Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:6248

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-06-2017
Datum publicatie
12-06-2017
Zaaknummer
09-857143-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dispuut over zoekgeraakte kilo ‘nepcocaïne’ leidt tot vrijheidsberoving, afpersing en dwang om bolletjes cocaïne te slikken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857143-16

Datum uitspraak: 12 juni 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

[geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad te Zaanstad.

1 Het onderzoek ter terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 26 mei 2016, 7 juli 2016, 19 augustus 2016, 14 november 2016, 2 februari 2017, 6 april 2017 (pro forma) en 24 en 29 mei 2017 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. L.E. van der Leeuw, en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. B.C. Swier, advocaat te Amsterdam, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging.

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 2 februari 2017 - ten laste gelegd dat:

1. e alternatief/cumulatief)

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, (met het oogmerk (een) ander(en), te weten die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] en/of [medeverdachte 6] en/of (een) ander(en), te dwingen iets te doen of niet te doen), immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- gezegd dat die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] verantwoordelijk was/waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en/of

- die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] meegenomen/laten komen naar een woning [adres 1] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] daar (vast)gehouden en/of

- ( die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] meegenomen/laten komen naar een hotelkamer (gelegen op de

[adres 2] ) en/of die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] daar (vast)gehouden en/of

- die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] gezegd dat zij/hij (een) geldbedrag(en) moest(en) regelen (bij derden) en/of

- ( meermalen) een vuurwapen en/of een mes getoond aan die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] en/of (meermalen) dat/een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 3 ] gezet en/of

- ( meermalen) gedreigd (de familie van) die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] te vermoorden (als zij/hij het geld niet kon(den) regelen) en/of

- die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] gedwongen bolletjes met cocaïne te slikken en/of

(vervolgens) (weer) uit te scheiden

en/of (2e alternatief/cumulatief)

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welk bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zeggen dat die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 3 ] verantwoordelijk was/waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en/of

- die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] meenemen/laten komen naar een woning ( [adres 1] te Alkmaar) en/of en/of die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] daar vast te houden en/of

- ( onder dwang) die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] meenemen/laten komen naar een hotelkamer (gelegen op de [adres 2] ) en/of die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] daar vast te houden en/of

- ( meermalen) tonen van een mes en/of een vuurwapen aan die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] en/of (meermalen) het zetten van dat/een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 3 ] en/of

- ( meermalen) zeggen tegen die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] dat zij en/of hun familie vermoord zouden worden en/of

- die [medeverdachte 3 ] bij zijn huis op te wachten en/of thuis op te zoeken en/of

- tegen het hoofd/gezicht stompen/slaan van die [medeverdachte 3 ] ;

en/of (3e alternatief/cumulatief)

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, te weten het slikken van bolletjes cocaïne en/of het (vervolgens) (weer) uitscheiden van die bolletjes cocaïne, door - te zeggen dat die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 3 ] verantwoordelijk was/waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en/of

- het meenemen/laten komen van die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] naar een woning ( [adres 1] te Alkmaar) en/of het daar (vast)houden van die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ]

- het meenemen van die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] naar een hotelkamer (gelegen op [adres 2] te Alkmaar) en/of het daar (vast)houden van die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of

- het (meermalen) tonen van een mes en/of een vuurwapen aan die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] en/of het (meermalen) zetten van dat/een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 3 ] en/of

- ( meermalen) te zeggen tegen die [medeverdachte 1 ] en/of [medeverdachte 2 ] en/of [medeverdachte 3 ] dat zij/hij en/of hun familie vermoord zou(den) worden;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 22 februari 2016 te Alkmaar en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) ongeveer één kilo, althans 206,15 gram, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3.

hij in of omstreeks de periode van 6 februari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Alkmaar, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3 Bewijsoverwegingen.

3.1

Inleiding.
Verdachte wordt verweten dat hij zich, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan gijzeling danwel wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en dwang van [medeverdachte 1 ] , [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] ) (feit 1). Onder de feiten 2 en 3 is aan verdachte het medeplegen van samengevat de ‘handel’ danwel het bezit van cocaïne ten laste gelegd.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, zoals verwoord in haar schriftelijk requisitoir, gevorderd dat de rechtbank de volgende feiten wettig en overtuigend bewezen zal verklaren. Ten aanzien van feit 1, 1e alternatief/cumulatief betreft dit het medeplegen van de gijzeling van [medeverdachte 1 ] op 16 februari 2016 alsmede het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] op 14 en 15 februari 2016. Ten aanzien van feit 1, 2e en 3e alternatief/cumulatief betreft dit het medeplegen van afpersing van [medeverdachte 1 ] , [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] respectievelijk het medeplegen van dwang jegens [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] . Ook feit 2 dient volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen te worden verklaard. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak dient te volgen.

3.3

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van alle alternatief/cumulatief ten laste gelegde varianten van feit 1 en voorts van feit 3 dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat slechts een hoeveelheid van 206,15 gram kan worden bewezenverklaard.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging. 1

Feit 3 - vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 3 ten laste gelegde wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs hiervoor.

