Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:6574

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
C/09/527903 / HA ZA 17-245
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Bevoegdheidsincident. Gedaagde stelt dat zaak naar de kamer voor kantonzaken moet worden verwezen. Afgewezen omdat deel verklaringen voor recht zien op auteursrechtinbreuk waarbij de waarde kan worden bepaald op een bedrag onder € 25.000,-. Een deel van de vorderingen betreffen echter verklaringen voor recht waarbij de waarde onbepaalbaar is, zodat team Handel bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/527903 / HA ZA 17-245

Vonnis in incident van 7 juni 2017

in de zaak van

1 de besloten vennootschap WARMGARANT B.V.,

gevestigd te Diemen,

2. de besloten vennootschap ATAGWARMTE B.V.,

gevestigd te Diemen,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. T.M. Bodha te Amsterdam,

tegen

1 [A] , handelend onder de naam [handelnaam van A] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap CKI-GROEP B.V.,

gevestigd te Delft,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiserss in het incident,

advocaat mr. P. Obbeek te Delft.

Eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in het incident zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Warmgarant c.s. (meervoud) en afzonderlijk als Warmgarant en ATAGwarmte.

Gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident zullen hierna gezamenlijk [A] c.s. (meervoud) worden genoemd. Afzonderlijk zullen zij worden aangeduid als [A] en CKI-Groep.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 februari 2017, met productie 1 tot en met 24;

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie onbevoegdheid (verwijzing artikel 71 lid 2 Rv) tevens voorwaardelijke conclusie van antwoord, ingekomen ter griffie op 10 april 2017, met productie 1 tot en met 10;

  • -

    de conclusie van antwoord in incident houdende exceptie onbevoegdheid, ingekomen ter griffie op 24 april 2017.

1.2.

Vonnis in het incident is bepaald op heden.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

Warmgarant c.s. vorderen in de hoofdzaak - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

ten aanzien van Warmgarant

I. primair voor recht zal verklaren dat [A] c.s. inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van Warmgarant;
subsidiair voor recht zal verklaren dat [A] c.s. zich schuldig hebben gemaakt aan misleidende handelspraktijken jegens Warmgarant;
meer subsidiair voor recht zal verklaren dat [A] c.s. onrechtmatig jegens Warmgarant hebben gehandeld;

II. primair CKI-Groep zal bevelen de inbreuken op het auteursrecht van Warmgarant te staken en gestaakt te houden;
subsidiair CKI-Groep zal bevelen alle misleidende handelspraktijken jegens Warmgarant te staken en gestaakt te houden;
meer subsidiair CKI-Groep zal bevelen elk onrechtmatig handelen jegens Warmgarant te staken en gestaakt te houden;

III. CKI-Groep zal veroordelen tot betaling aan Warmgarant van een dwangsom van € 500,- voor iedere keer, of iedere dag, of gedeelte van een dag, dat CKI-Groep in strijd handelt met het bevel zoals opgenomen onder II, met een maximum van € 10.000,-;

ten aanzien van ATAGwarmte

IV. primair voor recht zal verklaren dat [A] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van ATAGwarmte;
subsidiair voor recht zal verklaren dat [A] zich schuldig heeft gemaakt aan misleidende handelspraktijken jegens ATAGwarmte;
meer subsidiair voor recht zal verklaren dat [A] onrechtmatig jegens ATAGwarmte heeft gehandeld;

V. primair [A] zal bevelen de inbreuken op het auteursrecht van ATAGwarmte te staken en gestaakt te houden;
subsidiair [A] zal bevelen alle misleidende handelspraktijken jegens ATAGwarmte te staken en gestaakt te houden;
meer subsidiair [A] zal bevelen elk onrechtmatig handelen jegens ATAGwarmte te staken en gestaakt te houden;

VI. [A] zal veroordelen tot betaling aan ATAGwarmte van een dwangsom van € 500,- voor iedere keer, of iedere dag, of gedeelte van een dag, dat [A] in strijd handelt met het bevel zoals opgenomen onder V, met een maximum van € 10.000,-;

ten aanzien van Warmgarant c.s.

VII. [A] c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot vergoeding van de door Warmgarant c.s. geleden schade van € 3.339,60;

VIII. [A] c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de beslagkosten van € 1.992,68;

IX. primair [A] c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de werkelijk gemaakte proceskosten van € 7.674,04, te vermeerderen met de nakosten en wettelijke rente;
subsidiair [A] c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten van € 6.874,74 en zal veroordelen in de (na)kosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
meer subsidiair [A] c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de (na)kosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

2.2.

Aan de vorderingen onder I tot en met III leggen Warmgarant c.s. - verkort weergegeven – ten grondslag dat [A] c.s. delen van de inhoud van de website www.warmgarant.nl - op de inhoud waarvan de auteursrechten bij Warmgarant berusten - zonder toestemming van Warmgarant c.s. hebben gekopieerd naar de website www.cki-groep.nl (die namens [A] c.s. is geregistreerd). Naast auteursrechtinbreuk hebben [A] c.s. zich schuldig gemaakt aan misleidende handelspraktijken door op de voornoemde website veelvoudig het telefoonnummer en de handelsnaam van Warmgarant te vermelden en foto’s op te nemen van medewerkers van Warmgarant. Dit terwijl er geen enkele (handels)relatie tussen Warmgarant c.s. en [A] c.s. bestaat. Voor zover een en ander geen auteursrechtinbreuk of misleidende handelspraktijken oplevert, is er (meer subsidiair) sprake van onrechtmatig handelen.

