Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:6945

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
09/857504-16 (dagvaarding I), 09/852080-17 (dagvaarding II, ter terechtzitting gevoegd) en 99/000164-47 (v.i.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Den Haag heeft twee mannen veroordeeld tot een celstraf van 7 jaar. Een derde man krijgt een celstraf van 20 maanden.

De twee mannen waren betrokken bij de planning en uitvoering van een gewelddadige overval op een geldloper op 16 december 2015 in winkelcentrum Meerzicht in Zoetermeer. Ze hebben de geldkoffer met geld van de geldloper afgepakt, waarbij met een vuurwapen is gedreigd. Hierbij werd circa €260.000,- buitgemaakt. Verder waren zij betrokken bij een poging tot overval op een geldloper in winkelcentrum Alexandrium te Rotterdam op 3 oktober 2016, en de voorbereiding van een of meer overvallen.

De mannen hebben zich ook schuldig gemaakt aan schuldheling omdat ze hierbij steeds gebruik maakten van gestolen auto’s met gestolen kentekenplaten.

Er was sprake van een hecht samenwerkingsverband tussen beide mannen en een professionele werkwijze. Gedurende een periode van een jaar hebben zij zich beziggehouden met (het voorbereiden van) overvallen op geldlopers.

Een van deze twee mannen is ook veroordeeld voor mishandeling van zijn vriendin op 28 oktober 2016 in Zoetermeer. Hierbij heeft hij haar geslagen, op de grond geduwd en haar keel langdurig dichtgeknepen.

De poging tot overval op de geldloper in Rotterdam is samen met een derde man gepleegd. Hij heeft geldwagens en geldlopers gevolgd, de locatie van de geldloper doorgegeven en zou de gebruikte auto wegzetten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/857504-16 (dagvaarding I), 09/852080-17 (dagvaarding II, ter terechtzitting gevoegd) en 99/000164-47 (v.i.)

Datum uitspraak: 27 juni 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, locatie Zoetermeer te Zoetermeer.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van:

  • -

    1 februari 2017 (pro forma);

  • -

    5 april 2017 (pro forma);

  • -

    30 mei 2017 (inhoudelijke behandeling);

  • -

    13 juni 2017 (sluiting van het onderzoek ter terechtzitting).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. D.M. Kortekaas en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, en door de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 30 mei 2017 medegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 30 mei 2017 - ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van dagvaarding I

1.

hij op of omstreeks 03 oktober 2016 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in [een winkelcentrum 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een of meer (gro(o)t(e)) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan een bank en/of winkel en/of een financiele instelling, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer geldloper(s), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, al dan niet bewapend dat winkelcentrum is ingegaan en/of naar/achter die geldloper(s) (aan) is gelopen en/of die geldloper(s) heeft geobserveerd en/of aanwijzingen over de te plegen diefstal heeft gegeven aan een of meer mededader(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 03 oktober 2016 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in [een winkelcentrum 1] met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer geldloper(s) te dwingen tot de afgifte van een of meer (gro(o)t(e)) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een bank en/of winkel en/of een financiele instelling, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen al dan niet bewapend dat winkelcentrum is ingegaan en/of naar/achter die geldloper(s) (aan) is gelopen en/of die geldloper(s) heeft geobserveerd en/of aanwijzingen over de te plegen afpersing heeft gegeven aan een of meer mededader(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 01 september 2016 tot en met 3 oktober 2016 te Rotterdam en/of elders in Nederland, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of afpersing, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een of meer voertuig(en) (auto's en/of motor(en) en/of scooter(s)) en/of kentekenpla(a)t(en) en/of bivakmuts(en) en/of (een) (op (een) (vuur)wapen(s) (gelijkend(e) voorwerp(en) en/of telefoon(s) en/of handschoenen en/of donkere kleding en/of schoen(en) en/of muts(en) en/of motorhelm(en) en/of spuitbus(sen) met verf en/of een geldteller en/of tas(sen), kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in omstreeks de periode van 01 september 2016 tot en met 14 oktober 2016, althans in de periode van 4 oktober 2016 tot en met 14 oktober 2016 te Rotterdam en/of elders in Nederland, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of afpersing, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een of meer voertuig(en) (auto's en/of motor(en) en/of scooter(s)) en/of kentekenpla(a)t(en) en/of bivakmuts(en) en/of (vuur)wapen(s), althans (een) (op een) vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) en/of telefoon(s) en/of handschoenen en/of donkere kleding en/of schoen(en) en/of muts(en) en/of motorhelm(en) en/of spuitbus(sen) met verf en/of een geldteller en/of tas(sen), kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 28 oktober 2016 te Zoetermeer [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1]

- in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of tegen een/de arm(en) en/of het lichaam te slaan/stompen en/of

- krachtig te duwen tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] gevallen is en/of

- krachtig bij de keel vast te pakken en/of die keel dicht te knijpen en/of

- bij de haren vast te pakken en/of aan die haren te trekken;

4.

hij op of omstreeks 16 december 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 260.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het plaatsen van een (op een) (vuur)wapen (gelijkend voorwerp) tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of (daarbij) op dreigende/dwingende toon tegen die [slachtoffer 3] zeggen: "Het is een overval, meekomen, meekomen", althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 16 december 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 260.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het plaatsen van een (op een) (vuur)wapen (gelijkend voorwerp) tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of (daarbij) op

dreigende/dwingende toon tegen die [slachtoffer 3] zeggen: "Het is een overval, meekomen, meekomen", althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard en/of strekking.

Ten aanzien van dagvaarding II

1.

hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2015 tot en met 2 augustus 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (bestel)auto (merk/type: Volkswagen Caddy, kleur: wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2015 tot en met 27 november 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een of meer, kentekenpla(a)t(en) (voorzien van het [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

en/of

hij in of omstreeks 22 juli 2015 tot en met 16 december 2015 te Rotterdam en/of Zoetermeer en/of Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goed(eren) te weten een witte (bestel)auto (merk/type: Volkswagen Caddy, kleur: wit) en/of twee, althans een of meer, kentekenpla(a)t(en) (voorzien van het kanteken [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 21 januari 2016 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk/type: Renault Captur, kleur: zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2016 tot en met 15 oktober 2016 21 januari 2016 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een auto (merk/type: Renault Captur, kleur: zwart) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de

verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij in of omstreeks 27 juni 2016 tot en met 28 juni 2016 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk/type: Renault Megane, kleur: zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

Nederland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 27 juni 2016 tot en met 15 oktober 2016 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een auto (merk/type: Renault Megane, kleur: zwart) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode van 25 september 2016 tot en met 26 september 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (bedrijfs)auto (merk/type: Mercedes Benz Sprinter, kleur: blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 25 september 2016 tot en met 15 oktober 2016 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een (bedrijfs)auto (merk/type: Mercedes Benz Sprinter, kleur: blauw) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

hij in of omstreeks 24 februari 2016 tot en met 25 februari 2016 te Zwijndrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk/type: Opel Corsa, kleur: wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 24 februari 2016 tot en met 28 oktober 2016 te Zoetermeer en/of Capelle aan den IJssel en/of Voorburg, althans in Nederland, opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, of de voorwerpen waaraan zij wederrechtelijk verbonden zijn, heeft gebruikt als ware die merken echt en onvervalst en niet wederrechtelijk vervaardigd of wederrechtelijk aan die voorwerpen verbonden, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een (gestolen) auto (merk/type: Opel Corsa, kleur: wit) aangeschaft en/of daarin gereden, zulks terwijl op de bodemplaat van die auto een niet door de fabrikant van die auto aangebrachte voertuigidentificatienummer aangebracht was;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 24 februari 2016 tot en met 28 oktober 2016 te Zoetermeer en/of Capelle aan den IJssel en/of Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed te weten een auto (merk/type: Opel Corsa, kleur: wit) heeft

verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

3. Bewijsoverwegingen 1

3.1

Inleiding; aanleiding onderzoek

Op 16 december 2015, omstreeks 10.20 uur, heeft er in [een winkelcentrum 2] te Zoetermeer een gewapende overval op een geldloper, [slachtoffer 3] genaamd (hierna: [slachtoffer 3] ), plaatsgevonden.

[slachtoffer 3] , die werkzaam was voor [slachtoffer 2] en een geldautomaat in het winkelcentrum kwam bijvullen, werd onder bedreiging van een vuurwapen door een persoon met een helm op gedwongen via een nooduitgang mee te lopen naar een binnenplaats van het winkelcentrum. Op de binnenplaats werd de geldkoffer van [slachtoffer 3] afgenomen. De persoon met de helm op liep met de geldkoffer naar een gereedstaande witte bestelbus van het merk Volkswagen, type Caddy (hierna: VW Caddy).2 Een tweede persoon zat als bestuurder in deze bestelbus te wachten. Vervolgens werd de geldkoffer tegen de muur achter de VW Caddy gezet en door de bestuurder van de VW Caddy met de achterkant van de bestelbus open geramd. Nadat deze open was geramd, vluchtten de twee personen met de onderbak van de geldkoffer weg in de VW Caddy.3 Een bedrag van ongeveer € 260.000,- werd daarbij weggenomen.4

De VW Caddy, die ten tijde van de overval was voorzien van het kenteken [kenteken 1]5 werd omstreeks 12.09 uur aangetroffen op het Schansbos te Zoetermeer.6

Na onderzoek bleek deze VW Caddy gestolen te zijn in Rotterdam en te zijn voorzien van een in Zoetermeer gestolen kentekenplaat. Het originele kenteken betrof [kenteken 2] .7

Uit onderzoek bleek deze VW Caddy op 15 december 2015 vermoedelijk kentekenplaten gevoerd te hebben met het [kenteken 3] . Uit onderzoek naar de reisbewegingen van de VW Caddy met dit kenteken is gebleken de VW Caddy op 15 december 2015, op twee momenten (18:55:20 en 18:58:47 uur) geregistreerd werd op de N470 rijdende in de richting van Zoetermeer. Verder bleek dat op 15 december 2015 een voertuig, met kenteken [kenteken 4] , op twee verschillende punten op de route steeds twee seconden achter de VW Caddy aan reed (18:55:22 uur en 18:58:49 uur).

Op woensdag 16 december 2015, te 08.28 uur, werd het voertuig met het kenteken

[kenteken 4] geregistreerd toen deze via de Afrikaweg Zoetermeer kwam binnenrijden. Dit is ongeveer hemelsbreed 500 meter vanaf het winkelcentrum Meerzicht.

Het kenteken [kenteken 4] bleek te zijn afgegeven voor een Peugeot 206, kleur zwart, en op naam te staan van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ), wonende [adres 2] . Op dat adres stond ook verdachte (hierna: [verdachte] ) ingeschreven. [slachtoffer 1] heeft geen rijbewijs. 8

Omdat [slachtoffer 1] niet in het bezit is van een rijbewijs, is het zeer waarschijnlijk dat [verdachte] de bestuurder/gebruiker is geweest van de zwarte Peugeot, met het kenteken

[kenteken 4] , ook op de dag van de overval op woensdag 16 december 2015.9 [verdachte] bleek antecedenten met betrekking tot vermogensdelicten te hebben en stond geclassificeerd als vuurwapengevaarlijk.10

Hierop werd een onderzoek naar [verdachte] gestart. Gedurende dat onderzoek zijn – onder andere – diverse observaties verricht en mobiele telefoons afgeluisterd en is vertrouwelijke communicatie in voertuigen opgenomen. Daaruit bleek dat [verdachte] veelvuldig telefonisch contact en ontmoetingen had met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] , tevens medeverdachte), waarbij zij in verschillende gestolen voertuigen met gestolen kentekenplaten werden gesignaleerd. [medeverdachte 1] bleek antecedenten te hebben, onder andere met betrekking tot overvallen op geldinstellingen. Voorts is hij als vuurwapengevaarlijk geclassificeerd.11

Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte 1] als verdachten voor voornoemde overval in [een winkelcentrum 2] te Zoetermeer kunnen worden aangemerkt.

Uit de onderzoeksresultaten is tevens de verdenking ontstaan dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] , tevens medeverdachte) op 3 oktober 2016 in [een winkelcentrum 1] te Rotterdam hebben geprobeerd een geldloper te overvallen, waarbij zij gebruik maakten van een gestolen auto van het merk Renault, type Captur, kenteken [kenteken 5] (hierna: de Renault Captur).

Voorts ontstond het vermoeden dat [verdachte] en [medeverdachte 1] één of meerdere overvallen op geldlopers aan het voorbereiden waren, waarbij zij onder andere gebruik hebben gemaakt van gestolen auto’s met gestolen kentekenplaten.

Vlak voor de aanhouding van [verdachte] werd door [slachtoffer 1] aangifte gedaan van mishandeling door [verdachte] . Gedurende haar aangifte heeft zij verklaard dat – kort samengevat – zij van [verdachte] heeft gehoord dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de overval op de geldloper op 16 december 2015 hebben gepleegd.12

De beschuldigingen tegen verdachte komen kort gezegd op het volgende neer:

Ten aanzien van dagvaarding I

  1. medeplegen van een poging tot overval op een geldloper, althans het plegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot een dergelijk overval;

  2. medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot een dergelijke overval;

  3. mishandeling van [slachtoffer 1] ;

  4. medeplegen van een gewapende overval op een geldloper.

Ten aanzien van dagvaarding II

  1. medeplegen van diefstal, dan wel heling van een auto (Volkswagen, type Caddy) en de kentekenplaat [kenteken 1] ;

  2. medeplegen van diefstal, dan wel heling van een auto (Renault, type Captur);

  3. medeplegen van diefstal, dan wel heling van een auto (Renault, type Megane);

  4. medeplegen van diefstal, dan wel heling van een bestelbus (Mercedes, type Sprinter)

  5. medeplegen van diefstal, dan wel heling van een auto (Opel, type Corsa), dan wel het gebruik maken van een voertuig met een vals identificatienummer.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de bij dagvaarding I onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3 en 4 eerste cumulatief/alternatief en bij dagvaarding II onder 1 derde cumulatief/alternatief, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 tweede en derde cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 1 ten laste gelegde heeft zij verwezen naar het Opname Vertrouwelijke Communicatie-gesprek (hierna: het OVC-gesprek) van 3 oktober 2016 in de Renault Captur, de plaatsbepaling door middel van het baken in deze auto en de beelden van de beveiligingscamera’s in en om het winkelcentrum. Voorts is zij van mening dat uit de bewijsmiddelen geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een poging tot overval op een geldloper en niet slechts van het plegen vanvoorbereidingshandelingen met betrekking tot een dergelijk overval. Ook is er naar haar mening sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie verwezen naar de observaties, de OVC-gesprekken en de afgeluisterde telefoongesprekken. Zij gaat met betrekking tot dit feit uit van de periode vanaf 4 tot en met 14 oktober 2016.

Ten aanzien van het bij dagvaarding I onder 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie verwezen naar de verklaring van [slachtoffer 1] , de verklaring van de buurvrouw en de foto’s van haar letsel. Zij acht het dichtknijpen van de keel van [slachtoffer 1] niet bewezen, nu daarvoor onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.

Ten aanzien van het bij dagvaarding I onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie onder andere verwezen naar de verklaring van [slachtoffer 1] , die naar haar mening in voldoende mate wordt ondersteund door de andere bewijsmiddelen.

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5 in dagvaarding II acht de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstallen van deze voertuigen of kentekenplaten. Wel acht zij de ten laste gelegde opzethelingen wettig en overtuigend bewezen. Ook het onder feit 5 ten laste gelegde artikel 220 van het Wetboek van Strafrecht acht zij wettig en overtuigend bewezen.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek op een onrechtmatige wijze is gestart. Uit het onderzoek is immers niet gebleken dat verdachte op 15 december 2015 de bestuurder was van de auto met het kenteken [kenteken 4] die op twee verschillende punten twee seconden achter de VW Caddy aan reed. Voornoemde auto stond op naam van zijn vriendin [slachtoffer 1] , maar dat rechtvaardigt naar de mening van de raadsman niet de conclusie dat verdachte toen de bestuurder van de auto was en dat er vervolgens bijzondere opsporingsbevoegdheden tegen verdachte werden ingezet. Het verkregen bewijs dient te worden uitgesloten van de bewijsvoering, nu er sprake is van onrechtmatig jegens verdachte uitgeoefende bijzondere opsporingsbevoegdheden.