Feit 1

Op 18 februari 2016 heeft [medeverdachte 6] ) aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat zijn broer [medeverdachte 1 ] en diens vriendin [medeverdachte 2 ] werden vastgehouden. Op 16 februari 2017 had [medeverdachte 6] een WhatsApp-bericht van [medeverdachte 1 ] ontvangen, waarin stond dat [medeverdachte 6] € 8.000,-- moest regelen, omdat [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] anders dood zouden gaan. [medeverdachte 6] heeft die dag ook een WhatsApp-bericht ontvangen van zijn andere broer, Delton, met daarin het adres van het hotel waar [medeverdachte 1 ] zou verblijven, het Stad en Land Hotel, kamer 10, [adres 2] te Alkmaar.

Tijdens het gehoor heeft [medeverdachte 6] WhatsApp-berichten binnengekregen van [medeverdachte 1 ] , waarin [medeverdachte 1 ] onder meer schreef dat hij “nog daar is”, dat “ze nog moeten poepen”, “alles er uit halen” en dat “ze dan klaar zijn”. Als ze klaar zijn mogen ze naar huis. Op de vraag wanneer ze daar weg gaan heeft [medeverdachte 1 ] geantwoord dat “[betrokkene] er nog ongeveer 20 moest en dat hij er nog 2 moest”.2

De politie heeft [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] op 18 februari 2016 in kamer 10 van hotel Stad en Land in Alkmaar aangetroffen. [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] hebben daar verklaard dat zij op 15 februari 2016 bolletjes cocaïne hadden ingeslikt en dat zij die bolletjes gedeeltelijk weer hadden uitgepoept. In de hotelkamer werden 11 bolletjes aangetroffen.3 Het totaalgewicht van deze bolletjes bedroeg 119,35 gram.4 De bolletjes bevatten cocaïne.5

[medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] zijn om gezondheidsredenen overgebracht naar het detentiecentrum te Schiphol, alwaar in de ontlasting van [medeverdachte 2 ] nog 8 bolletjes zijn aangetroffen.6 Het totaal gewicht van deze bolletjes bedroeg 86,8 gram.7 De bolletjes bevatten cocaïne.8

In totaal is (119,35 + 86,8 =) 206,15 gram cocaïne aangetroffen.

Op 18 februari 2016 omstreeks 14:41 uur zijn [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] ) aangehouden in een nabij het hotel gelegen coffeeshop in Alkmaar.9 Op 25 februari 2016 is [medeverdachte 3 ] ) aangehouden in zijn woning in Heerhugowaard.10 Op 3 maart 2016 is [medeverdachte 7 ] ) aangehouden in Alkmaar.11 Op 4 maart 2016 is [verdachte] aangehouden op het vliegveld in Düsseldorf (Duitsland)12 en op 11 mei 2016 is hij aangehouden in Nederland13.

Periode begin februari 2016 – 14 februari 2016

Begin februari 2016 hebben [medeverdachte 1 ] en zijn [medeverdachte 3 ] ongeveer een kilo van een substantie, waarvan zij dachten dat het cocaïne was, voorhanden gehad met de bedoeling die te verkopen.14 Deze substantie was afkomstig van [verdachte] , die ook wel “John” of “de Colombiaan” wordt genoemd.15 De overdracht van deze substantie aan [medeverdachte 3 ] heeft plaatsgevonden in de woning van een vriend van [medeverdachte 7 ] ” wordt genoemd). [medeverdachte 3 ] heeft [verdachte] en [medeverdachte 3 ] met elkaar in contact gebracht.16

[medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] hebben aan [medeverdachte 7 ] verteld dat de verkoop van de substantie is mislukt omdat zij door een onbekend gebleven persoon zijn ‘geript’.17 [medeverdachte 7 ] heeft hen op 14 februari 2016 uitgenodigd in zijn toenmalige woning aan de [adres 1] in Alkmaar om ‘het op te lossen’. In die woning waren voorts [verdachte] en een bekende van [verdachte] , [medeverdachte 4] (die ook wel “Negro” of “de Dominicaan” wordt genoemd) aanwezig.18 [medeverdachte 3 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 7 ] kregen te horen dat zij ieder € 9.000,-- moeten betalen.19 Omdat [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] niet genoeg geld hadden om het “op te lossen” heeft [verdachte] voorgesteld dat zij (met cocaïne gevulde) bolletjes zouden slikken en dat zij daarmee naar Malta zouden vliegen.20 [medeverdachte 4] is toen met [medeverdachte 1 ] naar Almere gereden om diens paspoort en kleding op te halen en daarna zijn zij nog gezamenlijk naar Rotterdam gereden, waar [medeverdachte 4] zijn spullen ging halen.21

Periode 15 februari 2016 – 16 februari 2016

[medeverdachte 2 ] is op 15 februari 2016 naar de woning van [medeverdachte 7 ] gekomen.22 ’s Middags zijn aldaar, met door [verdachte] ter beschikking gestelde cocaïne, de bolletjes door [medeverdachte 4] gemaakt.23 Later die middag zijn door [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 4] vliegtickets gekocht, met bestemming Fiumicino (Rome) en met vertrekdatum 16 mei 2016.24 Het geld voor de tickets van [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] was door [verdachte] ter beschikking gesteld.25

