Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:4530

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-04-2017
Datum publicatie
10-05-2017
Zaaknummer
C/09/510578 / HA ZA 16-549
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Misbruik identiteit rechtspersoon, vgl. ECLI:NL:HR:AA7489, zowel bestuurder als rechtspersoon aansprakelijk voor schade benadeelde crediteur. Staken activiteiten: één crediteur onbetaald gelaten. Persoonlijk ernstig verwijt bestuurder. Artikel 6:162 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2017/338
AR 2017/3997
JONDR 2017/770
AR 2017/5688
AR 2017/2412
JIN 2017/141 met annotatie van R.Y. Kamerling
JOR 2017/194 met annotatie van prof. mr. S.M. Bartman
OR-Updates.nl 2017-0161
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/510578 / HA ZA 16-549

Vonnis van 26 april 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OK AUTOGLAS B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn ,

eiseres,

advocaat mr. C. Teiwes te Alphen aan den Rijn ,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLOBAL SOURCING AND PROCUREMENT B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn ,

gedaagden,

advocaat mr. H.M. Punt te Amsterdam.

Eiseres zal hierna Autoglas worden genoemd. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk

[gedaagde sub 1] en GSP worden genoemd en gezamenlijk [gedaagde sub 1] c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 mei 2016, met producties 1 t/m 8;

  • -

    de incidentele conclusie houdende de exceptie van onbevoegdheid van 22 juni 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord in het onbevoegdheidsincident;

  • -

    het vonnis in het incident van 17 augustus 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 4;

  • -

    het tussenvonnis van 2 november 2016, waarin een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 februari 2017.

1.2.

Het proces-verbaal van de comparitie van partijen is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na ontvangst opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Global Sourcing Procurement Ltd (hierna: GSP Ltd) was een buitenlandse vennootschap die op 30 augustus 2010 naar Engels recht is opgericht in Cardiff, Verenigd Koninkrijk. Enig bestuurder van GSP Ltd was [gedaagde sub 1] . De echtgenoot van [gedaagde sub 1] , [A] (hierna: [A] ) trad op als gevolmachtigde van GSP Ltd.

2.2.

GSP Ltd hield zich bezig met niet-gespecialiseerde handelsbemiddeling, het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software en het in opdracht van derden lokaliseren van fabrikanten en producen, prijs en kwaliteitsonderhandeling, inkoop en distributie.

2.3.

Op 14 november 2011 is tussen Autoglas als verhuurder en GSP Ltd als onderhuurder een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de kantoorruimte gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). De huurovereenkomst heeft betrekking op de eerste verdieping van het pand en de gezamenlijke entree op de begane grond, in totaal een oppervlakte van 270 m².

2.4.

[A] heeft als gevolmachtigde van GSP Ltd de huurovereenkomst getekend en hij heeft ook getekend voor de ontvangst van een exemplaar van de algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW (hierna: de algemene bepalingen).

2.5.

In de huurovereenkomst is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“(…)

Duur, verlenging en opzegging

3.1

Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 1 jaar en 6 maanden, ingaande op 01-12-2011 en lopende tot en met 31-05-2013.

3.2

Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van 1 jaar, derhalve tot en met 31-05-2014.

3.3

Beëindiging van deze overeenkomst vindt plaats door opzegging tegen het einde van een huurperiode met inachtneming van een termijn van tenminste zes maanden.

3.4

Opzegging dient te geschieden bij deurwaardersexploot of per aangetekend schrijven.

(…)”

2.6.

Artikel 18 lid 2 van de algemene bepalingen luidt als volgt:

“Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300,00 per maand.”

2.7.

Bij e-mail van 3 januari 2014 heeft GSP Ltd – voor zover van belang – het volgende aan Autoglas bericht:

“(…..)

Nog even de beste wensen vanuit een vandaag niet zo zonnig Spanje. Voordat ik wegging in December heb ik geprobeerd je nog even te spreken maar je was er steeds niet. Ik heb een brief voor je achter gelaten maar ik heb daar nog steeds geen reactie van jou zijde op gehad.