Voorts kan naar de mening van de raadsman niet vastgesteld worden dat verdachte de in het dossier door de verbalisanten aan hem toegeschreven OVC-gesprekken heeft gevoerd. Hij acht daarvoor de enkele stemherkenning door de [verbalisant 1] onvoldoende.

Tevens dient volgens de raadsman de verklaring van [slachtoffer 1] als onbetrouwbaar en ongeloofwaardig te worden aangemerkt. Hij heeft daarvoor – kort samengevat – de navolgende gronden aangevoerd:

  • -

    [slachtoffer 1] heeft haar verklaring niet in vrijheid afgelegd. Zij is door de politie voor drie maanden gegijzeld geweest waarbij de politie haar totaal heeft geïsoleerd van haar familie en haar vrienden. Voorts heeft de politie haar te kennen gegeven dat zij de veiligheid van haar en haar dochter niet konden garanderen indien zij naar huis zou gaan en dat verdachte een bedreiging vormde voor haar;

  • -

    [slachtoffer 1] heeft meerdere malen aangegeven dat zij een advocaat wilde die haar zou bijstaan bij haar verhoren maar dit heeft de politie tegengehouden;

  • -

    de politie heeft verhinderd dat [slachtoffer 1] haar verklaring na het afleggen ervan kon doornemen, teneinde te controleren of het verklaarde correct op schrift was gesteld;

  • -

    het vorenstaande, in combinatie met het feit dat [slachtoffer 1] lijdt aan een posttraumatische stresstoornis (hierna: PTSS) en tijdens haar verhoren zeer geëmotioneerd was, dient tot de conclusie te leiden dat haar verklaringen als onbetrouwbaar dienen te worden beschouwd;

  • -

    [slachtoffer 1] heeft een motief om een valse verklaring over verdachte af te leggen, te weten een wraakactie voor het feit dat verdachte Qadiri heeft mishandeld;

  • -

    de daderinformatie waar [slachtoffer 1] over heeft verklaard is ook ter sprake gekomen tijdens de twee uitzendingen van Opsporing Verzocht. Niet is vast te stellen of [slachtoffer 1] de daderinformatie van verdachte of uit de uitzendingen van Opsporing Verzocht heeft vernomen.

Nu er voor het overige ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is, heeft de raadsman vrijspraak van de bij dagvaarding II onder 1 primair en subsidiair, 2 en 4 en de bij dagvaarding II onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten bepleit.

Ten aanzien van het bij dagvaarding I onder 1 primair ten laste gelegde feit was er volgens de raadsman ook geen sprake van een begin van uitvoering met betrekking tot de overval.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het bij dagvaarding I onder 3 ten laste gelegde feit.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank zal allereerst responderen op de namens de verdachte aangevoerde verweren. Vervolgens zullen de ten laste gelegde feiten per zaaksdossier behandeld worden. De rechtbank zal bij deze onderdelen steeds de vraag beantwoorden of hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd bewezen kan worden verklaard.

3.4.1

Rechtmatigheid van de start van het onderzoek

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek op een onrechtmatige wijze is gestart.

De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Zoals hierboven reeds omschreven is uit onderzoek naar de reisbewegingen van de VW Caddy gebleken dat op 15 december 2015 het voertuig met het kenteken [kenteken 4] , dat op naam stond van [slachtoffer 1] , op twee verschillende punten steeds twee seconden achter de VW Caddy aanreed. Voorts werd dat voertuig een aantal uren voor de overval, te weten op 16 december 2015 te 08.28 uur, geregistreerd in de directe omgeving van het winkelcentrum Meerzicht te Zoetermeer.

Op het adres van [slachtoffer 1] stond ook verdachte ingeschreven, die antecenten heeft op het gebied van vermogensdelicten en geclassificeerd stond als vuurwapengevaarlijk. Voorts is gebleken dat [slachtoffer 1] niet in het bezit is van een rijbewijs.13

Het vorenstaande rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden dat verdachte zeer waarschijnlijk de bestuurder/gebruiker is geweest van de auto met het kenteken [kenteken 4] , dus ook op de dag van de overval op woensdag 16 december 2015. Derhalve was er voldoende verdenking tegen verdachte om bijzondere opsporingsbevoegdheden in te zetten.

Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

3.4.2

Stemherkenning verdachte

Door de raadsman en door verdachte is weersproken dat verdachte de OVC-gesprekken in het dossier, met name het OVC-gesprek op 3 oktober 2016 in de Renault Captur, heeft gevoerd. De raadsman acht de stemherkenning van verdachte door [verbalisant 1] onvoldoende om tot die conclusie te komen.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Op 30 augustus 2016 worden [verdachte] en [medeverdachte 1] , tijdens een observatie, gezien als inzittenden van een zwarte Renault Captur.14

Uit een OVC-gesprek is gebleken dat er op 3 oktober 2016 in de Renault Captur een gesprek tussen drie personen heeft plaatsgevonden.15

Op basis van stemherkenning werd [verdachte] door [verbalisant 1] als één van de drie deelnemers aan dat gesprek geïdentificeerd. De andere personen werden geïdentificeerd als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .16

Op 1 oktober 2016 heeft er eveneens een OVC-gesprek in de Renault Captur plaatsgevonden. Op basis van stemherkenning werd [verdachte] door [verbalisant 2] herkend als één van de twee deelnemers aan dat gesprek. De andere persoon werd geïdentificeerd als Vuong.17

Op 11 oktober 2016 heeft er ook een OVC-gesprek tussen twee personen plaatsgevonden in de Renault Captur. Op basis van stemherkenning werd [verdachte] door [verbalisant 1] en [verbalisant 3] herkend als één van de twee deelnemers aan dat gesprek. De andere persoon werd geïdentificeerd als [medeverdachte 1] .18

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de stemherkenningen door de [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 1] . Deze stemherkenningen worden in voldoende mate ondersteund door de hierna nader te bespreken bewijsmiddelen. Voorts heeft [verbalisant 1] op meerdere dagen verschillende malen [verdachte] verhoord en heeft [verbalisant 2] diverse tapgesprekken van [verdachte] beluisterd, waardoor een deugdelijke en onderbouwde stemherkenning tot stand heeft kunnen komen. [verdachte] is verder gezien als inzittende van de Renault Captur, samen met [medeverdachte 1] , wiens stem eveneens herkend werd.

De rechtbank gaat er gezien het voorgaande van uit dat [verdachte] de in het dossier aan hem toegeschreven OVC-gesprekken heeft gevoerd.

3.4.3

Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer 1]

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [slachtoffer 1] haar verklaring niet in vrijheid heeft afgelegd.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat [slachtoffer 1] na haar aangifte tegen [verdachte] in de crisisopvang van een Blijf-van-mijn-lijf huis en vervolgens in een [opvanghuis] is geplaatst. Diverse instanties zijn vervolgens betrokken geweest bij de vervolgprocedure om onder andere de veiligheid van [slachtoffer 1] en haar dochter te kunnen garanderen.

Uit deze gang van zaken is op geen enkele wijze gebleken dat [slachtoffer 1] een aantal maanden door de politie gegijzeld is geweest, waarbij de politie haar geïsoleerd zou hebben van de buitenwereld, en waardoor zij haar verklaring niet in vrijheid heeft kunnen afleggen.

Ook het feit dat zij niet is bijgestaan door een advocaat tijdens haar verhoren rechtvaardigt niet de conclusie dat zij haar verklaring derhalve niet in vrijheid heeft afgelegd.

De rechtbank heeft tevens bij haar oordeel betrokken de getuigenverklaring van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, waarbij [slachtoffer 1] niet heeft verklaard dat haar verklaringen bij de politie onjuist zouden zijn. Zij heeft op diverse punten haar verklaring bij de politie juist bevestigd.19

De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om te twijfelen aan de ambtsedig opgemaakte processen-verbaal van de verhoren van [slachtoffer 1] , waarin door de verbalisanten is aangegeven dat [slachtoffer 1] haar verhoren, voordat zij deze heeft ondertekend, heeft kunnen doorlezen.

Ook het feit dat zij aan PTSS lijdt, tijdens haar verhoren zeer geëmotioneerd was en wellicht een motief zou hebben om een valse verklaring af te leggen, leidt niet tot de conclusie te leiden dat zij haar verklaring niet in vrijheid heeft afgelegd en dat haar verklaringen daarom onbetrouwbaar zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn haar verklaringen in hoofdlijnen en op essentiële punten juist consistent, en worden deze – zoals hieronder bij de bespreking van de beschuldigingen zal blijken – op diverse onderdelen bevestigd door overige bewijsmiddelen in het dossier.

Het verweer van de raadsman dat de verklaringen van [slachtoffer 1] dienen te worden uitgesloten van het bewijs, wordt derhalve verworpen. Wel zal de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] kritisch beoordelen en per onderdeel bezien of de verklaring in voldoende mate wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier.

3.4.4

Dagvaarding I feit 1: Zaaksdossier “Poging tot overval 03-10-2016”

Gedurende het onderzoek naar [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn diverse observaties verricht.

Tijdens één van deze observaties is waargenomen dat [medeverdachte 1] (als bestuurder) en [verdachte] (als passagier) op 30 augustus 2016 te 21.06 uur in Capelle aan den IJssel in de Renault Captur stapten en dat zij in deze auto naar Zevenhuizen reden. Vervolgens reden zij met deze auto terug naar Capelle aan den IJssel.20

Ten behoeve van de plaatsbepaling van de Renault Captur werd een technisch hulpmiddel, te weten een peilbaken, geplaatst. Voorts werden in dat voertuig OVC-gesprekken opgenomen.21

Uit de gegevens van het peilbaken onder de Renault Captur is gebleken dat het voertuig op

3 oktober 2016 tussen 09.32.39 uur en 09.45.17 uur in Capelle aan den IJssel aanwezig was. Tussen 09.50 uur en 14.04 uur was het voertuig in en nabij [een winkelcentrum 1] te Rotterdam. Daarna bevond het voertuig zich vanaf 14.05 uur weer in Capelle aan den IJssel.22

Uit de OVC-gesprekken is gebleken dat er op 3 oktober 2016, tussen 09.32 uur en 14.08 uur, in de Renault Captur een gesprek tussen drie personen heeft plaatsgevonden.23

Zoals hierboven reeds aangegeven werden op basis van stemherkenning [verdachte] en [medeverdachte 1] als deelnemers aan dat gesprek geïdentificeerd.24 De derde deelnemer aan het gesprek, die in eerste instantie werd aangeduid als [pseudo naam medeverdachte 2] , is later middels stemherkenning geïdentificeerd als [medeverdachte 2] .25

De rechtbank heeft reeds overwogen dat zij geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de stemherkenning van [verdachte] . Door de verdediging is niet weersproken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de andere deelnemers waren aan dat gesprek op 3 oktober 2016. De rechtbank zal derhalve ervanuit gaan dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat gesprek hebben gevoerd.

De rechtbank gaat er verder van uit dat [verdachte] vanaf 30 augustus 2016 diverse malen, te weten op 1, 3 en 11 oktober 2016, in de Renault Captur heeft gezeten en dat hij de OVC-gesprekken op die data heeft gevoerd. Dit wordt ook ondersteund door het feit dat na onderzoek is gebleken dat [verdachte] op 3 oktober 2016 de gebruiker is geweest van de mobiele telefoon met het nummer [06-nummer 1] .26 Dit nummer heeft op die dag van 13.33.16 uur tot 13.50.27 uur een zendmast in de directe omgeving [een winkelcentrum 1] aangestraald. Om 14.12.06 uur is door die telefoon een zendmast in Capelle aan den IJssel aangestraald.27

In voornoemd OVC-gesprek van 3 oktober 2016 is – voor zover relevant – het navolgende te horen.

Om 09:32:24 uur zegt [verdachte] : “Oke dat moet je ff een blokkie maken om te kijken of we niks raars zien”.

Hierop wordt het voertuig gestart en is te horen dat het voertuig gaat rijden. [medeverdachte 2] vraagt hoe hij moet rijden, waarop [verdachte] hem aanwijzingen geeft.

Om 09:33:45 uur zegt [medeverdachte 2] : “Zo hebben we een blokje gereden”, waarop [verdachte]

antwoordt: “Ja toch”.

Om 09:34:00 uur vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 2] : “Is dat hem?”, waarop [medeverdachte 2] antwoordt: “Ja”.

[verdachte] zegt vervolgens: “Nee joh, waarom doet ie dat”.

Te horen is dat de auto op dat moment nog rijdt. [medeverdachte 2] vraagt aan [verdachte] : “Hij komt toch normaal met die?”, waarop [verdachte] antwoord: “Ja, hij komt normaal met die.”

[verdachte] geeft aanwijzingen aan [medeverdachte 2] over de te rijden route.

[verdachte] geeft om 09:34:47 aan: “Hij geeft nog niks aan, gewoon doorgaan want hij volgt jou gewoon.”

09:35:09 uur

[medeverdachte 2] : “Waarom zou hij dat nou doen?”

[verdachte] : “Ik heb geen idee.”

[medeverdachte 2] : “Er zal wel iets zijn dan.”

[verdachte] : “Ja ik weet niet man, raar jongen. Wat is er met die gozer.”
Er volgen een paar aanwijzingen over de route waarop [verdachte] erbij zegt: “Rechtdoor, we houden ons gewoon aan het plan, ja toch”. Er volgen weer aanwijzingen over de te rijden route.

Om 09:36:43 uur zegt [medeverdachte 2] : “Misschien komt hij wel met dat ding aangelopen.”

[verdachte] : “Ja ja ja ik denk dat dat het is, ja.”

Omstreeks 09:37:19 uur wordt er geparkeerd, draait de motor stationair en gaat er een portier open. Op de achtergrond zegt [verdachte] : “Doe eens open”.

Te horen is dat kennelijk de kofferbak ontsloten en open gedaan wordt.

[verdachte] zegt: “Doe maar even uit.”

Te horen is dat de motor uitgezet wordt en dat een portier en de achterklep wordt geopend.

Op dat moment, om 09:37:56 uur is voor het eerst [medeverdachte 1] te horen.

Vuong: “Hoe is het?”

[verdachte] : “Ja rustig man en met jou?”

[medeverdachte 1] : “[onverstaanbaar] plaatje”

[verdachte] : “Oh ja.”

Daarna te horen is dat een portier wordt geopend en dat de achterklep dicht gaat. Voorts is en een rits en gerommel te horen. Daarna is er een begroeting tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

[verdachte] : “Wij gaan er nu heen gewoon.”

[medeverdachte 1] : “Ja toch.”

[medeverdachte 2] : “Ja toch we zien je zo.”

Om 09:38:16 uur gaan twee portieren dicht en wordt de motor gestart. Om 09:40:07 uur gaat een portier open en dicht en wordt direct de motor gestart.

Om 09:50:32 uur zegt [medeverdachte 2] : "Als jij zeg maar eeh, zeg maar als jij aan het eeh doen zeg maar he" (…) "moet ik deze gelijk onderweg eeh klikken en dan is het eeh"

[verdachte] : “ja in principe wel, of ja wacht maar ft mee, want hij gaat toch niet zo snel,

maar je moet hem wel uitdoen, je weet toch, tenminste als, je weet toch" (…) "Voor het zelfde geld moeten wij jou nog ff, je weet toch"

[medeverdachte 2] : "ja dan moet ik hem niet uitdoen"

[verdachte] : “moet je ons komen halen ofzo of eeh"

09.53.38

uur

[medeverdachte 2] : “Kijk hoe stil het nu is he”

[verdachte] : “Ja echt he, zo meteen wordt het bomvol.”

[medeverdachte 2] : “Ik ga hem hier zetten.”

Vervolgens is een parkeersensor te horen die sneller begint te piepen. Voorts is te horen dat de handrem wordt aangetrokken en dat een gordel wordt losgemaakt.28

Uit de camerabeelden van [een winkelcentrum 1] te Rotterdam is gebleken dat op 3 oktober 2016 te 9.52.32 uur de Renault Captur de parkeergarage aan de [straat] te Rotterdam inrijdt en parkeert aan de achterzijde van de parkeergarage.29

Om 10.10.04 uur is er een autoportier te horen. Om 10.10.22 uur is wederom een autoportier te horen.

[medeverdachte 2] : “[onverstaanbaar] die bij de deur staat dat ding.”

[verdachte] : “Wat zeg je?”

[medeverdachte 2] : “Die bij die deur staat dat ding.”