2.3.

De vorderingen onder IV tot en met VI baseren Warmgarant c.s. op de stelling dat [A] bovendien inbreuk maakt op de auteursrechten van ATAGwarmte op de inhoud van haar website www.atagwarmte.nl door iconen en teksten één op één te kopiëren naar de ten behoeve van [A] geregistreerde website [website] , dan wel de iconen en teksten zodanig te ontlenen aan de website van ATAGwarmte dat er auteursrechtelijk geen redelijke afstand is bewaard tot deze iconen/teksten. Ook jegens ATAGwarmte heeft [A] zich schuldig gemaakt aan misleidende handelspraktijken door op de voornoemde website van [A] - onder andere - veelvoudig het telefoonnummer en de handelsnaam van ATAGwarmte te vermelden. Voor zover een en ander geen auteursrechtinbreuk of misleidende handelspraktijken oplevert, is er (meer subsidiair) sprake van onrechtmatig handelen.

2.4.

De vordering onder VII gronden Warmgarant c.s. op de stelling dat hun schade bestaat uit de gemaakte kosten voor het achterhalen van de identiteit van [A] en CKI-Groep, het veiligstellen van de schermafbeeldingen en technische inhoud van de websites en het doen van aangifte tegen [A] en Smit (medebestuurder van de CKI-Groep). De vordering onder VIII betreft volgens Warmgarant c.s. de door hen gemaakte beslagkosten.

2.5.

De proceskosten vorderen Warmgarant c.s. in 2.1 onder IX, waarbij zij primair de volledige proceskosten vorderen op basis van artikel 1019h Rv en subsidiair de door hen gemaakte kosten (exclusief deurwaarderskosten en griffierecht) als buitengerechtelijke incassokosten.

2.6.

[A] c.s. voeren gemotiveerd verweer.

3 Het geschil in het incident

3.1.

[A] c.s. hebben voor alle weren een bevoegdheidsincident opgeworpen, waarin zij vorderen dat de rechtbank de zaak verwijst naar de kamer voor kantonzaken, met veroordeling van Warmgarant c.s. in de proceskosten in het incident. Zij voeren daartoe aan dat de vorderingen Warmgarant c.s. ruimschoots onder de competentiegrens van € 25.000,- blijven nu zij naast een aantal verklaringen voor recht niet meer vorderen dan een totaalbedrag van € 5.332,28 vorderen, te vermeerderen met advocaatkosten van € 7.674,04. De zaak had dan ook bij de kantonrechter moeten worden aangebracht.

3.2.

Warmgarant c.s. voeren gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1.

Voor zover hier van belang bepaalt artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dat tot het takenpakket van de kantonrechter behoren (a) zaken waarin betaling van een geldsom van ten hoogste € 25.000,- wordt gevorderd en (b) zaken die weliswaar niet de betaling van een geldsom betreffen (vorderingen van onbepaalde waarde), maar ten aanzien waarvan er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering of vorderingen geen hogere waarde dan € 25.000,- vertegenwoordigt of vertegenwoordigen. Het opgeworpen incident stelt de vraag aan de orde of dit ten aanzien van de gevorderde verklaringen voor recht en de gevorderde bevelen het geval is.

4.2.

De rechtbank beantwoordt deze vraag ten aanzien van de verklaringen voor recht (de vorderingen onder I en IV) bevestigend. Deze vorderingen zien immers op beweerdelijke auteursrechtinbreuken en misleidende reclame c.q. onrechtmatig handelingen in het verleden, ter zake waarvan Warmgarant c.s. thans een schadevergoeding claimen die ruimschoots onder de grens van € 25.000,- blijft. Anders ligt dit echter met betrekking tot de daarnaast gevorderde, op de toekomst gerichte, bevelen tot het staken en gestaakt houden van verdere auteursrechtinbreuken en onrechtmatige handelingen (de vorderingen onder II en V). Deze gedragingen kunnen, zoals ook door Warmtegarant c.s. naar voren is gebracht, immers ernstig afbreuk doen aan de bedrijfsvoering en het bedrijfsdebiet van Warmtegarant c.s., hetgeen veeleer een duidelijke aanwijzing is dat met deze vorderingen een belang is gemoeid dat de grens van € 25.000,- ruim te boven gaat. Dat dit anders zou zijn, is door [A] c.s. ook niet gesteld en ook niet anderszins gebleken. Daarmee is team Handel van deze rechtbank bevoegd van alle vorderingen kennis te nemen. De vordering in het incident zal worden afgewezen.

4.3.

De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

5 Het vervolg van de procedure in de hoofdzaak

Bepaling comparitie van partijen

5.1.

Nu is gedagvaard en voor antwoord is geconcludeerd zal de rechtbank een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden (een schikking beproeven). De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol van 21 juni 2017 voor opgave verhinderdata van beide partijen in de periode augustus tot en met december 2017.