Op de avond van 15 februari 2016 hebben [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] geprobeerd bolletjes te slikken nadat [medeverdachte 4] hen eerder had laten zien hoe zij dit moesten doen.26 [medeverdachte 2 ] heeft daarover verklaard dat er een bak met bolletjes op tafel werd gezet. Op die tafel lag constant een pistool om hen onder druk te zetten.27 Toen [medeverdachte 1 ] de bolletjes niet naar binnen kreeg, moest hij de bolletjes anaal inbrengen.28 [medeverdachte 4] heeft tegen [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] gezegd dat “wel alles mee moest”. Toen [medeverdachte 2 ] het slikken probeerde, lukte het in het begin niet. Toen vervolgens [medeverdachte 4] en [verdachte] hen met de dood bedreigden ging bij haar de knop om en lukte het slikken. Zij heeft 25 bolletjes geslikt, [medeverdachte 1 ] heeft 3 bolletjes geslikt en [medeverdachte 3 ] heeft 2 bolletjes geslikt.29

Ook [medeverdachte 1 ] heeft verklaard dat er bolletjes geslikt moesten worden en dat hem dat niet goed lukte. [medeverdachte 2 ] heeft vervolgens geprobeerd de bolletjes in zijn achterwerk te stoppen, maar na 5 bolletjes moest [medeverdachte 1 ] weer poepen. [medeverdachte 4] vertelde aan [medeverdachte 1 ] dat [verdachte] hem betaalde om [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] te doden of pijn te doen als [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] niet zouden doen wat er gezegd werd.30 [verdachte] en [medeverdachte 4] hebben tegen [medeverdachte 1 ] gezegd dat ze hem in stukken weg zouden gooien zodat niemand hem ooit zou vinden. Voorts hebben zij gedreigd [medeverdachte 1 ] of zijn familie te doden.31 [verdachte] en [medeverdachte 4] deden samen met een klein grijs pistool.32 [verdachte] heeft dat tweemaal op het hoofd van [medeverdachte 1 ] gericht en daarbij gedaan alsof hij schoot. [verdachte] pakte ook wel eens een groot mes in het huis van [medeverdachte 7 ] en deed dan net alsof hij [medeverdachte 1 ] neerstak.33

Ook [medeverdachte 3 ] heeft verklaard dat hij niet kon slikken, dat ze niet weg mochten en dat de deuren op slot waren. [verdachte] was hem steeds aan het bedreigen, hij wees naar hem met een pistool en zei: “ik schiet je hoofd eraf”. Hij moest op een stoel zitten en [verdachte] heeft tegen hem gezegd: “of je wordt doodgemaakt en je ziet je kind nooit meer of je slikt bolletjes en je gaat naar Malaga”. [medeverdachte 4] heeft hem twee klappen in zijn buik gegeven, om hem te bedreigen.34 Toen het hen niet was gelukt om tijdig genoeg bolletjes te slikken, is door [verdachte] besloten dat er niet zou worden gevlogen. [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] dienden alsnog voor de verdwenen cocaïne te betalen.35

Periode 16 februari 2016 – 18 februari 2016

Gedurende het proces van het uitscheiden van de ingeslikte bolletjes verbleven [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] eerst in de woning van [medeverdachte 7 ] en vanaf 17 februari 2016 ’s avonds in een hotelkamer in Alkmaar, die door [verdachte] was gereserveerd36 en werd betaald37. Ook [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zijn in die hotelkamer geweest.38

Op 16 februari 2016 heeft [medeverdachte 1 ] WhatsApp-berichten gestuurd naar zijn [broer] [medeverdachte 6] . In deze gesprekken schreef [medeverdachte 1 ] onder andere:

08.39

uur: “broer, regel 8 duizend euro nu voor mij, anders ga ik dood man ik ben met [betrokkene] hier”

08.41

uur: “zij kijken in mijn telefoon dus zeg niets raar/vreemd

08.46

uur: “8 duizend regel met het ergens en laat me weten broer”.

[medeverdachte 6] stuurt om 20.52 uur een berichtje terug: “ik heb 600 nu bij elkaar kunnen krijgen

Van de telefoon van [medeverdachte 1 ] volgt dan om 21.17 uur het bericht: “luister, je praat met de man die je broertje nu hebt 24 uur krijg jullie anders sturen we hem met de post in stukjes39

[medeverdachte 6] heeft een telefoongesprek, dat hij op 17 februari 2016 voerde met [medeverdachte 1 ] , opgenomen. Tijdens dat gesprek wordt de telefoon overgegeven aan een NN-man (NNM). De stem van deze man wordt herkend als de stem van [verdachte] .40

In dit gesprek wordt (onder meer) gezegd:

NNM: jouw broertje hier moet me €30.000 betalen

Als [medeverdachte 1 ] het gesprek weer terugneemt is de achtergrond nogmaals de NN-man te horen:

[medeverdachte 1 ] : je hebt toch die 600 euro nu toch?

[medeverdachte 6] : ja man…

NNM: (op achtergrond) … ntv … fucking 600 euro…ntv… ik laat je gaan dan… ga je weg?

[medeverdachte 1 ] : nee ik ga niet weg dan… ik zeg je eerlijk ik ga niet weg geloof mij ik ga niet weg. El Negro (de neger) hij weet waar wij wonen.