[verdachte] : “Hij kan hem eigenlijk beter andersom zetten gelijk, dan heb je dat zo meteen niet weet je.”

[medeverdachte 2] : “Ja maar je gaat zo ook weg toch?”

[verdachte] : “Ja, maar ik bedoel andersom, met zijn neus naar de deur gelijk, dat je in één keer gelijk eruit kan.”

[medeverdachte 2] : “En hij gaat toch rijden daarheen of niet? En dan zo terug of niet?”

[verdachte] : “Waarheen? Ja maar we moeten uit deze deur toch.”

[medeverdachte 2] : “Ja ja ja.”

[verdachte] : “Dat je nog dat ding moet omdraaien weet je, die scooter. Want nu staat die met zijn neus de andere kant op, maar als die met zijn neus de andere kant op staat, dan is het in principe alleen pakken en gelijk ervandoor weet je. Nou ja fuck it. Nee joh laat maar zitten joh, want hij gaat sowieso die ketting nog vast doen dus. Dat kost wel meer tijd.”

[verdachte] : “Ow nou komt hij deze kant op.”

Om 10.11.50 uur is te horen dat een portier open en dicht gaat. Voorts is een rits te horen.

[medeverdachte 1] : “Had niemand mij gezien?”

[medeverdachte 2] : “Nee.”

[medeverdachte 1] : “Weet je zeker?”

[medeverdachte 2] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Want buitenkant brand alarmlichtje.”

[medeverdachte 1] : “.. Maar die deur hebben jullie niet open gemaakt toch?”

[medeverdachte 2] : “Nee een vent is er net doorheen gegaan. …”

[medeverdachte 1] : “Nou dan zou het door hem zijn dat die de deur opengegooid heb.”

[medeverdachte 1] : “Let jij even goed op. Is het niemand in de auto?”

[medeverdachte 2] : “Nee.”

[verdachte] : “Nee niemand in de auto joh.”

[medeverdachte 1] : “Want deze auto zie je wel goed he, als mensen achterin zitten.”

[verdachte] : “Ja, zat dat ik al te zeggen net.”

[medeverdachte 1] : “Maar goed, mag die daar staan? In principe wel he. Alleen dat motherfocking alarmlicht staat aan, dat is minder.”

[medeverdachte 1] : “Maar ja, dan kan die scooter hier opvallen als voor deze deur is begrijp je?”

[medeverdachte 1] : “… Nee ga maar weg hier. We laten hem wel staan, we zullen zien, ja toch? Het is niet anders. Want als je hier staat val je nog meer op.”

[verdachte] : “Ja daarom.”

[medeverdachte 1] : “Rij is daarheen, eerst rechtdoor.”

[medeverdachte 2] : “Zeg maar gewoon hoe of wat.”

Te horen is dat de motor wordt gestart.

[medeverdachte 1] : “Heb jij je sleutel aan hem al gegeven?”

[verdachte] : “Jaja, de autosleutel bedoel je?”

[medeverdachte 1] : “Die autosleutel ja. Heb niemand mij gezien denk je?”

[medeverdachte 2] : “Nee”

[medeverdachte 1] : “Ik zit even te denken, dat ik die scooter hier neer zet.”

[medeverdachte 2] : “Ja het is wel een mooiere plek. Zo rijden ff?”

[verdachte] : “Maar we moeten ook meer door de garage heen gaan.”

[medeverdachte 1] : “Nee maar dan, ja juist, straks is het veel meer auto’s he.”

[verdachte] : “En dan moet je heel dat stuk weer terug weet je [onverstaanbaar]”

[medeverdachte 1] : “Nou is het gewoon eruit en we gaan gewoon onze ding doen.”

[medeverdachte 2] : “Zeg maar waar ik eeh.”

[medeverdachte 1] : “Je kan het beste is eeh zoals verleden keer he.”

[medeverdachte 2] : “Nou niet hierzo zo zetten?”

[medeverdachte 1] : “Nee dat is niet zoals verleden keer toch, die kant is verleden keer, daar.”

[medeverdachte 2] : “Daar ja.”

[medeverdachte 1] : “Maar volgens mij heb hier op deze veel meer inzicht.”

[medeverdachte 2] : “Ik dacht hierzo of niet?”

[medeverdachte 1] : “Het is te ver. Je gaat veels te ver! Je ziet helemaal geen kanker daar. Je moet op die ingang toch letten.”

[medeverdachte 2] : “Ja maar ik wou keren en zo doen toch. Ik ga hem hier ertussen douwen. Hierzo, ja toch?”

[medeverdachte 1] : “Dan moet je achteruit erin. … Mensen zien je wel hoor in deze auto.”

[verdachte] : “Ja sowieso, plus hij is hoog, die andere was laag, mensen kijken eroverheen weet je, plus hij was donkerder denk ik.”

Vervolgens is een parkeersensor te horen.

[medeverdachte 1] : “Kunnen we hem goed voorbij zien komen?”

[verdachte] : “Ja zeker.”

[medeverdachte 1] : “Nee deze auto is veel meer dingen.”

[verdachte] : “Ja veel meer zicht, hij is ook hoog he en die dingen zijn niet zo donker denk ik.”

[medeverdachte 1] : “Ja deze zijn minder donker dan die andere. Die andere is echt donker. Hier zien mensen je gewoon zitten hoor, dat weet ik zeker.”

10:18:38 uur

[medeverdachte 1] : “Maak jij die klep is open Ap. Kijk uit met je handschoenen alleen he.”

Te horen is dat een portier open en dicht gaat en dat de achterklep open gaat.

[medeverdachte 1] : “Kijk eens de zijkanten of je ons goed ziet.”

[medeverdachte 2] : “Ja kan wel zien zitten.”

[medeverdachte 1] : “Toch wel? Ja dat is wel kut.”

[medeverdachte 2] : “Ja bij die andere zag je het wel veel minder ja.”

[verdachte] : “Ja maar ja het is niet anders.”

...

[medeverdachte 1] : “Kan jij hem goed zien komen of niet?”

[verdachte] : “Ja dat zien we wel. Vanaf daar, vanaf hier, vanaf daar.”

[medeverdachte 1] : “Als hij ons afzet en dan terugloopt, ik denk dat hij te laat is, ik denk dat hij via boven moet gaan.”

[medeverdachte 2] : “Dat ga ik ook doen”.

[medeverdachte 1] : “En dan richting die Kentucky lopen en dan zie je hem vanzelf weer tegemoet komen.”

[medeverdachte 2] : “Ja ja.”

[verdachte] : “En dan gewoon door blijven lopen.”

[medeverdachte 1] : “Gewoon net zo lang doorlopen tot naar buiten toe, dan zie je vanzelf. En dan moet je alles gelijk aangeven. Ehm we zouden niet in de auto praten.”

[medeverdachte 2] : “Het gaat gewoon naar buiten en ik ga daar staan en dan loop ik zo..”

Vuong: “Als je tegemoet loopt dan kan je hem niet missen, daar heb ik het over.”

[medeverdachte 2] : “Ja dat weet ik”

[medeverdachte 1] : “Waar het omgaat is die he, lang, daar gaat het om.”

[medeverdachte 1] : “… Wij gaan nu, ga jij niet binnen staan tot hij doorgeven, weet je? ”

[verdachte] : “Ja toch.”

[medeverdachte 1] : “… Als die bijna daar is moet je ook doorgeven.”

[medeverdachte 2] : “Ja tuurlijk.”

[medeverdachte 1] : “Weet je wat ik denk. Je moet gewoon naar boven. Je kan niet de hele tijd boven wachten, dat kan niet. Hij moet echt in zicht gezien hebben.”

[verdachte] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “En dan ga jij pas naar boven.”

10.25.44

uur

[medeverdachte 1] : “Waar is die tas?”

[verdachte] : “Hier.”

[medeverdachte 1] : “Zit er nog wat in?”

[verdachte] : “Ja, zo’n plaatje.”

[verdachte] : “...en er zit nog een schroevendraaier onderin.”

[medeverdachte 1] : “Je moet even goed controleren want je mag niks verliezen.”

10.28.56

uur

[medeverdachte 1] : “Het is een ander plaatje. In het water he.”

[verdachte] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Niet in de auto laten hoor.”

[verdachte] : “Nee.”

[medeverdachte 1] : “Maar wat ik zeggen wou. Oke waar gaat hij naartoe dan?”

[verdachte] : “Hij gaat terug naar zijn auto toch. Parkeer deze gewoon.”

[medeverdachte 2] : “Ergens daar.”

[medeverdachte 1] : “Waar is ergens?”

[verdachte] : “Ja anders moet je hem gewoon in de buurt bij jou. Tenminste van waar je kan vinden gewoon zo ver mogelijk waar teruglopen kan vinden.”

[medeverdachte 1] : “Ja maar niet voor een huis ofzo he.”

[verdachte] : “Nee niet voor een huis.”

[medeverdachte 2] : “Nee gewoon normaal.”.

[medeverdachte 1] : “Gewoon een parkeerplaats, grote parkeerplaats, gewoon recht en alles uit en op slot. Niet voor iemand zijn huis zetten! Er is niks met jou aan de hand…”

[medeverdachte 2] : “Ik zeg toch nee.”

[medeverdachte 1] : “Dus je kan heel rustig neerzetten. Je hoeft echt niet neerzetten en te rennen, dat is echt niet nodig.”

[medeverdachte 2] : “Nee joh gek.”

10:38:56 uur

[medeverdachte 1] : "Beneden, dan (…) naar beneden, boep,"

[verdachte] : "Ja ja ja toch"

[medeverdachte 1] : "En dan plat"

[verdachte] : "Juist"

[medeverdachte 1] : "En dan ga ik die (…) hoek"

[verdachte] : "Die hoek gewoon, oké"

[medeverdachte 1] : “En dan is eeh, ja vrij snel denk ik" (…) “vrij snel weg"

10.52.58

uur

[medeverdachte 1] : “Kom op man. Vandaag moet het goed komen he.”

[medeverdachte 2] : “Vandaag komt het goed.”

[medeverdachte 1] : “Het moet hoor, doe je ding goed.”

[verdachte] : “Ik weet alleen niet of die tussen ons past man.”

[medeverdachte 1] : “Hoe bedoel je?”

[verdachte] : Toen ik de vorige keer ging zitten, zat ik al bijna helemaal tegen je aan.

[medeverdachte 1] : “Jawel gaat wel, moet, moet vriend, hij moet er tussen passen, anders hou je ook maar voorin tussenin. Maar dat is moeilijk met sturen dan, dus daarom denk ik.”

[verdachte] : “Ja of vasthouden, gaat dat lukken denk je?”

[medeverdachte 1] : “Of je moet.”

[verdachte] : “Met één hand jou en één hand achter zo dat ding.”

[medeverdachte 1] : “Nee nee nee nee, dat is zwaar vriend. Of je moet op dat dingetje zetten.”

[verdachte] : “Ow ja waar ik mijn voeten zet.”

[medeverdachte 1] : Daarop leggen en je voet, je benen over hem heen klemmen.”

[verdachte] : “Alleen maar te klemmen en in balans te houden.”

[medeverdachte 1] : “Maar ik ga gasgeven.”

10.54.31

uur

[medeverdachte 1] : “Nee maar ik moet zorgen dat wij allemaal thuis lekker rustig, weet je. Dat dat van ons vandaag, je weten. Dat we een keertje weer kan ontspannen.”

[medeverdachte 1] : “… We gaan die dingen allemaal, zeg maar veilig zetten en we gaan gelijk die spullen halen, gelijk allemaal erbij.”

11.15.14

uur

[medeverdachte 1] : “Die andere moet je weggooien [pseudo naam medeverdachte 2] .”

[medeverdachte 2] : “He?”

[medeverdachte 1] : “Water gooien he.”

[medeverdachte 2] : “Ja man.”

[medeverdachte 1] : “Vergeet het niet he.”

[medeverdachte 2] : “Nee tuurlijk niet joh gek.”

11.16.35

uur

[medeverdachte 1] : “Geef aan tegemoet lopen.”

[medeverdachte 2] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Geef aan lang kort.”

[medeverdachte 2] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Waar, hoe lang. En jij moet hem vragen moet ik nu naar boven of niet, begrijp je? Als hij zegt komt naar boven, begrijp je. Je moet goed aangeven he.”

[medeverdachte 2] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Niet dat hij daar in één keer toevallig heen komt enne dat die gozer ergens anders naartoe moet.”

[medeverdachte 2] : “Die lange, dan gaat hij altijd toch daarheen.”

[medeverdachte 1] : Ja. Dat is het allerbelangrijkste.”

12.24.07

uur

[medeverdachte 1] : “… maar we moeten wel ons ding goed doen. Wij doen het goed, zorgen dat je niet fouten maakt. Doe je ding goed, duizend miljoen keer verteld. Het is het verschil tussen papier of niet. Nou ik wil liever papier hier vandaag. Ik ben klaar voor de strijd echt, helemaal klaar. Kankerzooitje. Maar je gaat hier toch? Of niet die?”

[verdachte] : “Ja sowieso.”

[medeverdachte 1] : “Die je ding [onverstaanbaar], kom op he. … dat is juist zijn snelheid met die ding praten toch, dan moet je gelijk BAM naar beneden gooien.”

12.30.01

uur

[medeverdachte 1] : “Die ding gewoon naar beneden goed gooien, weet je, barapbam! Gewoon hard weet je. Kan je die ver naar beneden gooien of niet?”

[verdachte] : “Die hoge die grote? Weet niet of die gaat passen nog man. Ik zag hem laatst en hij was iets smaller dan ik had gedacht.”

[medeverdachte 1] : “Ja toch. Gewoon treetje voor treetje naar beneden gooien, boem boem boem boem, begrijp je? Want je moet zelf ook snel naar beneden toch.”

[verdachte] : “Ja man ik spring gewoon, gewoon springen, tegelijk gewoon.”

[medeverdachte 1] : “Ja maar je kijkt uit met dat springen dat niks uit je zak valt he.”

[verdachte] : “Ja, alles zit dicht man.”

[medeverdachte 1] : “Oke”

[verdachte] : “Alleen die eeh alleen die ding moet goed blijven.”

[medeverdachte 1] : “Ja maar daarom zeg ik niks moet daar blijven, niks, mag niet.”

12.30.56

uur

[medeverdachte 1] : “Hoe laat was die hier verleden keer trouwens?”

[verdachte] : “Drie uur.”

[medeverdachte 1] : “Echt waar?”

[verdachte] : “Precies.”

[medeverdachte 2] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “En daarvoor?”

[verdachte] : “Ook drie uur.”

[medeverdachte 2] : “Ook, vijf over.”

12.46.30

uur

[medeverdachte 2] : “Dat is een beetje rare route dan, hoe die rijdt dan.”

[medeverdachte 1] : “Of hij rijdt nu naar die andere, weet je die van ons.”

[verdachte] : “Ja en dan komt die terug.”

[medeverdachte 1] : “Hij doet zijn ding en dan komt die weer terug.”

[medeverdachte 2] : “Wij wachten gewoon”.

13.16.41

uur

[medeverdachte 1] : “En dan, kan je ook niet, hoe kan je het zien dat hij binnen komt.”

[verdachte] : “Ja hoe kan je dat zien?”

[medeverdachte 2] : “Ja maar ik ga zitten daar gewoon hoor.”

….

[medeverdachte 2] : “Zeg maar, ik wacht gewoon buiten, maakt mij niet uit.”

[verdachte] : “Ja dan moeten we het zo doen en dan eeh. Maar als we, als jij hebt geparkeerd dan moet je gelijk [onverstaanbaar].”

[medeverdachte 2] : “Ik ga eerst jou eruit gooien en dan ga ik die kaart pas betalen.”

Om 13.17.13 uur wordt de motor gestart en gaat de auto rijden.

[medeverdachte 1] : “Moet je even goed kijken. In ieder geval we kunnen hier niet meer blijven. Dit wordt al teveel, dat weet ik wel.”

[verdachte] : “Teveel ogen.”

[medeverdachte 1] : “Tuurlijk op een gegeven moment ga je opvallen.”

[medeverdachte 1] : “Op een gegeven moment wordt het te gek. Goed kijken om je heen.”

[medeverdachte 2] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Dat er geen auto is, uit kan stappen.”

[medeverdachte 2] : “Ik ga hem achter die rooie zo ernaast zetten ja?”

Om 13.17.59 uur is te horen dat een portier wordt geopend en gesloten.

