Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:6573

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 9316 en 17 9324 en 17 9328
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Chinese huiskerk

- verboden stroming Huan Pai / "Shouters"

- bekering ongeloofwaardig

- onvoldoende inzicht in motieven voor en proces van bekering

- algemeenheden

- toetsing geloofsovertuiging

- onderscheid tussen geloof en stroming

- geheugenproblemen

- legale uitreis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 17/9316, AWB 17/9324 en AWB 17/9328

V-nummers: [nummers]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 2 juni 2017 in de zaak tussen

1. [eiseres]eiseres,

2. [eiser],eiser 1,

3. [eiser]eiser 2,

hierna tezamen ‘eisers’,

gemachtigde mr. J.C. van Zundert,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. X.J. Polak.

Procesverloop

Bij drie afzonderlijke besluiten van 25 april 2017 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen. Zij hebben hiertegen beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 mei 2017. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door mr. B. Manawi, die waarnam voor hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Liuqing Fang is opgetreden als tolk in de Mandarijnse taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eisers bezitten de Chinese nationaliteit. Eiseres is geboren op [geboortedatum], eiser 1 op [geboortedatum] en eiser 2 op [geboortedatum]. Eiseres en eiser 1 zijn echtgenoten, eiser 2 is de zoon van eiser 1 en de stiefzoon van eiseres. Op 17 november 2015 hebben eisers aanvragen ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

2. Eisers hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij bekeerd zijn tot het christendom en deel uitmaken van de Huan Pai-stroming. In China hebben zij Huan Pai-bijeenkomsten bijgewoond, volgelingen ontvangen en - met uitzondering van eiser 1- evangelisatieactiviteiten verricht. In verband hiermee zijn zij gearresteerd, gedetineerd en mishandeld, laatstelijk in 2015 (eiseres en eiser 1). Na hun vrijlating moesten zij als informant gaan werken en de namen en adressen van geloofsgenoten doorgeven aan de autoriteiten. Eisers wilden hun geloofsgenoten niet verraden en wisten wat hun te wachten stond vanwege eerdere detenties. Daarom zijn zij China ontvlucht.

3. Verweerder heeft de aanvragen van eisers afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht de nationaliteit en identiteit van eisers geloofwaardig. De bekering tot het christendom en het behoren tot de Huan Pai-stroming worden echter niet geloofwaardig geacht en de daardoor ondervonden problemen evenmin, aldus verweerder.

4. Eisers hebben in beroep aangevoerd dat hun bekering en de daarmee samenhangende problemen ten onrechte als ongeloofwaardig zijn aangemerkt. Eisers betogen dat verweerder de kernonderdelen van de bekering van eisers onvoldoende heeft meegewogen en dat verweerder ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen de bekering tot het christendom en de aansluiting bij de Huan Pai. Dit laatste is van subsidiair belang, aldus eisers, het gaat primair om hun bekering tot het christendom. Subsidiair stellen eisers dat ook hun aansluiting bij de Huan Pai aannemelijk is, maar dat eiseres een slecht geheugen heeft ten gevolge van hoofdletsel. Hiermee heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden in zijn besluitvorming. Als gevolg hiervan is de bestreden beschikking onvoldoende gemotiveerd, aldus eisers.


De rechtbank overweegt als volgt.

