Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:2723

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
C-09-528217-KG ZA 17-289 (2)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Uitwerking van verkort vonnis, waarin de vorderingen van eisers (154 kiesgerechtigde Nederlanders, woonachtig in het buitenland) betreffende een verlenging van de termijn waarop hun stemdocumenten voor de komende Tweede Kamerverkiezingen dienen te zijn ontvangen, zijn afgewezen.

De Staat heeft zich gehouden aan de procedure zoals neergelegd in de Kieswet. Vanwege ingestelde beroepen tegen beslissingen ten aanzien van de geldigheid van de kandidatenlijsten, waren er slechts ruim drie weken beschikbaar voor de verzending en het terugzenden van de stukken. Dat is een zeer korte termijn die niet in alle gevallen haalbaar zal zijn, maar dat is een uitdrukkelijke keuze geweest van de wetgever. Het is niet aan de voorzieningenrechter om de wettelijke termijnen aan te passen. Voor zover de late ontvangst van de stembescheiden wordt veroorzaakt door problemen bij de bezorging van post in de verschillende landen, geldt dat dit niet voor rekening en risico van de Staat komt. De Staat heeft er in de communicatie naar eisers ook uitdrukkelijk op gewezen dat het risico voor te late ontvangst van de stukken of te late aankomst van de verzonden stukken geheel bij de kiesgerechtigde ligt, die ook voor een andere wijze van stemmen kan kiezen. zie ook ecli:nl:rbdha:2017:2236

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/528217 / KG ZA 17/289

Vonnis in kort geding van 9 maart 2017

in de zaak van

[A] ,

wonende te [plaats] ( [land] ),

en 153 anderen, zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte bijlage,

eisers,

advocaten mrs. W. Knibbeler, A.A.J. Pliego Selie en P.D. van den Berg te Amsterdam,

tegen:

  1. de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Buitenlandse Zaken), zetelende te Den Haag,

  2. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Den Haag,

zetelende te Den Haag,

gedaagden,

advocaat mr. J. Bootsma te Den Haag.

Gedaagden worden hierna ieder afzonderlijk aangeduid als ‘de Staat’ en ‘de Gemeente’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding en de door eisers overgelegde producties;

- de door gedaagden overgelegde producties;

- de op 7 maart 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door zowel eisers als gedaagden pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Op 9 maart 2017 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Op 15 maart 2017 vinden de verkiezingen plaats van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: de verkiezingen).

2.2.

Eisers zijn allen Nederlanders die hun woonplaats hebben in het buitenland. Zij hebben zich als kiezer geregistreerd voor de verkiezingen. Zij dienden daarbij een keuze te maken uit drie stemmogelijkheden, te weten stemmen met een kiezerspas in Nederland, stemmen via een volmacht of stemmen per brief. Eisers hebben allen voor gekozen voor de laatstgenoemde optie.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen – zakelijk weergegeven –:

  1. te bevelen dat de vertegenwoordigingen van de Staat in het buitenland de door hen ontvangen stemdocumenten van kiesgerechtigden, voorzien van een poststempel tot en met uiterlijk 15 maart 2017, onverwijld per consulaire post doorsturen naar de Burgemeester;

  2. te bevelen dat de Burgemeester de door hem – direct of indirect ten gevolge van het onder 1 bepaalde – ontvangen (voldoende gefrankeerde) stemdocumenten van kiesgerechtigden in het buitenland, bewaart en apart houdt, voor zover deze door hem zijn ontvangen tussen 15 maart 2017 15.00 u en 23 maart 2017 17.00 u en voorzien zijn van een poststempel van uiterlijk 15 maart 2017 lokale tijd;

  3. te bevelen dat de Burgemeester en Wethouders van Den Haag uiterlijk op 16 maart 2017 een briefstembureau aanwijzen (in de zin van artikel M 9 Kieswet), dat op 24 maart 2017 vanaf 09.00 uur in functie is teneinde de onder 2 bedoelde stemdocumenten te onderwerpen aan de stemopnemingsprocedure als neergelegd in hoofdstuk N Kieswet;

  4. te bevelen dat de Burgemeester de onder 2 bedoelde stemdocumenten op 24 maart 2017 om 09.00 uur overhandigt aan het onder 3 bedoelde stembureau;

