Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:5796

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
15-06-2017
Zaaknummer
NL17.2115
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

colombiaan - geloofwaardig dat eiser politiek actief was, dat zijn naam op tascón-lijst staat en dat hij de algemene situatie in zijn lvh vreest - onvoldoende zwaarwegend voor geslaagd beroep op vluchtelingschap of ernstige schade - beroep ogg.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.2115

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2017 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [vreemdelingennummer]

(gemachtigde: mr. N. Brands),

en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 4 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft verweerder aan eiser, ambtshalve toetsend, geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend en evenmin uitstel van vertrek.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens verschenen is F. Bernstein, tolk.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij is geboren op [geboortedatum] 1980 en dat hij de Venezolaanse nationaliteit bezit. Aan zijn asielaanvraag heeft hij -samengevat weergegeven- het volgende ten grondslag gelegd. Bij de Venezolaanse presidentsverkiezingen in 1999 stemde eiser op Hugo Chávez, die de verkiezingen won. Toen bleek dat Hugo Chávez ondemocratische maatregelen nam sloot eiser zich aan bij de studentenprotestbeweging en vanaf omstreeks 2000 nam hij op vreedzame wijze deel aan protesten en demonstraties. In de periode 2004 tot 2007 was eiser medeoprichter en actief lid van [de studentenpartij] (het progressieve bewustzijn), een studentenpartij op zijn universiteit, onafhankelijk van de reguliere politieke (oppositie)partijen. [de studentenpartij] was onder studenten erg populair, waardoor deze partij steeds de studentenverkiezingen won. Omstreeks 2006/2007 ontstond in Venezuela een nationale studentenbeweging. Omdat het de regering duidelijk was dat de aan hen gelieerde studentenpartijen zouden verliezen, hebben zij de studentenverkiezingen tijdelijk geheel stopgezet. Tegen deze maatregel werd door [de studentenpartij] geprotesteerd.

In die periode, in september 2006 of januari 2007, is eiser op een dag op weg naar de universiteit door twee mannen ondervraagd, uitgescholden en met de dood bedreigd. De mannen vroegen eiser meerdere keren naar zijn naam en adres en waar hij de dag daarvoor was geweest. Volgens de mannen leek eiser op iemand die de dag ervoor een kennis van hen had gedood. Eiser vermoedde dat dit incident met de studentenverkiezingen te maken had en besloot hierna niet langer zijn naam aan [de studentenpartij] te verbinden en enkel nog deel te nemen aan algemene studentendemonstraties. Ondertussen voerde de regering de druk op de studentenbeweging op. Kopstukken werden onderdrukt, gemarteld en gevangen gezet. De regering schakelde daarbij de zogeheten Colectivos in, door de regering gefinancierde en bewapende militiegroepen op motors. De studentenbeweging besloot daarop om bij protesten de straten te barricaderen. Toen eiser in die periode tijdens een protest ook zelf met een rubberkogel was geraakt en bijna was opgepakt besloot hij zich helemaal van de studentenbeweging afzijdig te houden.

Eiser heeft verder verklaard dat zijn zus en een vriendin van haar op 11 juni 2007 zijn ontvoerd. Hoewel de ontvoerders losgeld wilden eisen zijn zij er, na kort te hebben rondgereden, met geld, bankpassen en de auto van de vriendin vandoor gegaan. Toen eisers zus maanden later voor het eerst weer het huis uit durfde om in een restaurant te eten, werd er vanuit een auto op het restaurant geschoten waarbij iemand naast eisers zus werd geraakt. Eisers zus is daarop uit Venezuela weggegaan en vanaf toen heeft zij eiser aangespoord om ook het land te verlaten. Eiser wilde dit aanvankelijk niet, maar nadat zijn verloofde hem had verlaten, hij zijn baan was kwijtgeraakt en in 2010 zijn vader was overleden, besloot hij alsnog om te vertrekken. Eiser besloot naar Nederland te gaan om daar te studeren. In maart, april of mei 2011 wilde eiser door een jeugdvriend pasfoto’s laten maken voor op zijn Nederlandse verblijfsvergunning. Ongeveer anderhalf uur nadat eiser deze afspraak had afgezegd werd hij door een vriendin van deze vriend gebeld. De vriend bleek bij een overval door een kogel gewond te zijn geraakt.

Eiser is op 21 augustus 2011 uit Venezuela vertrokken en naar Nederland gereisd, waar hij vervolgens enige tijd legaal verblijf als student heeft gehad. Tijdens zijn eerste jaar in Nederland is eiser tweemaal naar Venezuela teruggekeerd, eenmaal om afscheid te nemen van de zieke moeder van een vriend van hem, en eenmaal voor haar begrafenis. In de zomer van 2012 is ook deze vriend van eiser beschoten, toen men probeerde zijn auto te stelen. In augustus of september 2014 is eiser voor het laatst naar Venezuela teruggekeerd.