NNM: Je hebt 3 opties, betaal, doe werk of ga in een zak hieruit

(…)

NNM: Luister schoft nee.. of je betaalt mij of je gaat dood41

[medeverdachte 1 ] heeft verklaard dat er een bedrag van € 600,-- door [medeverdachte 6] op zijn rekening is gestort. [medeverdachte 1 ] heeft dit bedrag in het bijzijn van [medeverdachte 4] gepind en aan [verdachte] gegeven.42

[medeverdachte 3 ] heeft in de ochtend van 16 februari 2016 de woning aan de Lekerwaard verlaten. Hij heeft verklaard dat [verdachte] hem had gezegd dat hij vóór 12.00 uur € 1000,-- aan [verdachte] moest geven, anders zou er iets met zijn broertje gebeuren. [medeverdachte 3 ] heeft daarop € 800, -- bij zijn [ex] , geleend.43

[medeverdachte 1 ] heeft verklaard dat via [medeverdachte 3 ] een bedrag van € 800,-- op de rekening van [medeverdachte 2 ] is gestort. [medeverdachte 2 ] heeft het bedrag gepind en het is door [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] aan [verdachte] gegeven. De overige € 200,-- zou [medeverdachte 3 ] op 17 februari 2016 moeten betalen.44

In de avond van 17 februari 2016 zijn [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , een bekende van [medeverdachte 4] , naar de woning van [medeverdachte 3 ] gegaan om geld te halen.45 Ze hebben tegen [medeverdachte 3 ] gezegd dat ze niet weg zouden gaan zonder geld, tenminste € 200,--. [medeverdachte 4] zei ook, dat [medeverdachte 5] met hem was meegekomen om [medeverdachte 3 ] “wat aan te doen”.46

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij dacht dat [medeverdachte 4] hem had meegenomen om [medeverdachte 3 ] te laten betalen, om druk uit te oefenen. [medeverdachte 4] had tegen [medeverdachte 3 ] gezegd dat [medeverdachte 5] “een leeuw” was, om hem bang te maken.47 [medeverdachte 3 ] heeft toen een kennis gebeld, die vervolgens € 100,-- heeft gebracht. Dat geld heeft [medeverdachte 3 ] aan [medeverdachte 4] gegeven. Vervolgens heeft [medeverdachte 5] [medeverdachte 3 ] nog in het gezicht geslagen.48

Betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ]

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd nu deze inconsistenties bevatten. Ook zijn de verklaringen onbetrouwbaar omdat [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] er belang bij hebben verdachte te belasten teneinde daarmee hun eigen rol straffeloos te maken.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt. [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] zijn vrijwel direct ná hun aanhouding gescheiden van elkaar gehoord. Voorts zijn aan hen beperkingen opgelegd, zodat niet aannemelijk is dat zij ná hun aanhouding hun verklaringen hebben kunnen afstemmen. Zij hebben beide uitgebreide verklaringen afgelegd. [medeverdachte 3 ] is vervolgens aangehouden op 25 februari 2016, op welk moment het bevel beperkingen dat [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] was opgelegd, nog van kracht was. Ook door hem is van meet af uitgebreid verklaard.

Hoewel de verklaringen van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] op onderdelen verschillen bevatten, volgt daaruit niet zonder meer dat de verklaringen daardoor onbetrouwbaar zijn en van het bewijs dienen te worden uitgesloten. De verklaringen komen namelijk op wezenlijke onderdelen overeen en de inconsistenties raken niet de essentie van de verklaringen, waar deze betrekking hebben op de kern van het verwijt. De aanwezige inconsistenties leiden dan ook niet tot de conclusie dat de verklaringen in het geheel als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden, mede gelet op het tijdsverloop tussen het afleggen van de verklaringen bij de politie en bij de rechter-commissaris. [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] verklaren ook met betrekking tot hun eigen rol in de gebeurtenissen gedetailleerd en consistent - en ook belastend voor zichzelf. De verklaringen van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] vinden voorts steun in andere objectieve bewijsmiddelen, waaronder de WhatsApp-berichten en het opgenomen telefoongesprek tussen [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 6] en de reisbescheiden van reisbureau TUI met betrekking tot de voorgenomen reis [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 4] naar Malta.

De verklaringen vinden tot slot deels steun in de verklaringen van (de andere) verdachte(n). Zo verklaren ook [verdachte] en [medeverdachte 7 ] over het “verdwijnen” van een kilo substantie, (al dan niet “synthetische” cocaïne) die de start van de reeks daaropvolgende gebeurtenissen is geweest. Ook gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om de verklaringen van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] onbetrouwbaar te achten en om die reden buiten beschouwing te laten.

Juridische kwalificatie

Wederrechtelijke vrijheidsberoving?

“Vrijheid”, als bedoeld in de artikelen 282 en 282a van het Wetboek van Strafrecht ziet op de vrijheid van beweging. Het doel van het delict is iemand van zijn persoonlijke vrijheid te beroven. Daarvan is allereerst sprake als een persoon daadwerkelijk en fysiek op een bepaalde plaats wordt vastgehouden. Maar ook als sprake is van een situatie waardoor een persoon wordt belet de eigen bewegingsvrijheid te bepalen en zich aan die situatie te onttrekken, kan sprake zijn van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Vast staat dat [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] in de avond van 14 februari 2016 zelf naar de woning van [medeverdachte 7 ] zijn gegaan om met [verdachte] en (naar later bleek ook) [medeverdachte 4] een oplossing te vinden voor het door hen veroorzaakte probleem van de verdwenen kilo substantie. Ook [medeverdachte 2 ] is uit vrije wil naar de woning van [medeverdachte 7 ] gekomen. Zij wist op dat moment reeds dat er bolletjes cocaïne dienden te worden geslikt en vervoerd. [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] hebben aanvankelijk daarmee ingestemd en zijn met het slikken van die bolletjes ook begonnen.