  5. te bevelen dat dit stembureau vervolgens zo spoedig mogelijk ten aanzien van de ter hand gestelde stemdocumenten de stemopnemingsprocedure van hoofdstuk N Kieswet volgt, met dien verstande dat in afwijking van artikel N 11 het proces-verbaal en de verzegelde pakken onverwijld naar het centraal stembureau worden overgebracht;

  6. te bevelen dat het centraal stembureau niet met de werkzaamheden bedoeld in artikel P 1 Kieswet aanvangt dan nadat het onder 4 bedoelde proces-verbaal is ontvangen;

  7. te bevelen dat deze maatregelen en de concrete administratieve uitvoering daarvan door de Staat of de Burgemeester bekend dienen te worden gemaakt en (ten minste) twaalf uur na de uitspraak dienen te worden gecommuniceerd via de gebruikelijk kanalen (waaronder de websites van gedaagden die informatie bevatten over stemmen in het buitenland) en middels de beschikbare e-mailadressen van de kiesgerechtigden in het buitenland die bij registratie hebben aangegeven per brief te willen stemmen;

en/of andere in goede justitie te bepalen maatregelen te treffen die de uitoefening van het actieve kiesrecht van eisers ter zake van de verkiezingen effectief garanderen.

3.2.

Daartoe voeren eisers – samengevat – het volgende aan. Als gevolg van het onzorgvuldig handelen van gedaagden heeft geen van eisers tijdig alle benodigde bescheiden om te kunnen stemmen per brief, ontvangen. Op 5 maart 2017 had nog geen van hen al de benodigde documenten in zijn of haar bezit, terwijl de termijn om deze documenten te retourneren al verloopt op 15 maart 2017. Dit is te wijten aan het feit dat gedaagden veel later dan ongeveer zes weken voor de verkiezingen – de termijn die zij naar eisers hebben gecommuniceerd – de stembescheiden hebben verzonden. Gedaagden hadden alle stemdocumenten, met uitzondering van het stembiljet, veel eerder, te weten direct nadat eisers zich hadden geregistreerd, kunnen en moeten verzenden. Het stembiljet had daarna eenvoudig per e-mail kunnen worden nagezonden. Nu gedaagden desondanks vasthouden aan de in de Kieswet opgenomen termijn, waarbinnen de stemdocumenten dienen te zijn ontvangen, zijn eisers niet in staat een geldige stem uit te brengen, althans bestaat daarop een aanzienlijke risico. Hiermee wordt aan eisers effectief het kiesrecht ontzegd en dit levert een schending op van artikel 4 Grondwet en artikel 3 Eerste Protocol EVRM. Hiervoor is geen aanvaardbare rechtvaardiging denkbaar. Voor zover artikel M 8 van de Kieswet een obstakel vormt om (dreigend) onrechtmatig handelen te voorkomen, dient die bepaling in dit geval buiten toepassing te worden gelaten jegens eiseressen. Een belangenafweging valt ook uit in het voordeel van eisers. Zij hebben een groot belang om gebruik te kunnen maken van hun kiesrecht, terwijl de impact van de gevorderde maatregelen op het verkiezingsproces beperkt is. Dit resulteert in een vertraging van slechts enkele dagen ten opzichte van de huidige planning en heeft geen ingrijpende gevolgen.

3.3.

Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

In artikel 59 van de Grondwet is bepaald dat alles wat verder het kiesrecht en de verkiezingen betreft, bij wet (in formele zin) wordt geregeld. Deze regeling is opgenomen in de Kieswet. De Kieswet bepaalt hoe een stem geldig kan worden uitgebracht. Zoals de Staat terecht heeft aangevoerd, is het voor een goed en eerlijk verloop van de verkiezingen van belang dat de regeling van de Kieswet nauwgezet wordt gevolgd en dat niet buiten de formele wetgever om, de regels worden aangepast.

4.2.

De Kieswet bevat een regeling voor de uitoefening van het stemrecht door in het buitenland woonachtige kiesgerechtigde Nederlanders (hierna: ‘de kiesgerechtigden’). Zij kunnen (net als in Nederland woonachtige kiesgerechtigden) hun stem persoonlijk of bij volmacht in Nederland uitbrengen. Daarnaast bestaat voor hen de mogelijkheid om vanuit het buitenland per brief te stemmen.

4.3.

Het onderhavige geschil ziet op de groep kiesgerechtigden die hun stem per brief willen uitbrengen.

4.4.

