medeverdachte 3] bij de politie verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] meerdere keren samen op inbrekerspad zijn geweest.42 Ten slotte is het een feit van algemene bekendheid dat met een “torrie” een inbraak wordt bedoeld in straattaal. De rechtbank leidt uit deze bevindingen en verklaringen – in onderlinge samenhang bezien – af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] elkaar kennen en in de maanden februari en maart 2016 meermalen met elkaar op pad zijn geweest om inbraken te plegen, te meer nu zij geen verklaring hebben gegeven voor bovengenoemde tapgesprekken en sms-berichten en deze, mede in het licht van na te noemen bewijsmiddelen, om een uitleg vragen.

3.4.7

Feit 6 (zaken 3 en 2)

In de nacht van 13 februari 2016 tussen 00.30 uur en 01.00 uur is ingebroken in het bedrijfspand [bedrijf 7] gelegen aan de [adres 6] te Lekkerkerk. Uit dit pand zijn vier computerbeeldschermen en twee computers weggegenomen. Het pand is betreden door de deur van de hoofdingang open te breken met een breekvoorwerp. Het kozijn van de deur ter hoogte van het slot is vernield.43

Op 13 februari 2016 om 00.30 uur ziet een getuige dat een donkere personenauto met hierin drie personen, parkeert tegenover de [bedrijf 7] . Twee mannelijke personen met handschoenen aan stappen uit en doen een capuchon op. De derde persoon, een man of vrouw met een lichtkleurige jas met bontkraag en opgebonden haar in een soort knotje, blijft in de auto. Als de mannen na ongeveer een halfuur terugkomen, stapt de bestuurder uit en doet de kofferbak open. Een van de mannen zet iets op de grond dat glimt.44 De getuige is zeker van het tijdstip van 00.30 uur omdat hij dit heeft gezien op de klok van de magnetron.45

In de periode van 12 februari 2016, 21.30 uur tot en met 13 februari 2016, 02.03 uur is ingebroken in het bedrijfspand van [bedrijf 8] , gelegen aan de [adres 7] te Lekkerkerk. Uit het pand is een geldbedrag van € 1400,50 weggenomen (€ 605,- aan papiergeld en € 795,50 aan muntgeld). Het pand is betreden door een toegangsdeur open te breken.46 Tevens is een collectebus van de KWF-kankerbestrijding weggenomen.47 Uit sporenonderzoek blijkt dat het onderste schuifslotje van een deur is afgebroken en in de sluitnaad van die deur is een indrukspoor van een breekwerktuig aangetroffen.48

Op 18 februari 2016 hebben een man en een vrouw bij het politiebureau Doelwater te Rotterdam een vuilniszak afgegeven die zij in de Maas hebben gevonden. In de vuilniszak bevinden zich diverse spullen, waaronder portemonnees met pasjes, een bruine rugtas, een rode collectebus van de Nederlandse Kankerbestrijding en twee bijlen van het merk Fiskar. Uit onderzoeken in de politiesystemen blijkt dat diverse in de vuilniszak aangetroffen goederen zijn weggenomen bij verschillende woninginbraken.49

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat zij erbij was toen [verdachte] de spullen in het water heeft gedumpt vanaf de Brienenoord onderlangs bij een dijkje langs de zijkant, en dat er iets zwaars in zat, misschien een bewijsstuk of zo, en dat zij geen plons heeft gehoord.50

[aangever 4] herkent de in de Maas gevonden collectebus van KWF-kankerbestrijding, als de bij hem uit de snackbar [bedrijf 8] ontvreemde collectebus, aan het aan de bus bevestigde kettinkje.51

[medeverdachte 4] heeft over deze beide inbraken verklaard dat deze zijn gepleegd door [verdachte] en [medeverdachte 1] en dat zijzelf bij beide inbraken aanwezig is geweest. [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn om ongeveer 00.00/00.30 uur bij de [bedrijf 7] naar binnen gegaan en met computers en beeldschermen teruggekomen. Zij waren in de Opel Corsa, die een wieldop mist. [medeverdachte 4] heeft de auto geparkeerd en de achterbak van de auto geopend. Zij droeg bij de inbraak in de [bedrijf 7] een jas met een witte bontkraag. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben de buit [bedrijf 7] 50/50 verdeeld. Ze zijn vervolgens naar huis gereden en hebben de spullen [bedrijf 7] in de schuur gezet. Daarna zijn [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] naar [bedrijf 8] gereden. [bedrijf 8] was om ongeveer 01.15/01.45 uur. Bij [bedrijf 8] hebben ze geld (briefgeld, muntrollen, losse munten) en een KWF-collectebus weggenomen. De KWF-collectebus hebben ze leeggemaakt en vervolgens weggegooid. Het geld hebben ze met zijn allen geteld en is door [verdachte] en [medeverdachte 1] door tweeën gedeeld.52

Aan de achterzijde van de SNS-bank te Lekkerkerk is een camera die staat gericht op een doodlopende weg genaamd Poolmanweg, alwaar de bedrijfspanden waar was ingebroken in de nacht van 13 februari 2016 waren gelegen. Op de camerabeelden van 13 februari 2016 van deze camera ziet verbalisant Van der Maas het volgende. Om 00.27 uur rijdt een Opel Corsa, modeljaar 1998 en blauw/paars van kleur, de Poolmanweg in vanuit de Talmastraat. Het lijkt alsof deze Opel Corsa rechtsvoor een wieldop mist. Om 01.02 uur komt een identiek voertuig weer in beeld en slaat linksaf richting Talmastraat. Om 01.59 uur komt hetzelfde model, type en kleur Open Corsa, die wederom rechtsvoor een wieldop lijkt te missen, weer in beeld. De Corsa parkeert op het parkeerterrein naast de Poolmanweg. Twee personen/schimmen stappen uit richting snackbar [bedrijf 8] . Om 02.08 uur verlaat dezelfde Corsa vanaf de parkeerplaats het terrein met relatief hoge snelheid.53

Uit onderzoek naar de mobiele telefoongegevens en de historische verkeersgegevens van [verdachte] en [medeverdachte 1] blijkt dat [verdachte] onder de contactnaam [verdachte] in de telefoon van [medeverdachte 1] staat en dat zij op 12 februari 2016 om 17.43 uur telefonisch contact hebben.54 [verdachte] maakt op dat moment gebruik van een zendmast in Ouderkerk aan den IJssel en [medeverdachte 1] maakt op dat moment gebruik van een zendmast in Rotterdam. [verdachte] verplaatst zich vervolgens naar Rotterdam, Leiden en gebruikt op 13 (de rechtbank begrijpt: 12) februari 2016 om 23.18 uur weer een zendmast in Krimpen aan de Lek. Het nummer van [medeverdachte 1] krijgt op 12 februari 2016 om 23.54 uur een sms waarbij er gebruik wordt gemaakt van de zendmast aan de Hoofdstraat 197 te Krimpen aan de Lek, om later die nacht op 13 februari 2016 om 04.11 uur weer gebruik te maken van een zendmast in Rotterdam.55

Uit de zendmastgegevens en het telefonisch contact leidt de rechtbank af dat [verdachte] (die woont in Krimpen aan de Lek) en [medeverdachte 1] (die woont in Rotterdam) die avond hebben afgesproken en naar Krimpen aan de Lek zijn gegaan.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.8

Feiten 7 t/m 13 (zaken 4 t/m 8 en 15 t/m 26)

De avond van 16 februari 2016 en de nacht van 17 februari 2016

In deze avond/nacht is sprake van meerdere (pogingen tot) inbraken in de gemeente Krimpenerwaard, welke aan [verdachte] en [medeverdachte 1] worden verweten. De rechtbank zal achtereenvolgens de inbraak bij supermarkt [bedrijf 9] te Lekkerkerk (feit 7), de poging tot inbraak bij het tankstation van [bedrijf 14] te Lekkerkerk (feit 8, onder A), bij Sportcomplex [bedrijf 10] te Ouderkerk aan den IJssel (feit 8, onder B), bij de [bedrijf 11] Krimpen te Krimpen aan de Lek (feit 8, onder C) en bij Slijterij [bedrijf 12] te Krimpen aan de Lek (feit 8, onder D) bespreken. Ten slotte zal de rechtbank de (pogingen tot) inbraken in dezelfde nacht in seniorencomplex [bedrijf 13/adres] te Krimpen aan de Lek (feit 9 tot en met 13) bespreken.

Supermarkt [bedrijf 9] te Lekkerkerk

Op 17 februari 2016 heeft [aangever 5] aangifte van inbraak gedaan namens de [bedrijf 9] gelegen aan het [adres 8] te Lekkerkerk. Om 00:25 uur dezelfde dag komt er een alarmmelding op zijn telefoon van de alarmcentrale. Bij de winkel blijkt dat de schuifdeuren zijn opengebroken. Uit de rekken van het schap met tabakswaren zijn diverse pakjes sigaretten en shag weggenomen en er is een breekijzer achtergelaten.56

De beelden gemaakt door de camera’s bij de [bedrijf 9] zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen tussen 0:05 uur en 0:24 uur met behulp van een breekijzer en een krik de schuifdeuren openbreken en het rolluik bij de tabakswaren openmaken.57 De mannen hebben de volgende signalementen:

Man 1:

-Getint ( donker uiterlijk)

-Petje, tweekleurig, (voorzijde licht, achterzijde donkerkleurig)

-Normaal postuur

-Donkere trainingsbroek met Adidas-logo met witte biezen aan de zijkant

-Donkerkleurige gewatteerde jas, glimmend, heupmodel met capuchon, aan de

achterzijde ter hoogte van de schouderbladen een wit stukje/embleem.

-Donkere schoenen

-Lichtkleurige handschoenen

Man 2:

-Blank

-Normaal postuur

-Donkere trainingsbroek met witte biezen aan de zijkant, en een lichtkleurig embleem

bovenaan de rechter broekspijp.

-Donkere veterschoenen met witte zolen

-Donkerkleurige jas, heupmodel met capuchon.

-Petje, waarvan de voorzijde donkerkleurig (achterzijde niet zichtbaar, doordat verdachte zijn capuchon over het petje droeg)

-Lichtkleurige handschoenen58

[medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bij de [bedrijf 9] sigaretten hebben gejat. [verdachte] heeft dit aan haar verteld toen hij thuiskwam. Ook heeft hij haar verteld dat hij daar een koevoet is vergeten.59 De sigaretten zijn volgens haar verkocht aan vrienden voor 40 of 30 euro per tien pakjes en de opbrengst is fifty-fifty verdeeld tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] herkent [medeverdachte 1] en [verdachte] van de foto’s gemaakt van de camerabeelden bij de [bedrijf 9] .60

In de telefoon van [verdachte] zijn foto’s aangetroffen van een grote hoeveelheid sigaretten, gemaakt op 20 februari 2016.61 Geconfronteerd met deze foto’s heeft [medeverdachte 4] verklaard dat dit foto’s van de buit zijn die gemaakt zijn op de logeerkamer waar de spullen van [verdachte] staan en dat ze zelf twee pakjes Camel heeft gekregen.62

[medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] de deur bij de [bedrijf 9] met een krik heeft opengebroken en dat toen het alarm afging.63

Ten slotte is er in het huis van [medeverdachte 3] en op zijn aanwijzing kleding inbeslaggenomen die volgens [medeverdachte 3] aan [verdachte] toebehoort.64 Verschillende van deze kledingstukken passen bij de kleding die gelet op het genoemde signalement wordt gedragen door één van de twee mannen die te zien zijn op de beelden van de camera’s bij de [bedrijf 9] .65

Tussenconclusie

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewijs opleveren dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in bewuste en nauwe samenwerking de inbraak bij de [bedrijf 9] te Lekkerkerk op 17 februari 2016 hebben gepleegd. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] .

