Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:6514

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-06-2017
Datum publicatie
16-06-2017
Zaaknummer
C/09/17/163 F
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afkoelingsperiode artikel 63a Fw. Het beslechten van een juridisch inhoudelijk complex geschil behoort naar het oordeel van de rechter-commissaris niet tot het doel van de afkoelingsperiode. Machtiging rechter-commissaris verleend.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 63a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3116
AR 2017/5721
JOR 2017/273 met annotatie van mr. drs. C.M. Harmsen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

insolventienummer: C/09/17/163 F

uitspraakdatum : 2 juni 2017

In het faillissement van:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid [A],

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 00000000,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

vestigingsadres: [postcode en plaats, straatnaam en huisnummer],

handelend onder de naam [B].,

ten tijde van het uitspreken van het faillissement

bij vonnis van 9 mei 2017 van de rechtbank Den Haag is de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid [A], (hierna: Vereniging [A]) in staat van faillissement verklaard.

Mr. M.M.F. Holtrop is benoemd tot rechter-commissaris en mr. M. Aukema is aangesteld als curator. Bij beschikking van 12 mei 2017 heeft de rechter-commissaris bepaald dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de gefailleerde of de curator bevinden, voor een periode van twee maanden niet dan met haar machtiging kan worden uitgeoefend (hierna: afkoelingsperiode).

Op 22 mei 2017 heeft gemeente vestigingsplaats verzocht om voornoemde machtiging te verlenen teneinde tot ontruiming van de velden en de daarop gevestigde opstallen te kunnen overgaan.

De gemeente [X] en de curator zijn op 2 juni 2017 gehoord door de rechter-commissaris.

Standpunten van partijen

De gemeente [X] legt aan haar vordering – samengevat weergegeven – ten grondslag dat zij een huurovereenkomst heeft gesloten met Vereniging [A] met betrekking tot velden en opstallen. Vereniging A heeft vervolgens een huurachterstand laten ontstaan van ruim € 80.000,00. Per 1 juli 2016 is de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden beëindigd. Nadat partijen er niet in zijn geslaagd een regeling in der minne te treffen, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag bij kort geding vonnis van 12 april 2017 de ontruiming van de sportvelden en opstallen gelast. De datum van ontruiming is bepaald op 30 mei 2017. De ontruiming wordt geschorst door de afkoelingsperiode en de curator weigert medewerking aan de ontruiming, omdat de gemeente [X] gehouden zou zijn een waarde te vergoeden voor de opstallen die tijdens de verhuurperiode zijn gevestigd maar zij dit vooralsnog nalaat. De gemeente [X] wordt hierdoor ten onrechte gehinderd in de executie van het vonnis van 12 april 2017. De gemeente [X] heeft belang bij ontruiming nu het voetbalseizoen over enige tijd aanvangt en zij de velden wenst te verhuren aan sportverenigingen. Daarnaast maken derden oneigenlijk gebruik van het perceel, hetgeen de gemeente vestigingsplaats wenst tegen te gaan. Voorts heeft de gemeente [X] betoogd dat de juridische discussie omtrent de waarde van de opstallen en de daarmee gepaard gaande vraag aan wie de eventuele waarde daarvan toekomt, ook kan worden gevoerd nadat is ontruimd. Zij gaat die discussie niet uit de weg door middel van de voorgenomen ontruiming.

De curator stelt zich op het standpunt dat het verlenen van de gevraagde machtiging zijn taak als curator doorkruist. De curator stelt dat hij onvoldoende gelegenheid heeft gehad om de rechten die de boedel jegens de gemeente alsook een tweetal onderhuurders geldend kan maken, te onderzoeken. Tevens heeft hij onvoldoende gelegenheid gehad zich een oordeel te vormen over de verdeelsleutel van een eventuele waarde van de opstallen tussen de gemeente vestigingsplaats en de overige schuldeisers. Er doet zich – kort gezegd – een juridisch geschil voor, waaraan het verlenen van de machtiging in de weg staat. Het verlenen van de gevraagde machtiging is daarom niet in het belang van de boedel en strijdig met de gedachte achter de afkoelingsperiode.

De beoordeling

Tot de taak van de curator behoort onder meer het vormen van een oordeel over de vraag welke goederen in de boedel vallen en mede in dat licht kan een afkoelingsperiode worden gelast. Het beslechten van een juridisch inhoudelijk complex geschil, zoals het onderhavige geschil tussen de curator en de gemeente [X], behoort naar het oordeel van de rechter-commissaris niet tot het doel van de afkoelingsperiode. Naar het oordeel van de rechter-commissaris heeft de gemeente [X] voorts voldoende aangetoond dat zij belang heeft bij ontruiming en heeft de curator dat belang onvoldoende weersproken. Bovendien kan het juridisch inhoudelijk complexe geschil ook nadat de ontruiming geëffectueerd is, beslecht worden.

Gelet hierop zal de rechter-commissaris de gevraagde machtiging verlenen.

BESLISSING

- de rechter-commissaris verleent de door de gemeente [X] gevraagde machtiging met ingang van 2 juni 2017.

Gegeven door mr. M.M.F. Holtrop, rechter-commissaris, op 2 juni 2017 in tegenwoordigheid van mr. F.M. Verburg, griffier.

Tegen deze beschikking is ingevolge artikel 67 Fw gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank mogelijk.