5.
In geschil is de geloofwaardigheid van de bekering en de daarmee samenhangende problemen in China.

6. Voor zover eisers stellen dat de geheugenproblemen van eiseres van dien aard zijn dat zij niet naar behoren heeft kunnen verklaren, worden eisers daarin niet gevolgd. Uit het advies van de Forensisch Medische Maatschappij Utrecht (FMMU), naar aanleiding van het medische onderzoek dat eiseres op 21 juni 2016 heeft ondergaan, blijkt dat er geen ziekten of beperkingen zijn vastgesteld die aan het horen van eiseres in de weg stonden. Wel staat hierin vermeld dat eiseres zich recentere zaken niet meer goed kan herinneren. Aangeraden wordt om korte/duidelijke vragen te stellen en deze zo nodig te herhalen en/of toe te lichten. Zowel tijdens het eerste gehoor (pag. 3) als het nader gehoor (pag. 3), als het aanvullend gehoor (pag. 2 en 3), is met de beperking van eiseres rekening gehouden en is het FMMU-advies om korte/duidelijke vragen te stellen opgevolgd. Daarbij blijkt uit het rapport van nader gehoor (pag. 3 en 4) dat eiseres expliciet is gevraagd of er redenen waren waarom het gehoor niet zou kunnen plaatvinden, waarop eiseres heeft geantwoord dat het nog goed ging met haar. Tijdens het nader gehoor is eiseres bovendien ook gevraagd om als zij (lichamelijke of geestelijke) klachten had dit te laten weten, zodat dan een pauze ingelast kon worden (pag. 2 en 4). Regelmatig is naar haar welbevinden geïnformeerd, en ook is herhaaldelijk gevraagd of zij een pauze wilde nemen en zijn ook daadwerkelijk regelmatig pauzes ingelast (pag.10, 14 en 16). Eiseres heeft zelf desgevraagd ook te kennen gegeven dat zij niet ontevreden was met de manier waarop het nader gehoor is verlopen (pag. 24). Ook tijdens het aanvullend gehoor (pag. 2 en 3) is eiseres gevraagd of zij zich goed genoeg voelde om het gehoor te laten plaatsvinden, welke vraag zij bevestigend heeft beantwoord, en is regelmatig gepauzeerd. Eiseres heeft verklaard dat zij tevreden was over de manier waarop het aanvullend gehoor is verlopen.
Verder blijkt uit het FMMU-advies dat het geheugenprobleem van eiseres zich voordoet ten aanzien van recentere gebeurtenissen. Aldus vormt dit geen belemmering om duidelijke verklaringen af te leggen omtrent haar kennis van en haar evangelisatiewerk voor de Huan Pai-stroming, waarvan eiseres naar eigen zeggen al 23 jaar lang deel uitmaakt.
Gelet hierop heeft verweerder mogen afgaan op de verklaringen die door eiseres zijn afgelegd. Eiseres heeft ook geen medische bescheiden overgelegd die een andere conclusie rechtvaardigen.

7. Ook het standpunt van eisers dat hun bekering ten onrechte als ongeloofwaardig is aangemerkt omdat verweerder geen onderscheid heeft gemaakt tussen het christelijk geloof en de Huan Pai-stroming, volgt de rechtbank niet. Zoals verweerder terecht heeft opgemerkt is sprake van één verhaallijn en maken eisers zelf hierin geen onderscheid. Het geloof van eisers valt, ook voor wat betreft de tijdspanne, samen met het behoren tot de stroming Huan Pai. Anders dan eisers stellen, heeft verweerder in het bestreden besluit en het voornemen tot dit besluit wel onderscheid gemaakt tussen het christelijk geloof en de stroming Huan Pai. Conform Werkinstructie 2014/10 kan in het kader van de integrale geloofwaardigheidstoetsing het behoren tot de Huan Pai-stroming echter niet los worden gezien van de bekering tot het christendom.

8. Verweerder past bij het onderzoek naar de door een vreemdeling aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegde geloofsovertuiging een vaste gedragslijn toe, zoals volgt uit onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 24 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0955. Deze vaste gedragslijn houdt in dat verweerder een vreemdeling vragen stelt die grofweg worden onderverdeeld in vragen over motieven voor en het proces van bekering, waaronder de persoonlijke betekenis van de bekering of de geloofsovertuiging voor een vreemdeling, algemene, basale kennis van de geloofsleer en geloofspraktijk en kerkgang (indien de vreemdeling stelt dat dat onderdeel is van zijn geloofsovertuiging). Deze gedragslijn is door de Afdeling rechtmatig bevonden.