[medeverdachte 2] : “Hij is echt een stresskip jongen joh hee”.

….

[verdachte] : “Maar daarom jongen, maar weet je wat het is.”

[medeverdachte 2] : “Ik moet hem ff neerzetten. Ik moet toch gaan betalen.”

[verdachte] : “Als die iets zegt, moet je gewoon doen, want anders gaat die jou de schuld geven. Snap je?”

Om 13.19.00 uur is te horen dat een portier wordt geopend en gesloten.30

Op de camerabeelden van de parkeergarage is te zien dat een manspersoon om 13.19.20 uur bij een betaalautomaat staat. Voorts is op de beelden te zien dat de Renault Captur om 13.25.15 uur de parkeergarage verlaat.31 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de manspersoon is die op de beelden bij de betaalautomaat staat.32

13.23.35

uur

[verdachte] : “Kom we gaan snel voordat hij weer loopt te schelden weet je.”

Te horen is dat de auto weer wordt gestart en gaat rijden [verdachte] geeft aanwijzingen hoe ze verder moeten rijden uit de parkeergarage.

13.26.50

uur

[verdachte] : “Dan moet jij daar gaan staan he. Jij moet daar op het plein gaan zitten.”

[medeverdachte 2] : “Moet ik daarheen gaan lopen? Ja toch?”

[verdachte] : “Laat die sleutel maar hier joh.”

[medeverdachte 2] : “Ja ik gooi, dat ding moet ik even weggooien in de sloot ergens of niet? Of zal ik dat dalijk doen.”

[verdachte] : “Nee nee, laat maar hier.”

[medeverdachte 2] : “Dus ik moet nu daarheen gaan lopen gewoon?”

[verdachte] : “Ja, gewoon daar gaan zitten.”

[medeverdachte 2] : “En anders gewoon even bellen he.”

Om 13.27.08 uur is te horen dat het portier open en dicht gaat. Om 13.30.36 uur is wederom te horen dat het portier open en dicht gaat. Vervolgens heeft [verdachte] een gesprek met [medeverdachte 1] .

Om 13.40.35 uur is te horen dat er een telefoon gaat.

[medeverdachte 1] : “Snel, snel, snel, misschien zijn ze er wel.”

[verdachte] : “Jow! Ja hij komt. Ja is goed doei.”

[medeverdachte 1] : “Pak jij je dingen alles klaar.”

[verdachte] : “Ja toch.”

Er is een rits te horen.

[medeverdachte 1] : “Voor die kofferbak. Ik maak die ding los en kom ik hier heen.”

[verdachte] : “Is goed, ik zie je zo.”

Te horen is dat het portier sluit. Er is een rits te horen, waarna weer een portier open gaat. De centrale portiervergrendeling is te horen. Hierna is te horen dat de kofferbak open en dicht gaat. Wederom is te horen dat een portier open en dicht gaat. Vervolgens is er gerommel te horen.33

Op de camerabeelden van [een winkelcentrum 1] te Rotterdam is te zien dat om 13.41.09 uur een geldauto aan komt rijden tot onderaan een roltrap. Om 13.41.35 uur komt een geldloper (hierna: geldloper1) uit de geldauto met een groot model geldkoffer.34

In het OVC-gesprek is vervolgens om 13:41:52 uur te horen dat de mobiele telefoon weer over gaat. Er wordt door [verdachte] opgenomen met “Ja”. De stem aan de andere kant van de lijn zegt: “Ze gaan nu de roltrap op”. [verdachte] antwoordt met “Serieus?”. Op de achtergrond is een motorscooter te horen. De stem herhaalt: “Ja ze gaan nu de roltrap op.” [verdachte] zegt: “Oke wacht ff”. Er is een toets van een telefoon te horen. Op de achtergrond is nog steeds de motorscooter te horen die even stationair loopt en dan weer op trekt. Om 13:42:30 uur wordt het stil.35

Op de camerabeelden van [een winkelcentrum 1] te Rotterdam is vervolgens – kort samengevat – het navolgende te zien.

De verdediging heeft niet weersproken dat de persoon op de beelden [medeverdachte 2] betreft. Evenmin is de juistheid van navolgende beschrijving van de camerabeelden betwist. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van die beschrijving.

13.42.00

uur: [medeverdachte 2] komt in beeld vanachter een bord.

13.42.03

uur: geldloper1 loopt naar binnen bovenaan de roltrap.

13.42.06

uur: [medeverdachte 2] staat onderaan de roltrap.

13.42.12

uur: geldloper1 loopt richting de ingang van de KFC.

13.42.14

uur: [medeverdachte 2] staat bellend onderaan de roltrap.

13.42.30

uur: geldloper1 loopt richting crewruimte van de KFC. [medeverdachte 2] staat bovenaan de roltrap.

13.42.30

uur: [medeverdachte 2] staat bellend bovenaan de roltrap.

13.42.34

uur: geldloper1 loopt richting crewruimte van de KFC. [medeverdachte 2] kijkt geldloper1 na.

13.42.38

uur: geldloper1 loopt richting crewruimte van de KFC. [medeverdachte 2] loopt voorbij de KFC.

13.42.41

uur: [medeverdachte 2] loopt net voorbij de KFC.

Tussen 13.42.47 uur en 13.44.40 uur is te zien dat [medeverdachte 2] , al dan niet bellend, zich in de nabijheid van de KFC bevindt. Hij loopt daar heen en weer of zit daar op een bankje. Voorts is hij via de roltrap naar beneden en weer naar boven gelopen.

13.45.19

uur: geldloper1 verlaat de KFC en gaat naar de roltrap.

13.45.34

uur: [medeverdachte 2] loopt richting de roltrap.

13.45.37

uur: [medeverdachte 2] loopt ter hoogte van de KFC richting de roltrap en kijkt richting de KFC.

13.45.44

uur: [medeverdachte 2] gaat de KFC in en kijkt binnen in het voorportaal rond.

13.46.16

uur: [medeverdachte 2] staat bovenaan de roltrap.

13.46.20

uur: [medeverdachte 2] gaat via de roltrap bij de KFC naar beneden.

13.47.19

uur: Een andere geldloper (hierna: geldloper2) komt uit de auto en loopt richting de roltrap.

13.47.35

uur: geldloper2 is bovenaan de roltrap bij de KFC aangekomen.

13.47.37

uur: [medeverdachte 2] komt weer aanlopen ter hoogte van het bord.

13.47.41

uur: geldloper2 loopt ter hoogte van de KFC.

13.47.56

uur: [medeverdachte 2] komt met versnelde pas de roltrap op.

13.48.08

uur: [medeverdachte 2] is ter hoogte van de KFC.

13.48.12

uur: [medeverdachte 2] loopt bij de ingang van de kantoren en gaat richting de winkelstraat.

13.50.06

uur: [medeverdachte 2] komt terug uit de winkelstraat en loopt richting de roltrap. Hij draait zich om en gaat bellen.

13.50.51

uur: [medeverdachte 2] is ter hoogte van de KFC en loopt richting de roltrap.

13.51.00

uur: [medeverdachte 2] gaat via de roltrap naar beneden.

13.51.14

uur: geldloper2 loopt bij de KFC richting de roltrap.

13.51.27

uur: geldloper2 gaat met de roltrap naar beneden.36

Om 13:53:03 uur is in het OVC-gesprek weer het geluid van de portieren te horen. Er is veel gerommel en ritsen te horen. Om 13:53:46 is het intoetsen van een mobiele telefoon te horen. Er is gehijg van een persoon te horen. Om 13:54:19 is te horen dat een portier wordt dicht geslagen. Om 13:54:48 uur is te horen dat de kofferbak open gaat. Iemand zegt iets "met die lange". De kofferbak wordt gesloten en de portieren gaan open. De stem van [medeverdachte 2] is te horen om 13:55:11 uur.

[medeverdachte 2] : “En luister dan.”

[verdachte] : “Wat zeg je?”

[medeverdachte 2] : “Die eerste die ging al gelijk naar Kentucky toe.”

Te horen is dat een portier wordt gesloten.

[verdachte] : “Hee luister dan, want deze dingen moeten we meenemen, wat heb ik nou

met die handschoenen gedaan? Wacht even, Kanker. [niet verstaanbaar] handschoenen.”

Te horen is dat de motor gaat draaien.

[verdachte] : “Wacht ff hoor. Je ken natuurlijk niks achterlaten je weet het. Ik ga ff achter kijken.”

[medeverdachte 2] : “…Ik veeg het stuur zo wel af hoor, doei.”

[medeverdachte 2] : “… Dacht die weer dat ik verkeerde informatie gaf ofzo?”

[verdachte] : “Nee nee deze keer niet hoor.”

[medeverdachte 2] : “Nee?”

[verdachte] : “Nee helemaal niet”

[medeverdachte 2] : “Hebbie een doekie of niet?”

[verdachte] : “Een doekie?”

[medeverdachte 2] : “Ja, ik moet ff het stuur af doen.”

[verdachte] : “Wacht ff ik heb wel een bivakmuts.”

[medeverdachte 2] : “Ja is ook goed. Ja beter het stuur af doen toch?”

[verdachte] : “Hier [een rits is hoorbaar]. Of je mag mijn handschoenen.”

[medeverdachte 2] : “Nee ik heb handschoenen maar ik moet hem ff afvegen bedoel ik.”

[verdachte] : “Oow oke hier.”

[verdachte] : “Luister dan weet je wat we ff moeten doen. We moeten eerst mijn... Kijk die blauwe heb je vorige keer gezien denk ik die terug kwam. Die blauwe die je daar net zag.”

[medeverdachte 2] : “Die wagen zelf heb ik niet gezien want ik ben niet naar beneden toe gelopen.”

[verdachte] : “Nee dat begrijp ik.”

[medeverdachte 2] : “Maar nu weet ik zeker, de eerste keer dat ik zei van hij kwam niet daar vandaan, weet ik zeker dat het niet zo was. Naar rechts?”

[verdachte] : “Ja naar rechts.”

[medeverdachte 2] : “Ik dacht hij heb het alweer op zn heupen en dan gaat hij geeneens kijken

wat die doet gek!”

[verdachte] : “Nee helemaal niet. Ja daarom. Nee deze keer eeh hij wist gewoon dat het

eeh.”

[medeverdachte 2] : “Dus ze kennen overal naar binnen gaan en gewoon met die lange ging die.”

[verdachte] : “Ja dat ken.”

[medeverdachte 2] : “Met die lange tas.”

[verdachte] : “Ja weet je hoe dat komt dat die met die lange ging, omdat die verschillende ging toch. Hij stopte eerst daar ging die naar binnen, daarna ging die bij andere.”

[medeverdachte 2] : “Nee luister! Hij was niet dezelfde! Hij ging terug en toen kwam die andere!”

[verdachte] : “Serieus?”

[medeverdachte 2] : “Ja die andere! Normaal zit er eentje achter het stuur, die wacht en nou liep die eerste zeg maar die naast hem zat die liep en de tweede keer liep diegene die achter het stuur zat.”

[verdachte] : “Serieus?”

[medeverdachte 2] : “Duizend procent!”

[verdachte] : “Dat is kanker vreemd jongen.”

[medeverdachte 2] : “Ik ben daar de hele tijd blijven zitten, daar zit je op een mooie plek gek buiten. Echt waar, ik ben nog een stukkie kip gaan halen en toen ik naar buiten liep zag ik hem in één keer deze kant op rijden.”

[verdachte] : “Serieus?”

[medeverdachte 2] : “En toen zag ik hem eentje weer terug en toen wou ik je terug bellen en toen zag ik hem in één keer erin rijden gek.”

[verdachte] : “Kanker. He maar eeh wat wou ik nou vragen. Kankerzooi nou ben ik het

helemaal kwijt. Want hij ging naar boven toch?”

[medeverdachte 2] : “Ja.”

[verdachte] : “Hij ging naar boven en .. nee ben vergeten wat ik wou vragen.”

[medeverdachte 2] : “Wat hij ging naar boven? Toen ik jou belde?”

[verdachte] : “Nee nee ben het helemaal kwijt man. Ow ja wat was het een wijf zei je?”

[medeverdachte 2] : “Nee nu niet, nee ja tuurlijk niet. De eerste keer was het een bolle vent, die

andere was een magere.”

[verdachte] : “Oke oke. Bij de stoplichten naar links he.”

[medeverdachte 2] : “Ik dacht ik hoorde alweer op die achtergrond wat is er nou weer, ik dacht hij

krijgt het weer op zn heupen man!”

[verdachte] : “Nee hij zegt ik begrijp het niet want je bent daar nu niet in de buurt dus

voor het geval dat die daar komt.”

[medeverdachte 2] : “Had die toch niet, had die niet gegaan.”

[verdachte] : “Nee tenminste, dan stond ik niet klaar, snap je?”

[medeverdachte 2] : “Ja die eerste wel toch?”

[verdachte] : “Ja die eerste was ik wel in de buurt, maar toen zei je tegen mij: nee hij gaat

de Kentucky in, toen zijn we doorgereden toch?”

[medeverdachte 2] : “Nee gelijk gek, ik dacht hoe ken dat nou gek!? De Kentucky in.”

[verdachte] : “Ja daarom, toen wist ik ook al en toen je daarna zei de Mango.”

[medeverdachte 2] : “Ja nee ik dacht niet Mango die andere New York ofzo.”

[verdachte] : “Ow New York of daarzo ja.”

[medeverdachte 2] : “Maar die had je sowieso niet gehaald.”

[verdachte] : “Nee he?”

[medeverdachte 2] : “Nee tuurlijk niet, ik liep terug, ik ging achter, ik ging weer naar buiten. Ik

ging weer bij die kippenrestaurant staan. Maar toen zag ik die andere in één keer weer. Toen dacht ik, ik ga er weer achteraan"

[medeverdachte 2] : “Kankerzooi ze dus kunnen overal naar binnen schieten daar man, maar volgens mij ging die ophalen.”

[verdachte] : “Ja tuurlijk ging die ophalen.”

[medeverdachte 2] : “Ja hij was nog ff bezig ook.”

[verdachte] : “Het is elke dag druk daar.”

….

[medeverdachte 2] : “Nee ik bedoel, hoe had je het dan gedaan zeg maar. Via binnen dan toch?”

[verdachte] : “Hoe ik daar zou komen bedoel je?”

[medeverdachte 2] : “Ja dat bedoel ik ja.”

[verdachte] : “Gewoon hoe ik sowieso daar moet komen, gewoon via, via de zijkant. Je

weet toch, waar jij mij moet aangeven. Kom ik door die dinges heen”

[medeverdachte 2] : “Nee ik dacht jij rijdt samen met hem erin zo.”

[verdachte] : “Nee dat gaat niet opschieten joh, ik loop gewoon naar boven toch, dus dat

had ik wel gered. Gewoon naar boven lopen, want in principe wanneer jij aangeeft, dan heb ik in principe nog vijf tellen.”

[medeverdachte 2] : “Die had je nog kans gehad deze, bij die dikke.”

[verdachte] : “Dus ff kijken hoor. Jou zet ik af bij je auto. Of tenminste niet bij je auto, maar. Weet je wel de weg?”

[medeverdachte 2] : “Je moet het gewoon een beetje uitleggen dan kom ik er wel.”

[verdachte] : “Want je moet mij achterna rijden. En weet je waar jij dan blijft?”

[medeverdachte 2] : “Met die van mij gewoon.”

[verdachte] : “Want ik ga dan in deze rijden weet je. Want we moeten die ding meenemen

toch, slijptol ja en dan brengen we die naar hem toe weet je.”

[medeverdachte 2] : “Nee je moet gewoon een beetje uitleggen, dat komt heus wel eeh, tuurlijk wel ik ben geen achterlijke imbeciel, als je zegt en daar en daar is het.”

[verdachte] : “Je weet toch waar die bos was, waar we vanochtend waren, kijk daar moet

je eigenlijk komen met jouw eeh auto ja met jouw auto kan je daar ook komen, geen probleem eigenlijk. Of ik leg hem in de bosjes neer ofzo en dan rij jij gewoon langs en dan pak je hem.”

[medeverdachte 2] : “Ja, godsiemijne zeg.”

[verdachte] : “Ow ja dan moet je mijn tas ook alvast meenemen, in je auto zetten. Want

zo meteen dan ga ik die ding parkeren bij de winkelcentrum weet je en dan loop ik zo naar voren naar jouw auto weet je, dan moet jij gewoon bij Verhagen staan ofzo.”