Vanaf het moment dat bleek dat het [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] die avond niet lukte om voldoende bolletjes te slikken, is de sfeer in de woning van [medeverdachte 7 ] grimmiger geworden. Vanaf dat moment zijn er ook bedreigende woorden in de richting van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] (en hun familie) geuit, met de kennelijke bedoeling dat [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] in die woning zouden blijven en het bolletjesslikken zouden voortzetten. [medeverdachte 4] en [verdachte] hebben die bedreigingen ook kracht bijgezet door een vuurwapen en een mes te tonen. Hoewel op dat moment wellicht geen sprake is geweest van een afgesloten ruimte, was naar het oordeel van de rechtbank op dat moment wel sprake van een dusdanig bedreigende situatie, dat [medeverdachte 1 ] , [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] zich hieraan niet konden onttrekken. [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] is mitsdien tenminste belet de eigen bewegingsvrijheid te bepalen, zodat bewezen kan worden verklaard dat zij in de periode van 15 tot en met 16 februari 2016 wederrechtelijk van hun vrijheid zijn beroofd.

Anders dan door de verdediging is gesteld doet daaraan niet af dat [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] vóórafgaand aan voormelde situatie (meermaals) gelegenheid hebben gehad zich aan de situatie waar zij zich in bevonden te onttrekken. Ook doet daar niet aan af dat zich die gelegenheid nadien, toen was besloten dat de reis naar Malta niet plaats zou vinden en de bolletjes weer moesten worden uitgescheiden, wederom heeft voorgedaan. Op dat moment hadden immers alle betrokkenen, óók [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] , groot belang (om redenen van financieel gewin of gezondheid) bij het voortvarend en gecontroleerd uitscheiden van de ingeslikte bolletjes cocaïne.

Gijzeling?

Bij gijzeling is, evenals bij wederrechtelijke vrijheidsberoving, het doel iemand van zijn persoonlijke vrijheid te beroven maar mét een extra oogmerk, namelijk het oogmerk een ander dan de gegijzelde te dwingen iets te doen of niet te doen. Met de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank niet bewezen dat op 14 en 15 februari sprake is geweest van gijzeling van [medeverdachte 1 ] , [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] , nu onvoldoende aanknopingspunten voorhanden zijn om vast te stellen dat een van hen is gedwongen tot het verrichten van de feitelijke gedragingen, die hen worden verweten, door de wederrechtelijke vrijheidsberoving van (een van de) ander(en). Verdachte zal van dit deel van de tenlastelegging wegens het ontbreken van voldoende wettig bewijs worden vrijgesproken.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank evenmin bewezen dat sprake is geweest van gijzeling van [medeverdachte 1 ] met het oogmerk om [medeverdachte 6] te dwingen iets te doen of niet te doen, nu uit de tekst van de tenlastelegging kan niet worden afgeleid – en derhalve ook niet kan worden bewezen verklaard - tot welk feitelijk doen, laten of dulden [medeverdachte 6] zou zijn gedwongen.

Dwang?

Voor een bewezenverklaring van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht dient de vraag te worden beantwoord of verdachte (al dan niet samen met een ander) door middel van feitelijkheden en bedreigingen met geweld [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] heeft gedwongen bolletjes met cocaïne te slikken.

Verdachte heeft tegen [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] gezegd dat zij verantwoordelijk waren voor het kwijtraken van een kilo cocaïne, alsook dat zij daarvoor moesten betalen of werken. Hoewel het doen van een mondelinge uitlating niet zonder meer als een feitelijkheid heeft te gelden is de rechtbank van oordeel dat deze mededeling wel dwingend van karakter is, nu die mededeling werd gedaan door de onbetaald gebleven leverancier van cocaïne en het een feit van algemene bekendheid mag heten dat de handel in harddrugs gepaard gaat met het aanwenden van (fors) geweld. Nu [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] voorts, zoals de rechtbank hierboven reeds heeft geconcludeerd, zijn bedreigd en wederrechtelijk van hun vrijheid zijn beroofd is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een combinatie van feitelijkheden en bedreigingen met geweld.

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van verdachte, gelet op de aard en de inhoud van de mededeling en de bedreigingen met geweld, als wederrechtelijk kunnen worden aangemerkt. Daarbij neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte zich daarbij bewust was van de (gezondheids)risico’s die het (gedwongen) bolletjesslikken voor [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] met zich bracht. Verdachte heeft hieromtrent immers ter terechtzitting verklaard dat (onder meer) de risico’s voor de gezondheid van [medeverdachte 2 ] aanleiding vormden om uiteindelijk de reis naar Malta niet door te laten gaan.

Het “doen”, waartoe [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] werden gedwongen, heeft bestaan uit het voortgaan met het slikken van bolletjes cocaïne. Door de hierboven besproken feitelijkheden en de bedreigingen met geweld heeft verdachte een situatie geschapen waaraan [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] zich niet konden onttrekken en aldus gedwongen werden te doen hetgeen hen werd opgedragen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte hiermee inbreuk gemaakt op het recht van zelfbeschikking van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] . Verdachte heeft bovendien de lichamelijke gezondheid van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] in gevaar gebracht.

Afpersing?

