Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:3503

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-03-2017
Datum publicatie
06-04-2017
Zaaknummer
5701605 RL EXPL 17-3673
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schorsing van een concurrentie beding op basis van een belangenafweging die uitpakt in het voordeel van de werknemer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1796
AR-Updates.nl 2017-0402
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CB

Rolnr. 5701605 RL EXPL 17-3673

24 maart 2017

Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde: mevr. mr. G.H. Wiekamp,

tegen

de besloten vennootschap Pietercil Barends B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Zoetermeer,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. D.J. van der Weerdt.

Partijen worden aangeduid als “ [eiseres] ” en “Pietercil”.

1 De procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 27 februari 2017, met 16 producties;

- brieven van de gemachtigde van Pietercil van 7 maart 2017 (met een zestal documenten), 9 maart 2017 (met bijlagen 1 en 2) en 9 maart 2017 (met bijlagen 3 tot en met 6).

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 maart 2017. Daarbij is [eiseres] in persoon verschenen, samen met haar gemachtigde, en zijn namens Pietercil mevr. [JR] en de heer [LR] , alsmede de gemachtigde verschenen.

1.3

Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden.

1.4

Na de mondelinge behandeling is de datum van het vonnis bepaald op 24 maart 2017.

2 De feiten

De kantonrechter gaat uit van de navolgende feiten:

2.1

[eiseres] is op [2012] in dienst getreden bij Pietercil in de functie van [functie] , aanvankelijk op een drietal opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd ( [2012 - 2013 - 2014] ). Vanaf [2015] is zij in dienst voor onbepaalde tijd.

2.2

Pietercil is een sales en marketing bedrijf, dat gespecialiseerd is in het verkrijgen van de distributie van zogenaamde ‘fast moving cosumer goods’, zoals food als non-food.

2.3

Per 1 december 2015 is de functie van [eiseres] gewijzigd van [functie] naar [functie] . Bij die gelegenheid is niet een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten, maar de desbetreffende afspraken zijn verwoord in brief van 30 november 2015 van Pietercil aan [eiseres] (Productie 5 bij dagvaarding).

2.4

De arbeidsovereenkomst, die op 1 januari 2015 van kracht werd kent in artikel 5.2 een concurrentiebeding en relatiebeding, dat luidt als volgt:

(5.2.1) Het is werknemer verboden om zonder schriftelijke toestemming van werkgever gedurende een tijdvak van twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, op enigerlei wijze, direct of indirect, in dienst te treden bij, zaken te doen met, diensten aan te bieden aan of diensten te verrichten voor relaties en/of cliënten van werkgever.

Onder relaties en/of cliënten van werkgever wordt verstaan: alle natuurlijke personen en/of rechtspersonen, die al dan niet voor rekening en risico van zichzelf dan wel al dan niet via een tussenpersoon, recentelijk zaken hebben gedaan met werkgever, opdrachten verstrekt hebben aan werkgever, bestellingen hebben gedaan bij werkgever of andere diensten hebben afgenomen van werkgever, zulks in een periode van twee jaar voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst van werknemer.

(5.2.2) Het is werknemer verboden om zonder schriftelijke toestemming van werkgever binnen een tijdvak van één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in enig gebied binnen een straal van 100 kilometer, te rekenen vanaf het adres waar werkgever ten tijde van de beëindiging van het dienstverband is gevestigd, in enigerlei vorm een zaal gelijk of gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, alsook in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak belang te hebben, direct of indirect, of daarvoor op enigerlei wijze binnen genoemde straal werkzaam te zijn in dezelfde of soortgelijke functie als in deze overeenkomst genoemd.

2.4

Per 1 april 2017 heeft merkeigenaar Church & Dwight de distributieovereenkomst voor een tweetal producten (Batiste droogshampoo en Pearl Drops tandpasta) in de portefeuille van Pietercil opgezegd. Church & Dwight heeft het bedrijf Aspire Brands (hierna: Aspire) als nieuwe distributeur voor deze producten aangesteld.

2.5

De promotie van Batiste en Pearl Drops vorm(d)en een groot deel van de werkzaamheden van [eiseres] .

2.6

[eiseres] heeft een aanbod van Aspire om bij deze als Marketing Manager Benelux in dienst te treden, waarbij de promotie Batiste en Pearl Drops onderdeel van haar werkzaamheden zouden gaan vormen.