[verdachte] : “…Ik zeg tegen hem nee hij moet achterna lopen, ja toch dan weten

hoe of wat weet je.”

[medeverdachte 2] : “Hee maar dat dan eerst die ene loopt en dan die andere ook he.”

[verdachte] : “Ja dat is wel vreemd man, dat ze gaan afwisselen, want waarom gaat de

ene eerst naar boven en daarna gaat in één keer die andere naar boven.”

[medeverdachte 2] : “Die andere die ging als laatste die achter het stuur zat zeg maar, die ging

als laatste.”

...

[verdachte] : “…. Kijk vandaag kwam die ook van een andere kant. Dus blijkbaar heb die dan.”

[medeverdachte 2] : “En toch is die ja, misschien heb die wel gebracht.”

[verdachte] : “Die heb dan gebracht. …. Dus het kan zijn dat die heb gebracht en die andere kankerhond dus kwam halen.”

Omstreeks 14:10:47 uur is te horen dat [medeverdachte 2] en [verdachte] uitstappen. [verdachte] stapt weer in en rijdt verder. Om 14:12:04 uur is te horen dat [verdachte] gebeld wordt door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zegt: “Zo meteen die buitenhandvaten nog ff afvegen ja.” [verdachte] antwoordt: “Is goed man”.

Omstreeks 14:19:13 uur is te horen dat het voertuig wordt geparkeerd, waarna er een tweetal

keren een portier open en dicht wordt geslagen en de handrem wordt aangetrokken. Er zijn ritsen te horen, waarna om 14:20:14 uur het portier wordt gesloten en te horen is dat de deuren op slot gaan en de alarmverlichting kort knippert.37

Op 17 oktober 2016 heeft er een sporenonderzoek plaatsgevonden in de inbeslaggenomen Renault Captur. Op het stuurwiel van de Renault Captur is een biologisch spoor veilig gesteld.38 Na onderzoek is gebleken dat dit een DNA-mengprofiel opleverde van minimaal twee personen, te weten van [medeverdachte 2] en van [medeverdachte 1] .39

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 03 oktober 2016 geprobeerd hebben een geldloper te overvallen in [een winkelcentrum 1] te Rotterdam.

Uit het OVC-gesprek van 3 oktober 2016 en uit de camerabeelden van het winkelcentrum kan afgeleid worden dat [medeverdachte 2] , nadat hij samen met [verdachte] en [medeverdachte 1] ter voorbereiding van de overval al vroeg bij het winkelcentrum zijn gaan posten, op een plein op de uitkijk is gaan staan. Vervolgens heeft [medeverdachte 2] middels een mobiele telefoon aan [verdachte] en [medeverdachte 1] doorgegeven dat de geldtransportauto en de geldloper was aangekomen. Na dit bericht zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] uit de Renault Captur gestapt. Kort na dit uitstappen is in het OVC-gesprek te horen dat er een motorscooter werd gestart.

Op de camerabeelden is te zien dat er na het parkeren van de geldtransportauto voor de roltrap nabij de ingang van de KFC een geldloper de roltrap opgaat. Deze geldloper1 draagt een groot model geldkoffer bij zich en loopt de KFC in. Kort achter geldloper1 is [medeverdachte 2] al bellend te zien. [medeverdachte 2] loopt meerdere keren heen en weer. Ook is te zien dat [medeverdachte 2] gaat zitten op een bankje nabij de KFC. [medeverdachte 2] lijkt de geldloper uit het oog verloren te hebben. Voorts gaat hij de roltrap bij de KFC weer af als geldloper1 weer naar de geldauto is gelopen. Uit het OVC-gesprek kan afgeleid worden dat het de bedoeling was geweest dat [medeverdachte 2] zou aangeven waar de geldloper zich bevond en dat [verdachte] vervolgens deze geldloper zou overvallen, waarna hij samen met [medeverdachte 1] op een scooter zou vluchten. [medeverdachte 2] zou vervolgens de Renault Captur ergens op een parkeerplaats wegzetten.

Nadat de tweede geldloper de roltrap is opgekomen, is te zien dat [medeverdachte 2] daar op enige afstand gehaast achteraan komt, ook nu weer met een telefoon in zijn hand en bellend. Nadat [medeverdachte 2] kennelijk ook de tweede geldloper uit het zicht is verloren, verlaat hij het winkelcentrum. Doordat [medeverdachte 2] geldloper 1 uit het oog verloor, en wegens de door de aanwezigheid van een tweede geldloper ontstane verwarring, heeft geen overval plaatsgevonden.

Bovenomschreven handelingen zijn aan te merken als een begin van uitvoering van een overval op een geldloper. Het opwachten van een geldtransportauto en een geldloper, het volgen van een geldloper, het telefonisch doorgeven van de locatie van de geldloper en het opwachten van de geldloper moeten naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden beschouwd als handelingen die zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf. In dit verband verwijst de rechtbank naar het arrest van de Hoge Raad van 24 oktober 1979, NJ 1979, 52 (het Cito-arrest).

Voorts is de rechtbank van oordeel dat gelet op het voorgaande - en in het bijzonder gezien voormelde gezamenlijk uitgevoerde handelingen en de planning, terwijl [medeverdachte 1] en [verdachte] blijkens het navolgende al op 16 december 2015 samen een overval hadden gepleegd -er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande derhalve het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde – zoals hieronder weergegeven – wettig en overtuigend bewezen.

3.4.5

Dagvaarding I feit 2: Zaaksdossier “Voorbereiding misdrijf”

Bij de beoordeling van dit feit zal de rechtbank – net als de officier van justitie – uitgaan van de periode van 4 oktober 2016 tot en met 14 oktober 2016.

Op 11 oktober 2016, tussen 20.07 uur en 20.19 uur heeft er in de Renault Captur een OVC-gesprek tussen twee personen plaatsgevonden. Middels stemherkenningen zijn deze twee personen herkend als [verdachte] en [medeverdachte 1] . Met betrekking tot de betrouwbaarheid van deze stemherkenningen verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor reeds is overwogen. De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] voornoemd OVC-gesprek van 11 oktober 2016 in de Renault Captur hebben gevoerd.

In dat OVC-gesprek is – voor zover relevant – het navolgende te horen.

[medeverdachte 1] : “Goed zo, jammer is dat.”

Van der Stede: “[niet te verstaan]… ik voel me gelijk fucked up!”

[medeverdachte 1] : “Ja tuurlijk, omdat je weet dat je een kans mist, dat weet je gewoon. En het was een goeie.”

[verdachte] : “kankert je, ik voel me echt.. .. (sissend geluid) fucked up.”

[verdachte] : “De volgende keer gewoon 8 uur 9 uur gelijk naar binnen.”

[medeverdachte 1] : “Doen we gelijk ons ding. Als je ziet dat het rustig is gewoon naar binnen. Want je WEET hij komt!”

Het geluid van een startende en draaiende motor is te horen.

[verdachte] : “Je weet hij komt.”

[medeverdachte 1] : “En je weet je hebt”

[verdachte] : “Ja, 100 %.”

[medeverdachte 1] : “Zeg het kom ik gelijk begrijp je”

[verdachte] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Je weet hij komt! Sta klaar.”

[verdachte] : “Je weet hij komt dat doen, precies.”

[medeverdachte 1] : “Begrijp je, maakt niet uit waar maar als je denkt hij komt heb je WEL de tijd om uit te zoeken.”

[verdachte] : “Om nog ff te kijken hoe of wat.”

[medeverdachte 1] : “Was al perfect. Maar zie je met z'n tweeën heb je meer resultaat geboekt. Dan met die KANKER sukkels”

[verdachte] : “hmmm.”

[medeverdachte 1] : “Ik had trouwens allebei vandaag gezien.”

[medeverdachte 1] : “… Die ander smeekt 'als je wat weet bel me, bel me'. Ik zeg ik weet niks vriend.”

[medeverdachte 1] : “Ik ben KLAAR mee.”

[verdachte] : “Geen discussie.”

[medeverdachte 1] : “Weet je en die kale zat te hopen dat ik tegen hem zeg en 'kom' weet je. Die hoop is voorbij vriend.”

[verdachte] : “Ja ja opkankeren.”

[medeverdachte 1] : “Opkankeren, je bent niks man!. Je wil in principe mij NADOEN en wil je nog slimme jongen uithangen.”

[medeverdachte 1] : “Laat die motor even goed warm draaien. Dat die accu goed opgeladen wordt. Anders staat ie te lang stil, toch? Fock die mensen echt serieus. Waarom? Ze MOGEN niet.”

[medeverdachte 1] : “Diezelfde avond reden we een blokkie en we zagen hem uit.”

[verdachte] : Ja”

[medeverdachte 1] : “We waren .. hele andere dingen.”

[verdachte] : “Van plan.”

[medeverdachte 1] : “Dus wij MOGEN wel.”

[medeverdachte 1] : “Alleen we hebben zelf een beetje verpest, klaar.”

[verdachte] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Maakt niet uit. Ook dat heeft misschien wel zijn reden.”

[verdachte] : “Nee man, er is geen reden vriend. Voor deze was geen reden.”

[medeverdachte 1] : “Oh op het moment dat je belt. Al ZOU je kunnen maar er was flink politie op dat moment. Daar!”

[verdachte] : “Ja”

[medeverdachte 1] : “Met dit he!”

[medeverdachte 1] : “Gingen we verleden keer hier rechtdoor?”

[verdachte] : “Hmm, was dat deze?”

[medeverdachte 1] : “Volgens mij wel.”

[verdachte] : “Of was dat links volgens mij.”

[medeverdachte 1] “Nee daar is HIJ.”

[verdachte] : “Ja toch”

[medeverdachte 1] : “Ik bedoel we gingen ook een keertje hier rechtdoor.”

[verdachte] : “Hier zijn we nog nooit geweest, aan deze kant.”

[medeverdachte 1] : “Volgens mij wel, rij daarom een blokje om kan hij .. weet je weet je.”

[verdachte] : “Hmm”

[medeverdachte 1] : “Dit is sowieso niet goed om hier te zijn. Smal, ons kent ons.”

[verdachte] : “Ja ja, zie je gelijk.”

[medeverdachte 1] “Kan je beter even weten. Dit is ons kent ons. Ja, ik ben er ook doodziek van. Dit is echt doodziek.”

[verdachte] : “Je moet het zo zien, 20 minuutjes maar eerder geweest he?”

[medeverdachte 1] : “Ja”

[verdachte] : “Dan was het gewoon goed he? 20 minuutjes maar.”

[medeverdachte 1] : “Als jij er niet was geweest had ik nog de hele dag gewacht.”

[verdachte] : “Ja ja, dan hadden we nog uhh niet eens achter gekomen. Dan hadden we alleen gezien. …”

[medeverdachte 1] : “Dan hadden we de hele dag nog gewacht. Ook dat.”

[medeverdachte 1] : “Nee het is wat ik je zeg. Het is POWER en geen power. En dat heb je als je dat hebt, gelijk power. Je denkwijze je hele motoriek weet je.”

[medeverdachte 1] : “En toen we klaar zijn .. jij je ding ik mijn ding. Toen je naar huis ging, wat voel je. Dan voel je de adrenaline.”

[verdachte] : “Precies.”

[medeverdachte 1] : “Ben je gelijk.. Armoe ken je in één keer niet meer.”

[verdachte] : “Nee man niks. Je gedachten zijn continu op nul. Want alles wat op je afkomt ken je handelen, regelen ken je aan.”

[medeverdachte 1] : “Je kan alles aan.”

[verdachte] : “Dat nodig hebt of dat nodig hebt.”

[medeverdachte 1] : “Waarom .. je hebt in de zak. En dat is wat ik bedoel vriend. En dan moeten we zorgen dat we nooit meer en ook NOOIT meer, zeg maar, vanaf kunnen wijken.”

[medeverdachte 1] : “En ik doe ook niet. Ik zorg dat ik minimaal MINIMAAL 25 standaard heb.”

[medeverdachte 1] : “25 is minimaal reserve. Voor eten en drinken.”

[verdachte] : “Achter de hand gewoon.”

[medeverdachte 1] : “Dat is alleen niet zakelijk.”

[verdachte] : “Nee.”

[medeverdachte 1] : “Privé is dat. Begrijp je. Privé. Ik krijg hoofdpijn. Hier wat lenen daar wat lenen. En het is niet eens naar je zin. Waarom je komt toch nog van alles te kort.”

[verdachte] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “Begrijp je.”

[verdachte] : “Een jaar geleden, nog geen jaar geleden, zaten we op dezelfde positie. Misschien nog wel iets beter.”

[medeverdachte 1] : “Nee.”

[verdachte] : “De kosten waren niet zo hoog.”

[medeverdachte 1] : “Ja klopt.”

[verdachte] : “Als nu.”

[medeverdachte 1] : “Op die manier wel, zeker. Was helemaal niet hoog. Tenminste voor jou niet.”

[verdachte] : “Voor mij zeker niet.”

[medeverdachte 1] : “Begrijp je. Kijk waar we nou zijn.”

[verdachte] : “Ja.”

[medeverdachte 1] : “We zijn gewoon, we zijn een stelletje losers geworden.”

[medeverdachte 1] : “Maakt niet uit. Weet je waarom het komt, omdat we als mannen gedragen. En daarom komt het.”

Het geluid gelijkend aan het aantrekken van een handrem is te horen.

[verdachte] : “Staat eentje voor het raam, wacht ff.”

[medeverdachte 1] : “Waar?”

[verdachte] : “Daar, de derde ... kijk al beetje naar buiten ... net.”

[medeverdachte 1] : “We lopen daar heen, ja.”

[verdachte] : “Ja toch.”40

Uit de bakengegevens van de Renault Captur blijkt dat het voertuig op

11 oktober 2016, te 20.07 uur, vertrok vanaf de Ketensedijk in Capelle aan den IJssel en te 20.17 uur geparkeerd werd op [adres 3] te Capelle aan den IJssel.41

Tijdens een observatie op 14 oktober 2016 werd door het observatieteam – voor zover relevant – het navolgende waargenomen:

08.44

uur

De auto van het merk Renault, type Megane (hierna: de Renault Megane), rijdt over de A20 in de gemeente Rotterdam. [medeverdachte 1] (bestuurder) en [verdachte] (bijrijder) zitten in deze auto.

09.01

uur

De Renault Megane staat stil op de Jaap van der Hoekplaats te Rotterdam. [medeverdachte 1] is de bestuurder en [verdachte] de bijrijder. Op de Jaap van der Hoekplaats staat een geldauto van het bedrijf [slachtoffer 2] voorzien van het [registratienummer] (hierna: geldauto 1). [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben direct zicht op geldauto1 .

09.08

uur

De Megane vertrekt, met [medeverdachte 1] als bestuurder en [verdachte] als bijrijder.

09.15

uur

De Megane stopt bij de Jan van der Hoekplaats te Rotterdam op ongeveer 200 meter van geldauto 1.

09.16

uur

Geldauto1 vertrekt. De Renault Megane rijdt direct achter geldauto1 aan. De Megane negeert hierbij een rood verkeerslicht.

09.33

uur

Geldauto1 staat voor de ingang van [winkelcentrum 1] nabij de Nachtegaalstraat te Krimpen aan den IJssel. De Renault Megane staat geparkeerd op de parkeerplaats van de Nachtgaalstraat met [medeverdachte 1] op de bestuurdersstoel en [verdachte] op de bijrijdersstoel. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben direct zicht op geldauto1 op een afstand van ongeveer 70 meter.

09.43

uur

Een medewerker van [slachtoffer 2] komt uit het winkelcentrum met een zwart koffertje en stapt in geldauto1.

09.45

uur

Geldauto1 vertrekt. [medeverdachte 1] stapt uit de Renault Megane en kijkt in de richting van geldauto1. Kort hierop stapt [medeverdachte 1] weer in als bestuurder en de Renault Megane rijdt achter geldauto1 aan met een tussenruimte van ongeveer 50 meter.

09.49

uur

Geldauto1 stopt op het Raadhuisplein te Krimpen aan den IJssel voor de ingang van winkelcentrum Crimpenhof. De Renault Megane stopt op de parkeerplaats op het Raadhuisplein. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben direct zicht op geldauto1 op een afstand van

ongeveer 50 meter.