Zoals ik je al schreef moet ik de huur opzeggen, mijn gezondheid gaat hard achteruit en ik overweeg het bedrijf te sluiten danwel de activiteiten te verminderen. In beide gevallen kan ik mij dan de huur niet meer veroorloven. Het kan zijn dat de situatie nog verandert, echter vanwege de opzegtermijn wilde ik geen risico nemen.

(…)

[A] ”

2.8.

Autoglas heeft bij e-mail van 3 januari 2014 om 14.42 uur aan GSP Ltd onder meer het volgende geantwoord:

“(…)

Het is spijtig dat je de huur op wil zeggen. Je bent een nette huurder en een prettig persoon. Jouw bericht komt voor mij onverwacht. Op vrijdag 13 januari (bedoeld is: december, toevoeging rechtbank) gaf je aan dat er nog contact met me opgenomen zou worden voor het plaatsen van een laadpaal hier voor het pand voor jouw nieuwe Opel Ampera omdat dit bij jou thuis niet mogelijk is.

Verder hebben we elkaar nog in de week van 16 december gesproken. Jij, [… 1] en ik hebben samen koffie gedronken. Je gaf aan nog een zakelijke afspraak in Ierland te hebben en dat je (naar ik mij herinner) die donderdag naar Spanje zou vliegen. Tijdens dit gesprek bij mij in de kantine hebben we niet gesproken over het beëindigen van de huur. Een brief van jou met dit onderwerp heb ik niet mogen ontvangen.

Zou je om het officieel volgens het contract af te handelen nog een opzegging per aangetekend schrijven willen sturen. Om deze zaak verder te regelen lijkt het me goed om op korte termijn met elkaar af te spreken.

Kun je aangeven wanneer dit voor jou mogelijk is?

Met vriendelijke groet,

[… 2] ”

2.9.

GSP Ltd heeft hierop bij e-mail van 3 januari 2014 om 14.54 uur geantwoord:

“Ik ben woensdag terug dan doen we dit ff face to face”

2.10.

Autoglas heeft daarop diezelfde dag geantwoord:

“Bel even als je terug bent. Dan plannen we een tijd.”

2.11.

GSP Ltd heeft op de laatste e-mail van Autoglas niet meer gereageerd.

2.12.

Op 3 februari 2014 is GSP opgericht. GSP houdt zich bezig met niet-gespecialiseerde handelsbemiddeling, het in opdracht van derden internationaal lokaliseren van fabrikanten en producten, prijs- en kwaliteitsonderhandeling, inkoop en distributie.

2.13.

GSP Ltd heeft tot en met februari 2014 de huur aan Autoglas betaald. Vanaf 1 maart 2014 heeft GSP Ltd geen huur meer betaald.

2.14.

Op 23 maart 2014 heeft GSP Ltd het gehuurde ontruimd.

2.15.

Autoglas heeft op 23 maart 2014 een e-mail aan GSP Ltd gestuurd en meegedeeld dat er nog een aantal spullen van GSP Ltd in het gehuurde stonden. Tevens heeft Autoglas GSP Ltd meegedeeld dat zij nog huur verschuldigd is tot en met februari 2015 en heeft Autoglas voorgesteld om samen met de eigenaar van het pand om de tafel te gaan zitten om tot een oplossing te komen en de huur af te wikkelen. Autoglas heeft een kopie van deze e-mail aan de heer [X] , de eigenaar van het pand, gestuurd.

2.16.

Op 1 mei 2014 heeft GSP Ltd zich uit het handelsregister laten uitschrijven.

2.17.

Bij aangetekende brief van 28 mei 2014 heeft NAHV Accountants, accountant van GSP Ltd, aan Autoglas onder meer het volgende meegedeeld:

“(….)

Beëindiging huurovereenkomst

Geachte heer [… 3] ,

Op verzoek van onze cliënte, Global Sourcing and Procurement Ltd, delen wij u mede dat Global Sourcing and Procurement Ltd met ingang van 1 mei 2014 is opgeheven. Desgewenst kunt u dit verifiëren bij de Kamer van koophandel. De redenen hiertoe zijn de gezondheid van de heer [A] , uitvoerend gevolmachtigde van Global Sourcing and Procurement Ltd, en de financiële positie van Global Sourcing and Procurement Ltd.

