Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:6234

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-03-2017
Datum publicatie
16-10-2017
Zaaknummer
C/09/528944 / JE RK 17-551
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie gesloten jeugdzorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Team Jeugd & Bopz

Zaaksgegevens: C/09/528944 / JE RK 17-551

Datum uitspraak: 28 maart 2017

Beschikking van de kinderrechter

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 17 maart 2017 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden

hierna te noemen: de Raad,

betreffende:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]

hierna ook te noemen [minderjarige] ,

advocaat: mr. G.V. van der Bom.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[man]

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] ,

en

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. Y. Ersoy, te Amsterdam.

Het procesverloop

Bij beschikking d.d. 17 maart 2017 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [minderjarige] , zonder voorafgaand verhoor, voorlopig onder toezicht gesteld van 17 maart 2017 tot 29 maart 2017 en voor dezelfde duur een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:

- voornoemde beschikking d.d. 17 maart 2017, waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd;

- de instemmingsverklaring d.d. 18 maart 2017 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht;

- aanvullende stukken d.d. 17 maart 2017 van de zijde van de Raad, waarbij de Raad heeft verzocht om inzage en afschrift van deze stukken aan ouders te weigeren, om de persoonlijke levenssfeer van de minderjarige te eerbiedigen, hetgeen in het belang van haar veiligheid is. De kinderrechter heeft de ouders tijdens de zitting van het verzoek van de Raad op de hoogte gebracht.

- het verweerschrift d.d. 27 maart 2017 van de zijde van ouders.

Op 28 maart 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. De kinderrechter heeft de ouders, voorafgaande aan de behandeling van het verzoek in aanwezigheid van [minderjarige] , gehoord. Hierbij waren de ouders, hun advocaat mr. Y. Ersoy, de heer [De heer C] ; tolk Soedanees en onderstaande personen, met uitzondering van [minderjarige] , aanwezig.

Bij de behandeling van het verzoek in aanwezigheid van [minderjarige] zijn verschenen:

- de heer [De heer A] , namens de Raad;

- mevrouw [mevrouw B] , namens Stichting Jeugdbescherming west, Regio Haaglanden (hierna: de gecertificeerde instelling);

- [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat mr. G.V. van der Bom.

Feiten

- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd.

- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.

- [minderjarige] verblijft feitelijk op een bij de Raad bekend adres.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] , met toepassing van artikel 1:257 van het Burgerlijk Wetboek en tot (spoed)machtiging [minderjarige] voorlopig te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gronden voor het verzoek zijn, blijkens het verzoekschrift, de aanvullende informatie en hetgeen ter terechtzitting is toegelicht, gelegen in het navolgende. Er zijn ernstige zorgen over de veiligheid van [minderjarige] . Zij wordt afgeperst door een meerderjarige man. [minderjarige] moet boetes en rekeningen voor hem betalen. De man dreigt met fysiek geweld tegen [minderjarige] . De politie doet op dit moment onderzoek.

De Raad acht een voorlopige ondertoezichtstelling en een (spoed)machtiging van drie maanden noodzakelijk om onderzoek te doen naar de bedreiging en de afpersing door de meerderjarige man. In de tussentijd moet de veiligheid van [minderjarige] worden gegarandeerd in een gesloten instelling.

De ouders hebben zelf en bij monde van hun advocaat te kennen gegeven dat zij zich niet verzetten tegen de voorlopige ondertoezichtstelling. De ouders zijn bereid samen te werken met de instanties die [minderjarige] kunnen helpen.

Wat betreft de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing geven zij aan dat zij willen dat [minderjarige] weer thuis komt wonen. Zij vinden het belangrijk dat zij gewoon naar school kan gaan. Zij willen met alle instanties en de politie samenwerken om de veiligheid van [minderjarige] in de thuissituatie te garanderen. De moeder heeft nog aangegeven dat zij het dapper van [minderjarige] vindt dat zij zelf hulp heeft gezocht en ingeschakeld. [minderjarige] hoeft zich geen zorgen te maken over de reactie van de ouders.

[minderjarige] heeft, in aanwezigheid van haar advocaat, te kennen gegeven dat zij zo snel mogelijk naar huis wil. Zij heeft er vertrouwen in dat haar ouders begrip zullen tonen voor de situatie waarin zij zich bevindt.

Beoordeling

Aanvullende informatie

De kinderrechter geeft op verzoek van de Raad toepassing aan het bepaalde in artikel 811, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en bepaalt dat de ouders geen afschrift krijgen van de aanvullende informatie welke de Raad op d.d. 17 maart 2017 aan de rechtbank heeft doen toekomen. De kinderrechter is met de Raad van oordeel dat het weigeren van de aanvullende informatie noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van [minderjarige] te eerbiedigen, om zo haar veiligheid niet in gevaar te brengen.

Voorlopige ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] in een situatie is beland welke haar ontwikkeling bedreigt. Zij wordt afgeperst door een meerderjarige man, die haar ook bedreigt met fysiek geweld. Tijdens de periode van de voorlopige ondertoezichtstelling zal onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden om de bedreigingen voor [minderjarige] weg te nemen en ook zal moeten worden bekeken welke rol de ouders hierin kunnen spelen.

Machtiging uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie jeugdhulpaanbieder

Het is van groot belang om de veiligheid van [minderjarige] te kunnen garanderen. De kinderrechter is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden deze veiligheid slechts gegarandeerd kan worden in een gesloten jeugdinstelling.

Het is in het belang van [minderjarige] dat de gesloten plaatsing niet langer duurt dan noodzakelijk is. De kinderrechter zal de machtiging slechts voor een korte periode afgeven. In die periode zal door de Raad en de gecertificeerde instelling overleg worden gevoerd en een nadere inschatting van de veiligheid in de thuissituatie worden gemaakt. De uitkomst hiervan zal worden besproken op de zitting die op 11 april 2017 zal plaatsvinden. De ouders zullen wederom gescheiden van [minderjarige] worden gehoord. De ouders worden om 13.30 uur gehoord. De behandeling in aanwezigheid van [minderjarige] zal om 14.30 uur plaatsvinden.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] van 28 maart 2017 tot 16 juni 2017 voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;

en

verleent een machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet van 28 maart 2017 tot 12 april 2017;

houdt de behandeling van het verzoek van de (spoed)machtiging machtiging uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie jeugdhulpaanbieder voor het overige deel aan tot de terechtzitting van 11 april 2017 om 13.30 uur;

gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

- de Raad voor de Kinderbescherming;

- Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
- de vader;
- de moeder;

- de advocaat van de ouders, mr. Y. Ersoy;
- [minderjarige] ;
- de advocaat van [minderjarige] , mr. G.V. van der Bom.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van R.G. Knegt als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2017.

Voor zover deze uitspraak betrekking heeft op de machtiging tot uithuisplaatsing, kan hoger beroep worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.