Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:6605

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
NL17.2223
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Nigeriaanse

- Afwijzing eerste asielaanvraag

- Geloofwaardigheid bedreigingen

- Zorgvuldigheid gehoor

- Communicatie in het Engels

- Psychische problemen

- Vrees als alleenstaande vrouw

- Beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL17.2223

V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 8 juni 2017 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

gemachtigde: mr. J.C.A. Koen,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het in de algemene asielprocedure genomen besluit van verweerder van 3 mei 2017 (het bestreden besluit).

De behandeling van het beroep ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig A.K. Nyaku, tolk Engels. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] en van Nigeriaanse nationaliteit, heeft op

7 februari 2017 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (de aanvraag).

2. Aan de aanvraag ligt het volgende ten grondslag. Eiseres is afkomstig uit Nigeria en heeft na het overlijden van haar vader in 2007 problemen gekregen met een man die voor haar vader heeft gewerkt, [naam]. Hij wilde onroerend goed (erfenis) van de vader van eiseres hebben en kreeg dat in 2011. Door toedoen van [naam] zijn in 2013 en 2014 de zussen van eiseres overleden, is in 2016 haar huis afgebrand, is haar zoon overleden en is zij in april 2016 verkracht.

3. Bij het bestreden besluit is de aanvraag als ongegrond afgewezen. De gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres acht verweerder geloofwaardig. Ook acht verweerder geloofwaardig dat de vader van eiseres is overleden, dat [naam] onroerend goed van de vader van eiseres kreeg en dat eiseres is verkracht. Dat eiseres problemen door toedoen van [naam] ondervond wordt niet geloofd.

4. Eiseres heeft het standpunt van verweerder dat het asielrelaas ongeloofwaardig is gemotiveerd betwist. Verder is - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:

- Eiseres is telkens in het Engels gehoord, terwijl ze die taal niet goed beheerst.

- Er is onvoldoende grondig onderzoek verricht en eiseres is onvoldoende bevraagd over de wijze waarop [naam] de erfenis kreeg.

- Eiseres heeft vanwege psychische problemen niet coherent verklaard. De hoormedewerker zag niet dat eiseres afwezig was tijdens het gehoor. Uit de overgelegde signaleringslijst van lichamelijke en psychische problemen - ingevuld op 26 april 2017 door een medewerker van VluchtelingenWerk Nederland (VWN) - blijkt dat sprake is van diverse klachten. Eiseres had daarom opnieuw gehoord moeten worden, waarbij verweerder had moeten nagaan wat nodig was om een zorgvuldig gehoor te houden.

- Eiseres werd telkens na de incidenten - waaronder na de geloofwaardig geachte verkrachting - gebeld door [naam]. Eiseres kan geen bewijs leveren van telefonische dreigementen door [naam] en verkeert in bewijsnood.

- Eiseres is als alleenstaande vrouw extra kwetsbaar en loopt bij terugkeer naar Nigeria het risico slachtoffer te worden van seksueel geweld.

De rechtbank overweegt als volgt.

5. Verweerder heeft aan het standpunt dat het relaas voor wat betreft de problemen door toedoen van [naam] ongeloofwaardig is, onder meer het volgende ten grondslag gelegd. Eiseres heeft het gestelde overlijden van haar zussen en de brand in haar woning niet met documenten onderbouwd, terwijl er in ieder geval van sterfgevallen wel documenten zouden moeten kunnen worden overgelegd. Verder ziet de stelling dat [naam] de problemen heeft veroorzaakt, op een vermoeden dat op geen enkele wijze is onderbouwd. Niet valt in te zien waarom [naam] eiseres nog zou lastig vallen nadat hij het onroerend goed had gekregen. Het vermoeden van eiseres dat [naam] wellicht vreesde dat eiseres hem de erfenis zou afnemen, is op geen enkele wijze onderbouwd.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich met voormelde motivering niet ten onrechte op het standpunt stelt dat het relaas ongeloofwaardig is. Dat verweerder eiseres nader had moeten horen over onder meer de verdeling van de erfenis en de verkrachting volgt de rechtbank niet, nu die elementen geloofwaardig zijn geacht en verder niet valt in te zien waarom dit voor de beoordeling van de overige elementen van belang is.

7. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat aan de verklaringen tijdens het nader gehoor geen waarde mag worden gehecht dan wel dat eiseres aanvullend had moet worden gehoord, omdat ze de Engelse taal niet goed beheerst. Eiseres heeft tijdens het eerste gehoor verklaard dat zij tot de Yoruba-stam behoort, dat de algemene taal van die stam Engels is en daarnaast Yoruba wordt gesproken. Eiseres heeft voorafgaand aan het nader gehoor desgevraagd verklaard dat zij de tolk goed kan verstaan en begrijpen in de Engelse taal en ook na afloop desgevraagd verklaard dat ze de tolk goed heeft verstaan en begrepen. Verder heeft ze verklaard dat ze geen op- of aanmerkingen had op de tolk of de manier waarop het gesprek plaatsvond en is geen klacht ingediend. Gelet daarop is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding aan te nemen dat aan de verklaringen van eiseres vanwege communicatieproblemen geen waarde kan worden gehecht of dat eiseres haar relaas op relevante punten onvoldoende duidelijk heeft kunnen maken.

8. Ook is er geen grond voor het oordeel dat het gehoor niet zorgvuldig was en dat eiseres vanwege psychische problemen opnieuw gehoord zou moeten worden. Uit het overgelegde rapport van Forensisch Medische Maatschappij Utrecht van 21 april 2017 blijkt dat wel klachten zijn geconstateerd maar dat deze klachten geen beperkingen opleveren voor het horen of beslissen. Ter zitting is verklaard dat eiseres niet onder behandeling (van een specialist) is. Over de lichamelijke klachten (hoofdpijn) heeft eiseres tijdens het nader gehoor verklaard dat ze hoofdpijn heeft gehad. Op de vraag of ze daarvoor bij een arts is geweest heeft ze verklaard dat ze het nu nog voelt maar niet zoveel als vroeger. Verder is de overgelegde signaleringslijst, waarop enkele klachten zijn vermeld, ingevuld door medewerker van VWN zonder dat is gebleken van een medische achtergrond van die medewerker. Dat de medewerker van VWN eiseres soms afwezig vond en het verhaal niet goed te volgen vond, is onvoldoende om te concluderen dat eiseres vanwege psychische klachten niet in staat was coherent te verklaren, dat het nader gehoor niet zorgvuldig was dan wel dat eiseres aanvullend gehoord had moeten worden. Ook wat eiseres overigens heeft aangevoerd kan niet afdoen aan het onder 6 vermelde oordeel.

9. Eiseres heeft terecht aangevoerd dat uit diverse bronnen blijkt dat alleenstaande vrouwen in Nigeria extra kwetsbaar zijn. Voor zover eiseres al als alleenstaande vrouw moet worden aangemerkt, geldt echter dat verweerder in het asielrelaas van eiseres terecht geen aanleiding heeft gezien te concluderen dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden strijdige behandeling. Eiseres heeft geen onderscheidende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan een dergelijke vrees aannemelijk moet worden geacht.

10. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.