Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:69

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-01-2017
Datum publicatie
05-01-2017
Zaaknummer
C-09-522709-KG ZA 16-1462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

toewijzing vordering ADO Den Haag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/89
RBP 2017/24
TvS&R 2017, afl. 1, p. 11 met annotatie van mr. P.G.M. Brouwer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/522709 / KG ZA 16-1462

Vonnis in kort geding van 5 januari 2017

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. ADO DEN HAAG,

gevestigd te Den Haag,

eiseres

advocaat mr. P.D. Olden,

tegen:

de vennootschap naar vreemd recht

UNITED VANSEN INTERNATIONAL SPORTS CO., LTD.,

gevestigd, althans kantoorhoudende te Beijing 100020, Volksrepubliek China (People's Republic of China),

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als 'ADO Den Haag' en 'United Vansen'.

1 De procedure

./. 1.1. ADO Den Haag heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft - na een korte toelichting - ter zitting van 28 december 2016 bij de daarin opgenomen eis volhard.

1.2.

United Vansen is niet verschenen.

1.3.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De beoordeling van het geschil

Verstekverlening

2.1.

De vraag die allereerst moet worden beantwoord is of tegen - de niet in de procedure verschenen - United Vansen verstek kan worden verleend. In dat verband wordt het volgende overwogen.

2.2.

Van toepassing is het op 15 november 1965 te Den Haag tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (hierna het 'Haags Betekeningsverdrag'). Zowel de Volksrepubliek China als Nederland zijn daarbij partij.

2.3.

ADO Den Haag heeft het voor United Vansen bestemde dagvaardingsexploot op 9 december 2016 doen betekenen overeenkomstig het Haags Betekeningsverdrag en de Uitvoeringswet van het verdrag, juncto artikel 55 lid 1 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering ('Rv'), door het uitbrengen van het exploot aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank Den Haag, met achterlating van twee afschriften van het exploot en met het verzoek het exploot aan United Vansen te doen betekenen c.q. daarvan aan haar kennis te doen geven overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 van het Haags Betekeningsverdrag door betekening of kennisgeving met inachtneming van de vormen die in de wetgeving van de Volksrepubliek China zijn voorgeschreven voor de betekening of kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich aldaar bevindende personen. Daarnaast is een afschrift van het dagvaardingsexploot - voorzien van een Engelse vertaling - zowel per aangetekende post als per UPS-koerier toegezonden aan United Vansen op het van haar bekende adres in de Volksrepubliek China. Voorts is een Engelse vertaling van het dagvaardingsexploot - per e-mailbericht - gestuurd naar [A] en [B] , die United Vansen recent hebben vertegenwoordigd.

2.4.

Op grond van het voorgaande en nu de voorzieningenrechter op 1 december 2016 heeft bepaald dat de dagvaarding binnen zeven werkdagen moet zijn uitgebracht, moet worden geconcludeerd dat ADO Den Haag in zoverre heeft voldaan aan een tijdige betekening van de dagvaarding.

2.5.

Artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag bepaalt evenwel dat indien de verweerder (in casu: United Vansen) niet is verschenen, de rechter de beslissing dient aan te houden totdat is gebleken dat:

a. a) hetzij van het stuk (voorzieningenrechter: de dagvaarding) betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de vormen in de wetgeving van de aangezochte Staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen,

b) hetzij het stuk aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats is afgegeven op een andere in dit Verdrag geregelde wijze, en dat de betekening of de kennisgeving, onderscheidenlijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.

2.6.

Niet gebleken is dat de dagvaarding volgens de Chinese voorschriften is betekend, noch dat de dagvaarding 'in persoon' is afgegeven aan United Vansen. Dit brengt in beginsel mee dat (nog) geen verstek kan worden verleend tegen United Vansen, zodat (nog) niet aan het materiële geschil tussen partijen kan worden toegekomen. ADO Den Haag stelt zich echter op het standpunt, zo begrijpt de voorzieningenrechter, dat haar vordering desondanks - bij verstek - moet worden toegewezen, nu zij daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter overweegt daarover het volgende.

2.7.

Ingevolge artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag belet het bepaalde in lid 1 van artikel 15 van het Haags Betekeningsverdrag niet dat door de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of conservatoire maatregelen kunnen worden genomen. Blijkens de wordingsgeschiedenis van deze uitzonderingsbepaling kan het spoedeisende karakter van een procedure eraan in de weg staan dat de rechter, zoals voorgeschreven in artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag zijn beslissing aanhoudt totdat is gebleken dat aan de in die bepaling gestelde vereisten is voldaan. Op grond van artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag kan de voorzieningenrechter dan ook in een kort geding verstek tegen een in het buitenland woonachtige gedaagde verlenen zonder dat in spoedeisende gevallen behoeft te blijken dat aan de voorwaarden van artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag is voldaan. Wel zal - met inachtneming van de vereiste spoed - zoveel mogelijk overeenkomstig de doelstelling van het Haags Betekeningsverdrag, gewaarborgd moeten zijn dat een uitgebracht exploot degene voor wie het is bestemd daadwerkelijk bereikt en - indien het om een dagvaarding gaat - zo tijdig dat deze nog de mogelijkheid heeft verweer te voeren (zie o.a. Hoge Raad 14 december 2007; ECLI:NL:HR:2007:BB7192).