10.01

uur

Een auto die geparkeerd wordt op de parkeerplaats op het Raadhuisplein te Krimpen aan den IJssel blokkeert het zicht van [medeverdachte 1] en [verdachte] op geldauto1. Kort hierna wordt de

Renault Megane verplaatst op genoemde parkeerplaats. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben direct zicht op geldauto1 op een afstand van ongeveer 30 meter.

10.06

uur

[verdachte] stapt uit de Renault Megane, waarbij hij in de richting van geldauto1 kijkt. Hierbij laat hij de deur van de bijrijderszijde geopend. [verdachte] stapt in aan de bijrijderszijde en sluit het genoemde portier.

10.18

uur

Geldauto1 vertrekt en de Renault Megane rijdt met een wisselende tussenruimte van ongeveer 5 tot 70 meter achter geldauto1 aan.

10.20

uur

Geldauto1 en de Renault Megane rijden op de C.G. Roosweg te Krimpen aan den IJssel.

10.25

uur

Geldauto1 rijdt op de Abram van Rijckevorselweg te Capelle aan den IJssel. De Renault Megane rijdt met [medeverdachte 1] als bestuurder en [verdachte] als bijrijder op ongeveer 50 meter achter geldauto1. De Renault Megane keert op de kruising Abram van Rijckevorselweg met de Slotlaan en rijdt de weg retour. Geldauto1 vervolgt zijn weg.

10.45

uur

De Renault Megane staat geparkeerd op de Eridanusstraat te Rotterdam met [medeverdachte 1] op de bestuurdersstoel en [verdachte] op de bijrijdersstoel. Een geldauto van het [bedrijf 1] voorzien van het [kenteken 6] (hierna te noemen: geldauto2) staat geparkeerd op de

Schorpioenstraat te Rotterdam bij [een winkelcentrum 1] .

10.53

uur

De Renault Megane vertrekt.

10.54

uur

De Renault Megane rijdt langzaam over de Schorpioenstraat te Rotterdam. [medeverdachte 1] en [verdachte] kijken bij het passeren in de richting van geldauto2. De Renault Megane wordt geparkeerd op de Schorpioenstraat. Door het wegverloop hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] niet direct zicht op geldauto2.

11.07

uur

Geldauto2 vertrekt en de Renault Megane rijdt met een wisselende tussenruimte van ongeveer 5 tot 70 meter achter geldauto2 aan.

11.08

uur

Geldauto2 en de Renault Megane rijden op de Prins Alexanderlaan te Rotterdam.

11.15

uur

Geldauto2 rijdt op de Terbregseweg te Rotterdam. De Renault Megane rijdt ongeveer 30 meter achter geldauto2 met [medeverdachte 1] als bestuurder en [verdachte] als bijrijder. De Renault Megane keert op de Terbregseweg en rijdt de weg retour. Geldauto2 vervolgt zijn weg.

11.45

uur

De Renault Megane staat geparkeerd op de Gemzenstraat te Capelle aan den IJssel met [verdachte] als enige inzittende op de bestuurdersstoel.

11.48

uur

[medeverdachte 1] stapt als bijrijder in de Renault Megane, waarna deze vertrekt.

11.56

uur

De Megane staat geparkeerd op de parkeerplaats van sportcentrum David Lloyd, gevestigd P.C. Boutenssingel 5 te Capelle aan den IJssel. [medeverdachte 1] en [verdachte] staan beide

naast de Renault Megane.

12.14

uur

[verdachte] stapt als bestuurder en [medeverdachte 1] als bijrijder in de Renault Megane, waarna deze vertrekt.

12.15

uur

De Renault Megane wordt geparkeerd op het Reviusrondeel te Capelle aan den IJssel.

12.17

uur

[medeverdachte 1] en [verdachte] stappen uit en lopen weg.

12.30

uur

Op de parkeerplaats van zwembad De Blinkert, gevestigd P.C. Boutenssingel 5 te Capelle aan den IJssel staat een bestelauto van het merk Mercedes-Benz, type Sprinter, kleur grijs en

voorzien van het kenteken [kenteken 7] (hierna: de MB Sprinter). [medeverdachte 1] stapt als bestuurder en [verdachte] als bijrijder in de MB Sprinter, waarna deze vertrekt.

12.32

uur

De MB Sprinter wordt met de achterzijde tegen de bosschages geparkeerd op de parkeerplaats aan de Couwenhoekseweg te Capelle aan den IJssel ter hoogte van sportpark Couwenhoek. [verdachte] blijft op de bijrijdersstoel zitten. [medeverdachte 1] stapt uit en opent de achterdeur van de MB Sprinter. [medeverdachte 1] stapt kort in de laadruimte van de MB Sprinter.

12.34

uur

[medeverdachte 1] sluit de achterdeur, stapt als bestuurder in de MB Sprinter. Kort hierna vertrekt de MB Sprinter.

12.50

uur

De MB Sprinter wordt geparkeerd op de parkeerplaats van zwembad De Blinkert, gevestigd aan de P.C. Boutenssingel 5 te Capelle aan den IJssel met Vuong als bestuurder en [verdachte] als bijrijder en vertrekt direct weer met verhoogde snelheid over de Schönberglaan te Capelle aan den IJssel.42

De Renault Captur, de Renault Megane en de MB Sprinter bleken van diefstal afkomstig te zijn en te zijn voorzien van gestolen kentekenplaten.43

De rechtbank stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of het ten laste gelegde feit is bewezen, moet komen vast te staan dat de in de tenlastelegging omschreven voorwerpen en vervoermiddelen (hierna: de middelen) bestemd waren tot het begaan van het misdrijf, zoals in de tenlastelegging omschreven. Daartoe dient te worden beoordeeld of de middelen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig konden zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik daarvan voor ogen had.44 In dit verband verwijst de rechtbank naar de arresten van de Hoge Raad van 20 februari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ0213 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ0213)) en van 9 juni 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1503 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:1503)).

Op grond van de vorenstaande bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat Vuong en [verdachte] op 11 en 14 oktober 2016 ter voorbereiding van een overval (diefstal door middel van geweld, dan wel afpersing) op één of meerdere geldlopers of geldauto’s, diverse gestolen voertuigen met gestolen kentekenplaten voorhanden hebben gehad. Met betrekking tot de andere ten laste gelegde middelen is onvoldoende bewijs aanwezig.

Hetgeen hierboven reeds is overwogen met betrekking tot de poging tot overval op

3 oktober 2016 en de modus operandi met betrekking tot dat feit en de hierna nog te bespreken overval op een geldloper in het [een winkelcentrum 1] te Zoetermeer dragen verder bij aan de bewezenverklaring van dit feit. Gezien het voorgaande en gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van het hiervoor weergegeven handelen van [medeverdachte 1] en [verdachte] is de rechtbank van oordeel dat deze voertuigen die [verdachte] en [medeverdachte 1] voorhanden hebben gehad, naar hun uiterlijke verschijningsvorm dienstig konden zijn voor de voornoemde misdrijven.

Uit het OVC-gesprek van 11 oktober 2016 en uit de observaties leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] ten tijde van het voorhanden hebben daarvan ook het misdadige doel voor ogen hadden.

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3.4.6

Dagvaarding I feit 3: Zaaksdossier “Mishandeling”

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op 28 oktober 2016 omstreeks 12.30 uur samen met haar [dochter slachtoffer 1] thuis was in haar woning te Zoetermeer. [verdachte] kwam thuis en omstreeks 13.00 uur waren [verdachte] en [dochter slachtoffer 1] samen boven. [slachtoffer 1] en [verdachte] kregen vervolgens ruzie. Tijdens de ruzie pakte [verdachte] [slachtoffer 1] om haar nek vast in een wurggreep, waarop zij hem in zijn hand beet. Vervolgens sloeg [verdachte] [slachtoffer 1] meerdere malen met zijn platte hand op haar achterhoofd. Het lukte [slachtoffer 1] om de gang op te rennen, maar [verdachte] pakte haar vervolgens bij haar haren en trok haar hun slaapkamer in. [verdachte] gaf [slachtoffer 1] een duw waardoor zij viel. [verdachte] deed zijn hand op haar mond en duwde [slachtoffer 1] heel hard op het bed. [slachtoffer 1] klapte hierbij met haar hoofd naar achteren en voelde pijn in haar nek.

Vervolgens hield [verdachte] haar neergedrukt op het bed en heeft hij haar een paar keer met zijn rechtervuist op haar linkerarm geslagen. [slachtoffer 1] voelde pijn. Ook werd zij op haar rechteroog geslagen met een telefoon.

[verdachte] stompte haar daarna meerdere malen op haar sleutelbeen, bovenarm en rechterarm. Ook stompte hij haar diverse malen hard op haar hoofd en kaken. Voorts pakte hij haar bij de keel vast en sloeg hij haar links en rechts op haar gezicht met zijn platte hand. [slachtoffer 1] wilde vluchten maar werd vastgepakt door [verdachte] . Hij kneep vervolgens de keel van [slachtoffer 1] heel hard dicht. Hij stopte toen hij zag dat [slachtoffer 1] bijna wegviel. Hij stompte haar vervolgens in de ribben. Hij ging twee uur lang door met stompen, slaan en wurgen, aldus [slachtoffer 1] . Uiteindelijk kon zij het raam op de eerste verdieping uit vluchten en is zij naar de buren gegaan.45

De verbalisanten hebben bij [slachtoffer 1] een verwonding aan haar rechteroog geconstateerd.46

De buurvrouw van [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] bij de achterdeur van haar woning zag staan en dat [slachtoffer 1] heel erg in paniek was. Zij zag dat zij bloed had aan haar rechteroog en dat zij twee dikke kaken had. Zij had ook blauwe plekken op haar linkerarm.47

Uit een forensisch geneeskundig onderzoek is gebleken dat bij [slachtoffer 1] bloeduitstortingen ter hoogte van beide mondhoeken, aan de linkerbovenarm en -schouder, aan de rechterboven- en -onderarm, links aan de rug, aan het rechterscheenbeen en aan de linkerknie werden waargenomen, opgelopen door de plaatselijke inwerking van uitwendig botsend mechanisch geweld, en/of samendrukkend mechanisch geweld. Daarnaast was er een huidverscheuring

ter hoogte van de rechteroogkas, eveneens opgelopen door de plaatselijke inwerking van uitwendig botsend mechanisch geweld.48

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank het ten laste gelegde feit, zoals hieronder weergegeven, wettig en overtuigend bewezen.

3.4.7

Dagvaarding I feit 4: Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”

Niet ter discussie staat dat er op 16 december 2015, omstreeks 10.20 uur, in het [een winkelcentrum 2] te Zoetermeer een gewapende overval op [slachtoffer 3] heeft plaatsgevonden, waarbij [slachtoffer 3] werd vastgepakt en onder bedreiging van een vuurwapen door een persoon met een helm op werd gedwongen via een nooduitgang mee te lopen naar een binnenplaats van het winkelcentrum. Aldaar werd de geldkoffer van [slachtoffer 3] weggenomen en vervolgens liep de persoon met de helm op met de geldkoffer naar een gereedstaande witte bestelbus van het merk Volkswagen, type Caddy (hierna: VW Caddy). [slachtoffer 3] werd ook gedwongen om mee te lopen in de richting van de VW Caddy maar hij weigerde.49

De geldkoffer werd tegen de muur achter de VW Caddy gezet en door de bestuurder van de VW Caddy met de achterkant van de bestelbus open geramd. Nadat deze open was geramd, vluchtten de twee personen met de onderbak van de geldkoffer met daarin een bedrag van ongeveer € 260.000,-50 weg in de VW Caddy.51

Het vorenstaande is niet weersproken door de verdediging.

Voor beantwoording van de vraag of [verdachte] en [medeverdachte 1] betrokken zijn geweest bij voornoemde overval zijn de navolgende bewijsmiddelen van belang.

De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] op 16 december 2015 de bestuurder was van de Peugeot 206, [kenteken 4] , die op naam stond van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] is niet in het bezit van een rijbewijs en niet is aannemelijk geworden dat iemand anders de gebruiker was van dit voertuig.

Op woensdag 16 december 2015, te 08.28 uur, werd het voertuig geregistreerd toen deze via de Afrikaweg Zoetermeer kwam binnenrijden. Dit is ongeveer hemelsbreed 500 meter vanaf het winkelcentrum Meerzicht.52

Qadiri heeft verklaard dat [verdachte] in december 2015 samen met een persoon die zij kent als “de Chinees” en als “ [naam 1] ” een klus heeft gedaan en daarmee geld heeft gemaakt.

[verdachte] kwam op een dag in december 2015, toen zij nog woonachtig waren in hun oude woning te Delft, samen met [medeverdachte 1] thuis. [slachtoffer 1] moest toen met haar bankpas het parkeergeld voor [verdachte] en [medeverdachte 1] betalen. Ook heeft [medeverdachte 1] toen ruzie gekregen met een parkeerwachter. Zij reden toen in een zwarte huurauto. Later die dag rond 14.00 uur kwam [verdachte] thuis en liet hij aan haar een stapel geld zien.

[slachtoffer 1] kreeg in die periode ook diverse malen geld van [verdachte] om goederen te kopen. Voorts heeft [verdachte] geld aan zijn zus en aan zijn broer gegeven. Ook heeft [verdachte] zijn schulden bij de zorgverzekeraar ermee afgelost.

Tevens heeft [slachtoffer 1] verklaard dat [verdachte] een keer (de doos van) een geldteller heeft meegenomen die hij samen met “de Chinees” had gekocht.

[verdachte] vroeg begin januari 2016 aan [slachtoffer 1] of zij wist hoe zij geld hadden gemaakt. [verdachte] liet vervolgens een filmpje aan [slachtoffer 1] zien van een overval op een geldautomaat. [verdachte] zei dat hij dat met “de Chinees” had gedaan.

Op dat filmpje herkende zij [verdachte] onder andere aan de schoenen met een witte rand aan de zool. Tijdens het tonen van het filmpje moest [slachtoffer 1] van [verdachte] ook goed luisteren naar een piep van de koffer. [verdachte] heeft het vier keer laten horen maar [slachtoffer 1] hoorde het niet.

[verdachte] zei dat “de Chinees” dit vaker had gedaan, het beroven van geldauto’s en geldautomaten.

[verdachte] heeft voorts verteld over een sleutel die ergens in een muur hing waar alleen de brandweer bij kon en waarmee je in alle winkels kon komen, dat hij met een spuitbus de camera’s had gespoten, dat “de Chinees” er geen rekening mee had gehouden had dat

de camera infrarood was, dat de ramen van de bestelbus waren dichtgespoten, en over de vluchtroute naar het Savelsbos te Zoetermeer. De bestelbus hadden zij daar geparkeerd en zij zijn daarna op een scooter weggegaan, terwijl [verdachte] de koffer vast had. De witte bestelbus waarmee dit gedaan was, was ergens in Rotterdam gestolen en het kenteken in Zoetermeer.

[slachtoffer 1] heeft [medeverdachte 1] herkend als “de Chinees” waar zij over heeft verklaard.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat “de Chinees” eerst als “ [naam 1] ” opgeslagen stond in de telefoon van [verdachte] , maar dat hij dit later had veranderd in “werk”.53

Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer 1] steun in de navolgende bewijsmiddelen.

Na zijn aanhouding werd in de fouillering van [verdachte] een mobiele telefoon van het merk Alcatel met het telefoonnummer [06-nummer 2] aangetroffen. In deze telefoon stond een aantal telefoonnummers voorgeprogrammeerd, waaronder het nummer [06-nummer 2] onder de naam “WERK”.54

Op 28 oktober 2016 werd in de woning van [medeverdachte 1] een mobiele telefoon van het merk Alcatel OneTouch met het telefoonnummer [06-nummer 2] in beslag genomen. In deze telefoon stond één nummer voorgeprogrammeerd, te weten het nummer [06-nummer 2] onder de naam “WERK”.55

Na onderzoek van op een door [slachtoffer 1] aan de politie overhandigde harde schijf werd een foto

aangetroffen van [verdachte] waarop hij schoenen droeg, die grote gelijkenis vertonen met de schoenen die de persoon met de helm ten tijde van de overval droeg.56

Over deze foto heeft [slachtoffer 1] verklaard dat [verdachte] op deze foto de schoenen aan had die ook in het filmpje van de overval te zien waren.57

[huismeester] het [winkelcentrum 2] te Zoetermeer heeft – naar aanleiding van een vraag van een verbalisant waar zich de sleutels van de brandweer bevonden – naast het toegangshek twee sloten met een bordje met de letter B getoond. De brandweer kan deze sloten, evenals de nooduitgang, openen. De verbalisant constateerde dat gepoogd was één van de getoonde sloten uit te boren.58

Tijdens het forensisch onderzoek op het binnenterrein van het [winkelcentrum 2] is gebleken dat de camera nabij de nooduitgang zwart afgespoten was.

