Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:307

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-01-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 7064
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2017:1939, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van aftrekbare zorgkosten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/719
FutD 2017-0808
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 16/7064

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

16 januari 2017 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [kantoorplaats], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 25 juli 2016 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2013 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2017. Eiser is niet verschenen.

Eiser heeft buiten de daarvoor geldende termijn tweemaal een verzoek om uitstel van de zitting ingediend. Die verzoeken zijn afgewezen, omdat de reden waarom eiser om uitstel heeft gevraagd niet kan worden aangemerkt als een uitzonderlijke omstandigheid. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft voor het jaar 2013 aangifte IB/PVV gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.736. Daarbij heeft eiser € 4.612 in aftrek gebracht voor specifieke zorgkosten.

2. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder de aftrek voor specifieke zorgkosten niet geaccepteerd. Het belastbaar inkomen is derhalve vastgesteld op € 13.348 en daarbij is tevens € 116 aan belastingrente in rekening gebracht.

3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

4. In geschil is of de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd en of tot het juiste bedrag belastingrente in rekening is gebracht. Meer in het bijzonder is in geschil of verweerder de onder 1 genoemde specifieke zorgkosten terecht niet in aftrek heeft toegelaten.

5. Eiser heeft aangevoerd dat de aftrek van specifieke zorgkosten ten onrechte is geweigerd.

6. De bewijslast dat sprake is van aftrekbare zorgkosten rust op eiser. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser niet in deze op hem rustende bewijslast geslaagd. Eiser heeft immers - ondanks daartoe door verweerder enkele malen in de gelegenheid te zijn gesteld - geen bewijsstukken, zoals rekeningen en/of betaalbewijzen, overgelegd waaruit blijkt dat hij in 2013 specifieke zorgkosten heeft gemaakt. Derhalve kan niet worden vastgesteld of de door eiser opgevoerde specifieke zorgkosten voor aftrek in aanmerking komen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank de specifieke zorgkosten dan ook terecht niet in aftrek geaccepteerd.

7. Eiser heeft geen afzonderlijke gronden ingediend tegen de berekening van de belastingrente. Niet gebleken is dat de belastingrente ten onrechte of tot een te hoog bedrag is berekend.

8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Habetian, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.