2.8.

Het spoedeisende karakter van de vordering van ADO Den Haag is voldoende aannemelijk geworden. De vordering strekt er kort gezegd toe dat United Vansen haar - door ADO Den Haag gestelde - onvoorwaardelijke toezegging tot storting van agio op haar aandelen in ADO Den Haag alsnog volledig nakomt. Als gevolg van de tekortkoming van United Vansen is ADO Den Haag niet in staat een sluitende begroting en haar jaarrekening op te stellen. In verband hiermee heeft de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond ('KNVB') ADO Den Haag al een boete opgelegd en ADO Den Haag uitstel verleend tot 1 februari 2017 om alsnog een vastgestelde jaarrekening 2015-2016 in te dienen en een sluitende begroting 2016-2017 te presenteren. Doordat United Vansen haar verplichtingen blijft weigeren na te komen, is het voor ADO Den Haag niet mogelijk om daaraan te voldoen en verkeert zij thans in een financiële noodsituatie. Voorts dreigen nadere sancties/maatregelen van de KNVB, waaronder het verlies van de KNVB-licentie betaald voetbal.

2.9.

Daar komt bij dat - in aanvulling op hetgeen hiervoor onder 2.3 is overwogen - het volgende kan worden vastgesteld:

(i) ADO Den Haag heeft - onweersproken - aangevoerd dat United Vansen in de (enquête)procedure, die heeft geleid tot de beschikking van de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2016 (zaaknummer: 200.204.603/01 OK), een kopie van de dagvaarding in de onderhavige zaak heeft overgelegd en bezwaar heeft gemaakt tegen het kort geding;

(ii) in voormelde beschikking van 19 december 2016 heeft het gerechtshof - onder 2.36 - uitdrukkelijk melding gemaakt van het onderhavige kort geding, de strekking ervan en de datum waarop de zitting zal plaatsvinden;

(iii) United Vansen heeft op 12 december 2016 op de website van "Voetbal International" een persbericht gepubliceerd, althans laten publiceren, waarin zij aangeeft dat ADO Den Haag een aantal rechtszaken tegen haar heeft aangespannen, waarmee zij - gelet op de verdere strekking van het bericht - kennelijk ook dit kort geding bedoelt.

2.10.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat - met toepassing van artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag - verstek zal worden verleend tegen United Vansen.aag

Rechtsmacht

2.11.

Gelet op het internationale karakter van de procedure, nu United Vansen is gevestigd in de Volksrepubliek China, moet vervolgens worden onderzocht of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

2.12.

Op grond van artikel 10 Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in een situatie zoals bedoeld in artikel 767 Rv. Artikel 767 Rv luidt als volgt: "Bij gebreke van een andere weg om een executoriale titel in Nederland te verkrijgen kan de eis in de hoofdzaak, de vordering ter zake van de beslagkosten daaronder begrepen, worden ingesteld voor de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter het verlof tot het gelegde of het tegen zekerheidstelling voorkomen of opgeheven beslag heeft verleend. In geval van verlof tot beslag onder een derde geldt dit alleen indien het goed waarop beslag zal worden gelegd in het verzoekschrift uitdrukkelijk is omschreven."

2.13.

Op 25 november 2016 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan ADO Den Haag verlof verleend om ter zake van de onderhavige (vermeende) vordering conservatoir verhaalsbeslag te leggen op de door United Vansen gehouden "gewone" aandelen in het kapitaal van ADO Den Haag. Niet gebleken is dat in verband met die vordering voor ADO Den Haag een andere weg bestaat om een executoriale titel in Nederland te verkrijgen.

2.14.

Het vorenstaande betekent dat de rechtbank Den Haag - in dit spoedeisende geval de voorzieningenrechter in kort geding - rechtsmacht heeft met betrekking tot de vorderingen van ADO Den Haag.

Toepasselijke recht

2.15.