Wellicht ten overvloede merken wij op dat cliënte de huur reeds op 1 december 2013 heeft opgezegd. Tevens merken wij op dat de heer [gedaagde sub 1] in het buitenland verblijft. Mocht u onverhoopt nog vragen hebben, dan kunt u te allen tijde contact opnemen met ondergetekende.

(….)

[… 4] AA

Bijlagen: 4x sleutel”

2.18.

Bij brief van 16 februari 2016 heeft Autoglas [gedaagde sub 1] als bestuurder van GSP Ltd persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de door Autoglas geleden schade als gevolg van het tekortschieten door GSP Ltd in de nakoming van haar huurverplichtingen, waarbij Autoglas aanspraak heeft gemaakt op betaling van in totaal € 43.034,99.

2.19.

Bij brief van 25 februari 2016 heeft [gedaagde sub 1] iedere aansprakelijkheid afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

Autoglas vordert – samengevat – bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

  • -

    a) voor recht te verklaren dat [gedaagde sub 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Autoglas;

  • -

    b) voor recht te verklaren dat GSP onrechtmatig heeft gehandeld jegens Autoglas;

  • -

    c) [gedaagde sub 1] en GSP hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 43.034,99 aan Autoglas, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding;

  • -

    d) [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten;

subsidiair:

  • -

    e) voor recht te verklaren dat sprake is van vereenzelviging van GSP met GSP Ltd;

  • -

    f) GSP te veroordelen tot betaling van € 43.034,99 aan Autoglas, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding;

  • -

    g) Global te veroordelen in de proces- en nakosten.

Het bedrag van € 43.034,99 is opgebouwd als volgt:

- huurpenningen tot en met 31 mei 2015 € 31.517,02

- wettelijke handelsrente t/m 5 april 2016 € 3.832,20

- contractuele boete € 4.800

- herstelkosten incl. btw € 1.730,30

- buitengerechtelijke incassokosten € 1.155,47

Totaal € 43.034,99

3.2.

Autoglas legt aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag.

3.2.1.

De huurovereenkomst tussen Autoglas en GSP Ltd is ingegaan op 1 december 2011 voor de duur van een jaar en zes maanden. Na deze termijn is de huurovereenkomst telkens voortgezet voor de duur van een jaar. Autoglas heeft nimmer een opzegging per deurwaardersexploot of per aangetekende brief van GSP Ltd ontvangen. GSP Ltd had vóór 1 december 2013 de huurovereenkomst moeten opzeggen om deze per 1 juni 2014 met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden te kunnen beëindigen. Nu GSP Ltd dit heeft verzuimd, is de huurovereenkomst per 1 juni 2015 geëindigd.

3.2.2.

[gedaagde sub 1] heeft de activiteiten van GSP Ltd voortgezet in GSP met als doel om, onder meer, onder de huurovereenkomst met Autoglas uit te komen en zonder belast te zijn met schulden en verplichtingen uit het verleden. Daarmee heeft [gedaagde sub 1] misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen beide vennootschappen. [gedaagde sub 1] wist dat met het opheffen van GSP Ltd zij het onmogelijk maakte voor deze vennootschap haar contractuele verplichtingen na te komen. Zij wist ook dat hierdoor de schade die bij de schuldeisers zou ontstaan, zoals de huurachterstand bij Autoglas, niet vergoed zou kunnen worden. Ondanks deze wetenschap is [gedaagde sub 1] toch overgegaan tot opheffing van GSP Ltd. Hiermee heeft als bestuurder van GSP Ltd ernstig verwijtbaar en dus onrechtmatig jegens Autoglas gehandeld.

3.2.3.

Verder is GSP uit hoofde van onrechtmatig handelen aansprakelijk voor de schade die Autoglas heeft geleden, nu de verplichting tot schadevergoeding bij misbruik van identiteit ook op de betrokken rechtspersoon zelf rust. Subsidiair doet Autoglas een beroep op vereenzelviging van GSP met GSP Ltd.