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat door [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] bedragen ter hoogte van € 800,-- ( [medeverdachte 2 ] ), € 600,-- ( [medeverdachte 1 ] ) en € 100,- ( [medeverdachte 3 ] ) zijn afgegeven aan [verdachte] en [medeverdachte 4] . Zij hebben dit niet vrijwillig gedaan, maar zijn daartoe overgegaan nádat het plan om cocaïne te vervoeren naar Malta was afgeblazen door [verdachte] . Zoals de rechtbank in het voorgaande reeds heeft overwogen is ten tijde van het moeten doorgaan met het slikken van de bolletjes sprake geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving en dwang. Onder die omstandigheden is hen door verdachte te verstaan gegeven dat er betaald moest worden en dat heeft [medeverdachte 3 ] ertoe bewogen om geld af te geven aan [medeverdachte 4] en voorts geld te lenen van een ex-vriendin en te doen storten; geld dat vervolgens door [medeverdachte 2 ] is gepind en is afgegeven aan [verdachte] . Ook [medeverdachte 1 ] is ertoe overgegaan geld te lenen van zijn broer [medeverdachte 6] en hij heeft dit geld gepind en afgegeven.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan afpersing van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] .

Verklaring verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij bezig was met een oplichtingsspelletje. Hij wilde [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] testen en had hen om die reden “nep”-cocaïne meegegeven. In het huis van [medeverdachte 7 ] , die de tussenpersoon was, heeft hij hen verantwoordelijk gesteld voor het kwijtraken van de substantie, waarvan [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] dachten dat het cocaïne was. Hij heeft [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] het “Maltaplan” voorgesteld: [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] zouden cocaïne vervoeren naar Malta. De cocaïne die zou worden uitgevoerd heeft verdachte geregeld. Volgens verdachte hebben [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] geheel vrijwillig meegewerkt aan het slikken van de cocaïne. Van vrijheidsberoving, bedreiging of dwang is in het geheel geen sprake geweest. Behoudens een bedrag van € 600,-- als vergoeding voor de niet gebruikte tickets is er door [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] of [medeverdachte 3 ] geen geld aan hem afgegeven.

De rechtbank is van oordeel dat het door verdachte geschetste alternatieve scenario niet aannemelijk is geworden nu dit scenario op geen enkele wijze is onderbouwd. Zoals eerder overwogen gaat de rechtbank bij de waardering van het bewijs uit van de juistheid van de verklaringen zoals die zijn afgelegd door [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] . Deze verklaringen worden, anders dan het door verdachte aangevoerde scenario, ondersteund door objectieve bewijsmiddelen. De door verdachte afgelegde verklaring dat de bedreigingen aan het adres van [medeverdachte 1 ] zoals die door [medeverdachte 6] zijn gehoord en gezien op verzoek van [medeverdachte 1 ] zelf hebben plaatsgevonden om op die manier zijn familie bewegen tot het geven van geld acht de rechtbank ongeloofwaardig en onaannemelijk.

Medeplegen?

[verdachte] is naar het oordeel van de rechtbank steeds de persoon geweest die de leidende rol vervulde bij het plegen van de feiten: hij heeft het eerste gesprek met [medeverdachte 3 ] gevoerd, hij heeft [medeverdachte 3 ] de initiële kilo cocaïne verschaft, hij heeft het Maltaplan bedacht en weer gecanceld, hij heeft de hotelkamer geboekt en betaald en heeft geld en de uitgescheiden bolletjes in ontvangst genomen.

[medeverdachte 4] heeft hier (in ieder geval) vanaf 14 februari 2016 een aanzienlijke rol in gespeeld. Zo was hij aanwezig bij de eerste besprekingen in de Lekerwaard en is hij met [medeverdachte 1 ] naar Almere gereden om diens bagage op te halen, alwaar hij ook met [medeverdachte 2 ] heeft gesproken. Ook is [medeverdachte 4] met [medeverdachte 1 ] naar Rotterdam gereden. Voorts is [medeverdachte 4] de persoon geweest die de bolletjes heeft gemaakt, heeft voorgedaan hoe deze geslikt moesten worden en is hij mee geweest naar het reisbureau toen de tickets naar Malta werden geboekt. Bovendien zou hij meereizen naar Malta met [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] . Vervolgens heeft [medeverdachte 4] [medeverdachte 5] meegenomen naar de woning van [medeverdachte 3 ] om daar geld op te halen, is hij mee geweest toen [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 1 ] gingen pinnen voor [verdachte] en is hij in het hotel geweest. Bovendien heeft [medeverdachte 4] zich gedurende deze periode (al dan niet afwisselend met [verdachte] ) schuldig gemaakt aan de bedreigingen aan het adres van [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] door het uiten van verbale bedreigingen maar ook door het tonen van het vuurwapen en het mes. Deze gingen, zoals verklaard door [medeverdachte 2 ] , [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] , immers van hand tot hand tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] .

[medeverdachte 4] en [verdachte] hebben hiermee willens en wetens een dusdanig intensieve samenwerking gehad die was gericht op het voltooien van de ten laste gelegde feiten dat is voldaan aan de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van medeplegen.

Feit 2

Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het, samen met anderen, bewerken en vervoeren van cocaïne. De rechtbank is van oordeel dat weliswaar aannemelijk is dat er sprake was van meer cocaïne dan de hoeveelheid die uiteindelijk is aangetroffen, te weten in totaal 119,35 + 86,8 = 206,15 gram, maar dat op basis van de door de officier van justitie bedoelde verklaringen en foto niet kan worden vastgesteld dat het daadwerkelijk om een kilo ging en bovendien alleen ten aanzien van de aangetroffen 206,15 gram door het NFI is vastgesteld dat het gaat om materiaal bevattende cocaïne. De rechtbank gaat daarom, anders dan de officier, bij de bewezenverklaring uit van een hoeveelheid van 206,15 gram.