Informatieverstrekking door partijen

5.2.

Op grond van het bepaalde in artikel 85 lid 3 jo artikel 21 Rv bestaat de mogelijkheid om vóór de comparitie stukken in het geding te brengen. Advocaten dienen deze stukken, zo nodig voorzien van een korte toelichting op de relevantie ervan, alsmede een gespecificeerde kostenopgave als kosten ex artikel 1019h Rv worden gevorderd, ingevolge artikel 2.9 Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken uiterlijk twee weken vóór de comparitiedatum, met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij, per brief te sturen aan: Paleis van Justitie, CNA-bureau kamer P2-1415, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. In de brief dienen de naam van de comparitierechter alsmede de datum en het tijdstip van de zitting te worden vermeld.

Een aanvulling van de kostenopgave ex artikel 1019h Rv (met overzicht van de kosten gemaakt sinds de kostenopgave) dient uiterlijk 24 uur vóór de zitting te worden ingediend, met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij.

Informatieverzoek van rechter

5.3.

De comparitierechter kan op de voet van artikel 22 Rv een partij verzoeken om op de zitting bepaalde stellingen toe te lichten of op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen dan wel een informant mee te nemen. In dat geval zullen advocaten een formulier ontvangen met nadere instructies.

Wijze van indiening stukken

5.4.

Alle (proces)stukken moeten voldoen aan de eisen voor het indienen van papieren processtukken en producties zoals opgenomen in de ‘Instructies voor het indienen van stukken in IE-zaken’, raadpleegbaar via de website van de rechtbank Den Haag van de Sectie Intellectuele Eigendom (IE) op www.rechtspraak.nl (https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Over-de-rechtbank/Rechtsgebieden-en-teams/Paginas/Intellectuele-Eigendom.aspx).

Digitale kopieën van stukken

5.5.

Tegelijk met het aanleveren van papieren processtukken en producties dienen deze tevens op een digitale drager te worden aangeleverd conform de ‘Instructies voor het indienen van stukken in IE-zaken’, hiervoor vermeld. Iedere partij levert voorts de reeds ingediende (proces)stukken op een digitale drager aan uiterlijk twee weken vóór de zitting.

Pleiten

5.6.

Advocaten kunnen op de comparitie een juridische toelichting geven maar géén pleitnota voordragen, tenzij de rechter dit van te voren heeft toegestaan. Een advocaat kan daartoe uiterlijk vier weken voorafgaand aan de comparitie een gemotiveerd schriftelijk verzoek bij het CNA-bureau indienen.

Verzoek om uitstel comparitie wegens verhindering

5.7.

Een uitstelverzoek wegens verhindering, overmacht, klemmende reden of lopende onderhandelingen over een schikking moet schriftelijk worden gedaan aan het CNA-bureau, en wel bij voorkeur per B-formulier (conform artikel 1.8 van het Landelijk procesreglement), met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij. In het verzoek dienen te worden vermeld: de naam van de comparitierechter, de datum en het tijdstip van de zitting, alsmede de verhinderdata voor de eerstkomende drie maanden na de comparitiedatum.

De rechtbank zal elk verzoek tot uitstel afwijzen dat niet binnen twee weken na een ambtshalve dagbepaling van de zitting is ontvangen (conform artikel 8.3 van het Landelijk procesreglement) of dat is ontvangen na een dagbepaling in overleg met partijen, tenzij sprake is van overmacht of klemmende reden en behoudens het bepaalde onder 5.8.

Verzoek om uitstel comparitie wegens schikkingsonderhandelingen

5.8.

Een verzoek om uitstel wegens lopende schikkingsonderhandelingen gedaan binnen twee weken voor de zitting, is in beginsel te laat. De comparitie zal gewoon doorgang vinden.

Een uitzondering op deze regel wordt (in ieder geval) gemaakt in het geval dat alle betrokken advocaten het CNA-bureau uiterlijk twee werkdagen vóór de comparitiedatum schriftelijk hebben bericht dat a) de zaak op eenstemmig verzoek moet worden verwezen naar een mediator of b) de procedure kan worden doorgehaald wegens een alsnog getroffen schikking.

In dat laatste geval kunt u de rechtbank verzoeken een door of namens alle partijen getekende en vóór de zitting ontvangen vaststellingsovereenkomst aan te hechten aan een in executoriale vorm opgemaakt proces-verbaal.

Indien de rechter een uitstel wegens lopende schikkingsonderhandelingen toestaat maar partijen zijn niet tot een regeling gekomen, dan zal bij de bepaling van een nieuwe zittingsdatum geen voorrang worden verleend boven andere zaken.

6 De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1.

wijst het gevorderde af,

6.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

6.3.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op een nader te bepalen datum en tijdstip, in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag, ten overstaan van een nader aan te wijzen rechter,

6.4.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 21 juni 2017 voor het verstrekken door partijen van hun verhinderdata voor de maanden augustus tot en met december 2017,

6.5.

bepaalt dat ingeval sprake is van een rechtspersoon die partij vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

6.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Dorp en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.