Ingevolge artikel 10:154 van het Burgerlijk Wetboek ('BW') en nu niet is gebleken dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt, is - met het oog op de vaststelling van het toepasselijke (materiële) recht - van belang artikel 4 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst' ('Rome I'). Van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 (sub a tot en met h) van Rome I is hier geen sprake, zodat de daarin vastgelegde regeling buiten beschouwing kan blijven. Anders dan ADO Den Haag stelt volgt uit lid 2 van dat artikel niet dat Nederlands recht van toepassing is. Dat artikellid bepaalt immers dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten haar gewone verblijfplaats heeft. De kenmerkende prestatie betreft hier de storting van de agio op de aandelen. Die storting moet worden verricht door United Vansen, die is gevestigd in de Volksrepubliek China, zodat het onderhavige artikellid meebrengt dat Chinees recht van toepassing is. Lid 3 van artikel 4 van Rome I bepaalt echter dat indien uit alle omstandigheden blijkt dat de overeenkomst een kennelijk nauwere band heeft met een ander land dan het in lid 1 of lid 2 bedoelde land, het recht van dat andere land van toepassing is. Deze situatie doet zich hier voor. Immers, de overeenkomst is tot stand gekomen in Nederland, de uitvoering/betaling moet plaatsvinden in Nederland en de storting van de agio komt ten goede aan een Nederlandse onderneming. Dit betekent dat Nederlands (materieel) recht van toepassing is op de in geschil zijnde overeenkomst/afspraak. Overigens zou ook op grond van artikel 4 lid 4 van Rome I zijn uitgekomen op de toepasselijkheid van Nederlands recht.

Wanprestatie

2.16.

ADO Den Haag vordert - kort gezegd - betaling door United Vansen van een voorschot van € 2.347.496,-- op een door United Vansen op 28 augustus 2015 overeengekomen verplichting jegens ADO Den Haag betreffende een storting op de aandelen die United Vansen houdt in ADO Den Haag.

2.17.

Vooropgesteld wordt dat ingevolge vaste jurisprudentie ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden is. Onderzocht moet worden of het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is. Dat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen. Daarnaast moet sprake zijn van feiten en/of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Voorts dient in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken te worden.

2.18.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft ADO Den Haag door middel van haar stellingen in de dagvaarding en de ter onderbouwing daarvan in het geding gebrachte producties aannemelijk gemaakt dat tussen partijen op 28 augustus 2015 een overeenkomst tot stand is gekomen uit hoofde waarvan United Vansen zich onvoorwaardelijk jegens ADO Den Haag heeft verplicht om (i) in drie termijnen een bedrag van € 3.728.000,-- ten titel van agio te storten op de aandelen die zij houdt in ADO Den Haag en (ii) diverse door ADO Den Haag voorgeschoten kosten (tot een totaalbedrag van € 257.000,--) zal terugbetalen. Daarnaast heeft ADO Den Haag aannemelijk gemaakt dat United Vansen daarin toerekenbaar is tekortgeschoten en dat United Vansen uit hoofde daarvan in ieder geval nog een bedrag van
€ 2.347.496,-- dient te voldoen. In zijn beschikking van 19 december 2016 komt het gerechtshof Amsterdam - ook na tegenspraak van United Vansen - in feite tot eenzelfde conclusie. Op grond hiervan moet - in het bestek van dit kort geding - ervan worden uitgegaan dat de bodemrechter de (geld)vordering van ADO Den Haag zal toewijzen.

2.19.

Uit hetgeen hiervoor onder 2.8 is overwogen volgt dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is. Op de aanwezigheid van een eventueel restitutierisico dient United Vansen zich te beroepen. Nu zij niet is verschenen en daarop dus ook geen beroep heeft gedaan, kan - bij gebreke van feiten en/of omstandigheden die wijzen op het tegendeel - niet worden aangenomen dat een dergelijk risico aanwezig is.

2.20.

Een en ander betekent dat is voldaan aan het onder 2.17 vermelde criterium en dat de vorderingen van ADO Den Haag noch onrechtmatig noch ongegrond voorkomen.

Afronding

2.21.

De slotsom is dat zal worden beslist op de hieronder in het dictum vermelde wijze.

2.22.

United Vansen zal - als de in het ongelijk gestelde partij - worden veroordeeld in de proces-, beslag- en vertaalkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

verleent verstek tegen United Vansen;

3.2.

veroordeelt United Vansen om - bij wijze van voorschot en tegen behoorlijk bewijs van kwijting - aan ADO Den Haag te voldoen de som van € 2.477.605,-- (€ 2.347.496,-- +
€ 130.109,-- wegens inmiddels verstreken rente), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 9 december 2016 tot de dag der algehele voldoening;

3.3.

veroordeelt United Vansen in de proces-, beslag- en vertaalkosten, tot dusverre aan de zijde van ADO Den Haag begroot op € 10.221,57, waarvan € 1.224,-- aan salaris advocaat, € 3.903,-- aan griffierecht, € 79,81 aan dagvaardingskosten, in het voorkomende geval te vermeerderen met btw, € 357,71 aan kosten beslagexploten en € 4.657,05 aan vertaalkosten, te voldoen binnen veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

3.4.

bepaalt dat United Vansen bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proces-, beslag- en vertaalkosten verschuldigd is;

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2017.

jvl