2.7

[eiseres] heeft, alvorens het aanbod van Aspire te aanvaarden, op 21 december 2016 de mogelijkheden met betrekking tot het concurrentie- en relatiebeding met Pietercil willen bespreken. Zij is daarop van 3 januari 2017 tot 19 januari 2017 door Pietercil vrijgesteld van werkzaamheden, omdat Pietercil onderzoek wilde doen of [eiseres] haar geheimhoudingsverplichtingen jegens Pietercil had geschonden. Vanaf 20 januari 2017 is [eiseres] weer tewerkgesteld, echter op een andere afdeling (food) en is zij (terug)geplaatst in haar oude functie van [functie] , overigens met behoud van arbeidsvoorwaarden.

3 De vordering

3.1

[eiseres] verzoekt bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het concurrentie- c.q. relatiebeding zoals opgenomen in artikel 5.2 van de arbeidsovereenkomst d.d. 21 november 2014, alsmede het daaraan gekoppelde boetbeding tussen Pietercil en [eiseres] , indien en voor zover [eiseres] daaraan gebonden is, buiten werking te stellen, dan wel te schorsen, totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan over een verzoek ex artikel 7:653 BW, met veroordeling van Pietercil in de kosten van het geding.

3.2

[eiseres] onderbouwt haar vordering door te stellen dat zij niet aan het concurrentiebeding gebonden is omdat zij bij Aspire niet een soortgelijke functie als haar functie bij Pietercil gaat uitoefenen, dat zij wegens haar functiewijziging niet aan het concurrentiebeding gebonden is en dat het feit dat Pietercil haar aan het concurrentiebeding houdt voor haar een onbillijke benadeling oplevert.

4 Het verweer

4.1

Pietercil voert gemotiveerd verweer en stelt daartoe - samengevat - dat [eiseres] bij Aspire in dienst zal komen in dezelfde functie, die zij ook bij Pietercil bekleedt. Omdat Aspire de portefeuille voor de producten Batiste en Pearl Drops van Pietercil heeft overgenomen is deze een rechtstreekse concurrent van Pietercil en [eiseres] heeft zich in haar arbeidsovereenkomst verbonden gedurende een bepaalde tijd na beëindiging van haar arbeidsovereenkomst met Pietercil geen concurrerende werkzaamheden te verrichten.

5 De beoordeling

5.1

In deze procedure dient de kantonrechter te beoordelen of het zo zeer waarschijnlijk te achten is, dat de vordering van [eiseres] in een eventueel aan te spannen of aanhangige bodemprocedure toewijsbaar geacht wordt, dat het verantwoord is daarop bij wijze van voorziening bij voorraad vooruit te lopen. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt.

5.2

Als uitgangspunt neemt de kantonrechter dat de wetgever onder voorwaarden een beding tussen werkgever en werknemer, waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn geldig is, toelaatbaar acht (artikel 7:653 lid 1 BW).

5.3

Als meest verstrekkende argument heeft [eiseres] naar voren gebracht dat het concurrentiebeding slechts haar functie van [functie] betrof en dat na haar functiewijziging naar [functie] het concurrentiebeding opnieuw (schriftelijk) had moeten worden aangegaan omdat de functie van [functie] ingrijpend afwijkt van de functie van [functie] .

5.4

De kantonrechter verwerpt dat argument. Bij de voortzetting per 1 januari 2015 van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na drie eerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is het relatie- en concurrentiebeding (opnieuw) schriftelijk overeengekomen in de betreffende arbeidsovereenkomst. Bij de wijziging van de functie van [eiseres] per 1 december 2015 is ervoor gekozen om niet een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan, maar uitsluitend de functiebenaming en enkele secundaire arbeidsvoorwaarden te wijzigen. Daarmee is in beginsel het relatie- en concurrentiebeding in stand gebleven.