Tankstation [bedrijf 14] te Lekkerkerk

Op 17 februari 2016 heeft [aangever 6] namens de rechtspersoon [bedrijf 14] de Boezem aangifte gedaan van een poging tot inbraak. Op dinsdag 16 februari 2016 heeft hij rond 21:00 uur het tankstation gelegen aan de [adres 9] te Lekkerkerk afgesloten en in goede staat achtergelaten. Toen hij op 17 februari 2016 omstreeks 06:00 uur weer bij het tankstation is aangekomen, heeft hij gezien dat er diverse barsten en sterren zaten in de ruit aan de voorzijde van het tankstation en dat er op de grond diverse kapotte straatstenen lagen. Ook heeft hij braakschade gezien aan de schuifdeuren aan de voorzijde en aan de achterdeur van het tankstation.66

De beelden gemaakt door de camera’s bij het tankstation zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen tussen 22:40 uur en 22:49 uur rond het tankstation lopen en voelen aan de deur. Om 23:54 uur zijn de mannen weer terug en is te zien dat ze rondlopen met een koevoet, stoeptegels tegen de ruit gooien en wrikken met de koevoet zowel bij de deurpost aan de achterkant als bij de schuifdeuren aan de voorkant. Het lukt de mannen evenwel niet om binnen te komen en om 0:09 uur is te zien dat ze wegrijden met een klein blauw voertuig. De verbalisant die de beelden heeft bekeken, heeft een signalement gegeven van de twee mannen.67

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat ze weet van de poging inbraak bij de [bedrijf 14] en dat het daar niet gelukt is met de steen omdat de ruit van kogelwerend glas bleek te zijn. Ze herkent voorts [verdachte] van de foto’s gemaakt van de beelden van de camera’s van het tankstation aan zijn schoenen, zijn postuur, zijn houding, een beetje zijn gezicht en zijn pet.68

Evenals de rechtbank heeft genoemd bij het vorige feit, geldt dat bepaalde kleding van [verdachte] die bij [medeverdachte 3] is aangetroffen, gelijkenissen vertoont met de kleding die wordt gezien bij één van de mannen op de beelden gemaakt bij het tankstation.69

Tussenconclusie

Het voorgaande in combinatie met het feit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] die nacht kennelijk samen op inbrekerspad zijn, gelet op de bewezenverklaring van de inbraak bij de [bedrijf 9] hierboven, en het feit dat de signalementen van de mannen die blijkens de afzonderlijke processen-verbaal worden waargenomen op de beelden van de [bedrijf 9] en die worden waargenomen op de beelden van het tankstation op hoofdlijnen gelijkluidend zijn, leidt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in nauwe en bewuste samenwerking hebben gepoogd in te breken bij de [bedrijf 14] te Lekkerkerk. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . Het verweer van de raadsvrouw onder verwijzing naar vaste jurisprudentie dat behoedzaam moet worden omgegaan met herkenningen, leidt niet tot een ander oordeel, reeds nu de herkenning in deze zaak door [medeverdachte 4] niet het enige (onderdeel van het) bewijsmiddel is dat duidt op de betrokkenheid van [verdachte] . [medeverdachte 4] heeft immers tevens verklaard dat zij van [verdachte] wist dat hij de betreffende nacht bij de [bedrijf 14] was geweest en zij weet daarover specifieke details te vermelden, hetgeen bijdraagt aan de mate van betrouwbaarheid van de verklaring.

Sportcomplex [bedrijf 10] te Ouderkerk aan den IJssel

Op 17 februari 2016 heeft [aangever 7] namens [aangever 27] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in een bar van een sportcomplex gelegen aan de [adres 10] te Ouderkerk aan den IJssel. Op dezelfde dag om 0:50 uur was aangever in het sportcomplex aan het opruimen na sluitingstijd. Hij hoorde geluiden uit de kleine zaal van het complex komen, terwijl het gebouw leeg hoorde te zijn. Hij is toen achter de bar vandaan gekomen en richting de kleine zaal gelopen, die zich naast het cafégedeelte bevindt. Daar zag hij twee mannen achter de bar van de kleine zaal staan, beide in het donker gekleed waarbij de voorste man een petje droeg met daaroverheen een capuchon. Hij wist dat de inbrekers hem hadden gezien, want hij zag bij hen een schrikreactie toen ze hem zagen. Hij ging terug naar de keuken en sloot zichzelf daar op in afwachting van de door hem gebelde politie. Bij controle bleek de kassa achter de kleine bar te zijn opengebroken. Deze la was leeg en er is dus niets gestolen, volgens aangever.70

De beelden gemaakt door de camera’s bij het sportcomplex zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen naar de toegangsdeur van [bedrijf 10] liepen. De deurklink wordt naar beneden gedaan maar de deur gaat niet open. De beelden van de bar van [bedrijf 10] laten zien dat de barman om 0:51 uur bezig is achter de bar en dingen wegzet. De barman komt vervolgens achter de bar vandaan en loopt richting een deuropening, welke toegang biedt tot de volgende ruimte. De barman kijkt de ruimte in, deinst vervolgens naar achter en duikt achter de bar. Vervolgens komen er twee mannen via deze deuropening de ruimte in, beide zijn donker gekleed en hebben witte biezen aan de zijkant van hun broek. De voorste persoon heeft een staaf of een koevoet in zijn hand. Beide personen hebben een capuchon op. De verbalisant die de beelden heeft bekeken herkent de mannen die op de beelden in de bar te zien zijn als dezelfde mannen die op de beelden van de toegangsdeur te zien zijn. De verbalisant heeft een signalement van deze mannen gegeven.71

[medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard, op de vraag of ze nog van een andere inbraak heeft gehoord op dezelfde dag (17 februari 2016), dat ze over de “ [bedrijf 10] ” weet en dat ze (de rechtbank begrijpt: [verdachte] en [medeverdachte 1] ) toen iemand hebben gehoord en hard naar buiten zijn gerend.72 Op de vraag wat [medeverdachte 4] bedoelt met “ [bedrijf 10] ” heeft ze verklaard dat je er kan sporten, er een kroeg zit en dat ze er feesten geven en dat het kan zijn dat het [bedrijf 10] (de rechtbank begrijpt: [bedrijf 10] ) betreft.73

Evenals de rechtbank heeft genoemd bij het vorige feit, geldt dat bepaalde kleding van [verdachte] die bij [medeverdachte 3] is aangetroffen, gelijkenissen vertoont met de kleding die wordt gezien bij één van de mannen op de beelden gemaakt bij het sportcomplex.74

Tussenconclusie

Het voorgaande in combinatie met het feit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] die nacht kennelijk samen op inbrekerspad zijn, gelet op de bewezenverklaring van de inbraak bij de [bedrijf 9] en van de poging tot inbraak bij de [bedrijf 14] hierboven, en het feit dat de signalementen van de mannen die blijkens de afzonderlijke processen-verbaal worden waargenomen op de beelden van de [bedrijf 9] en de [bedrijf 14] en die worden waargenomen op de beelden van het sportcomplex op hoofdlijnen gelijkluidend zijn, leidt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in nauwe en bewuste samenwerking hebben gepoogd in te breken bij sportcomplex [bedrijf 10] te Ouderkerk aan den IJssel. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] .

[bedrijf 11] Krimpen te Krimpen aan de Lek

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor een bewezenverklaring van de poging inbraak bij de [bedrijf 11] Krimpen op 17 februari 2016. Hierbij is redengevend dat er voor deze zaak geen sprake is van een bewijsmiddel waaruit kan worden afgeleid dat [verdachte] en [medeverdachte 1] die nacht bij de [bedrijf 11] zijn geweest. Dat de Opel Corsa waarmee zij die nacht rondreden daar blijkens camerabeelden in de buurt zou hebben gereden, is daartoe onvoldoende, temeer nu de woning waar [verdachte] toentertijd verbleef in dezelfde buurt gelegen is. Ook het feit dat zij die nacht op kennelijk op inbrekerspad waren en een paar weken later bij de [bedrijf 11] wel een voltooide inbraak heeft plaatsgevonden waarvoor [verdachte] en [medeverdachte 1] verantwoordelijk zouden zijn, is weliswaar een grond voor verdenking, mede gelet op het feit dat zij blijkens het dossier ook andere plekken meer dan eens hebben bezocht om (te pogen) in te breken, maar is onvoldoende om hun betrokkenheid buiten redelijke twijfel vast te stellen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feitonderdeel (feit 8 onder C, ten aanzien van zaak 7).

Slijterij [bedrijf 12] te Krimpen aan de Lek

Op 17 februari 2016 heeft [aangever 8] als eigenaar van een slijterij, gelegen aan de [adres 11] te Krimpen aan de Lek, aangifte gedaan van een poging tot inbraak. Op 16 februari 2016 heeft hij de winkel om 18:30 uur verlaten en hij is de volgende dag om 8:30 uur teruggekeerd. Hij heeft toen gezien dat er gerommeld is aan het rooster van een kast naast de toegangsdeur van de winkel. Er was geprobeerd dit rooster te verwijderen. Ook heeft hij een afdruk van vermoedelijk een schroevendraaier in de deur van zijn winkel zien zitten.75

De beelden gemaakt door de camera’s bij de slijterij zijn door de politie bekeken en daarop is te zien dat twee mannen om 1:10 uur aan de achterzijde van de slijterij verschijnen. Eén van de mannen heeft een beitel of een schroevendraaier in zijn hand, die hij tussen de deur en deurpost steekt ter hoogte van de slotplaat. De andere man duwt met zijn hand op de deurklink. Vervolgens schuiven de mannen een meter op en wordt er nog wat geprobeerd met de schroevendraaier. Vervolgens lopen de mannen weg. De verbalisant die de beelden heeft bekeken, heeft een signalement van de mannen gegeven.76

Ten slotte is [medeverdachte 1] aangehouden terwijl hij zwarte Adidas Torsion schoenen droeg en heeft de politie een reconstructie uitgevoerd met deze inbeslaggenomen schoenen en het camerasysteem van de slijterij om aan te kunnen tonen dat op de betreffende camerabeelden hetzelfde merk en type schoen te zien is.77 Hiertoe zijn de schoenen van verdachte in de nachtelijke uren in dezelfde positie gezet als dat de voeten van de verdachte tijdens de (poging tot) inbraak stonden. Vastgesteld wordt dat er opvallende overeenkomsten zijn te zien tussen de schoenen op de foto’s van de beelden ten tijde van de (poging tot) inbraak en de foto’s van de beelden van de schoenen ter gelegenheid van de reconstructie.78

Tussenconclusie

Het voorgaande in combinatie met het feit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] die nacht kennelijk samen op inbrekerspad zijn, gelet op de bewezenverklaring van de inbraak bij de [bedrijf 9] en van de poging tot inbraak bij de [bedrijf 14] en het sportcomplex [bedrijf 10] hierboven, en het feit dat de signalementen van de mannen die blijkens de afzonderlijke processen-verbaal worden waargenomen op de beelden van de [bedrijf 9] , de [bedrijf 14] en [bedrijf 10] , en die worden waargenomen op de beelden van de slijterij op hoofdlijnen gelijkluidend zijn, leidt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in nauwe en bewuste samenwerking hebben gepoogd in te breken bij slijterij [bedrijf 12] te Krimpen aan de Lek op 17 februari 2016. De overtuiging van de rechtbank wordt hierbij ondersteund door hetgeen eerder is opgemerkt over de samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] .