In oktober of november 2014 hebben Colectivos in een auto van de regering geprobeerd eisers broer te ontvoeren. Eiser vermoedt dat zij dit deden omdat eisers broer in zijn hoge functie bij Samsung niet toestond dat socialistische arbeiders voordeeltjes kregen. Eisers broer is in die periode ook telefonisch bedreigd. Naar aanleiding van dit alles heeft hij Venezuela verlaten om in de Verenigde Staten asiel aan te vragen. Eiser vreest dat degenen die hebben geprobeerd zijn broer te ontvoeren ook hem willen ontvoeren.

Eiser heeft verder verklaard dat hij op de zogeheten Tascón-lijst staat, een lijst met daarop de namen van alle personen die in 2003 en 2004 voor afzetting van Hugo Chávez hebben gestemd. Personen die op deze lijst staan hebben volgens eiser te vrezen voor vervolging in die zin dat zij niet mogen werken voor staatsbedrijven, niet in aanmerking komen voor overheidsvergoedingen en moeilijkheden kunnen ondervinden bij het verkrijgen van officiële documenten en vreemde valuta. Ook eiser heeft hierdoor met moeite euro’s en een nieuw paspoort kunnen verkrijgen.

Nadat eisers aanvraag in Nederland om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als zelfstandige’ bij besluit van 12 januari 2017 is afgewezen heeft hij onderhavige asielaanvraag ingediend.

2. Verweerder heeft in de verklaringen van eiser de volgende relevante elementen onderscheiden:

  • -

    De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;

  • -

    De aanwezigheid van de naam van eiser op de Tascón-lijst en de daaruit voortvloeiende problemen;

  • -

    Het lidmaatschap van eiser van [de studentenpartij] en de daaruit voortvloeiende problemen;

  • -

    De poging tot ontvoering van de broer van eiser en de veronderstelde daaruit voortvloeiende problemen;

  • -

    De algehele onveilige situatie in Venezuela.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000. Verweerder volgt eiser wel in zijn verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Verweerder acht voorts geloofwaardig dat eisers naam voorkomt op de Tascón-lijst en dat hij daarvan gevolgen ondervindt. Ook acht verweerder geloofwaardig dat eiser een actief lid was van de [de studentenpartij] . De veronderstelling van eiser dat hij vanwege zijn activiteiten voor de [de studentenpartij] is ondervraagd en uitgescholden door twee onbekende mannen, acht verweerder echter niet geloofwaardig. Verweerder acht daarnaast ook niet geloofwaardig dat eisers broer problemen heeft ondervonden zijdens de Colectivos en dat eiser zelf in navolging van zijn broer nu ook voor de Colectivos te vrezen heeft. Dat eiser zich in Venezuela onveilig voelt acht verweerder wel geloofwaardig, evenals de incidenten waarop eiser dit gevoel baseert. Verweerder neemt evenwel niet aan dat eiser te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade.

4. Eiser kan zich met het bestreden besluit niet verenigen. Op hetgeen door eiser in beroep is aangevoerd zal hieronder -voor zover van belang- worden ingegaan.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1.

Verweerder overweegt naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte dat het geloofwaardig is dat eiser van 2004 tot 2007 actief lid was van [de studentenpartij] en dat hij in september 2006 of januari 2007 door twee onbekende mannen is ondervraagd, uitgescholden en bedreigd. Verweerder acht echter niet ten onrechte ongeloofwaardig dat dat er tussen eisers activiteiten voor [de studentenpartij] en de benadering door de twee mannen een verband bestaat. Anders dan de omstandigheid dat eiser ten tijde van de benadering door deze twee mannen voor [de studentenpartij] actief was zijn door hem immers geen aanknopingspunten aangedragen waaruit dit verband blijkt. Uit eisers verklaringen blijkt niet dat de twee mannen van eisers activiteiten voor [de studentenpartij] op de hoogte waren. Daarbij heeft eiser aangegeven dat hij na de benadering door deze twee mannen in 2006 of 2007 nooit meer iets van hen heeft vernomen.

5.2.