5.5

Ook oordeelt de kantonrechter dat door de functiewijziging het relatie- en concurrentiebeding niet aanmerkelijk zwaarder is geen drukken vanwege de wijziging van de functie-inhoud van [eiseres] . Weliswaar zou gezegd kunnen worden dat de functiewijziging ingrijpend is, de functie van [functie] heeft immers meer verantwoordelijkheden dan de functie van [functie] , maar gelet op een normaal carrièrepad bij Pietercil (zie ook de paragraaf ‘Career Management’ van Pietercil, bijlage 6 bij de tweede brief van de gemachtigde van Pietercil van 9 maart 2017) was voorzienbaar dat [eiseres] op enig moment zou doorgroeien naar [functie] . Ook daarmee is het relatie- en concurrentiebeding in stand gebleven.

5.6

Uit het voorgaande vloeit voort dat [eiseres] aan het relatie- en concurrentiebeding gehouden kan worden, tenzij, zoals [eiseres] ook betoogt, zij in verhouding tot het te beschermen belang van Pietercil onbillijk wordt benadeeld (artikel 7:653 lid 3 BW). Nu [eiseres] dit betoogt zal de kantonrechter een belangafweging maken tussen de belangen van Pietercil enerzijds en [eiseres] anderzijds in het licht van de situatie, zoals die ten tijde van de mondelinge behandeling wederzijds is toegelicht en besproken. Daarbij geldt dat Aspire een rechtstreekse concurrent is van Pietercil. Aspire heeft immers het distributeurschap van de producten Batiste en Pearl Drops in concurrentie met Pietercil overgenomen van Church & Dwight.

5.7

Het belang van [eiseres] is helder. Zij kan bij Aspire in dienst treden als Marketing Manager Benelux en haar werkzaamheden voor Batiste en Pearl Drops voorzetten en wellicht zelfs uitbreiden met werkzaamheden in België en Luxemburg. Bovendien is haar belang erin gelegen dat zij weer op haar eigen functieniveau werkzaam kan zijn, nu onweersproken vaststaat dat zij na haar schorsing in januari 2017 bij Pietercil is teruggeplaatst in haar oude functie van [functie] .

5.8

Het belang van Pietercil is minder helder. Weliswaar heeft Pietercil tijdens de mondelinge behandeling uitvoerig betoogd dat Aspire een directe concurrent van haar is in verschillende marktsegmenten, maar zij heeft de kantonrechter onvoldoende duidelijk kunnen maken, waarom het haar belang is [eiseres] voor haar organisatie te behouden en haar aan het relatie- en concurrentiebeding te houden. Ook hetgeen Pietercil heeft gedaan toen [eiseres] het beding bespreekbaar wilde maken, namelijk een integriteitsonderzoek beginnen, haar tijdelijk vrij te stellen van werkzaamheden, haar niet (meteen) het resultaat van het onderzoek meedelen, maar haar wel daarna in haar oude functie terugplaatsen, draagt er niet aan bij dat Pietercil heeft laten blijken de capaciteiten van [eiseres] ten volle te willen benutten.

5.9

Onder deze omstandigheden moet naar het oordeel van de kantonrechter het belang van [eiseres] zwaarder wegen dan het belang van Pietercil en wordt [eiseres] onder omstandigheden onbillijk benadeeld door haar aan het relatie- en concurrentiebeding te houden. Bij Aspire kan [eiseres] zich immers verder ontwikkelen, terwijl onvoldoende is gebleken dat zij dat bij Pietercil tenminste in gelijke mate ook kan.

5.10

Conclusie van het voorgaande is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] zal toewijzen, met dien verstande dat het meer in het karakter van deze kort geding procedure ligt besloten dat het relatie- en concurrentiebeding wordt geschorst dan dat het buiten werking wordt gesteld, in afwachting van de uitkomst van een nog te voeren bodemprocedure. De vordering tot buiten werking stellen dan wel schorsing van het aan het relatie- en concurrentiebeding gekoppelde boetebeding zal overigens worden afgewezen, omdat het boetebeding ook ziet op de geheimhoudingsverplichtingen van [eiseres] en deze blijven onverminderd in stand.

5.11

Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal Pietercil worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing ex artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

De kantonrechter:

1. schorst het relatie- en concurrentiebeding, zoals opgenomen in artikel 5.2 van de arbeidsovereenkomst d.d. 21 november 2014, totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan over een verzoek ex artikel 7:653 BW;

2. veroordeelt Pietercil in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , begroot op
€ 575,31, waarvan € 400,- aan salaris gemachtigde;

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4. wijst het meer of andere gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W.D. Bom, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.