Seniorencomplex [bedrijf 13/adres] te Krimpen aan de Lek

Op 17 februari 2016 wordt in de nachtelijke uren in meerdere appartementen van het bejaardentehuis [bedrijf 13/adres] te Krimpen aan de Lek ingebroken dan wel een poging daartoe gedaan terwijl de betreffende bewoners liggen te slapen. In totaal worden naar aanleiding hiervan op 17 februari 2016 twaalf aangiftes gedaan. Volgens deze aangiftes is achtereenvolgens weggenomen een handtas met daarin een portemonnee met inhoud waaronder pasjes ( [aangever 6] , [bedrijf 13/adres] , ),79 een zilveren Seiko-horloge en een portemonnee met inhoud en waardepapieren ( [aangever 10] , De [bedrijf 13/adres] ),80 een Philips televisie ( [aangever 11] , [bedrijf 13/adres] ),81 een laptop merk Acer, een portemonnee met inhoud, 145 euro en een reservesleutel ( [aangever 12] , [bedrijf 13/adres] ),82 geld en diverse sieraden ( [aangever 13] , [bedrijf 13/adres] ),83 een damestas, een Ipad, twee portemonnees en sleutels ( [aangever 14] , [bedrijf 13/adres] ),84 een portemonnee met bankpasje ( [aangever 15] , [bedrijf 13/adres] ).85 Voorts is vanachter de balie van de receptie een kluisje met geld (1.084 euro) verdwenen en is de glazen beker leeg waar het koffiegeld (23 euro) in zat ( [aangever 16] , [bedrijf 13/adres] ).86 De overige aangiftes zien op appartementen waaruit geen goederen zijn weggenomen. Wel zijn daar lades en kasten opengemaakt van onder meer een dressoir en een secretaire ( [bedrijf 13/adres] , [aangever 17] en [bedrijf 13/adres] , [aangever 18] )87 dan wel zijn de bewoners wakker geworden en hebben zij een persoon of personen in hun woning gezien, die vervolgens weg zijn gegaan ( [bedrijf 13/adres] , [aangever] en [bedrijf 13/adres] , [aangever 9] ).88 Bij de toegangsdeur noch bij de afzonderlijke appartementen is braakschade te vinden zodat bij aangever [aangever 14] van [aangever 16] het vermoeden bestaat dat de daders de beschikking hadden over een loper waarmee al deze deuren kunnen worden geopend.89

Op 18 februari 2016 wordt bij een politiebureau in Rotterdam een gevonden rugtas ingeleverd. De tas is aangetroffen in de Maas tussen de Van Brienenoordbrug en de wijk De Esch door iemand die zijn hond daar uitliet.90 In de rugtas worden diverse goederen aangetroffen waaronder portemonnees met diverse pasjes91, een zilverkleurig Seiko-horloge en een sleutel voorzien van een blauw plastic label waarop in hoofdletters was geschreven: "HOOFDSLEUTEL". Tevens was er op de sleutel een ingeslagen nummer zichtbaar namelijk [nummer] . Deze sleutel met blauw label is qua vorm, benummering en tekst gelijk aan de sleutel voorzien van een wit label die de verbalisant door de [aangever 16] ter hand werd gesteld als zijnde de hoofdsleutel/-loper van de toegangsdeur en alle woningen gesitueerd aan [bedrijf 13/adres] .92

Voorts is uit het onderzoek gebleken dat er in de nacht van 17 februari 2016 om 2:20 uur 1.000 euro is gepind bij een pinautomaat in Krimpen aan de Lek met de bankpas die is weggenomen bij aangeefster [aangever 15] ( [bedrijf 13/adres] ). Aangeefster heeft een bankafschrift overgelegd aan de politie waaruit dit is af te leiden. Op de beelden gemaakt door de camera bij de pinautomaat is te zien dat er bij deze transactie twee personen bij de automaat staan met capuchons op en één heeft een zwarte sjaal of doek voor het gezicht.93

[medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard dat ze van [verdachte] heeft gehoord dat hij bij [bedrijf 13/adres] binnen is gekomen en daar spullen heeft weggehaald. Hij vertelde dat ze naar de bejaarden waren geweest. Ze weet dat er een zwarte Philips televisie is weggenomen en deze is dezelfde nacht bij haar in slaapkamer gezet en heeft daarna nog ongeveer vier dagen bij haar thuis gestaan, waarna ze samen hebben besloten hem weg te doen.94 Volgens haar heeft [verdachte] de moedersleutel weggenomen bij de receptie.95 Ze weet voorts dat ze een pinpas in één van de woningen hebben gevonden met een pincode erbij. Daar zat een limiet op van 1.000 euro en dat bedrag is vervolgens gepind door [verdachte] en [medeverdachte 1] bij de Rabobank te Krimpen aan de Lek, de enige pinautomaat die daar is. [verdachte] heeft haar verteld dat hij lopend is gegaan samen met [medeverdachte 1] en dat ze zichzelf goed hadden bedekt; het geld is verdeeld tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] .96 Voorts heeft [medeverdachte 4] verklaard dat ze erbij was toen er spullen, waaronder tassen, afkomstig van [bedrijf 13/adres] in het water werden gedumpt in de buurt van de Brienenoord.97 Ten slotte weet ze dat er, naast de genoemde televisie, geld en handtasjes zijn weggenomen. [verdachte] had haar verteld dat er een portemonnee in zat, zelf heeft ze dit niet gezien. Het buitgemaakte goud is volgens haar waarschijnlijk ingeleverd bij een juwelier op de Kruiskade in Rotterdam.98

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [verdachte] een televisie bij hem heeft gebracht. [medeverdachte 3] wilde deze eerst zelf houden, maar dit mocht niet van [verdachte] en hij moest hem verkopen. [medeverdachte 3] heeft de televisie verkocht onder de naam “Jade” op Marktplaats.99 De politie is op grond van onderzoek van de telefoongegevens van [medeverdachte 3] en gegevens die zijn opgevraagd bij Marktplaats, tot de conclusie gekomen dat de televisie verkocht is aan ene [betrokkene] . De politie heeft bij hem een televisie aangetroffen van hetzelfde merk en type en met hetzelfde serienummer als is weggenomen bij aangeefster [aangever 11] ( [bedrijf 13/adres] ).100

Tussenconclusie

De rechtbank is op grond van bovenstaande bewijsmiddelen in combinatie met het feit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] , zoals eerder overwogen, op inbrekerspad zijn die nacht, van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in nauwe en bewuste samenwerking de inbraken en pogingen daartoe in de nacht van 17 februari 2016 in seniorencomplex [bedrijf 13/adres] hebben gepleegd met behulp van hoofdsleutel/loper die later is teruggevonden in een tas, nabij de Brienenoordbrug en dat zij met de daarbij buitgemaakte bankpas van [aangever 15] die nacht 1.000 euro hebben gepind. Het feit dat de bewoners ( [aangever 12] en [aangever 9] ) die deze nacht naar eigen zeggen de daders hebben gezien, volgens de raadsvrouw signalementen hebben gegeven die een contra-indicatie zouden vormen voor de betrokkenheid van [verdachte] dan wel [medeverdachte 1] , leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Hierbij is van belang dat voor zover hiervan sprake is, geldt dat de omstandigheden voor een betrouwbare waarneming van de daders niet ideaal waren, nu de betreffende aangevers zijn gestoord in hun slaap en weinig tijd hebben gehad om een en ander in zich op te nemen. Ten slotte gaat de rechtbank voorbij aan het verweer dat bij de poging tot inbraak bij aangeefster [aangever] en aangever [aangever 9] geen sprake zou zijn van een begin van uitvoering. Uit de genoemde aangiftes blijkt duidelijk dat de aangevers wakker worden en respectievelijk één en twee personen in hun woning zien staan dan wel lopen. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat [verdachte] of [medeverdachte 1] , dan wel beiden, in de bedoelde woningen zijn geweest, waarmee een begin van uitvoering van de gekwalificeerde diefstal – zij zijn immers steeds de woningen binnengegaan met gebruikmaking van een valse sleutel – gegeven is.

Conclusie betreffende de avond van 16 februari 2016 dan wel de nacht van 17 februari 2016

De rechtbank zal gelet op het voorgaande bewezen verklaren dat [verdachte] de gekwalificeerde diefstallen tenlastegelegd onder feit 7, 9, 10, 11, 12 (onder A tot en met D) en de pogingen daartoe tenlastegelegd onder feit 8 (onder A, B en D) en 13 (onder A tot en met D) heeft begaan in de hoedanigheid van medepleger. De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 8, onder C.

3.4.9

Feit 14 (zaak 9)

Op 23 februari 2016 heeft [aangever 19] , namens bloemisterij [bedrijf 15] en [aangever 20] , aangifte gedaan van een inbraak in de winkel gelegen aan de [adres 12] in Krimpen aan de Lek, gepleegd tussen 22 februari 2016 om 21.00 uur en 23 februari 2016 om 7.30 uur, waarbij twee notebooks (merken Toshiba en Bell), een envelop met 990 euro en een fotocamera (merk Nikon) met toebehoren zijn weggenomen. Zij zag dat de achterdeur, die uitkomt op de [adres 16] , was opengebroken.101

Op camerabeelden is te zien dat op 23 februari 2016 om 1.59 uur een Opel Tigra, model 1998, in beeld komt en vermoedelijk net buiten beeld parkeert. Om 02.02 uur lopen twee mannen richting de [adres 16] , verbreken met een staaf/koevoet de deur aan de achterzijde van de winkel en gaan kort hierna door die deur naar binnen. Om 02.10 uur verlaten de mannen de winkel met een gevulde boodschappentas.102 De politie constateert dat de kleding van één persoon op de beelden (deels) overeenkomt met (in de woning van [medeverdachte 3] ) inbeslaggenomen kleding van [verdachte] .103

[medeverdachte 4] heeft over deze inbraak verklaard: dat weet ik wel, daar hebben ze een laptop weggehaald als het goed is. Die heb ik in mijn huis gezien en de volgende dag is deze meteen weg gegaan. Gevraagd naar een (poging tot) inbraak om 01.50 uur in dezelfde nacht bij Eetcafé [bedrijf 16] (zie zaak 36 hierna) heeft zij verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] daar op het terrein zijn geweest maar dat het niet gelukt was om in te breken. Ze zei nog dat het dom was, omdat daar overal camera’s hangen.104

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan de inbraak bij [bedrijf 15] . Hoewel [medeverdachte 4] verder niet heel specifiek is over deze inbraak en de aldaar weggenomen goederen, weet zij wel dat deze inbraak door [verdachte] en [medeverdachte 1] is gepleegd. Voorts heeft zij meer gedetailleerd verklaard over de (poging tot) inbraak tien minuten daarvoor bij Eetcafé [bedrijf 16] , die eveneens door [verdachte] en [medeverdachte 1] was gepleegd. Dit sterkt de rechtbank in de overtuiging dat beide inbraken, en dus ook de inbraak bij [bedrijf 15] , door [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn gepleegd.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 14 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.10

Feit 15 (zaak 36)

Op 23 februari 2016 heeft [aangever 21] aangifte gedaan van een inbraak in Eetcafé [bedrijf 16] gelegen aan de [adres 13] in Krimpen aan den IJssel. De boven het café woonachtige [aangever 21] hoort om 01.50 uur het alarm afgaan. Hij gaat naar beneden en ziet een donkere auto zonder verlichting wegrijden. In de kantoorruimte is een raam opengebroken en lades van het bureau stonden open. Er is volgens [aangever 21] niets weggenomen. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben geprobeerd bij Eetcafé [bedrijf 16] in te breken.

In lijn met deze verklaringen is aan [verdachte] en [medeverdachte 1] een poging tot inbraak tenlastegelegd. Op 5 maart 2016 evenwel geeft de politie aan [aangever 21] een grijze kist terug, welke kist [aangever 21] herkent als zijn eigendom. De kist was onderdeel van een erfenis, er zaten papieren van zijn (groot)vader in. De kist was zonder zijn toestemming weggenomen, aldus [aangever 21] .