Eisers veronderstelling dat hij persoonlijk voor de Colectivos te vrezen heeft acht verweerder ook niet ten onrechte ongeloofwaardig. Eiser baseert deze veronderstelling immers louter op het feit dat zijn broer problemen met de Colectivos heeft gehad en op door hemzelf gelegde verbanden. Eiser kan desgevraagd geen specifieke aanwijzingen of redenen noemen op grond waarvan hij denkt dat de Colectivos het ook op hem persoonlijk gemunt hebben. Daarbij heeft eiser verklaard dat zijn moeder sinds het vertrek van zijn broer uit Venezuela geen persoonlijke problemen ondervonden heeft, terwijl zij tot op heden afwisselend in Venezuela en Ecuador verblijft. Er is geen reden om aan te nemen dat eiser, anders dan zijn moeder, wel problemen in Venezuela te wachten staan. De vraag of de problemen van eisers broer in Venezuela op zichzelf bezien geloofwaardig zijn en de door eiser overgelegde documenten aangaande die problemen en de asielprocedure van zijn broer in de VS, laat de rechtbank hier verder buiten beschouwing.

5.3.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat, ongeacht eisers geloofwaardig geachte politieke activiteiten voor [de studentenpartij] en de aanwezigheid van zijn naam op de Tascón-lijst, in dit verband geen sprake is van een gegronde vrees voor vervolging op politieke gronden. Hoewel eiser heeft verklaard dat personen op de Tascón-lijst niet mogen werken voor staatsbedrijven, niet in aanmerking komen voor overheidsvergoedingen en moeilijkheden kunnen ondervinden bij het verkrijgen van officiële documenten en vreemde valuta, heeft hij immers ook verklaard dat hij heeft kunnen studeren, dat hij buiten het overheidsapparaat werk kon vinden waarmee hij in zijn levensonderhoud kon voorzien en dat, hoewel hij moeite ondervond bij het verkrijgen van een paspoort en euro’s, hem dit uiteindelijk niet is onthouden. Verder blijkt uit eisers verklaringen dat hij, nadat hij zijn activiteiten voor [de studentenpartij] heeft gestaakt omdat hij bij een protest met een rubberkogel was geraakt en bijna was opgepakt, nog een aantal jaren in Venezuela heeft kunnen verblijven zonder in dat verband problemen te ondervinden.

5.4.

Verweerder overweegt naar het oordeel van de rechtbank voorts niet ten onrechte dat, hoewel geloofwaardig is dat eiser zich vanwege onder meer de ontvoering van zijn zus en de beschieting van twee vrienden, in Venezuela onveilig voelt, dit geen reden vormt om aan te nemen dat hij bij terugkeer naar dat land voor ernstige schade te vrezen heeft. Van enig verband tussen deze op zichzelf staande incidenten en eisers persoon is immers niet gebleken. Dat eiser documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat zijn zus rechtmatig in de VS verblijft, dat zijn moeder tussen Venezuela en Ecuador op en neer reist, en dat een vriend van hem medisch is behandeld, maakt dit niet anders. Het standpunt van eiser in beroep dat zijn moeder uit angst tussen Venezuela en Ecuador op en neer reist, leidt evenmin tot een ander oordeel. Het enkele feit dat eisers moeder bang is maakt immers niet dat haar vrees gerechtvaardigd is, laat staan dat eiser daaraan een gerechtvaardigde vrees kan ontlenen. Daarbij komt dat eiser tevens heeft verklaard dat zijn moeder nog soms op haar eigen adres in Venezuela woont en dat zij niet althans niet alleen uit angst maar ook om economische redenen soms in Ecuador woont en werkt. Eisers stelling in de zienswijze dat de politieke situatie in Venezuela recent is veranderd en dat hij door de aanwezigheid van zijn naam op de Tascón-lijst en zijn eerdere politieke activiteiten nu extra risico loopt, en de ter staving van die stelling door hem overgelegde landinhoudelijke informatie, hebben verweerder evenmin tot een ander oordeel hoeven leiden. Verweerder overweegt in dit verband niet ten onrechte nogmaals dat eiser blijkens eigen verklaringen, ongeacht zijn eerdere politieke activiteiten en de aanwezigheid van zijn naam op de Tascón-lijst, in Venezuela kon studeren, werken en meerdere jaren probleemloos kon verblijven.

5.5.

Eisers standpunt dat hij behoort tot een groep die systematisch een reëel risico loopt op ernstige schade omdat hij politiek actief was, omdat zijn naam op de Tascón-lijst staat en omdat zijn familieleden problemen hebben ondervonden, slaagt derhalve niet.

Verweerder stelt zich voorts niet ten onrechte op het standpunt dat de door eiser overgelegde landinhoudelijke informatie onvoldoende is voor het oordeel dat sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15, onder c, van de Richtlijn 2004/83/EG (Definitierichtlijn).


Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. D.D. van Loopik, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.