9. Het betoog van eisers dat hun bekering wel geloofwaardig is maar dat verweerder de kernonderdelen van de bekering, namelijk voor eiseres de liefde van Jezus, voor eiser 1 de invloed van de genezing van zijn zoon en voor eiser 2 de invloed van de stiefmoeder, niet voldoende heeft meegewogen, slaagt evenmin. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiseres voor wat betreft haar motieven voor en het proces van bekering geen duidelijk antwoord heeft gegeven op de vraag wat nu voor haar beslissend was om tot bekering te komen en zich aan te sluiten bij de Huan Pai-stroming. In aanmerking genomen dat deze stroming verboden is in China, mocht dat wel van eiseres verwacht worden. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank geen genoegen hoeven nemen met de algemeenheden die eiseres heeft genoemd, zoals dat eiseres liefde van Jezus ervaart, dat zij is gered door haar bekering en dat haar geloof haar helpt een goed mens te worden. Ditzelfde geldt voor de motieven voor en het proces van bekering van eiser 1 en eiser 2. Ook zij hebben volstaan met het noemen van algemeenheden, zoals dat zij liefde van Jezus/God ervaren en dat Jezus hen heeft gered en hun een doel in het leven heeft gegeven. Weliswaar heeft eiser 1 ook verklaard dat hij vanwege de genezing van zijn zoon is bekeerd, maar verweerder heeft er terecht op gewezen dat niet is gebleken van een proces na de genezing van zijn zoon waardoor hij het christendom en specifiek de Huan Pai heeft omarmd. Ten aanzien van eiser 2 heeft verweerder terecht relevant geacht dat de bekering van eiseres ongeloofwaardig is. Eiser 2 heeft immers gesteld dat hij door eiseres in contact is gekomen met de Huan Pai. Verweerder heeft dan ook terecht tegenworpen dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn bekering en zijn betrokkenheid bij deze stroming.

Voor wat betreft de kennis van eisers over de Huan Pai mocht verweerder, gelet op de jarenlange verbondenheid van eisers aan de Huan Pai huiskerk – gedurende 23 jaar, respectievelijk 20 jaar en 7 jaar - eveneens meer verwachten dan algemeenheden die ook in voor eenieder toegankelijke bronnen kunnen worden gevonden. Verder heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiseres en eiser 2 niet duidelijk kunnen vertellen over hoe hun evangelisatie precies in zijn werk ging en dat eiser 1 en eiser 2 vrijwel niets kunnen verklaren over de werkzaamheden van eiseres in dit verband, wat opmerkelijk is omdat eisers al geruime tijd samen een gezin vormen en met elkaar wonen.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder de bekering van eisers niet ten onrechte als ongeloofwaardig heeft aangemerkt.
De beroepsgronden die zien op de beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering van eisers treffen derhalve geen doel.

10. De door eisers overgelegde artikelen uit Radio Free Asia van 10 mei 2017 en The Guardian van 31 januari 2017 met betrekking tot Xie Yang, een Chinese advocaat die zich inzet voor de mensenrechten, leiden niet tot een ander oordeel. Het aanhalen van deze algemene bronnen is onvoldoende om het individuele asielrelaas van eisers geloofwaardig te maken, nog afgezien van de vraag of de situatie van eisers vergelijkbaar is met die van de betreffende advocaat.

11. Aangezien de bekering van eisers, zoals hiervoor overwogen, door verweerder niet ten onrechte als niet geloofwaardig is aangemerkt, mocht verweerder ook de gestelde daaruit voortvloeiende problemen, zoals de inval in de woning en de arrestaties en detenties van eisers, ongeloofwaardig achten. Daarbij heeft verweerder niet ten onrechte betrokken dat het gecontroleerd en legaal uitreizen uit China via de luchthaven en het zonder problemen aanvragen en verkrijgen van een paspoort en visum onverenigbaar is met de gestelde vervolging en negatieve belangstelling van de autoriteiten.

12. Verweerder heeft zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer gegronde redenen hebben om vervolging te vrezen, dan wel een reëel risico lopen om te worden blootgesteld aan behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

13. Eisers hebben geen afzonderlijke gronden gericht tegen de afwijzing van hun aanvragen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.

14. De slotsom is dat verweerder de asielaanvragen van eisers terecht heeft afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 30 b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.

15. De beroepen zijn ongegrond.

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van der Hell, griffier, op 2 juni 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.