Niet is gebleken waar en wanneer deze kist door de politie is aangetroffen. Nu uit het dossier niet is gebleken van een andere inbraak bij eetcafé [bedrijf 16] dan de genoemde inbraak van 23 februari 2016, gaat de rechtbank ervan uit dat de aan [aangever 21] teruggegeven kist is weggenomen bij de inbraak op 23 februari 2016. Dat brengt met zich dat er geen sprake is geweest van de tenlastegelegde poging tot diefstal met braak maar van een voltooide diefstal met braak.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] het onder 15 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

3.4.11

Feit 16 (zaak 10)

Op 27 februari 2016 heeft [aangever 4] aangifte gedaan van een inbraak in zijn snackbar [bedrijf 8] , gelegen aan de [adres 14] in Lekkerkerk, gepleegd tussen 26 februari 2016 om 21.00 uur en 27 februari 2016 om 6.30 uur, waarbij een kassalade en een witte kunststof bak met geld zijn meegenomen (totaal weggenomen een bedrag van € 878,50). Hij zag dat de zijdeur was opengebroken met een breekvoorwerp.105 De weggenomen kassalade is op 27 februari 2016 rond 15.00 uur aangetroffen aan de Buitenweg in Krimpen aan de Lek en teruggegeven aan [aangever 4] .106

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] drie keer bij [bedrijf 8] zijn geweest. De tweede keer was de buit 600 euro dacht ze, welk bedrag tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] is verdeeld.107

Uit onderzoek naar de historische gegevens van de onder [verdachte] aangetroffen telefoon (nummer eindigend op - [telefoonnummer 1] ) blijkt dat er op 26 februari 2016 om 18:26 uur contact was met een nummer van [medeverdachte 1] (eindigend op - [telefoonnummer 2] ). Het nummer van [verdachte] gebruikt op dat moment de zendmast in Krimpen aan den Lek. Uit het baken dat vanaf 24 februari 2016 in de Opel Tigra zit blijkt dat deze op dat moment ook in Krimpen aan den Lek is. Vervolgens is er om 19:02 uur wederom een gesprek tussen de nummers eindigend op - [telefoonnummer 1] en - [telefoonnummer 2] waarbij het nummer van [medeverdachte 1] gebruik maakt van de zendmast aan de Mathenesserlaan 321 te Rotterdam en het nummer van [verdachte] gebruik maakt van de zendmast aan de Havenstraat in Rotterdam. Uit de bakengegevens van de Opel Tigra blijkt dat de auto op dat moment in de nabije omgeving van de Mathenesserlaan is. Om 22:52 uur belt het nummer eindigend op - [telefoonnummer 2] naar het nummer van [medeverdachte 4] waarbij het nummer eindigend op - [telefoonnummer 2] gebruik maakt van de zendmast op de Persant Snoepweg te Leiderdorp en het baken in de Opel Tigra op dat moment in de omgeving van de Persant Snoepweg is. Op 27 februari 2016 om 00:36 uur gebruikt een telefoon met een ander nummer van [medeverdachte 1] (eindigend op - [telefoonnummer 3] ) een zendmast op de Kleiweg 500 in Rotterdam. Het baken is op dat moment in de nabije omgeving op de A20 waarbij de telefoon van [medeverdachte 1] binnen het zendmastbereik is.108

De rechtbank leidt uit deze gegevens af dat die avond en nacht de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] de bewegingen van het baken in de Opel Tigra volgen en dat kan worden aangenomen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich samen in de Opel Tigra bevonden.

Blijkens de gegevens van het baken zijn er na 00:36 uur nauwelijks stilstaande momenten en rijdt de auto rond door allerlei straten in Rotterdam, Zuidplas, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpen aan de Lek om vanaf 02:40 uur tot ongeveer 02:50 uur stil te staan op de Talmastraat en de Poolmanweg in de directe nabijheid van [bedrijf 8] .109

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 16 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.12

Feit 17 (zaak 11)

Op 27 februari 2016 heeft [aangever 22] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in restaurant [bedrijf 17] , gelegen aan de [adres 15] in Lekkerkerk, gepleegd tussen 26 februari 2016 om 21.45 uur en 27 februari 2016 om 10.00 uur. Zij zag op diverse plaatsen op en rondom de voordeur en het bovenlicht braakschade. Het is de dader(s) niet gelukt om binnen te komen.110 De politie heeft geconstateerd dat op de metalen strip van de meerpuntssluiting van deze deur een krasspoor zat.111

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] het bij [bedrijf 17] hebben geprobeerd bij de deur maar dat het niet is gelukt vanwege de driepuntssleutel.112

Zoals de rechtbank reeds hiervoor bij zaak 10 heeft overwogen kan uit de historische telefoongegeven en het baken in de Opel Tigra worden afgeleid dat de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] de bewegingen van het baken in de Opel Tigra in de betreffende avond en nacht volgden en kan worden aangenomen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich samen in de Opel Tigra bevonden. Uit de gegevens van het baken blijkt dat de Opel Tigra op 27 februari 2016 tussen 03:22 uur en 03:31 uur heeft stilgestaan op de Kerkweg nabij [bedrijf 17] .113

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 17 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.13

Feit 19 (zaak 12)

Op 3 maart 2016 doet [aangever 8] aangifte van een poging tot inbraak in slijterij [bedrijf 12] , gelegen aan de [adres 11] in Krimpen aan de Lek, gepleegd tussen 2 maart 2016 om 18.15 uur en 3 maart 08.15 uur. Hij ziet afdrukken van een koevoet in zijn achterdeur (gelegen aan [adres 16] ) en het lukte hem niet om met zijn sleutel deze deur te openen.114

Op camerabeelden is te zien dat tussen 00.45 uur en 00.52 uur twee mannen proberen in te breken met behulp van een koevoet en schroevendraaier.115 De politie constateert dat de kleding van één persoon op de beelden (deels) overeenkomt met (in de woning van [medeverdachte 3] ) inbeslaggenomen kleding van [verdachte] .116 Voorts is gebleken dat de bij [medeverdachte 1] in beslag genomen schoenen overeenkomen met de schoenen van de andere persoon op de beelden.117

[medeverdachte 4] heeft op deze beelden [verdachte] en [medeverdachte 1] herkend als de daders.118 De rechtbank is van oordeel dat deze herkenning weliswaar op zichzelf niet heel sterk is nu [medeverdachte 4] [verdachte] met name aan zijn jas herkent en [medeverdachte 1] “een beetje aan zijn gezicht”, maar dat dit niet maakt dat er in samenhang met de overige bewijsmiddelen en overwegingen in het geheel geen waarde aan toekomt.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de hieronder weergegeven zaken 14 en 13 waaruit volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de nacht van 2 op 3 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan deze poging tot inbraak bij slijterij [bedrijf 12] .

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 19 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.14

Feit 18 (zaak 14)

Op 3 maart 2016 heeft [aangever 23] aangifte gedaan van een inbraak in de [bedrijf 11] Krimpen, gelegen aan de [adres 17] te Krimpen aan de Lek, gepleegd tussen 2 maart 2016 om 19.45 uur en 3 maart 2016 om 11.45 uur. Hij zag braaksporen in de voordeur en het kozijn en bij de achterdeur en het kozijn. Voorts was het raampje boven de nooddeur beschadigd en stond de nooddeur open. Uit een speciaal daarvoor bestemd kastje in de kerk was een AED-apparaat weggenomen.119

[medeverdachte 4] heeft op 18 maart 2016 verklaard dat ze weet dat [verdachte] één keer bij de [bedrijf 11] is geweest, dat was aan de overkant en [verdachte] wist niet dat het een kerk was. Het was een paar weken terug, het zal die van 3 maart zijn geweest. Ze denkt dat hij die inbraak met [medeverdachte 1] heeft gepleegd maar het kan ook zijn dat hij alleen is geweest omdat het zo dichtbij was. Ze weet dat [verdachte] en [medeverdachte 1] het twee à drie weken geleden over zo’n AED-apparaat hebben gehad.120

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [verdachte] met [medeverdachte 1] bij hem thuis is geweest. Ze hadden toen zo’n AED ding bij zich. Dat AED apparaat had hij bij een kerk vandaan.121

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de boven en onder weergegeven zaken 12 en 13 waaruit volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de nacht van 2 op 3 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan deze inbraak bij de [bedrijf 11] Krimpen.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 18 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.15

Feit 21 (zaak 13)

Op 3 maart 2016 heeft [aangever 4] aangifte gedaan van een inbraak in zijn snackbar [bedrijf 8] , gelegen aan de [adres 14] in Lekkerkerk, gepleegd tussen 2 maart 2016 om 20.00 uur en 3 maart 2016 om 8.00 uur, waarbij geld uit automaten en uit de kassa en veel frisdrank is meegenomen. Hij zag dat de voordeur met een hard voorwerp was opengebroken.122

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] drie keer bij [bedrijf 8] zijn geweest. De derde keer hebben ze alleen kipnuggets en frisdrank meegenomen. [verdachte] was met [medeverdachte 1] in de Opel Tigra. Ze wilde de blikjes niet in huis hebben en deze zijn naar [medeverdachte 3] gebracht.123

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij weet van de inbraak in de snackbar (patatzaak), dat [verdachte] (onder meer) met blikjes kwam, dat de blikjes een paar dagen bij hem thuis hebben gelegen en dat hij wist dat de spullen van diefstal afkomstig waren.124

Uit de gegevens van het baken in de Opel Tigra blijkt dat de Opel Tigra op 3 maart 2016 van 01:30 uur tot 02:01 uur stil staat op de Talmastraat in de nabijheid van [bedrijf 8] .125

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de hierboven weergegeven zaken 12 en 14 waaruit volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de nacht van 2 op 3 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan deze inbraak bij [bedrijf 8] . Het enkele feit dat de bij [medeverdachte 1] aangetroffen BlackBerry (nummer eindigend op - [telefoonnummer 3] ) op 3 maart 2016 te 02:22 uur gebruikmaakte van een zendmast aan de Hoofdweg 500 te Rotterdam, is gelet op de afstand tussen de Talmastraat in Lekkerkerk en de Hoofdweg 500 in Rotterdam (16 kilometer) en het tijdsverloop tussen de inbraak en het aanstralen van de zendmast (21 minuten) niet onverenigbaar met deze bewezenverklaring.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] het onder 21 ten laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.16

Feit 20 (zaken 30, 37 en 38)

Zaak 37

Op 9 maart 2016 heeft [aangever 24] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in accountantskantoor [bedrijf 18] , gelegen aan de [adres 18] in Ouderkerk aan den IJssel, gepleegd tussen 8 maart 2016 om 17.00 uur en 9 maart 2016 om 07.00 uur. Hij zag dat een klikobak tegen de muur was gezet en men zo het platte dak op was geklommen. De regenpijp zat aan de bovenkant los. Op het platte dak was een Velux dakraam ingeslagen, maar het kantelraam zelf was nog dicht. Men is niet binnen geweest en er is niks weggenomen.126

[getuige 1] heeft verklaard dat ze op 9 maart 2016 rond 00.15 uur een klap hoorde, dat leek op het gerinkel van flessen. Kort hierna zag ze een jongen lopen, komend vanachter het gebouw van [bedrijf 18] aan de [adres 18] . Achter dat gebouw is een accountantskantoor gevestigd. Vervolgens ziet ze een tweede jongen achter de eerste jongen aanlopen.127

[medeverdachte 4] heeft over deze inbraak verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een ruitje op het dak hebben ingetikt en dat ze zijn gaan rennen toen er politie kwam. Volgens haar zijn ze niet binnen geweest. Ze hadden toen de Tigra. Ze denkt dat ze dat de volgende dag heeft gehoord. De dag erna reed ze met [verdachte] langs Ouderkerk en toen zei hij dat het raam snel gemaakt was.128