Conclusie

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen en overwegingen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het hem ten laste gelegde medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en dwang alsmede het medeplegen van het bewerken en vervoeren van 206,15 gram cocaïne.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

feit 1, 1e alternatief/cumulatief (impliciet subsidiair)

1.

hij in de periode 15 februari 2016 tot en met 16 februari 2016 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk personen genaamd [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader

- gezegd dat die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] verantwoordelijk waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en

- die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] meegenomen naar een woning, [adres 1] te Alkmaar, en die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] daar vastgehouden en

- meermalen een mes getoond aan die [medeverdachte 1 ] en

- meermalen een vuurwapen getoond aan die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ]

feit 1, 2e alternatief/cumulatief

hij op tijdstippen in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] , welke bedreiging met geweld bestond uit het

- zeggen dat die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] verantwoordelijk waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en

- die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] meenemen/laten komen naar een woning, Lekerwaard 204 te Alkmaar,

- die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] meenemen naar een hotelkamer, gelegen op de [adres 2] te Alkmaar en

- meermalen tonen van een mes aan die [medeverdachte 1 ] en

- meermalen tonen van een vuurwapen aan die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] en

- meermalen zeggen tegen die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] dat zij en/of hun familie vermoord zouden worden en

- die [medeverdachte 3 ] thuis op te zoeken;

feit 1, 3e alternatief/cumulatief

hij in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] , door andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld gericht tegen die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het slikken van bolletjes cocaïne door

- te zeggen dat die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 3 ] verantwoordelijk waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en

- het meenemen/laten komen van die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] naar een woning, [adres 1] te Alkmaar en

- het meenemen van die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] naar een hotelkamer, gelegen op de [adres 2] te Alkmaar,

- meermalen tonen van een mes aan die [medeverdachte 1 ] en

- meermalen tonen van een vuurwapen aan die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] en

- meermalen zeggen tegen die [medeverdachte 1 ] en [medeverdachte 2 ] en [medeverdachte 3 ] dat zij en/of hun familie vermoord zouden worden;

feit 2

hij in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar en elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bewerkt en vervoerd 206,15 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1, 1e alternatief/cumulatief (impliciet subsidiair) en van feit 1, 3e alternatief/cumulatief:

de eendaadse samenloop van:

medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

en

medeplegen van dwang

ten aanzien van feit 1, 2e alternatief/cumulatief:

medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging.

6.1

De vordering van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten zoals die volgens de officier van justitie bewezen moeten worden verklaard, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Hierbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks zeer ernstige strafbare feiten die samenhangen met de georganiseerde (internationale) handel in verdovende middelen. Verdachte heeft aan één van zijn latere slachtoffers een kilo (synthetische) cocaïne geleverd met het doel deze door te verkopen. Toen deze kilo om welke reden dan ook was verdwenen, moesten twee van de latere slachtoffers, bij wie zich later ook de vriendin van één van hen had gevoegd, hiervoor de rekening betalen door het slikken en smokkelen van bolletjes cocaïne naar Malta. Verdachte heeft, samen met zijn mededader, zijn slachtoffers onder bedreiging van geweld, gericht niet alleen tegen henzelf maar ook tegen hun families en bekrachtigd door de continue aanwezigheid van een vuurwapen en een mes, vastgehouden in een woning alwaar hij hen heeft gedwongen bolletjes cocaïne te slikken. Toen bleek dat de slachtoffers niet voldoende bolletjes cocaïne konden slikken, hebben zij hun slachtoffers afgeperst door geld van hen te eisen. Dat aan deze voor hun slachtoffers beangstigende en bedreigende situatie een einde is gekomen, is niet dankzij enig handelen van verdachte geweest, maar dankzij adequaat optreden van de politie die door een broer van één van de slachtoffers was ingeschakeld.

Door zijn handelen heeft verdachte niet alleen een bijzonder beangstigende situatie voor de slachtoffers en hun naasten gecreëerd, maar heeft hij hen ook aanzienlijke gezondheidsrisico’s laten lopen. Verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers en heeft er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor zowel de mentale als de fysieke gezondheid van de slachtoffers. Een van de slachtoffers heeft, met gevaar voor haar leven, maar liefst 25 bolletjes cocaïne geslikt. Verdachte heeft zich bij dit alles louter laten leiden door zijn eigen belangen en financieel gewin en bovendien heeft verdachte er op geen enkele wijze blijk van gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien. Dit rekent de rechtbank verdachte in hoge mate aan.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bewerken en vervoeren van cocaïne. Cocaïne is een zeer schadelijke harddrug en de verspreiding van en handel in cocaïne levert eveneens een ernstige strafbare feit op. Harddrugs, zoals cocaïne, kunnen ernstige schade toebrengen aan de gebruikers ervan en daarmee aan de volksgezondheid. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat de handel in harddrugs gepaard gaat met (zware) criminaliteit.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 mei 2016 waaruit blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, waaronder voor feiten van de Opiumwet.

