Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:4576

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-04-2017
Datum publicatie
03-05-2017
Zaaknummer
5636769 \ CV EXPL 17-198
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ongeldige cessie. Uit de door de door eisende partij overgelegde producties kan niet worden afgeleid dat de vordering van de zorgverlener rechtsgeldig aan eisende partij is gecedeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank den haag

Zittingsplaats Gouda

NK

Zaaknummer 5636769 \ CV EXPL 17-198

VONNIS van de kantonrechter d.d. 13 april 2017 in de zaak:

[opposant] ,

wonende te [adres] ,

opposant,

gemachtigde: M.V. Hazekamp,

tegen

de besloten vennootschap Famed B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende [adres] ,

geopposeerde,

gemachtigde: mr. N.N. Dillissen.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [opposant] ” en “ Famed ”.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de inleidende dagvaarding d.d. 23 september 2016;

  • -

    het op 24 november 2016 tussen partijen gewezen verstekvonnis;

  • -

    de verzet dagvaarding d.d. 4 januari 2017;

  • -

    de conclusie van antwoord in oppositie;

  • -

    de conclusie van repliek in oppositie;

  • -

    de in het geding gebrachte producties.

Overwegingen

De vordering van [opposant] strekt tot vernietiging van het bovengenoemde verstekvonnis en tot afwijzing van de oorspronkelijke vordering, met veroordeling van Famed in de proceskosten en de wettelijke rente over de proceskosten zoals in de verzet dagvaarding is vermeld.

[opposant] is bij voornoemd verstekvonnis veroordeeld tot betaling aan Famed van een hoofdsom van € 20,01 met rente en kosten. In de inleidende dagvaarding heeft Famed aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de in de dagvaarding genoemde [tandarts] (hierna: de zorgverlener) in opdracht en voor rekening van [opposant] een medische behandeling ten behoeve van [opposant] heeft verricht. Famed heeft gesteld dat de zorgverlener de daaruit voortvloeiende vordering aan haar heeft gecedeerd. [opposant] heeft de factuur d.d. 17 september 2015 met nummer 7992288022916902 na aanmaning onbetaald gelaten. Naast de hoofdsom heeft Famed wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten op grond van de wet gevorderd.

[opposant] heeft gemotiveerd betwist dat de vordering (rechtsgeldig) aan Famed is gecedeerd. Hij betwist op grond daarvan dat Famed belang heeft bij de door haar ingestelde eis.

Famed heeft onder verwijzing naar diverse overgelegde producties haar standpunt, inhoudende dat wel degelijk sprake is van rechtsgeldige cessie, toegelicht.

Beoordeling

Voor een rechtsgeldige cessie is op grond van artikel 3:84 lid 1 BW vereist een levering krachtens een geldige titel. Verder moet de gecedeerde vordering op grond van lid 2 bij de titel met voldoende bepaaldheid omschreven zijn.

Famed heeft de rechtsgeldigheid van de cessie onder meer gebaseerd op de door haar overgelegde Factoringovereenkomst van 3 juni 2003 (productie 7 bij conclusie van antwoord in oppositie), aanvangende op 1 juni 2003 met een looptijd van één jaar. Volgens Famed is die overeenkomst telkens stilzwijgend met één jaar verlengd. [opposant] heeft dit betwist, omdat de stilzwijgende verlenging nergens in de Factoringovereenkomst is vastgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer slaagt. Dit betekent dat de Factoringovereenkomst geen geldige titel oplevert voor de overdracht van de oorspronkelijke vordering.

Famed heeft voorts een cessieakte d.d. 1 januari 2011 (productie 8 bij conclusie van antwoord in oppositie) overgelegd, aanvangende op 1 juni 2003 voor onbepaalde duur, waarbij de zorgverlener al zijn bestaande en toekomstige vorderingen aan Famed heeft gecedeerd. Deze akte heeft Famed op grond van een bijzondere volmacht d.d. 31 januari 2007(productie 9 bij conclusie van antwoord in oppositie) ook namens de zorgverlener ondertekend. [opposant] heeft het verweer gevoerd dat deze ondertekening onbevoegd is gedaan, omdat de bijzondere volmacht uitsluitend bepaalt dat, voor de duur daarvan, per over te dragen vordering een afzonderlijke cessieakte moet worden opgemaakt en dat Famed bevoegd is al deze cessieakten namens de zorgverlener te ondertekenen. De bijzondere volmacht verleent Famed aldus niet de bevoegdheid om de cessieakte van 1 januari 2011 namens de zorgverlener te ondertekenen, omdat deze cessieakte niet ziet op een afzonderlijke vordering, maar op de bestaande en toekomstige vorderingen van de zorgverlener in het algemeen. De kantonrechter is van oordeel dat ook dit verweer slaagt. Dit betekent dat de cessieakte d.d. 1 januari 2011 evenmin een geldige titel oplevert voor de overdracht van de oorspronkelijke vordering.

Famed heeft voorts een brief van 14 september 2015 met bijlage (productie 10 bij conclusie van antwoord in oppositie) overgelegd, waarbij de oorspronkelijke vordering zou zijn overgedragen. De kantonrechter is het met [opposant] eens dat het kenmerk van de in die brief bedoelde vordering (92288/575) niet overeenkomt met de in die brief bedoelde vordering (34436-1). Bovendien is het bedrag van de vordering niet vermeld. In de brief van 14 september 2015 is de oorspronkelijke vordering derhalve niet voldoende bepaalbaar opgenomen, zodat ook deze cessieakte geen geldige titel oplevert voor de overdracht van de oorspronkelijke vordering.

Voor het overige heeft Famed geen andere producties overgelegd, waaruit kan worden opgemaakt dat de beweerde cessie op een rechtsgeldige akte berust. De vordering is daarom niet toewijsbaar.

Het vorenstaande brengt mee dat de overige geschilpunten van partijen geen bespreking behoeven.

Famed zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

1. vernietigt het bestreden verstekvonnis;

en opnieuw rechtdoende:

2. wijst de vordering af;

3. veroordeelt Famed in de proceskosten, aan de zijde van [opposant] tot heden begroot een bedrag van € 60,=, voor salaris van de gemachtigde van [opposant] ;

4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.C. Gerritse en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2017.