Voorts bleek dat de achterruiten van de VW Caddy aan de binnenkant geblindeerd waren door middel van een wit/zwarte substantie.59

De camera’s in het [winkelcentrum 2] bleken infrarood camera’s te zijn.60

De [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 16 december 2015 op de Amerikaweg te Zoetermeer twee getinte jongens met een scooter/brommer had zien lopen, die raar gedrag vertoonden. Het leek erop dat één van de jongens iets zwaars droeg in een blauwe tas/zak. Zij zag dat een vierkant pak in de tas/zak zat van ongeveer 60 cm breed en 10 cm hoog. Zij vermoedde dat dit een zwaar pak was, omdat de jongens moeite hadden deze op de scooter/brommer te doen.61

Door een veiligheidsmedewerker van [slachtoffer 2] werden de volgende maten opgegeven van de weggenomen onderbak van de geldkoffer: 51cm hoog, 44cm lang en 14cm breed.62

Zoals reeds hiervoor overwogen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 03 oktober 2016 hebben gepoogd een geldloper te overvallen. Op deze dag heeft er in de Renault Captur een OVC-gesprek plaatsgevonden. Uit de inhoud van dat gesprek, omstreeks te 10.52.28 uur, bleek dat de verdachte [medeverdachte 1] een scooter had klaargezet. Vervolgens gaf hij aanwijzingen aan [verdachte] over hoe hij dat ding naar beneden moest gooien en daarna tussen hen in moest houden, wanneer hij gas gaat geven.

Uit onderstaand passage van het gesprek leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] kennelijk een keer eerder met een geldkoffer tussen hen in op een scooter gereden hebben. Daarbij wijst de rechtbank op de volgende passage:

[verdachte] : “Ik weet alleen niet of die tussen ons past man.”

[medeverdachte 1] : “Hoe bedoel je?”

[verdachte] : “Toen ik de vorige keer ging zitten, zat ik al bijna helemaal tegen je aan."

[medeverdachte 1] : “Jawel gaat wel moet. moet vriend, hij moet er tussen passen, anders hou je ook maar voorin tussenin. Maar dat is moeilijk met sturen dan, dus daarom denk ik.”63

Op het filmpje is een geluid/alarm te horen bij het openrammen van de geldkoffer tegen de muur van het winkelcentrum. Door een medewerker van de fabrikant van de geldkoffer werd verklaard dat het geluid afkomstig is van het alarm van de geldkoffer.64

De VW Caddy bleek op 2 augustus 2015 in Rotterdam gestolen te zijn.65 De kentekenplaten bleken op 26 of 27 november 2017 gestolen te zijn in Zoetermeer.66

Bij navraag bij het Gedetineerde Recherche Informatiepunt bleek dat [verdachte] en [medeverdachte 1] gezamenlijk gedetineerd hebben gezeten in de penitentiaire inrichting te Alphen aan den Rijn en in de penitentiaire inrichting Norgerhaven te Veenhuizen.67 Voorts heeft [medeverdachte 1] antecedenten met betrekking tot overvallen op geldinstellingen.68

Na onderzoek is gebleken dat [verdachte] van 16 december 2015 tot en met 15 januari 2016 een zwarte Hyundai i30, [kenteken 8] bij [verhuurbedrijf] te Rotterdam heeft gehuurd. Met deze Hyundai zijn diverse verkeersovertredingen begaan. Uit de facturen met betrekking tot deze overtredingen bleek dat op 16 december 2015, te 13.56 uur, een beschikking was uitgeschreven onder [nummer] .69

Uit onderzoek naar de bankrekening van [slachtoffer 1] is gebleken dat op 16 december 2015, te 13.38 uur, een betaling van € 9,60 had plaats gevonden bij een betaalautomaat te Delft.70

Bij de gemeente Delft werd de parkeerheffing met het [nummer] opgevraagd. Deze bleek te zijn opgelegd op 16 december 2015, omstreeks 13.56 uur. Van het bekeurde voertuig werden foto’s gemaakt. Uit gemaakte foto's was te zien dat op het dashboard een parkeerticket lag met de betaalgegevens conform de transactie op het rekeningnummer van [slachtoffer 1] .

De [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 16 december 2015 werkzaam was bij parkeerbeheer van de gemeente Delft. Na het tonen van een fiscale naheffing met de foto's van het voertuig voorzien van het [kenteken 8] , heeft zij verklaard dat zij die dag een discussie had met een man over deze naheffing, waarbij de man op haar begon te schelden. Deze man was in het gezelschap van een andere man.71

Na onderzoek naar de door [slachtoffer 1] overgelegde laptop is gebleken dat op 17 december 2015 een WhatsApp-gesprek heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer 1] en haar zus “ [naam 2] ”.

Te 10.33.16 uur verzond [slachtoffer 1] de tekst: “ [naam 2] gaf me geld om wat leuks te doen”.

Te 12.14.07 uur werd door [slachtoffer 1] aan ' [naam 2] ' gevraagd hoeveel zij nog moest betalen voor haar rijbewijs en of ' [naam 2] ' het geld heeft ontvangen.

Te 12.15.05 uur werd door ' [naam 2] ' hierop geantwoord: “450, man”.

Te 12.15.24 uur antwoordde [slachtoffer 1] aan ' [naam 2] ': “Ik geef je wel 100 oké”.

Uit de financiële gegevens van [slachtoffer 1] bleek dat zij op 17 december 2015, te 12.42 uur, een

bedrag van € 450,- op haar bankrekening heeft gestort.

Na de contante storting van € 450,- vond op 17 december 2015 een overboeking van

€ 396,52 aan [naam 3] (incassobureau en gerechtsdeurwaarder) en een bedrag van € 57,68 aan Vodafone-Libertel plaats.72

Tijdens de doorzoeking op 28 oktober 2016 in de [adres 4] te Zoetermeer werden verschillende bescheiden aangetroffen en gefotografeerd, waaronder een kwitantie van een betaling van een bedrag van € 1.103,45 door [verdachte] aan [deurwaarders] te Den Haag. Dit betrof een contante betaling d.d. 09 februari 2016 van een openstaande factuur van Menzis zorgverzekeraar.73

Voorts werden een opnamebewijs en een stortingsbewijs aangetroffen en gefotografeerd.

Het opnamebewijs betrof een opname van € 10.000,-, opgenomen te Almere op 14 maart 2016, te 16.07 uur. Dit bedrag is vermoedelijk door de vader van [verdachte] opgenomen. Het stortingsbewijs betrof een contante storting van € 2.500,- op 29 september 2016, te 17.03 uur, op [bankrekeningnummer] , in gebruik bij [verdachte] .74

Voorts werd tijdens een doorzoeking op 28 oktober 2016 in de woning van [medeverdachte 1] aan de [ares] te Capelle aan den IJssel een geldtelmachine aangetroffen.75

[slachtoffer 1] heeft – na het zien van een foto van de doos van een soortgelijke geldtelmachine – verklaard dat dit de doos is waarover zij heeft verklaard.76

Vanaf het stuurwiel van de VW Caddy, waarmee de overval op 16 december 2015 is gepleegd, werd een biologisch spoor veilig gesteld.77

Uit een NFI rapport d.d. 11 februari 2016 bleek dat uit onderzoek van deze bemonstering een DNA-mengprofiel werd aangetroffen van minimaal drie onbekende personen.78

Uit het NFI rapport d.d. 13 januari 2017 bleek, na vergelijking met het DNA-profiel van de

verdachten, dat in het DNA-meng profiel het DNA van de verdachte [medeverdachte 1] werd aangetroffen.79

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 1] voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank kan niet uitsluiten dat [slachtoffer 1] mogelijk een deel van de feiten en omstandigheden waarover zij verklaard heeft, niet van [verdachte] heeft vernomen, maar uit de uitzendingen van Opsporing Verzocht over deze overval. [slachtoffer 1] heeft echter ook op een aantal essentiële onderdelen een verklaring afgelegd die niet in de uitzendingen van Opsporing Verzocht werden vermeld. In de uitzendingen van Opsporing Verzocht werd bijvoorbeeld vermeld dat de geldkoffer een beveiligde koffer betrof maar niet dat de geldkoffer een alarm had. Ook de betrokkenheid van [medeverdachte 1] is geen informatie die [slachtoffer 1] van Opsporing Verzocht kan hebben vernomen.

Uit vorenstaande bewijsmiddelen blijkt ook dat [verdachte] in de periode na de overval diverse grote geldbedragen heeft uitgegeven. Ook is uit de verstrekte gegevens van [verhuurbedrijf] gebleken dat [verdachte] in de periode van 16 december 2015 tot en met de dag van zijn aanhouding 11 auto’s voor een totaalbedrag van € 13.366,28 heeft gehuurd. Met betrekking tot deze gehuurde auto’s heeft hij ook € 1.312,71 aan boetes betaald.80

Daarmee kan geconcludeerd worden dat [verdachte] na de overval de beschikking had over een groot geldbedrag, terwijl uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] over de periode van 1 oktober 2015 tot en met 25 oktober 2016 geen vermogen op naam heeft of enige betrokkenheid heeft bij bedrijven. Zijn inkomen bestond voornamelijk uit contante stortingen en bijschrijvingen van een bedrijf, genaamd [bedrijf 2] . Dit bedrijf staat op naam van zijn vader, [verdachte] .

Voor iedere huurbetaling ten bedrage van € 835,- per maand vond een contante storting plaats of een bijschrijving door [bedrijf 2] welke steeds voldoende saldo gaf. De herkomst van de contante stortingen zijn onbekend. Tevens is uit onderzoek niet gebleken van een arbeidsverhouding tussen [verdachte] en [bedrijf 2] . Tevens viel op dat er door [verdachte] geen tot weinig uitgaven gedaan werden voor persoonlijke verzorging/kleding.81

Ook [slachtoffer 1] heeft over de periode van 1 oktober 2015 tot en met 1 november 2016 geen vermogen op naam gehad of enige betrokkenheid bij bedrijven gehad. [slachtoffer 1] heeft gewerkt voor uitzendbureaus en uiteindelijk voor de [bedrijf 3] . Hieruit werd een stabiel, maar klein inkomen gegenereerd. [slachtoffer 1] betaalde geen huurlasten via haar bankrekening. Verder werden diverse rekeningen, die voorkomen in een gezinssituatie (eten, kleding, energie, verzekeringen) betaald via haar rekening. Er bleef onvoldoende geld beschikbaar om enig spaartegoed op te bouwen.82

Na onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] over de periode van 1 oktober 2015 tot en met 25 oktober 2016 geen vermogen op naam heeft of enige betrokkenheid bij

bedrijven. Zijn inkomen tot februari 2016 betrof een bijstandsuitkering en hierna bestond zijn inkomen voornamelijk uit contante stortingen. Deze contante stortingen op de bankrekening vonden steeds plaats op het moment dat er een betaling gedaan werd die alleen via een overschrijving betaald kon worden (CJIB/gemeente/zorgverzekering).

Er zijn vaste maandelijkse afschrijvingen aan het CJIB en de gemeente Zoetermeer. Er vonden op de rekening, vanaf februari 2016, geen betalingen plaatst betreffende enige woonlasten. Tevens viel op dat er geen tot weinig uitgaven gedaan werden voor persoonlijke verzorging/kleding.83

Ook de vriendin van [medeverdachte 1] , [vriendin medeverdachte 1] genaamd, heeft geen vermogen op naam gehad of enige betrokkenheid bij bedrijven gehad. Haar inkomen bestond tot mei 2015 uit een bijstandsuitkering en ze ontving maandelijkse zorgtoeslag. Haar ING bankrekening werd alleen gevoed door contante stortingen en bijschrijvingen door derden waarbij er geen terugboekingen plaats vonden. Deze stortingen en bijschrijvingen vonden steeds plaats als er op de bankrekening een groot negatief saldo stond en/of als er kort daarna grote uitgaven werden gedaan middels de bankrekening.

Er werden geen huurpenningen betaald via haar rekening voor haar huidige woning. Er werden maandelijks kosten betaald voor energie en zorgverzekering. Verder werden er uitgaven gedaan betreffende vervoer (brandstof), communicatie (telefoon en kabel-tv) en boodschappen, echter werden er geen uitgaven gedaan betreffende kleding.84

Uit het vorenstaande kan afgeleid worden dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] in de periode van deze overval geen vaste inkomsten hadden en dat zij in hun levensonderhoud voorzagen door contante stortingen op hun bankrekeningen, die een onbekende herkomst hadden.

De rechtbank acht op grond van vorenstaande bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

3.4.8

Dagvaarding II, feiten 1 tot en met 5: Zaaksdossier “Heling voertuigen”

De rechtbank is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat de ten laste gelegde diefstallen van de auto’s en de kentekenplaten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Verdachte zal derhalve van de onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten worden vrijgesproken.

[verdachte] en [medeverdachte 1] hebben op 16 december 2016 te Zoetermeer gebruik gemaakt van de gestolen VW Caddy met het gestolen kenteken [kenteken 1] . De rechtbank verwijst daarbij naar hetgeen reeds hierboven onder 3.4.7 is overwogen. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat in de VW Caddy, tussen de scheidingswand en de voorstoelen, een (originele) kentekenplaat van de VW Caddy ( [kenteken 9] ) is aangetroffen.85

De VW Caddy stond sedert 2 augustus 2015 als ontvreemd geregistreerd. 86

Zij hebben voorts op 30 augustus 2016, 3 oktober 2016 en 11 oktober 2016 gebruik gemaakt van de Renault Captur. De rechtbank verwijst daarbij naar hetgeen reeds hierboven onder 3.4.4 en 3.4.5 is overwogen.

Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte 1] op 1 oktober 2016 een OVC-gesprek in de Renault Captur hebben gehad. Uit dat gesprek is af te leiden dat [verdachte] de bestuurder van de auto was.87 Uit de gegevens van het peilbaken is gebleken dat de Renault Captur zich die dag in Capelle aan den IJssel was bevond.88

De Renault Captur met het originele Belgische kenteken [kenteken 10] bleek op 21 januari 2016 te Breda gestolen te zijn. 89

Op het stuurwiel van de Renault Captur is een biologisch spoor veilig gesteld.90 Na onderzoek is gebleken dat dit een DNA-mengprofiel opleverde van minimaal twee personen, te weten van [medeverdachte 2] en van [medeverdachte 1] .91

Zoals hierboven onder 3.4.5 reeds is overwogen hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] op 14 oktober 2016 gebruik gemaakt van de Renault Megane en de MB Sprinter.

Op 13 oktober 2016 werd door het observatieteam waargenomen dat [verdachte] (als bestuurder) en [medeverdachte 1] (als passagier) te Capelle aan den IJssel in de Renault Megane stapten en wegreden naar Nieuwerkerk aan den IJssel.92

De Renault Megane bleek tussen 27 juni 2016 en 28 juni 2016 gestolen te zijn te Raamsdonkveer.93 De kentekenplaten op de Renault Megane bleken op 2 juni 2015 bij een bedrijfsinbraak te Waalwijk te zijn weggenomen.94

Na inbeslagneming heeft er in de Renault Megane een sporenonderzoek plaatsgevonden.

Op het stuurwiel en op de handrem werden sporen veiliggesteld.95

In de bemonstering op het stuurwiel werd het DNA-mengprofiel van minimaal drie personen aangetroffen, waaronder van [medeverdachte 1] en minimaal twee onbekende personen.

In de bemonstering op de handrem werden DNA-nevenkenmerken van [medeverdachte 1] aangetroffen.96

De MB Sprinter bleek tussen 25 september 2016 en 26 september 2016 te Rotterdam gestolen te zijn.97

Uit het onderzoek en uit observaties is gebleken dat [verdachte] op 6 oktober 2016 te Zoetermeer, Delft en Capelle aan den IJssel,98 op 12 oktober 2016 te Den Haag en te Zoetermeer,99 , op 21 oktober 2016 te Den Haag en Zoetermeer,100 en op 28 oktober 2016 te Zoetermeer101 als bestuurder gebruik maakte van de auto van het merk Opel, type Corsa met het kenteken [kenteken 11] (hierna: de Opel Corsa).