In de Kieswet is de procedure voor het stemmen per brief vastgelegd. Deze procedure ziet er als volgt uit.

De kiesgerechtigde dient een schriftelijk verzoek in om als kiesgerechtigde te worden geregistreerd. Dit verzoek kan op zijn vroegst zes maanden voor de verkiezingen en uiterlijk zes weken voor de verkiezingen worden gedaan. Bij dit verzoek dient de kiesgerechtigde aan te geven of hij per brief wil stemmen. De Burgemeester van Den Haag verzendt aan de kiesgerechtigde (artikel M 6 Kieswet):

a. een stembiljet;
b. een geadresseerde retourenveloppe;

c. het briefstembewijs;
d. een enveloppe voor het stembiljet;
e. een handleiding voor de kiezer.
Verzending van de onder b tot en met e genoemde stukken geschiedt per post. Voor wat betreft het stembiljet kunnen de kiesgerechtigden kiezen voor verzending per post of per e-mail.

4.5.

Uiteraard kan het stembiljet pas worden verzonden nadat de kandidatenlijst voor de verkiezingen definitief is vastgesteld. In de Kieswet is, om zoveel mogelijk mensen in de gelegenheid te stellen zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen, opgenomen dat de kandidaatstelling pas circa zes weken voor de verkiezingen plaatsvindt, te weten op de maandag in de periode van 30 januari tot en met 5 februari of (ingeval van een schrikkeljaar) 31 januari tot en met 6 februari. Voor deze verkiezingen was deze datum 30 januari 2017. Op de dag daarna houdt het centraal stembureau een zitting waarin zij de kandidatenlijsten onderzoekt. Op de derde dag na deze zitting beslist het centraal stembureau over de geldigheid van de kandidatenlijsten. Tegen een beschikking dat een kandidatenlijst ongeldig is kan binnen vier dagen beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), die op de zesde dag na ontvangst van het beroep uitspraak doet. Pas na de datum van uitspraak van de ABRvS is de kandidatenlijst definitief en kunnen de stembiljetten worden gedrukt.

4.6.

Dit betekent dat de stembiljetten op zijn vroegst (namelijk in het zich hier niet voordoende geval dat alle lijsten geldig zouden zijn verklaard dan wel er tegen beslissingen over de geldigheid geen beroep zou zijn ingesteld) rond 4 februari 2017 hadden kunnen worden gedrukt. In casu zijn er echter wel beroepschriften tegen de geldigheidsbeslissingen ontvangen. Daarop is door de ABRvS op 13 februari 2017 (derhalve binnen de daarvoor geldende termijn) beslist, zodat de kandidatenlijst toen pas definitief was en het stembiljet kon worden gedrukt. Dat is meteen gebeurd, waarna de stembiljetten op 14 februari 2017 per email en op 21 februari 2017 per post zijn verzonden. Daarbij heeft de Staat er voor gekozen om aan die kiesgerechtigden die hadden aangegeven het stembiljet per email te willen ontvangen, de overige bescheiden al begin januari en begin februari 2017 te sturen Aan die kiesgerechtigden die er voor hebben gekozen om het stembiljet per post te ontvangen, zijn de stembescheiden, samen met het stembiljet, in een keer per post verzonden. Daarmee heeft de Staat zich volledig gehouden aan de procedure zoals deze is neergelegd in de Kieswet.

4.7.

Inherent aan deze procedure is dat wanneer er beroep wordt ingesteld, zoals deze keer het geval was, tegen de beslissing ten aanzien van de geldigheid van de kandidatenlijst, deze kandidatenlijst pas ruim vier weken voor de verkiezingen kan worden vastgesteld. Daardoor waren er, vanwege de tijd die nog nodig is voor het drukken van de biljetten, in dit geval slechts ruim drie weken beschikbaar voor de verzending en het terugzenden van de stukken. Dit is een zeer korte termijn die niet in alle gevallen haalbaar zal zijn. Dit is echter een uitdrukkelijke keuze geweest van de wetgever. Voor zover eisers betogen dat de voorzieningenrechter in dit geval de bepalingen van de Kieswet buiten toepassing zou moeten laten, geldt dat daarbij door de burgerlijke rechter, laat staan de voorzieningenrechter in kort geding, een grote mate van terughoudendheid moet worden betracht. Daarvoor is slechts plaats indien toepassing van de regels onmiskenbaar in strijd is met regels van hogere orde. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.

4.8.

