Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:317

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-01-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 7775
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2017:2309, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van aftrekbare zorgkosten. Ook is niet gebleken dat verweerder de ingehouden loonheffing onjuist heeft berekend. De rechtbank is voorts van oordeel dat eiser geen recht heeft op vergoeding voor uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten van 21 jaar of ouder en de jonggehandicaptenkorting. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat verweerder van een onjuist bedrag aan restant persoonsgebonden aftrek is uitgegaan.

Wetsverwijzingen
Wet inkomstenbelasting 2001 6.25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/718
FutD 2017-0809
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 16/7775

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

17 januari 2017 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [kantoorplaats] , verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 22 augustus 2016 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2014 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2017. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 19 december 2016 naar het adres [adres] te [woonplaats] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 20 december 2016 op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 1] en [persoon 2] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft voor het jaar 2014 aangifte IB/PVV gedaan. Daarbij heeft eiser een bedrag van € 5.855 aan ingehouden loonheffing vermeld, € 2.100 in aftrek gebracht voor specifieke zorgkosten en € 2.100 in aftrek gebracht voor uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten van 21 jaar of ouder. Ook heeft eiser aangegeven dat het restant persoonsgebonden aftrek over vorige jaren € 4.000 bedraagt en heeft hij aangegeven dat hij recht heeft op de alleenstaandeouderkorting en de jonggehandicaptenkorting.

2. Bij het vaststellen van de aanslag is verweerder met een bedrag van € 1.365 afgeweken van de door eiser aangegeven loonheffing, zijn de door eiser aangegeven specifieke zorgkosten en uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten niet geaccepteerd, is met een bedrag van € 3.271 afgeweken van het restant persoonsgebonden aftrek over vorige jaren en is de door eiser verzochte jonggehandicaptenkorting niet verleend. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is vastgesteld op € 17.458 en tevens is € 11 aan belastingrente vergoed. Uit de aanslag volgt dat eiser recht heeft op een teruggave van € 644.

3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

4. In geschil is of de aanslag tot het juiste bedrag is vastgesteld en of tot het juiste bedrag belastingrente is vergoed.

5. Eiser stelt in het bijzonder dat zijn zoon diabetisch patiënt is en dat hij kosten heeft gemaakt die verband houden met de ziekte van zijn zoon, zoals reiskosten en kosten voor boodschappen. Het is voor eiser echter onmogelijk om bewijsstukken te overleggen, omdat hij deze kosten dagelijks maakt.

6. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanslag naar het juiste bedrag is vastgesteld.

7. De rechtbank overweegt allereerst dat niet is gebleken dat verweerder de ingehouden loonheffing onjuist heeft berekend.

8. Met betrekking tot de specifieke zorgkosten heeft verweerder zich in beroep nader op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde reiskosten voor aftrek in aanmerking komen. Omdat een nadere specificatie hieromtrent ontbreekt, heeft verweerder de reiskosten geschat op in totaal € 100. Vanwege de van toepassing zijnde drempel, leidt dit echter nog niet tot aftrek. Met betrekking tot de overige uitgaven voor specifieke zorgkosten rust op eiser de bewijslast om aannemelijk te maken dat hij aan de voorwaarden voor aftrek voldoet. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser niet in deze op hem rustende bewijslast geslaagd. Eiser heeft immers geen bewijsstukken, zoals rekeningen en/of betaalbewijzen, overgelegd waaruit blijkt dat hij in 2014 specifieke zorgkosten heeft gemaakt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij specifieke zorgkosten over het jaar 2014 heeft gemaakt die uitkomen boven de voor hem geldende drempel voor dat jaar.

9. In artikel 6.25, eerste lid, van de Wet IB 2001 is bepaald dat weekenduitgaven voor gehandicapten de extra uitgaven zijn die door een belastingplichtige worden gedaan om zijn ernstig gehandicapte kind te verzorgen, mits dit kind 21 jaar of ouder is en doorgaans in een inrichting verblijft. Nu de zoon van eiser jonger is dan 21 jaar en op hetzelfde adres als eiser woonachtig is, heeft eiser geen recht op vergoeding voor uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten van 21 jaar of ouder.

10. Voorts is de rechtbank van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder van een onjuist bedrag aan restant persoonsgebonden aftrek is uitgegaan.

11. Op grond van artikel 8.16a van de Wet IB 2001 geldt de jonggehandicaptenkorting voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) recht heeft op toekenning van een uitkering of op arbeidsondersteuning, tenzij voor hem de ouderkorting geldt. Niet gebleken is dat eiser recht heeft op een uitkering of op arbeidsondersteuning op grond van de Wet Wajong, zodat naar het oordeel van de rechtbank verweerder de jonggehandicaptenkorting terecht niet heeft verleend.

12. Eiser heeft geen afzonderlijke gronden ingediend tegen de berekening van de belastingrente. Niet gebleken is dat de belastingrente tot een te laag bedrag is berekend.

13. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Habetian, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.