3.3.

[gedaagde sub 1] c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of [gedaagde sub 1] en GSP aansprakelijk gehouden kunnen worden voor de schade die Autoglas heeft geleden als gevolg van het tekortschieten door GSP Ltd in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst met Autoglas.

Rechtsverwerking

4.2.

[gedaagde sub 1] c.s. voeren als meest verstrekkende verweer aan dat Autoglas haar rechten heeft verwerkt. Ter onderbouwing van het beroep op rechtsverwerking voeren

[gedaagde sub 1] c.s. aan dat GSP Ltd bijna twee jaar lang niets van Autoglas heeft vernomen en

– nadat GSP Ltd het gehuurde in maart 2014 heeft ontruimd – noch GSP Ltd noch [gedaagde sub 1] facturen, aanmaningen, een ingebrekestelling of een aansprakelijkstelling van Autoglas heeft ontvangen. Op grond hiervan mochten GSP Ltd en [gedaagde sub 1] er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de huurovereenkomst tussen Autoglas en GSP Ltd met instemming van Autoglas was geëindigd en dat zij geen aanspraak meer zou maken op vergoeding van schade.

4.3.

De rechtbank overweegt dat voor het aannemen van rechtsverwerking, enkel tijdsverloop of enkel stilzitten onvoldoende is. Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de wederpartij in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken.

4.4.

De rechtbank verwerpt het beroep op rechtsverwerking. Ter zitting is naar voren gebracht dat Autoglas bij monde van haar directeur naar aanleiding van de brief van 28 mei 2014 telefonisch contact heeft opgenomen met de accountant van GSP Ltd onder meer over de liquidatie van GSP Ltd en haar financiële verplichtingen. Verder heeft Autoglas bij brief van 16 februari 2016 [gedaagde sub 1] persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de schade die Autoglas heeft geleden als gevolg van het tekortschieten door GSP Ltd in de nakoming van haar verplichting tot betaling van de huur. Deze feiten of omstandigheden staan in de weg aan het beroep op rechtsverwerking.

Ontvangst huurovereenkomst en algemene bepalingen

4.5.

Partijen verschillen van mening over de vraag of GSP Ltd een eigen exemplaar van de huurovereenkomst en de algemene bepalingen heeft ontvangen.

4.6.

Het verweer van [gedaagde sub 1] c.s. dat GSP Ltd tot het moment van de bedrijfssluiting geen getekende en definitieve versie van de huurovereenkomst had ontvangen, slaagt niet. Namens Autoglas is ter comparitie verklaard dat de huurovereenkomst in drievoud is opgemaakt en is getekend in het bijzijn van de makelaar, waarbij GSP Ltd ook een exemplaar van de getekende huurovereenkomst heeft ontvangen. De rechtbank leidt uit de huurovereenkomst af dat namens GSP Ltd voor de ontvangst van een eigen exemplaar van de algemene bepalingen is getekend. Dat GSP Ltd kennelijk niet langer haar eigen exemplaar bezit, komt voor haar eigen rekening en risico.

Opzegging en einde huurovereenkomst

4.7.

Tussen partijen is in geschil wanneer de huurovereenkomst tussen Autoglas en GSP Ltd is geëindigd. Autoglas heeft zich op het standpunt gesteld dat de huurovereenkomst per 1 mei 2015 is geëindigd. [gedaagde sub 1] c.s. hebben dit betwist. Zij voeren aan dat de huurovereenkomst per 1 maart 2014 is geëindigd.

4.8.

Op grond van artikel 3.3 van de huurovereenkomst vindt beëindiging van de huurovereenkomst plaats door opzegging tegen het einde van de huurperiode met inachtneming van een termijn van tenminste zes maanden.

4.9.

Door [gedaagde sub 1] c.s. is betoogd dat GSP Ltd medio december 2013 per brief de huurovereenkomst met Autoglas heeft opgezegd, door achterlating van deze brief in een gesloten enveloppe op het bureau in het kantoor van Autoglas. Autoglas heeft de ontvangst van deze brief betwist. De rechtbank stelt vast dat [gedaagde sub 1] c.s. niet nader met feiten en omstandigheden hebben onderbouwd dat deze brief Autoglas heeft bereikt. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat Autoglas deze brief heeft ontvangen. Van een rechtsgeldige opzegging is geen sprake.