Uit onderzoek naar de historische gegevens van de onder [verdachte] aangetroffen telefoon (nummer eindigend op - [telefoonnummer 1] ) en een bij [medeverdachte 1] aangetroffen telefoon (eindigend op [telefoonnummer 2] ) blijkt dat deze nummers op 08 maart 2016 om 19: 47 uur met elkaar contact hebben gehad. Op diverse momenten die avond en nacht (23.57 uur, 00.31 uur, 01.07 uur, 04.39 uur) maakt het nummer van [verdachte] gebruik van bepaalde zendmasten en rijdt het baken in de Opel Tigra op dat moment ook binnen het bereik van dezelfde zendmast.129 Ook het nummer van [medeverdachte 1] maakt op diverse momenten (23.50 uur, 04.30 uur, 05.08 uur) gebruik van bepaalde zendmasten terwijl het baken in de Opel Tigra op dat moment ook binnen het bereik van dezelfde zendmast rijdt.130

De rechtbank leidt uit deze gegevens af dat de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] die avond de bewegingen van het baken in de Opel Tigra volgen en dat kan worden aangenomen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich samen in de Opel Tigra bevonden. Dit vindt voorts bevestiging in de inhoud van het telefoongesprek dat [medeverdachte 4] en [verdachte] voeren op 9 maart 2016 om 04.19 uur, dat er kort gezegd op neer komt dat [verdachte] met [medeverdachte 1] is en hij met hem bij [medeverdachte 4] wil slapen, waar [medeverdachte 4] het absoluut niet mee eens is.131

Op 8 maart 2016 om 23.57 uur ontvangt het nummer van [verdachte] een sms, waarbij de zendmast op de Burgemeester Neetstraat in Ouderkerk aan den IJssel wordt aangestraald. Deze zendmast bevindt zich in de nabije omgeving van de [adres 18] . Uit de gegevens van het baken in de Opel Tigra blijkt dat deze auto op 8 maart 2016 tussen 23:59 en 00:00 uur even heeft stilgestaan op het Sandtpad in de omgeving van de [adres 18] in Ouderkerk aan den IJssel. Op 9 maart 2016 tussen 00:15 en 00:17 uur bevindt het baken zich wederom op het Sandtpad alwaar in de nabijheid om 00:15 uur werd ingebroken.

Tussenconclusie

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan de poging tot inbraak bij accountantskantoor [bedrijf 18] .

Zaak 38

Op 9 maart 2016 heeft [aangever 25] aangifte gedaan van een inbraak in de kantine van Voetbal Vereniging Lekkerkerk, gelegen aan de [adres 19] in Lekkerkerk. Op 9 maart 2016 werd hij om 02.39 uur gebeld door de alarmcentrale dat het alarm was afgegaan. Hij is ter plaatse gegaan en heeft gezien dat er deuren waren opengebroken. Er waren kassa’s opengebroken maar daar had geen geld in gezeten. Er is volgens [aangever 25] niets weggenomen. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] deze inbraak hebben gepleegd. Ze hebben daar een kassa weggehaald waar niks in zat. Ze weet dat die kassa is meegenomen omdat ze die zelf heeft gezien. In een proces-verbaal sporenonderzoek wordt door [verbalisant] gerelateerd dat bij deze inbraak een kassa in zijn geheel werd weggenomen.

In lijn met de aangifte van [aangever 25] is aan [verdachte] en [medeverdachte 1] een poging tot inbraak tenlastegelegd. Gelet op de verklaring van [medeverdachte 4] en het proces-verbaal van [verbalisant] heeft het er echter alle schijn van dat – anders dan aangever heeft verklaard – bij deze inbraak een kassalade is weggenomen. Dat brengt met zich dat er geen sprake is geweest van de tenlastegelegde poging tot diefstal met braak maar van een voltooide diefstal met braak.

Tussenconclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] dit feit heeft begaan.

Zaak 30

Op 9 maart 2016 heeft [aangever 26] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in haar (anti-kraak)woning in de voormalige basisschool, gelegen aan de [adres 1] te Krimpen aan de Lek (zijnde, zo begrijpt de rechtbank gelet op de eerdere inbraken op genoemd adres: de voormalige [school 1] ). Zij heeft verklaard dat ze rond 03.00 uur wakker werd van glasgekraak. Ze ziet door het raam de contouren van een man die bezig is glas af te breken van het onderste raam naast de deur. Nadat haar huisgenoot op de nabijgelegen nooduitgang klopt, stopt het krakend geluid van glas. Kort hierna begon de man weer het glas af te breken. Ze ziet dat haar huisgenoot keihard op de nooduitgang ging bonken en hoorde hem roepen: "nu optiefen". Haar huisgenoot hoort iemand wegrennen. Haar huisgenoot gooit de nooduitgang open en vertelt dat hij een zwarte personenauto midden op de Schoolstraat zag staan. Zij ziet dezelfde, kleine auto met hoge toeren en piepende banden wegrijden, linksaf de Houtzagersstraat in.132

Zoals de rechtbank reeds hiervoor bij zaak 37 heeft overwogen kan uit de historische telefoongegeven en het baken in de Opel Tigra worden afgeleid dat de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] de bewegingen van het baken in de Opel Tigra in de betreffende avond en nacht volgden en kan worden aangenomen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich samen in de Opel Tigra bevonden. Uit de gegevens van het baken blijkt dat de Opel Tigra op 9 maart 2016 tussen 03:04 en 03:07 uur heeft stilgestaan in de omgeving van de Schoolstraat en te 03:10 uur in de Houtzagerstraat reed.133

Tussenconclusie

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen de bewijsmiddelen in de boven weergegeven zaken 37 en 38 waaruit volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de nacht van 9 maart 2016 samen op inbrekerspad waren, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan de poging tot inbraak bij deze woning.

Conclusie betreffende de nacht van 9 maart 2016

De rechtbank zal gelet op het voorgaande bewezen verklaren dat [verdachte] de pogingen tot inbraak tenlastegelegd onder feit 20, onder B en C (de zaken 30 en 37) heeft begaan in de hoedanigheid van medepleger. De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 20, onder A (zaak 38).

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij in de periode van 11 januari 2016 tot en met 12 januari 2016 te Krimpen aan de Lek met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen in de voormalige [school 1] aan de [adres 1] ) heeft weggenomen een laptop (merk Lenovo), toebehorende aan [aangever 3] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door (met een hard voorwerp) een raam van die woning open te breken;

2.

hij op 14 januari 2016 te Krimpen aan de Lek, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een school (gelegen aan [adres 2] ) heeft

weggenomen 3 tablets (merk Acer), toebehorende aan [school 2] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een hard voorwerp een ruit van die school te verbreken;

3.

hij in de periode van 26 op 27 januari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijf (gelegen aan [adres 3] ) heeft weggenomen 17 computerbeeldschermen en twee fotocamera’s en twee computers en een tablet en software, toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] , zulks na zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs te hebben verschaft door met een koevoet een ruit van dat bedrijfspand te verbreken;

4.

hij in de periode van 5 februari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Ouderkerk aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een clubhuis (van de Scouting gelegen aan [adres 4] ) heeft weggenomen een televisie (merk Samsung) en een geldkistje, toebehorende aan [bedrijf 5] en/of [aangever 1] , zulks na die weg te nemen televisie onder hun bereik te hebben gebracht door verbreking, immers hebben verdachte en zijn mededader de televisie van de muur los getrokken;

5.

hij in de periode van 7 februari 2016 tot en met 8 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

A. een clubgebouw (van de Scouting [bedrijf 6] , gelegen aan [adres 5] ) en

B. een woning (in de voormalige [school 1] , gelegen aan [adres 1] ) in de nachtelijke uren heeft weggenomen

A. een beamer en twee bijlen en een computer (notebook) en

B. een portemonnee met inhoud en een hoofdtelefoon en een computer (met toebehoren) en een ipad,

toebehorende aan

A. Scouting [bedrijf 6] en

B. [aangever 3] ,

zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door

A. met een koevoet een deur van dat clubgebouw open te breken en

B. met een koevoet een raam van die woning open te breken;

6.

hij in de nacht van 12 op 13 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

A. een bedrijf (gelegen aan de [adres 14] ) en

B. een bedrijf (gelegen aan de [adres 7] /7)

heeft weggenomen

A. € 1400,50 euro en een collectebus van KWF-kankerbestrijding en

B. vier computerbeeldschermen en twee computers,

toebehorende aan

A. [bedrijf 8] en

B. [bedrijf 7] ,

zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door

A. een toegangsdeur van de snackbar met een breekwerktuig open te breken en

B. met een hard voorwerp een toegangsdeur van dat bedrijfspand open te breken;

7.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een supermarkt (te weten de [bedrijf 9] , gelegen aan het [adres 8] ) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten, toebehorende aan voornoemde supermarkt, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een krik

een toegangsdeur open te wrikken;

8.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te

A. Lekkerkerk en

B. Ouderkerk aan den IJssel en

D. Krimpen aan de Lek

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in

A. een tankstation van [bedrijf 14] (gelegen aan de [adres 9] ) en

B. een (bar van een) sportcomplex (gelegen aan de [adres 10] ) en

D. een slijterij (gelegen aan de [adres 11] ) en

weg te nemen goederen en geld, toebehorende aan

A. tankstation [bedrijf 14] en

B. het sportcomplex en/of [aangever 27] en

D. de slijterij en/of [aangever 8] ,

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en/of verbreking, met zijn mededader,

A. met een hard voorwerp op een ruit van het tankstation heeft geslagen en met een breekvoorwerp forcerende bewegingen bij een toegangsdeur heeft gemaakt en

B. een kassalade van dat sportcomplex heeft opengebroken en

D. met een hard (breek)voorwerp bij een toegangsdeur van die slijterij forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) heeft weggenomen een handtas met inhoud (o.a. een portemonnee met pasjes), toebehorende aan [aangever 6] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

10.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en waardepapieren en een horloge (merk Seiko), toebehorende aan [aangever 10] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

11.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) heeft weggenomen een televisie (merk Philips), toebehorende aan [aangever 11] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

12.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit

A. een bejaardentehuis (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en

B. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en

C. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en

D. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en

E. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] )

heeft weggenomen

A. een kluis en een geldbedrag (van € 1107,-) en

B. een laptop (merk acer) en een portemonnee (met inhoud) en

C. geld en sieraden en

D. een ipad en twee portemonnee’s en sleutels en een damestas en

E. een portemonnee (met inhoud),

toebehorende aan

A. [aangever 16] en

B. [aangever 12] en

C. [aangever 13] en

D. [aangever 14] en

E. [aangever 15] ,

zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

13.

hij in de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in

A. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en

B. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en

C. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en

D. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] )

weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan

A. [aangever 17] en

B. J. [aangever] en

C. [aangever 18] en

D. C. [aangever 9]

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van een valse sleutel, met zijn mededader,

A. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en lades van een dressoir heeft geopend en

B. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan en

C. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en een secretaire heeft doorzocht en

D. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

14.

hij op 23 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een bedrijf (te weten bloemisterij [bedrijf 15] , gelegen aan [adres 12] ) heeft weggenomen twee notebooks en een fotocamera met toebehoren en een geldbedrag (van € 990), toebehorende aan voornoemde bloemisterij en/of [aangever 20] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken;

16.

hij in de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijf 8] , gelegen aan de [adres 14] ) heeft weggenomen een geldbedrag (van omstreeks € 878), toebehorende aan [bedrijf 8] en/of [aangever 4] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur te verbreken;

17.

hij in de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijf (te weten restaurant [bedrijf 17] , gelegen aan de [adres 15] ) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan voornoemd restaurant en/of [aangever 22] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader met een (breek)voorwerp bij een toegangsdeur van dat restaurant forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

18.

hij in de periode van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kerk (te weten de [bedrijf 11] Krimpen, gelegen aan de [adres 17] ) heeft weggenomen een AED-apparaat, toebehorende aan voornoemde kerk en/of [aangever 23] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken;

19.

hij in de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijf (te weten slijterij [bedrijf 12] , gelegen aan de [adres 11] ) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan voornoemde slijterij en/of [aangever 8] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met een mededader, met een koevoet en schroevendraaier, bij een toegangsdeur van die slijterij forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