Omtrent de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van het verdachte betreffende reclasseringsadvies d.d. 13 januari 2017, opgesteld en ondertekend door E. le Mair, reclasseringswerker, en medeondertekend door P. de Jong, leidinggevende. Hoewel de reclassering adviseert om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, ziet de rechtbank hiertoe, gelet op de eerdere veroordeling en de ernst van de feiten, geen aanleiding.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur passend en geboden. De rechtbank zal aan verdachte, gelet op de aard en de ernst van de feiten, geen voorwaardelijk strafdeel met voorwaarden opleggen.

7 De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel.

[medeverdachte 3 ] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.500,-, bestaande uit materiële schade (€ 1.000,-) en immateriële schade (€ 2.500,-).

7.1

De vordering van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele en hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente daarover. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.500,-, subsidiair 45 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [medeverdachte 3 ] .

7.2

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu deze niet is onderbouwd.

7.3

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post immateriële schadevergoeding, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, aangezien deze post door de benadeelde partij niet is onderbouwd.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post materiële schadevergoeding, de benadeelde partij eveneens niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De behandeling van de vordering zou, gelet op de mogelijkheid dat er sprake is van eigen schuld van de benadeelde partij en de vraag in welke mate deze een rol heeft gespeeld, een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De inbeslaggenomen voorwerpen.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp.

9 De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 47, 55, 57, 63, 282, 284 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing.

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1, 1e, 2e en 3e alternatief/cumulatief en feit 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, 1e alternatief/cumulatief (impliciet subsidiair) en van feit 1, 3e alternatief/cumulatief:

de eendaadse samenloop van:

medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

en

medeplegen van dwang

ten aanzien van feit 1, 2e alternatief/cumulatief:

medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 (VIJF) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

gelast de teruggave aan verdachte van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:

- Geld Nederlands € 11.000,-.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Rootring, voorzitter,

mr. D. Biever, rechter,

mr. E.M.A. Vinken, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. Bruins, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 juni 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal (hierna: Pv), opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal ‘Onderzoek Manteluil DHRAA16013 Algemeen Dossier (hierna: AD) en Verdachtendossier (hierna: VD) met nummer 2016047998, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (AD doorgenummerd p. 1 t/m 257 en VD doorgenummerd p. 1 t/m 527).

2 Pv Aangifte [medeverdachte 6] , AD, p. 33-37.

3 Pv Bevindingen doorzoeking hotelkamer, AD p. 65-67.

4 Pv Team Forensische Opsporing / Narcotica, AD, p. 150-151

5 Een geschrift, te weten een ‘Rapport Identificatie van drugs en precursoren’ van het NFI, AD p. 158-159.

6 Pv Bevindingen, AD p. 162-163.

7 Pv Team Forensische Opsporing / Narcotica, AD p. 164-165.

8 Een geschrift, te weten een ‘Rapport Identificatie van drugs en precursoren’ van het NFI, AD p. 169-170.

9 Pv Aanhouding [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , VD p. 156 en p. 195.

10 Pv Aanhouding [medeverdachte 3 ] , VD p. 243.

11 Pv Aanhouding [medeverdachte 7 ] , VD p. 284.

12 Pv Persoonsdossier [verdachte] , VD p. 471.

13 Pv Aanhouding [verdachte] , VD p. 475.

14 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 85 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 264-265.

15 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 87 en Pv Verhoor verdachte [verdachte] , VD p. 507.

16 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 7 ] , VD p. 298; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 264; Pv Verhoor verdachte [verdachte] , VD p. 507 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 7 ] , VD p. 309.

17 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 85 en 86 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 7 ] , VD p. 265-266.

18 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 7 ] , VD p. 298-300; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 7 ] , VD p. 305-306; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 86; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 266 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 4] , VD p. 183-184.

19 Pv verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 7 ] , VD p. 306.

20 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 87-88; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 266 en Pv Verhoor verdachte [verdachte] , VD p. 508-509.

21 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 88

22 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 2 ] , VD p. 38-39.

23 Pv Verhoor verdachte [verdachte] , VD p. 509 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 2 ] , VD p. 38.

24 Pv Verhoor getuige [getuige 1] , p. 108-114.

25 Pv Verhoor verdachte [verdachte] , VD p. 507 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 2 ] , VD p. 38.

26 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 2 ] , VD p. 39; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 90 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 4] , VD p.181.

27 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 2 ] , VD p. 39.

28 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 2 ] , VD p. 39.

29 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 2 ] , VD p. 39.

30 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 90.

31 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 122-123.

32 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 89.

33 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 122.

34 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 266.

35 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 266; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 4] , VD p. 182 en Pv Verhoor verdachte [verdachte] , VD p. 511.

36 Pv Verhoor verdachte [verdachte] , VD p. 510.

37 Pv Verhoor getuige [getuige 2] , AD p. 121.

38 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 4] , VD p. 180 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 5] , VD p. 222.

39 Pv Bevindingen, AD p. 51-57

40 Pv Bevindingen, AD p. 43

41 Pv Opgenomen telefoongesprek [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1 ] , AD p. 40 – 41 en Pv Verhoor aangever [medeverdachte 6] , AD p. 46.

42 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 91-92.

43 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 266

44 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 92.

45 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 269; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 5] , VD p. 222; Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 5] , VD p. 236 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 1 ] , VD p. 92

46 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 267.

47 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 5] , VD p. 225.

48 Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 5] , VD p. 225 en Pv Verhoor verdachte [medeverdachte 3 ] , VD p. 267.