4.10.

Verder betogen [gedaagde sub 1] c.s. dat de huur per e-mail van 3 januari 2014 van GSP Ltd aan Autoglas is opgezegd. Die e-mail luidt:

Zoals ik je al schreef moet ik de huur opzeggen, mijn gezondheid gaat hard achteruit en ik overweeg het bedrijf te sluiten dan wel de activiteiten te verminderen. In beide gevallen kan ik mij de huur niet meer veroorloven”.

Uit het antwoord van Autoglas op deze e-mail nog dezelfde dag leidt de rechtbank af dat dit bericht haar heeft bereikt en dat het voor haar duidelijk was dat de huurovereenkomst met GSP Ltd zou gaan eindigen. De omstandigheid dat huurder de opzegging per e-mail heeft gedaan, en niet bij deurwaardersexploot of per aangetekend schrijven zoals voorgeschreven in de huurovereenkomst, acht de rechtbank van onvoldoende betekenis. Het voorschrift van artikel 3.4 van de huurovereenkomst kan in redelijkheid niet anders worden uitgelegd en begrepen dan als (schriftelijk) vormvereiste voor een opzegging door de huurder ten bewijze dat de verhuurder tijdig voor het verstrijken van de lopende huurperiode heeft bereikt, en de verhuurder (rechts)zekerheid te bieden dat de huurovereenkomst door opzegging van de huurder zal worden beëindigd dan wel zal zijn geëindigd (zodat na de datum waartegen is opgezegd het gehuurde aan derden kan aangeboden en kan worden verhuurd). Het gaat er daar bij om of voor de verhuurder volstrekt duidelijk was dat de huurovereenkomst zou gaan eindigen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de huurovereenkomst tussen Autoglas en GSP Ltd op 3 januari 2014 rechtsgeldig is opgezegd.

4.11.

[gedaagde sub 1] c.s. voeren verder aan dat de huurovereenkomst met instemming van Autoglas per 1 maart 2014 is geëindigd. De rechtbank volgt [gedaagde sub 1] c.s. hierin niet. Vaststaat dat de huurovereenkomst tussen Autoglas en GSP Ltd is gesloten voor de duur van 1 jaar en zes maanden, vanaf 1 december 2011 tot en met 31 mei 2013. Na het verstrijken van deze termijn is de huurovereenkomst voortgezet voor één jaar, tot en met 31 mei 2014 en vervolgens voor aansluitende perioden van een jaar. De huur is opgezegd op 3 januari 2014, waarbij volgens de huurovereenkomst een opzegtermijn van zes maanden in acht diende te worden genomen. Opzegging tegen 31 mei 2014 (het einde van het verlengde huurjaar) was dus niet meer mogelijk, zodat de huurovereenkomst per 1 juni 2015 is geëindigd.

Aansprakelijkheid [gedaagde sub 1] en GSP

4.12.

Autoglas heeft aan haar vorderingen tegen GSP en [gedaagde sub 1] ten grondslag gelegd dat [gedaagde sub 1] misbruik heeft gemaakt van het identiteitsverschil tussen beide vennootschappen (GSP Ltd en GSP) met als doel om onder de huurovereenkomst met Autoglas uit te komen. Volgens Autoglas is dan niet alleen de bestuurder, maar ook de nieuw opgerichte vennootschap op grond van onrechtmatig handelen aansprakelijk voor de schade (vgl. HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:AA7489). Autoglas heeft in dit verband onbetwist gesteld dat

  • -

    de naam van de ondernemingen gelijk is;

  • -

    het logo van de ondernemingen gelijk is;

  • -

    de bestuurder van de ondernemingen dezelfde is;

  • -

    de gevolmachtigde voor beide ondernemingen dezelfde is;

  • -

    het vestigingsadres voor beide ondernemingen hetzelfde is;

  • -

    de website dezelfde is www.global-sourcing-and-procurement.com;

  • -

    op de website nog steeds wordt gesproken over GSP Ltd, terwijl onderaan de website GSP is vermeld;

  • -

    het e-mailadres voor beide ondernemingen hetzelfde is;

  • -

    de omschrijving van de activiteiten voor beide ondernemingen hetzelfde is;

  • -

    in beide ondernemingen één persoon werkzaam is.