20.

hij op 9 maart 2016 in de nachtelijke uren te

B. Ouwerkerk aan den IJssel en

C. Krimpen aan de Lek,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in

B. een bedrijf (te weten een accountantskantoor, gelegen aan de [adres 18] ) en

C. een woning (in de voormalige [school 1] , gelegen aan de [adres 1] ),

weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan

B. [bedrijf 18] en

C. [aangever 26] ,

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader,

B. een dakraam van dat accountantskantoor heeft ingeslagen en

C. een ruit van die woning heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

21.

hij in de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijf 8] , gelegen aan de [adres 14] ) heeft weggenomen een geldbedrag en een hoeveelheid frisdrank, toebehorende aan [bedrijf 8] en/of [aangever 4] , zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een toegangsdeur van die cafetaria te verbreken;

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van de feiten 1 en 2, telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van de feiten 3, 7, 14, 16, 18 en 21, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van de feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

ten aanzien van feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 8:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 9, 10 en 11, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

ten aanzien van feit 12:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 13:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 17 en 19, telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 20:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5,5 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair bepleit dat maximaal een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest wordt opgelegd. Subsidiair is bepleit dat maximaal een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, wordt opgelegd. Daartoe is aangevoerd dat bij een gevangenisstraf van maximaal 4 jaren het nog mogelijk is een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. Oplegging van een voorwaardelijk strafdeel is volgens de raadsvrouw opportuun gelet op het advies van de reclassering en de omstandigheid dat de verdachte wenst mee te werken aan op te leggen bijzondere voorwaarden om zodoende zijn leven op orde te krijgen (in de zin van het verkrijgen een woning, een uitkering, het afbouwen van schulden en het opbouwen van een gezinsleven), temeer nu de feiten zijn gepleegd in een zeer korte periode waarin de verdachte geen reclasseringsbegeleiding had.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich (al dan niet met anderen) schuldig gemaakt aan acht voltooide woninginbraken (waaronder bejaardenwoningen), vijf pogingen tot woninginbraken, een inbraak bij een bejaardentehuis, een inbraak bij een kerk, een inbraak bij een school, twee inbraken bij scoutingverenigingen, zeven bedrijfsinbraken en zes pogingen daartoe. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze het ongestoord eigendomsrecht, ongestoord woongenot en de ongestoorde bedrijfsvoering aangetast. Uit het dossier volgt dat de verdachte veelal tezamen en in vereniging met een ander op strooptocht is gegaan om op diverse plekken in te breken. Daarbij heeft hij niet nagelaten juist de zwakkeren in de samenleving – bejaarden – leed toe te brengen. Dit bestond er onder meer in dat bij deze inbraken zaken zijn weggenomen die voor de eigenaars niet alleen een materiële waarde vertegenwoordigden, maar daarnaast nog een veel belangrijkere immateriële waarde hadden, omdat het ging om erfstukken of een aandenken aan een overleden naaste. Ook scoutingverenigingen en een kerk werden niet overgeslagen. Hij heeft driemaal hetzelfde bedrijf en tweemaal dezelfde woning bezocht om daar in te breken, tot het punt dat de eigenaar van het bedrijf dacht dat de inbraken persoonlijk tegen hem gericht waren. Voorts volgt uit het dossier dat de verdachte direct nadat hij in de buurt kwam wonen ging inbreken in zijn woonomgeving en dat hij daarmee slechts is gestopt door ingrijpen van de politie. Ondanks de ernstige beschuldiging dat hij tientallen (pogingen tot) inbraken zou hebben begaan, heeft de verdachte zich vrijwel geheel op zijn zwijgrecht beroepen en geen enkele openheid van zaken gegeven. Uit het dossier volgt dat de verdachte zich enkel en alleen heeft laten leiden door eigen geldelijk gewin. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

De verdachte is – blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 15 maart 2016 – in de afgelopen vijf jaren niet veroordeeld voor een strafbaar feit. In de jaren 2011, 2010 en 2008 is de verdachte driemaal tot (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen veroordeeld voor vermogensfeiten.

Uit het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, van 29 september 2016, opgesteld door reclasseringswerker A. Taument, volgt dat bij de verdachte geen sprake lijkt van psychiatrische problematiek, maar dat hij wel te kort schiet in cognitieve vaardigheden. Eerder opgelegd toezicht is in 2014 positief afgerond, waarbij een aantal doelstellingen waren behaald. Gedurende de periode 2011-2014 hebben geen veroordelingen plaatsgevonden. De verdachte is echter langzamerhand teruggevallen in zijn oude leefpatroon. De verdachte is gebaat bij vastigheid en structuur. Reclasseringstoezicht zou zich moeten richten op praktische problemen (inkomen, dagbesteding, huisvesting, schulden) en het vergroten/aanleren van cognitieve (coping)vaardigheden. Daarbij dient de verdachte meer inzicht en probleembesef te verkrijgen, waarbij hij weerbaarder en zelfredzamer moet worden. Het recidiverisico wordt hoog gemiddeld ingeschat gelet op het delictpatroon uit verdachtes justitiële documentatie. De kans op het onttrekken aan voorwaarden wordt laag/gemiddeld ingeschat, gelet op het eerdere positief verlopen toezicht. De verdachte heeft te kennen gegeven voor zijn zoon een blijvende positieve verandering in zijn leven teweeg te willen brengen, maar daarvoor wel hulp nodig te hebben. De reclassering adviseert tot oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en de voorwaarde dat de verdachte zich voldoende zal inspannen om, in samenwerking met zijn toezichthouder passende huisvesting te krijgen, een dagbesteding te verkrijgen en een oplossing voor zijn schuldenproblematiek te vinden.

Ter terechtzitting van 13 juni 2017 heeft de verdachte zich niet willen uitlaten over zijn persoonlijke omstandigheden.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de ernst en de hoeveelheid van de bewezenverklaarde feiten maken dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 60 maanden passend zou zijn. De rechtbank is echter met de raadsvrouw van oordeel dat gebleken is uit eerder contact met de reclassering dat de verdachte gebaat is bij een voorwaardelijk strafdeel. Dit heeft als voordeel boven de voorwaardelijke invrijheidstelling die uiteindelijk aan de orde zou zijn in het geval van het opleggen van enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (die na 40 maanden zou aanvangen), dat aansluitend aan het onvoorwaardelijk deel een proeftijd kan worden opgelegd voor een langere periode. Dat maakt dat de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden en de voorwaarde dat de verdachte meewerkt aan een traject voor begeleid wonen, zoals door de raadsvrouw van verdachte ook voorgesteld. Dit laatste is naar het oordeel van de rechtbank nodig omdat hij tegen de tijd dat hij vrijkomt niet over een woning beschikt en hij dit waarschijnlijk niet zelf zal kunnen oplossen. Daarnaast zal hij gedurende een proeftijd van drie jaren zich moeten houden aan de voorwaarden hem gesteld bij het voorwaardelijk strafdeel.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen

7.1

De vordering van benadeelde partij [bedrijf 8] (zaak 3, 10 en 13)

[bedrijf 8] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.900,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.1.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.275,00 (bestaande uit het bedrag van € 3.225,00 gevorderd aan materiële schade minus de geldtester, en een bedrag van € 50,00 als materiële schade voor de als immateriële schade gevorderde nachtelijke arbeid), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.275,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 8] .

7.1.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair het verweer gevoerd dat bij de vordering rekening dient te worden gehouden met de betoogde vrijspraak voor feit 21 (welk feit onder andere ziet op het in de vordering genoemde ijs en de frisdrank). Subsidiair is aangevoerd dat de geldtester door een beslissing omtrent het beslag dient te worden teruggegeven aan de benadeelde partij, dat de waarde van dat goed niet is onderbouwd, dat het verlies aan inkomen door nachtelijke arbeid niet uit het dossier volgt en niet is onderbouwd, en dat gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad de gestelde psychische schade onvoldoende is onderbouwd. De gevorderde immateriële schade dient volgens de raadsvrouw te worden afgewezen.

7.1.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor zover de vordering betrekking heeft op de post “geldtester” afwijzen, aangezien de gestelde schade weliswaar is veroorzaakt door het onder 6, 16 of 21 bewezenverklaarde feit, maar de geldtester bij de beslissing omtrent het beslag zal worden teruggeven en de gestelde schade daarmee niet meer aanwezig is.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de posten “frisdrank”, “Cornetto ijs” en de gevorderde immateriële schade, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van dit onderdeel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij heeft deze posten onvoldoende onderbouwd en de rechtbank is van oordeel dat aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij in de gelegenheid kan worden gesteld deze posten nader te onderbouwen een belang vormt dat niet prevaleert boven het belang van de verdachte op een afdoening van de strafzaak binnen een redelijke termijn. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de overige posten (“contant geld” en “schade deuren”), is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 6, 16 en 21 bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.345,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 maart 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 6, 16 en 21 bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor die feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.345,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 8] .

7.2

De vordering van benadeelde partij [aangever 15] (zaak 23)

[aangever 15] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.2.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [aangever 15] .

7.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 12.

7.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 12 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.050,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 17 februari 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 12 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [aangever 15] .

7.3

De vordering van benadeelde partij V.O.F. [bedrijf 16] (zaak 36)

V.O.F. [bedrijf 16] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.3.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer V.O.F. [bedrijf 16] .

7.3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair het verweer gevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 15. Subsidiair is aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

7.3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft (feit 15 ter zake zaak 36), zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

7.4

De vordering van benadeelde partij [aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ” (zaak 11)

[aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ”, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.265,98 (zie pagina 5 van de vordering), te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.4.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2.298,75 (bestaande uit het bedrag van € 3.712,50 (schade kozijnen exclusief BTW) aan materiële schade minus het door ASR uitgekeerde bedrag van € 1.413,75), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.298,75, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ”.

7.4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat de vordering tot € 1.739,63 toewijsbaar is. Daartoe is aangevoerd dat het gevorderde bedrag aan “reparatiekosten pin terminal” niet dient te worden toegewezen omdat die schade is veroorzaakt door de politie, en dat de verzekering reeds € 1.413,75 en € 1.913,75 heeft vergoed.

7.4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor zover de vordering betrekking heeft op de post “reparatiekosten pinterminal” afwijzen, aangezien uit de onderbouwing volgt dat de gestelde schade niet is veroorzaakt door het onder 17 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank stelt vast dat de vergoedingen van ASR door benadeelde zijn/zullen worden ontvangen en deze bedragen niet als schadebedrag zijn gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat van de post “schade aan kozijnen” de BTW van het gevorderde bedrag dient te worden afgetrokken omdat de benadeelde partij een rechtspersoon betreft. Het bedrag aan BTW zal worden afgewezen. De vordering, voor zover deze betrekking heeft op post “schilderwerk”, is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 17 bewezenverklaarde feit.

Het toe te wijzen bedrag wordt dan ook als volgt berekend:

(€ 3.712,50 + € 575,-) minus (€ 1.413,75 + € 1.913,75)

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 960,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 26 februari 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 17 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 960,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ”.

7.5

De vordering van benadeelde partij [bedrijf 11] Krimpen aan de Lek (zaak 14)

De rechtbank is van oordeel dat blijkens het schriftelijke verzoek tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijf 11] Krimpen aan de Lek de benadeelde partij geen schade vordert omdat de schade reeds is vergoed door de verzekeraar. Dat maakt dat de rechtbank voornoemd geschrift, de standpunten van de officier van justitie en die van de verdediging verder onbesproken laat. De rechtbank zal ook geen nadere beslissingen nemen ter zake voornoemd geschrift.

7.6

De vordering van benadeelde partij [bedrijf 12] (zaak 8 en zaak 12)

[bedrijf 12] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.315,68 (gelet op de fout in de optelling van de schade onder 4A), te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.050,68 (bestaande uit het bedrag van € 950,68 gevorderd aan materiële schade en een bedrag van € 100,- als materiële schade voor de als immateriële schade gevorderde beredderingskosten), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,68, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 12] .