Voorts werd tijdens een observatie waargenomen dat op 13 oktober 2016 te Capelle aan den IJssel [verdachte] als bestuurder en [medeverdachte 1] als passagier in deze auto werden gezien.102

De Opel Corsa bleek tussen 24 en 25 februari 2016 in Zwijndrecht te zijn weggenomen. Voorts had het voertuig een valse identificatienummer en valse kentekenplaten.103

Uit het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] gebruik hebben gemaakt van vijf gestolen voertuigen, al dan niet voorzien van gestolen kentekenplaten.

[verdachte] heeft met betrekking tot deze voertuigen geen enkele concrete en verifieerbare verklaring gegeven.

Gelet op het vorenstaande had [verdachte] naar het oordeel van de rechtbank – op zijn minst – redelijkerwijs moeten vermoeden dat deze voertuigen en kentekenplaten van diefstal afkomstig waren.

De rechtbank acht derhalve de onder 1 derde cumulatief/ alternatief, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 derde cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot het onder 5 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat onvoldoende is gebleken dat [verdachte] wetenschap had dat de Opel Corsa een valse identificatienummer had. Derhalve dient hiervan vrijspraak te volgen.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

Ten aanzien van dagvaarding I

1.

hij op 03 oktober 2016 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen in [winkelcentrum 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een geldloper, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met zijn mededaders al dan niet bewapend dat winkelcentrum is ingegaan en achter die geldloper aan is gelopen en die geldloper heeft geobserveerd en aanwijzingen over de te plegen diefstal heeft gegeven aan mededaders, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op 03 oktober 2016 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen in [winkelcentrum 1] met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een geldloper te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, met zijn mededaders al dan niet bewapend dat winkelcentrum is ingegaan en naar/achter die geldloper aan is gelopen en die geldloper heeft geobserveerd en aanwijzingen over de te plegen afpersing heeft gegeven aan mededaders, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 4 oktober 2016 tot en met 14 oktober 2016 te Rotterdam en in Nederland, ter voorbereiding van het met een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk voertuigen (auto's) en kentekenplaten, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op 28 oktober 2016 te Zoetermeer [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1]

- in het gezicht en op het hoofd en tegen de armen en het lichaam te slaan/stompen en

- krachtig te duwen tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] gevallen is en

- krachtig bij de keel vast te pakken en die keel dicht te knijpen en

- bij de haren vast te pakken en aan die haren te trekken;

4.

hij op 16 december 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 260.000 euro, toebehorende aan de [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het plaatsen van een vuurwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en daarbij op dreigende/dwingende toon tegen die [slachtoffer 3] zeggen: "Het is een overval, meekomen, meekomen";

Ten aanzien van dagvaarding II

1.

hij op 16 december 2015 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander goederen te weten een witte bestelauto, merk/type: Volkswagen Caddy, kleur: wit, en twee kentekenplaten voorzien van het kenteken [kenteken 1] voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2.

hij in de periode van 30 augustus 2016 tot en met 15 oktober 2016 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een goed, te weten een auto, merk/type: Renault Captur, kleur: zwart, voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij in de periode van 13 oktober 2016 tot en met 15 oktober 2016 te Rotterdam en Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander, een goed, te weten een auto, merk/type: Renault Megane, kleur: zwart, voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij op 14 oktober 2016 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een goed, te weten een bedrijfsauto, merk/type: Mercedes Benz Sprinter, kleur: blauw, voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

hij in de periode van 6 oktober 2016 tot en met 28 oktober 2016 te Zoetermeer en Capelle aan den IJssel en Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een goed te weten een auto, merk/type: Opel Corsa, kleur: wit, voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

4.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat er sprake is van vrijwillige terugtred. Verdachte dient dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van vrijwillige terugtred. Naar haar mening is de overval niet voltooid omdat er verwarring ontstond door de aanwezigheid van een tweede geldloper.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Volgens artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht bestaat voorbereiding noch poging indien het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk. Voor een geslaagd beroep op vrijwillige terugtred dient de verdachte derhalve aannemelijk te maken dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van zijn wil afhankelijk. Verdachte dient hiervoor controleerbare feiten aan te voeren. Het verweer van de raadsman kan reeds hierom niet slagen. Verdachte heeft met betrekking tot het bewezenverklaarde geen enkele verklaring willen afleggen. Hij heeft zich immers op zijn zwijgrecht beroepen.

Voorts valt uit de bewijsmiddelen op te maken dat de overval niet is voltooid omdat onverwachts een tweede geldloper aan kwam lopen, waardoor bij verdachte en zijn mededaders verwarring is ontstaan. Hierop werd de overval gestaakt.

Het is dus niet (alleen) de wil van verdachte geweest die ervoor zorgde dat het bij een poging is gebleven.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van dagvaarding I feit 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief

poging tot diefstal voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en/of

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van dagvaarding I feit 2

medeplegen van voorbereiding van diefstal voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en/of

medeplegen van voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van dagvaarding I feit 3

mishandeling

ten aanzien van dagvaarding I feit 4 eerste cumulatief/alternatief

diefstal voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van dagvaarding II, feit 1 derde cumulatief/alternatief, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 5 derde cumulatief/alternatief

telkens: medeplegen van schuldheling.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich op de hierboven omschreven manieren schuldig gemaakt aan een poging tot overval op een geldloper, het plegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot een dergelijk overval en een voltooide overval op een geldloper.

Dergelijke feiten zorgen voor veel maatschappelijke onrust en veroorzaken gevoelens van onveiligheid. Voor de slachtoffers van dergelijke feiten kan dit een bijzonder traumatische ervaring opleveren. Verdachte heeft hier geen rekening mee gehouden en meer belang gehecht aan een mogelijke buit. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Bij deze feiten heeft verdachte telkens gebruik gemaakt van gestolen auto’s met gestolen kentekenplaten. Verdachte heeft zich hiermee tevens schuldig gemaakt aan schuldheling. Door aldus te handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn vriendin. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn vriendin, waarbij hij haar pijn en letsel heeft toegebracht. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke geweldsmisdrijven nog lange tijd de gevolgen daarvan, zoals psychische problemen en gevoelens van angst en onveiligheid, kunnen ondervinden.

Bovendien heeft het geweld in de huiselijke omgeving plaatsgevonden, een omgeving waar aangeefster zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen.

De rechtbank heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 29 oktober 2016. Hieruit volgt dat verdachte eerder veroordeeld is geweest voor soortgelijke feiten. Bovendien liep hij in een proeftijd van een voorwaardelijke invrijheidstelling.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op een voorlichtingsrapport van Palier, forensische & intensieve zorg, d.d. 10 januari 2017.

De rapporteur meldt dat Palier tijdens het toezicht in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling onvoldoende grip op verdachte heeft kunnen krijgen. Hij kwam op het oog afspraken na maar hij bleek er een eigen agenda op na te houden. Hij is niet eerlijk en open geweest tegen Palier. Hij is erin geslaagd Palier op afstand te houden. Hij heeft niet meegewerkt aan een behandeling en stagneerde dit proces. Vanuit de forensische polikliniek werd verdachte omschreven als onbehandelbaar. In het huidige kader weigert verdachte met Palier in gesprek te gaan. De rapporteur schat de kans op recidive als zeer hoog in.

Geadviseerd wordt aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (hierna: LOVS), waarbij voor een voltooide gewapende overval op een geldloper met licht geweld/bedreiging een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden als uitgangspunt dient te gelden. De rechtbank neemt in aanmerking dat in deze zaak sprake is van strafvermeerderende factoren, met name bij de bewezenverklaarde voltooide overval in Zoetermeer. De omvang van de schade bij voornoemde overval was groot (ruim € 260.000,-). Er was verder sprake van een hecht samenwerkingsverband tussen verdachte en zijn mededader, waarbij zij op een professionele wijze te werk zijn gegaan. Verdachte heeft antecedenten met betrekking tot vermogensdelicten. Voorts heeft deze overval, waarbij geweld en een vuurwapen zijn gebruikt en waarvan diverse omstanders getuigen zijn geweest, grote maatschappelijke onrust veroorzaakt.

Ook is uit het dossier gebleken dat verdachte zich gedurende een periode van een jaar heeft beziggehouden met (het voorbereiden van) dergelijke overvallen op geldlopers en dat hij door het plegen van dergelijke feiten in zijn inkomsten voorziet.

Al met al is de rechtbank van oordeel dat voor de overval in Zoetermeer een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden een passende reactie is.

Gelet op de overige bewezenverklaarde feiten en de zojuist genoemde oriëntatiepunten van het LOVS, acht de rechtbank een totale gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren passend en geboden.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 2 genummerde voorwerp zal worden onttrokken aan het verkeer.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen ten aanzien van het beslag.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt.

De rechtbank zal daarom de bewaring van dit voorwerp ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

8 De vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft afwijzing van de vordering bepleit.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De schriftelijke vordering van de officier van justitie d.d. 3 november 2016 strekt ertoe dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling herroept wegens het niet naleven van de daaraan verbonden algemene voorwaarde, nu veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank stelt vast dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling, zoals blijkt uit de bewezenverklaring van dit vonnis, opnieuw strafbaar feiten heeft gepleegd. De veroordeelde heeft aldus de algemene voorwaarde die aan de voorwaardelijke invrijheidstelling is verbonden, niet nageleefd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden toegewezen.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 15j, 45, 46, 47, 57, 300, 312, 317 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder 4 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit en de bij dagvaarding II onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2, 3 en 4 eerste cumulatief/alternatief en de bij dagvaarding II onder 1 derde cumulatief/alternatief, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 derde cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I feit 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief

poging tot diefstal voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en/of

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van dagvaarding I feit 2

medeplegen van voorbereiding van diefstal voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en/of

medeplegen van voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van dagvaarding I feit 3

mishandeling

ten aanzien van dagvaarding I feit 4 eerste cumulatief/alternatief

diefstal voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van dagvaarding II, feit 1 derde cumulatief/alternatief, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 5 derde cumulatief/alternatief

telkens: medeplegen van schuldheling

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 7 (ZEVEN) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, te weten een personenauto, Opel Corsa, 2008, kleur wit;

wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat het gedeelte van de vrijheidstraf dat als gevolg van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 730 (ZEVENHONDERDDERTIG) DAGEN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.P. Pereira Horta, voorzitter,

mr. C.W. de Wit, rechter,

mr. F.W. van Dongen, rechter,

in tegenwoordigheid van W.H. Ng, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 juni 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500 2015364633, van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche.

2 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] , blz. 26-27.

3 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 180-182.

4 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal verhoor aangever [aangever] , blz. 64.

5 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , blz. 89.

6 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 190.

7 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal, blz. 270.

8 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal bevindingen analyse verkeersbewegingen van twee voertuigen, blz. 283-288.

9 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 291-292.

10 Verdachtendossier [verdachte] , proces-verbaal van verdenking, blz. 6.

11 Verdachtendossier M.N. Vuong, proces-verbaal van verdenking, blz. 4 en 5.

12 Zaaksdossier “Mishandeling”, proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer 1] , blz. 17-20.

13 Verdachtendossier [verdachte] , proces-verbaal van verdenking, blz. 7.

14 Zaaksdossier “Heling Voertuigen”, Proces-verbaal van observatie 30 augustus 2016, blz 37-40.

15 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 36.

16 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 184, en proces-verbaal OVC Stemherkenning, blz. 185.

17 Zaaksdossier “Voorbereiding Misdrijf”, proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Renault Capture 01-10-2016, blz. 182.

18 Zaaksdossier “Voorbereiding Misdrijf”, proces-verbaal, blz. 198 en proces-verbaal van bevindingen, blz. 203.

19 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] , d.d. 19 april 2017, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris, de punten 29, 30, 33, 36 en 49.

20 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van observatie dinsdag 30 augustus 2016, blz. 5.

21 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal, blz. 158.

22 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 160-162. Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen (analyse camerabeelden) blz 68.

23 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 36-65.

24 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 36.

25 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 184, en proces-verbaal OVC Stemherkenning, blz. 185.

26 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 171-173.

27 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 176.

28 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 36-39.

29 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 68.

30 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 39-55.

31 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 70.

32 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , blz. 477, en bijlage blz. 486.

33 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 55 en 56.

34 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 71.

35 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 59 en 60.

36 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 71-75.

37 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 60-65.

38 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, blz. 224-225.

39 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, rapport van het NFI, blz. 261.

40 Zaaksdossier “Voorbereiding misdrijf”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 193-197.

41 Zaaksdossier “Voorbereiding misdrijf”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 205-206.

42 Zaaksdossier “Voorbereiding misdrijf”, proces-verbaal van observatie vrijdag 14 oktober 2016, blz. 263-266.

43 Zaaksdossier “Voorbereiding misdrijf”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 38-40 en de bijlagen, blz. 52-62.

44 HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ0213) en HR 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1503 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:1503).

45 Zaaksdossier “Mishandeling”, proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , blz. 17-20, en proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , blz. 21-23.

46 Zaaksdossier “Mishandeling”, proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , blz. 22.

47 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , blz. 120-121.

48 Rapport Forensisch geneeskundig onderzoek van het NFI, d.d. 24 februari 2017, zaaknummer 2016.11.01.349.

49 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] , blz. 26-27, proces-verbaal van bevindingen, blz. 161.

50 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal verhoor aangever [aangever] , blz. 64.

51 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 180-182, proces-verbaal van bevindingen, blz. 161 en 162, proces-verbaal van verhoor aangever blz 64.

52 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 284, 285 en 287.

53 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] , blz. 327-328, 335-337, 343-344, 349, 353-354, 379, 381-383.

54 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 420.

55 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 422.

56 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal, blz. 428-429.

57 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] , blz. 354, en bijlage 1 en 1A.

58 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal, blz. 441.

59 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal sporenonderzoek, blz. 1560, en proces-verbaal sporenonderzoek, blz. 1565.

60 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 178.

61 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , blz. 217-219.

62 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal bevindingen blz 157.

63 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 46.

64 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal, blz. 485.

65 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van aangifte, blz. 221-222.

66 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van aangifte, blz. 245.

67 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 505.

68 Verdachtendossier [medeverdachte 1] , proces-verbaal van verdenking, blz. 4 en 5.

69 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 591-592, en bijlage, blz. 596 en 611.

70 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 625.

71 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 626.

72 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 738.

73 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 744.

74 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz.751.

75 Beslagdossier [medeverdachte 1] , proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, blz. 46 en bijlage blz. 56.

76 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1] , blz. 354. Proces-verbaal bevindingen blz 411-412

77 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal sporenonderzoek, blz. 1589 en 1592.

78 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, een rapport van het NFI, d.d. 11 februari 2016, zaaknummer 2015.12.17.249, blz. 1672.

79 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, een rapport van het NFI, d.d. 13 januari 2017, zaaknummer 2015.12.17.249, blz. 1723.

80 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 591-593.

81 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 722-724.

82 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 730-733.

83 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 895-898.

84 Zaaksdossier “Overval Zoetermeer 16-12-2015”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 906-909.

85 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal bevindingen blz 455

86 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal van aangifte blz 28

87 Zaaksdossier “Voorbereiding misdrijf”, proces-verbaal, blz. 182-183.

88 Zaaksdossier “Voorbereiding misdrijf”, proces-verbaal van bevindingen, blz. 191-192.

89 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal aangifte, blz. 50.

90 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, blz. 224-225.

91 Zaaksdossier “Poging overval 03-10-2016”, rapport van het NFI, blz. 261.

92 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal van observatie donderdag 13 oktober 2016, blz. 58-60.

93 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal aangifte, blz. 77-78.

94 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal, blz. 75.

95 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, blz. 549 en 551.

96 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, een rapport van het NFI, d.d. 13 januari 2017, zaaknummer 2015.12.17.249, blz. 587.

97 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal aangifte, blz. 81-82.

98 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal van observatie donderdag 6 oktober 2016, blz. 87-89.

99 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal van observatie woensdag 12 oktober 2016, blz. 93.

100 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal van observatie vrijdag 21 oktober 2016, blz. 95.

101 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal van observatie donderdag 28 oktober 2016, blz. 100.

102 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal van observatie donderdag 13 oktober 2016, blz. 59.

103 Zaaksdossier “Heling voertuigen”, proces-verbaal, blz. 106-109.