4.13.

[gedaagde sub 1] c.s. hebben als verweer gevoerd dat de activiteiten van beide vennootschappen in essentie van elkaar verschillen, nu GSP Ltd in partijgoederen handelde die zij zelf inkocht en GSP zich hoofdzakelijk richt op het vertegenwoordigen van fabrikanten en als commissionair in reguliere goederen optreedt, voor welke diensten zij commissie verkrijgt. Als gevolg daarvan kent GSP geen voorfinancieringsbehoefte, terwijl GSP Ltd die wel had. [gedaagde sub 1] c.s. hebben verder bevestigd uit praktische overwegingen het e-mailadres, de domeinnaam van de website, het logo en het telefoonabonnement van GSP Ltd te hebben overgenomen. De stelling dat [gedaagde sub 1] met de opheffing van GSP Ltd en de oprichting van GSP geen ander doel had dan onder het huurcontract uit te komen, vindt geen steun in de feiten, aldus [gedaagde sub 1] c.s.

4.14.

De rechtbank overweegt het volgende. Voor beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van identiteitsverschil neemt de rechtbank tot uitgangspunt (in lijn met het door Autoglas aangehaalde Rainbow-arrest van de Hoge Raad) dat door degene die zeggenschap heeft over twee rechtspersonen misbruik kan worden gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen en dat hetgeen met zodanig misbruik werd beoogd, in rechte niet behoeft te worden gehonoreerd. Het maken van zodanig misbruik zal in de regel moeten worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding zal dan niet alleen rusten op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, doch ook op deze rechtspersonen zelf, omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst rechtens dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf.

4.15.

De rechtbank leidt uit de door [gedaagde sub 1] c.s. geschetste gang van zaken af dat slechts de wijze van financiering van de activiteiten verschilde bij GSP Ltd en GSP, niet de activiteiten als zodanig. De rechtbank is van oordeel dat het misbruik hierin bestaat dat [gedaagde sub 1] met het eindigen van de ondernemingsactiviteiten van GSP Ltd en het opstarten van vrijwel dezelfde activiteiten in GSP geen ander oogmerk had dan Autoglas als crediteur te benadelen, en wel door het verijdelen van (verder) verhaal van Autoglas op het vermogen van GSP Ltd. Een dergelijke op benadeling van een bepaalde crediteur gerichte handelwijze is onrechtmatig jegens deze crediteur en verplicht dan ook de (rechts)personen die voor deze handelwijze verantwoordelijk zijn, tot vergoeding van de schade welke die crediteur als gevolg daarvan lijdt. Dat betekent dat niet alleen [gedaagde sub 1] , maar ook GSP onrechtmatig jegens Autoglas hebben gehandeld.

4.16.

Ten aanzien van [gedaagde sub 1] overweegt de rechtbank nog het volgende. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde sub 1] als bestuurder van GSP Ltd ook een persoonlijk ernstig verwijt treft voor het bewerkstellingen dat GSP Ltd haar verplichtingen jegens Autoglas niet meer nakwam. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde sub 1] in december 2013 heeft besloten de onderneming te staken en dat zij vervolgens binnen enkele maanden met alle schuldeisers van GSP Ltd regelingen heeft getroffen behalve met Autoglas. Ter zitting is erkend dat enkel Autoglas als crediteur onbetaald is gelaten, ondanks het feit dat Autoglas er op 23 maart 2014 nog op had gewezen dat nog huur verschuldigd was. Aldus heeft [gedaagde sub 1] willen en wetens bewerkstelligd dat GSP Ltd haar verplichtingen onder de huurovereenkomst jegens Autoglas niet na is gekomen. De rechtbank weegt mee dat GSP Ltd ook niet is ingegaan op de uitnodiging van Autoglas op 23 maart 2014 om een afspraak te maken met de hoofdverhuurder, teneinde gezamenlijk tot een oplossing voor het tussentijdse vertrek van GSP Ltd te komen. Ter zitting hebben [gedaagde sub 1] c.s. verklaard dat er niet is gereageerd op de e-mail van Autoglas van 23 maart 2014, omdat er geen behoefte was aan overleg met de eigenaar van het pand. De rechtbank ziet hierin een door GSP Ltd welbewust gemiste kans om de schade voor Autoglas te beperken. De rechtbank acht deze gang van zaken zodanig onzorgvuldig dat [gedaagde sub 1] daarvan persoonlijk een ernstig verwijt treft. [gedaagde sub 1] had bovendien besloten te gaan ondernemen in GSP en wist aldus dat zij in GSP Ltd geen inkomsten meer zou genereren, waardoor GSP Ltd geen verhaal zou bieden voor de schade van Autoglas.