7.6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft het verweer gevoerd dat gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad de gestelde psychische schade onvoldoende is onderbouwd en dat daarom de gevorderde immateriële schade dient te worden afgewezen.

7.6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de gevorderde immateriële schade, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van dit onderdeel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij heeft deze post onvoldoende onderbouwd en de rechtbank is van oordeel dat aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij in de gelegenheid wordt gesteld deze post nader te onderbouwen een belang vormt dat niet prevaleert boven het belang van de verdachte op een afdoening van de strafzaak binnen een redelijke termijn. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat van de post “schade aan deur/kozijnen/sloten” de BTW van het gevorderde bedrag dient te worden afgetrokken omdat de benadeelde partij een rechtspersoon betreft, waardoor er een schadebedrag van € 694,78 resteert voor die post. Het bedrag aan BTW zal worden afgewezen. Voorts zal de rechtbank de vergoeding van de verzekering in mindering brengen op de totale schade. De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post “schilderwerk”, is namens de verdachte niet betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 8 en 19 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 169,78.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 maart 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 8 en 19 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 169,78, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 12] .

7.7

De vordering van benadeelde partij [bedrijf 18] (zaak 37)

[bedrijf 18] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 752,46, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 752,46, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 18] .

7.7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft het verweer gevoerd dat het gevorderde omzetverlies niet is onderbouwd, maar heeft daar geen conclusie aan verbonden.

7.7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op post “omzetverlies”, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van dit onderdeel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij heeft deze post onvoldoende onderbouwd en de rechtbank is van oordeel dat aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij in de gelegenheid wordt gesteld deze post nader te onderbouwen een belang vormt dat niet prevaleert boven het belang van de verdachte op een afdoening van de strafzaak binnen een redelijke termijn. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering is voor het overige namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 20 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 250,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 9 maart 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 20 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 18] .

7.8

De vordering van benadeelde partij Voetbalvereniging Lekkerkerk (zaak 38)

Voetbalvereniging Lekkerkerk, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten behoeve van slachtoffer Voetbalvereniging Lekkerkerk.

7.8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft (feit 20 ter zake zaak 38), zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage II aan dit vonnis is gehecht) onder 3, 8, 9 en 10 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, dat de onder 5 en 6 genummerde voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, dat het onder 1 genummerde voorwerp zal worden teruggegeven aan de verdachte en dat het onder 2 genummerde voorwerp zal worden teruggegeven aan rechthebbende [bedrijf 8] .

Ten aanzien van onder 4 genummerde voorwerp is aangevoerd dat dit vernietigd is, en ten aanzien het onder 7 genummerde voorwerp is aangevoerd dat [medeverdachte 4] afstand heeft gedaan van dat goed en dat het goed reeds is verbeurdverklaard.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 3, 4, 7, 8, 9 en 10 genummerde voorwerpen, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en deze voorwerpen geheel door middel van de bewezenverklaarde strafbare feiten zijn verkregen, dan wel met betrekking tot deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan, dan wel met behulp van deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave gelasten aan:

- de verdachte, het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp;

- [bedrijf 8] , het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot de op de beslaglijst onder 5 en 6 genummerde voorwerpen geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt.

De rechtbank zal daarom de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen (bijkomende) straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 33, 33a, 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 8 (onder C), 15 en 20 (onder A) tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 (onder A, B en D), 9, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20 (onder B en C) en 21 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van de feiten 1 en 2, telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van de feiten 3, 7, 14, 16, 18 en 21, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

ten aanzien van feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 8:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 9, 10 en 11, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

ten aanzien van feit 12:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 13:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 17 en 19, telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 20:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland (Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag) op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd – indien de reclassering dat noodzakelijk acht – verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, en zich houdt aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd zich gemotiveerd en begeleidbaar opstelt en zich voldoende zal inspannen om – in samenwerking met zijn toezichthouder – passende huisvesting te krijgen, een dagbesteding te krijgen en zijn schuldenproblematiek op te lossen, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

benadeelde partij [bedrijf 8]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijf 8] hoofdelijk gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [bedrijf 8] , een bedrag van € 2.345,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor zover betreft post “geldtester” af;

bepaalt dat de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.345,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 8];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 33 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [aangever 15]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 15] hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 15] , een bedrag van € 1.050,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.050,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [aangever 15];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij V.O.F. [bedrijf 16]

bepaalt dat benadeelde partij V.O.F. [bedrijf 16] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

benadeelde partij [aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ”

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ” hoofdelijk gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ”, een bedrag van € 960,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 26 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor zover betreft de posten “reparatiekosten pinterminal” en “de gevorderde BTW bij de schade aan kozijnenaf;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 960,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [aangever 22] / Café restaurant “ [bedrijf 17] ”;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 19 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [bedrijf 12]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijf 12] hoofdelijk gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [bedrijf 12] , een bedrag van € 169,78, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor zover betreft de post de gevorderde BTW bij de schade aan deur/kozijnen/slotenaf;

bepaalt dat de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 169,78, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 12];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij [bedrijf 18]

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijf 18] hoofdelijk gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [bedrijf 12] , een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

bepaalt dat de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [bedrijf 18];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

benadeelde partij Voetbalvereniging Lekkerkerk

bepaalt dat benadeelde partij Voetbalvereniging Lekkerkerk niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 3, 4, 7, 8, 9 en 10 genummerde voorwerpen, te weten:

#3: een lifehamer;

#4: (een) sigaret(ten) van het merk Pall Mall;

#7: een Opel Tirga personenauto, voorzien van kenteken [kenteken] ;

#8: een hamer;

#9: een krik en

#10: vier stuks handschoenen;

gelast de teruggave aan de verdachte van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:

#:1 een paar schoenen van het merk Asics;

gelast de teruggave aan [bedrijf 8] van het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, te weten:

#2: een geldteller van het merk Sigma;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 5 en 6 genummerde voorwerpen, te weten:

#5: een tas van het merk Case Logic, met daarin een Microsoft muis en een HP oplader;

#6: een Ray Ban bril in een bruine koker.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P. Verbeek, voorzitter,

mr. D. Biever, rechter,

mr. W.G. de Boer , rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 juni 2017.

Bijlage I: de tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2016 tot en met 12 januari 2016 te Krimpen aan de Lek met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen in de voormalige [school 1] aan de [adres 1] ) heeft weggenomen een laptop (merk Lenovo), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M. Wiltkamp, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder

zijn bereik te hebben gebracht door (met een hard voorwerp) een raam van die woning open te breken;

(Zaak 28)

2.

hij op of omstreeks 14 januari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een school (gelegen aan [adres 2] ) heeft

weggenomen 3 tablets (merk Acer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [school 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder

zijn/hun bereik te hebben gebracht door (met een hard voorwerp) een ruit van

die school in te slaan, althans te verbreken;

(Zaak 1)

3.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 januari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijf (gelegen aan [adres 3] ) heeft

weggenomen 17, althans één of meer, computerbeeldschermen en/of twee fotocamera’s en/of twee computers en/of een tablet en/of software, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder

zijn/hun bereik te hebben gebracht door (met een koevoet, althans een hard voorwerp) een ruit van dat bedrijfspand in te slaan, althans te verbreken;

(Zaak 32)

4.

hij in of omstreeks de periode van 5 februari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Ouderkerk aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een clubhuis (van de Scouting gelegen aan [adres 4] ) heeft weggenomen een televisie (merk Samsung) en/of een geldkistje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg

te nemen televisie onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door verbreking,

immers hebben/heeft verdachte en/of zijn mededader de televisie van de muur

los getrokken;

(Zaak 27)

5.

hij in of omstreeks de periode van 7 februari 2016 tot en met 8 februari 2016 (in de nachtelijke uren) te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit

A. een clubgebouw (van de Scouting [bedrijf 6] , gelegen aan [adres 5] ) en/of

B. een woning (in de voormalige [school 1] , gelegen aan [adres 1] )

heeft weggenomen

A. een beamer en/of twee bijlen en/of een computer (notebook) en/of

B. een portemonnee met inhoud en/of een hoofdtelefoon en/of een computer (met toebehoren) en/of een ipad,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

A. Scouting [bedrijf 6] en/of

B. [aangever 3] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door

A. (met een koevoet, althans een hard voorwerp) een deur van dat clubgebouw open te breken en/of

B. (met een koevoet, althans een hard voorwerp) een raam van die woning open te breken;

(Zaak 31 en 29)

6.

hij in of omstreeks de nacht van 12 op 13 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit

A. een bedrijf (gelegen aan de [adres 14] ) en/of

B. een bedrijf (gelegen aan de [adres 7] /7)

heeft weggenomen

A. € 1400,50 euro, althans een geldbedrag en/of een collectebus van KWF-kankerbestrijding en/of

B. vier, althans één of meer, computerbeeldscherm(en) en/of twee, althans een computer(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [bedrijf 8] en/of

B. [bedrijf 7] en/of [aangever 30] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

geldbedrag onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door

A. (met een hard voorwerp) tegen een toegangsdeur van de snackbar te slaan, althans deze deur (met een hard voorwerp of breekwerktuig) open te breken en/of

B. (met een hard voorwerp) een toegangsdeur van dat bedrijfspand open te breken;

(Zaak 3 en 2)

7.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een supermarkt (te weten de [bedrijf 9] , gelegen aan

het [adres 8] ) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een krik, althans met een

breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken;

(Zaak 4)

8.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te

A. Lekkerkerk en/of

B. Ouderkerk aan den IJssel en/of

C. Krimpen aan de Lek en/of

D. Krimpen aan de Lek

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

A. een tankstation van [bedrijf 14] (gelegen aan de [adres 9] ) en/of

B. een (bar van een) sportcomplex (gelegen aan de [adres 10] )

C. een kerk (te weten de [bedrijf 11] Krimpen, gelegen aan de [adres 17] ) en/of

D. een slijterij (gelegen aan de [adres 11] ) en/of

weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

A. tankstation [bedrijf 14] en/of

B. het sportcomplex en/of [aangever 27] en/of

C. de [bedrijf 11] Krimpen en/of

D. de Slijterij en/of [aangever 8] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

A. (met een hard voorwerp) op een ruit van het tankstation heeft geslagen en/of met een breekvoorwerp wrikkende, althans forcerende bewegingen bij een toegangsdeur heeft gemaakt en/of

B. de (nood)deuren van dat sportcomplex open heeft gewrikt en/of (vervolgens) een kassalade van dat sportcomplex heeft opengebroken en/of

C. (met een hard (breek)voorwerp) bij (een) toegangsdeur(en) van die kerk wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt en/of

D. (met een hard (breek)voorwerp) bij een toegangsdeur van die slijterij wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 5, 6, 7 en 8)

9.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] )

heeft weggenomen een handtas met inhoud (o.a. een portemonnee met pasjes), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of

die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door

middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

(zaak 15)

10.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] )

heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of waardepapieren en/of een

horloge (merk Seiko), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [aangever 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te

hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

te hebben gebracht door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten

een moedersleutel;

(Zaak 16)

11.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] )

heeft weggenomen een televisie (merk Philips), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [aangever 11] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen die

goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van het gebruik

van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

(Zaak 17)

12.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit

A. een bejaardentehuis (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en/of

B. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en/of

C. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en/of

D. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en/of

E. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] )

heeft weggenomen

A. een kluis en/of een geldbedrag (van omstreeks € 1107,-) en/of

B. een laptop (merk acer) en/of een portemonnee (met inhoud) en/of

C. geld en/of sieraden en/of

D. een ipad en/of twee portemonnee’s en/of sleutels en/of een damestas en/of

E. een portemonnee (met inhoud),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [aangever 16] en/of

B. [aangever 12] en/of

C. [aangever 13] en/of

D. [aangever 14] en/of

E. [aangever 15] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen die goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een moedersleutel;

(Zaak 18, 19, 20, 22 en 23)

13.

hij in of omstreeks de nacht van 16 op 17 februari 2016 te Krimpen aan de Lek en/of

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

A. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en/of

B. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en/of

C. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] ) en/of

D. een woning (gelegen aan [bedrijf 13/adres] )

weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

A. [aangever 17] en/of

B. J. [aangever] en/of

C. [aangever 18] en/of

D. C. [aangever 9]

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

A. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en lades van een dressoir heeft geopend en/of

B. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan en/of

C. de deur van die woning met een moedersleutel heeft opengemaakt en/of een secretaire heeft doorzocht en/of

D. de deur van die woning met een moedersleutel heeft geopend en binnen is gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak 22, 24, 25 en 26)

14.

hij op of omstreeks 23 februari 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een bedrijf (te weten bloemisterij [bedrijf 15] , gelegen aan

[adres 12] ) heeft weggenomen twee notebooks en/of een fotocamera met toebehoren en/of een geldbedrag (van omstreeks € 990), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde bloemisterij en/of [aangever 20] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een met een

breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken;

(Zaak 9)

15.

hij op of omstreeks 23 februari 2016 te Krimpen aan den IJssel

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een bedrijf (te weten eetcafé [bedrijf 16] , gelegen aan de [adres 13] ) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemd café en/of [aangever 21] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een (breek)voorwerp een raam van voornoemd café heeft open gewrikt, althans geforceerd en/of verbroken en/of een bureau heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 36)

16.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijf 8] , gelegen aan de [adres 14] ) heeft weggenomen een geldbedrag (van omstreeks € 878), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 8] en/of [aangever 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een

breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken en/of open te trappen;

(Zaak 10)

17.

hij in of omstreeks de nacht van 26 op 27 februari 2016 te Lekkerkerk

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een bedrijf (te weten restaurant [bedrijf 17] , gelegen aan de Kerkweg 297) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemd restaurant en/of [aangever 22] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (met een (breek)voorwerp) bij (een) toegangsdeur(en) van dat restaurant wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 11)

18.

hij in of omstreeks de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kerk (te weten de [bedrijf 11] Krimpen, gelegen aan de [adres 17] ) heeft weggenomen een AED-apparaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde kerk en/of [aangever 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een breekvoorwerp een toegangsdeur open te wrikken, althans te verbreken en/of open te trappen;

(Zaak 14)

19.

hij in of omstreeks de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Krimpen aan de Lek

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een bedrijf (te weten slijterij [bedrijf 12] , gelegen aan de [adres 11] ) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde slijterij en/of [aangever 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een koevoet en/of schroevendraaier, althans een hard (breek)voorwerp bij (een) toegangsdeur(en) van die slijterij wrikkende, althans forcerende/verbrekende bewegingen heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 12)

20.

hij op of omstreeks 9 maart 2016 (in de nachtelijke uren) te

A. Lekkerkerk en/of

B. Ouwerkerk aan den IJssel en/of

C. Krimpen aan de Lek,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

A. een sportkantine (van Voetbalvereniging Lekkerkerk, gelegen aan de [adres 11] ) en/of

B. een bedrijf (te weten een accountantskantoor, gelegen aan de [adres 18] ) en/of

C. een woning (in de voormalige [school 1] , gelegen aan de [adres 1] ),

weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

A. Voetbalvereniging Lekkerkerk en/of

B. [bedrijf 18] Accountants en/of

C. [aangever 26] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

A. met een hard (breek)voorwerp (een) toegangsdeur(en) van die sportkantine heeft open gewrikt, althans geforceerd en/of verbroken en/of de kassa’s heeft doorzocht en/of,

B. een dakraam van dat accountantskantoor heeft ingeslagen en/of

C. een ruit van die woning heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Zaak 38, 37 en 30)

21.

hij in of omstreeks de nacht van 2 op 3 maart 2016 te Lekkerkerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een bedrijf (te weten cafetaria [bedrijf 8] , gelegen aan de [adres 14] ) heeft weggenomen een geldbedrag en/of een hoeveelheid frisdrank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 8] en/of [aangever 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een breekvoorwerp een toegangsdeur van die cafetaria open te wrikken, althans te verbreken en/of open te trappen;

(Zaak 13)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal in onderzoek “Recent” met het nummer DH7R016011, van de politie eenheid Den Haag, District G team recherche (doorgenummerd blz. 1 t/m 1767).

2 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p. 376.

3 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 430 en 437.

4 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 428 en 433.

5 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 562 & 568 en p 749 & 756. Proces-verbaal van bevindingen, p 688-689.

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p 548.

7 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p 549 en 556.

8 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p 562, 568 en 551.

9 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , met bijlagen, p 326 t/m 331.

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 459 t/m 460.

11 Proces-verbaal van aangifte, met bijlagen, p 28 t/m 40.

12 Een geschrift, [bedrijf 1] d.d. 14 januari 2016, p40.

13 Proces-verbaal sporenonderzoek, p 43 t/m 48.

14 Rapport Resultaten DNA-onderzoek Nederlands Forensisch Instituut, p 51 t/m 53.

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 383-384.

16 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 28] , namens [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4] , met bijlage, p 365 t/m 372.

17 Proces-verbaal sporenonderzoek, p 373.

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 445.

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 445-446.

20 Proces-verbaal van bevindingen (analyse GSM nummer [medeverdachte 2] ), met bijlagen, p 690 t/m 693.

21 Proces-verbaal van bevindingen (analyse histo’s [medeverdachte 2] ), met bijlagen, p 738 t/m 746, m.n. 739 en 743 en 745.

22 Proces-verbaal van bevindingen (analyse mobiele telefoon [verdachte] ), met bijlagen, p 1196 t/m 1243, m.n. p 1198, 1208 en 1209.

23 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p 323-324.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p 325.

25 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 399.

26 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 381, 399, 750.

27 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , namens Scouting [bedrijf 6] , met bijlagen, p 352 t/m 362.

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 461.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p 107-109.

30 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 447.

31 Een ontvangstbewijs, p 1072 en ambtelijk verslag p 801.

32 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] , met bijlagen, p 335 t/m 343.

33 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 460.

34 Proces-verbaal van bevindingen (analyse GSM nummer [medeverdachte 2] ), met bijlagen, p 690 t/m 693.

35 Proces-verbaal van bevindingen (analyse histo’s [medeverdachte 2] ), met bijlagen, p 738 t/m 746.

36 Proces-verbaal van bevindingen (analyse GSM nummer [medeverdachte 2] ), met bijlagen, p 690 t/m 693 en Proces-verbaal van bevindingen, p 1673.

37 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 201-202 en 1434

38 Proces-verbaal van bevindingen p. 1196 en 1288

39 Proces-verbaal van bevindingen, bijlage 3, p. 1292 en proces-verbaal van bevindingen p. 1245

40 Proces-verbaal van tapgesprek p. 1327-1328

41 Proces-verbaal van tapgesprek p. 1340-1341

42 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] p. 430 en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] p. 545, 549 en 552

43 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 29] , namens [bedrijf 7] en [aangever 30] , met bijlagen, p. 243 t/m 248.

44 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p 249-250.

45 Proces-verbaal van bevindingen, p 251.

46 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , namens [bedrijf 8] , met bijlagen, p 67 t/m 70.

47 Proces-verbaal van bevindingen, p 85.

48 Proces-verbaal sporenonderzoek, p 73-74.

49 Proces-verbaal van bevindingen, p 107-109.

50 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 447.

51 Proces-verbaal van bevindingen, p 86.

52 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 382 t/m 384, 393, 400 t/m 402, 404.

53 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, p 81 t/m 84.

54 Proces-verbaal van bevindingen (analyse telecom [medeverdachte 1] ), met bijlagen, p 1286-1287.

55 Proces-verbaal van bevindingen (analyse mobiele telefoongegevens [verdachte] ), met bijlagen, p 1199, 1216, 1217.

56 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016, p. 261-263

57 Proces-verbaal van bevindingen p. 276-278

58 Idem p. 276

59 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 15 maart 2016 p. 384-385

60 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 16 maart 2016 p. 399-400

61 Proces-verbaal van bevindingen p. 291-292 en p. 1245

62 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 15 maart 2016 p. 382

63 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 29 maart 2016, p. 553

64 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1252

65 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1260-1261

66 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016 met bijlagen, p. 156-158

67 Proces-verbaal van bevindingen, p. 169-171

68 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 4] , p.457

69 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1260-1261

70 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016 met bijlagen, p. 846-847

71 Proces-verbaal van bevindingen, p. 856-857

72 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] 15 en 16 maart 2016, p. 385 en 402

73 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] 15 maart 2016, p. 385

74 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1260-1261

75 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 februari 2016, p. 887-888

76 Proces-verbaal van bevindingen, p. 900-903

77 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1283

78 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1284

79 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] d.d. 17 februari 2016, p. 93-94

80 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] d.d. 17 februari 2016, p. 102-103

81 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] d.d. 17 februari 2016, p. 128-129

82 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] d.d. 17 februari 2016, p. 1006-1007

83 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] d.d. 17 februari 2016, p. 1018-1019

84 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] d.d. 17 februari 2016, p. 1030-1031

85 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] d.d. 17 februari 2016, p. 1034-1035

86 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] namens de [aangever 16] d.d. 17 februari 2016, p. 982-983

87 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 17] d.d. 17 februari 2016, p. 1025 en van [aangever 18] d.d. 17 februari 2016, p. 1049

88 Proces-verbaal van aangifte van J. [aangever] d.d. 17 februari 2016, p. 1046-1047 en van C. [aangever 9] d.d. 17 februari 2016, p. 1052-1053

89 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] namens de [aangever 16] d.d. 17 februari 2016, p. 983

90 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107-108

91 Idem, p. 108

92 Proces-verbaal van bevindingen, p. 112

93 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1041-1042

94 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 16 maart 2016, p. 396-397

95 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 17 maart 2016, p. 445

96 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 17 maart 2016 en 18 maart 2016, p. 447 en 467

97 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 17 maart 2016, p. 447

98 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 17 maart 2016, p. 448

99 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 29 maart 2016, p. 546

100 Proces-verbaal van bevindingen, p. 664-667

101 Proces-verbaal van aangifte, met bijlagen, p 905-914.

102 Processen-verbaal van bevindingen, p 915-919 en 921-923.

103 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1262.

104 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 386-387.

105 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 296-298.

106 Proces-verbaal van bevindingen, p 300.

107 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 458.

108 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1200 en p 1222-1224.

109 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1201 en p 1226.

110 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 932-933.

111 Proces-verbaal van bevindingen, p 934.

112 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 462.

113 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1201 en p 1227.

114 Proces-verbaal van aangifte, p 937-938.

115 Processen-verbaal van bevindingen, p 940-947.

116 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1262.

117 Proces-verbaal van bevindingen, p 1283-1285.

118 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 457.

119 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 959-962.

120 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 463.

121 Processen-verbaal verhoor [medeverdachte 3] , p 552 en p 560.

122 Proces-verbaal van aangifte, p 308-309.

123 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 458-459.

124 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 3] , p 550, 552 en 560.

125 Proces-verbaal van bevindingen, p 1201 en p 1229.

126 Proces-verbaal van aangifte, p 1105-1106 en proces-verbaal verhoor aangever met bijlagen, p 1107-1112.

127 Proces-verbaal verhoor getuige, p 1113-1114.

128 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] , p 388.

129 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1201-1202.

130 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p 1288.

131 Proces-verbaal van bevindingen, bijlage 33, p 1238.

132 Proces-verbaal van aangifte met bijlage, p 345-350.

133 Proces-verbaal van bevindingen, p 1201-1202 en 1243.