4.17.

Dat [gedaagde sub 1] nog heeft geprobeerd bij diverse banken financiering te verkrijgen ten behoeve van GSP Ltd en dat dit niet is gelukt, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Voor zover [gedaagde sub 1] bedoeld heeft te stellen dat GSP Ltd financiële problemen had, acht de rechtbank dat niet geloofwaardig, niet alleen omdat slechts één crediteur is overgebleven, maar ook omdat ter zitting is verklaard dat GSP Ltd haar leveranciers altijd vooraf betaalde.

4.18.

Het voorgaande leidt ertoe dat [gedaagde sub 1] en GSP hoofdelijk zullen worden veroordeeld de door Autoglas geleden schade te vergoeden. Ook de gevorderde verklaringen voor recht zullen worden toegewezen.

Schade

4.19.

Autoglas vordert € 31.517,02 aan achterstallige huurpenningen vanaf 1 maart 2014 tot 1 mei 2015. De omvang van deze schade is niet betwist, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. De gevorderde vergoeding van € 1.430 exclusief btw voor het herstel van stucwerk aan het gehuurde hebben [gedaagde sub 1] c.s. wel betwist. Dit bedrag komt niet voor vergoeding in aanmerking, nu gesteld noch gebleken is dat GSP Ltd ter zake jegens Autoglas in verzuim is geraakt. De wettelijke rente zal als onbetwist worden toegewezen.

Contractuele boete

4.20.

Autoglas maakt jegens [gedaagde sub 1] c.s. aanspraak op betaling van de contractuele boete ad € 4.800 op grond van artikel 18.2 van de algemene bepalingen. Het verweer van

[gedaagde sub 1] c.s. dat artikel 6:92 lid 2 BW in de weg staat aan de vordering van Autoglas slaagt. Op grond van dit artikel is het niet mogelijk naast schadevergoeding een contractuele boete te vorderen.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.21.

Autoglas vordert op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW een bedrag van € 1.155,47 ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit).

4.22.

De gevorderde hoofdsom tot betaling van schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad heeft geen betrekking op één van de situaties waarin genoemd Besluit van toepassing is. De rechtbank zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn daarom toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voor-werk. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voorwerk II - worden afgewezen. Autoglas heeft weliswaar gesteld dat er kosten zijn gemaakt, maar heeft deze kosten onvoldoende gespecificeerd en/of onderbouwd. De kosten waarvan zij vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

Proceskosten

4.23.

[gedaagde sub 1] c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Autoglas worden begroot op:

- explootkosten € 85,30

- griffierecht 1.929

- salaris advocaat 1.788 (2 punten × tarief IV ad € 894 per punt)

Totaal € 3.802,30

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1] onrechtmatig jegens Autoglas heeft gehandeld;

5.2.

verklaart voor recht dat GSP onrechtmatig jegens Autoglas heeft gehandeld;

5.3.

veroordeelt [gedaagde sub 1] en GSP hoofdelijk om aan Autoglas te betalen een bedrag van € 31.517,02, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 3 mei 2016 tot aan de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt [gedaagde sub 1] en GSP hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Autoglas tot op heden begroot op € 3.820,30;

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2017.