Daarbij is allereerst van belang dat Staten (naar vaste jurisprudentie van het EHRM) een grote beoordelingsvrijheid hebben bij de vormgeving van de procedure voor verkiezingen. Binnen die beoordelingsvrijheid valt ook de keuze om in het buitenland wonende personen in het geheel geen stemrecht te geven. Van een schending van artikel 4 van de Grondwet en artikel 3 van het Eerste Protocol EVRM, zoals eisers stellen is, ook als niet alle kiesgerechtigden hun stem op tijd kunnen uitbrengen, dan ook geen sprake. Enkele decennia geleden is, om in het buitenland wonende kiesgerechtigden, tegemoet te komen, in Nederland naast de mogelijkheden die er al waren, te weten de mogelijkheid om zelf of per volmacht in Nederland te stemmen, de mogelijkheid ingevoerd om per brief te stemmen. Daaraan is, na evaluatie van de vorige verkiezingen de mogelijkheid toegevoegd om het stembiljet per e-mail verzonden te krijgen. De wetgever heeft er echter uitdrukkelijk voor gekozen de geldende strakke termijnen van de Kieswet hiervoor niet aan te passen. Het is niet aan de voorzieningenrechter om die termijnen aan te passen door in afwijking van het bepaalde in de Kieswet dat de uit het buitenland afkomstige stembiljetten uiterlijk op de dag van de stemming om vijftien uur in het bezit dienen te zijn van de Burgemeester van Den Haag, te bepalen dat ook die stemdocumenten die later (maar wel voor 23 maart 2017) binnen komen maar die voorzien zijn van een poststempel tot en met uiterlijk 15 maart 2017, toch worden meegenomen in de verkiezingsuitslag.

4.9.

Daaraan doet niet af dat een (groot) aantal kiesgerechtigden de stembescheiden op de datum van de zitting op 7 maart 2017 nog niet had ontvangen. Voor diegenen die hebben gekozen voor verzending per post geldt dat aan hen (zie bijlage 5 van de Staat) in verband met de geldende termijnen uitdrukkelijk is aangeraden om te kiezen voor ontvangst van het stembiljet per email. Weliswaar vermeldt de betreffende informatie dat zes weken voor de verkiezingen bekend is hoe het stembiljet er uit ziet en dat het stembiljet de dag erna aan hen kan worden gemaild, maar het had hen bekend kunnen zijn dat deze termijn, in geval er beroep tegen de geldigheid van de kandidatenlijst zou worden ingesteld, korter zou kunnen worden. Dit volgt immers rechtstreeks uit de Kieswet en ook bij de vorige verkiezingen heeft dit tot een latere verzending van de stembescheiden geleid. Dit heeft er toe geleid dat na evaluatie de mogelijkheid is geschapen om het stembiljet per email te ontvangen. Voor zover de late ontvangst van de stembescheiden wordt veroorzaakt door problemen bij de bezorging van post in de verschillende landen, geldt dat dit niet voor rekening en risico van de Staat komt. In de communicatie is er uitdrukkelijk op gewezen dat het risico voor te late ontvangst van de stukken of te late aankomst van de verzonden stukken, geheel bij de kiesgerechtigde ligt, met vermelding van de redenen daarvoor. Overigens zou het in de meeste gevallen ook bij verzending van de bescheiden op 14 februari en 21 februari 2017 nog mogelijk moeten zijn de stembescheiden tijdig aan te leveren bij de Burgemeester van Den Haag. In dat kader heeft de Staat ter zitting onweersproken gesteld dat op dat moment al 60% van de stemmen van de geregistreerde kiesgerechtigden uit het buitenland binnen was.

4.10.

De beperkte nazendingen van de stembescheiden die volgens gedaagden hebben plaatsgevonden op 27 februari 2017 en 3 maart 2017 waren kennelijk het gevolg van zeer late registraties dan wel onvolledigheden of onjuistheden daarbij, die pas laat door de betreffende kiesgerechtigde zijn hersteld. Voor zover zich onder eisers personen bevinden bij wie dit het geval is geweest, heeft te gelden dat dit omstandigheden zijn die voor eigen risico van de betreffende kiesgerechtigde komen en die niet aan gedaagden kunnen worden verweten.

4.11.

Eisers hebben voorts enkele opmerkingen gemaakt over de verzending van de overige stemdocumenten, niet zijnde het stembiljet, maar die kunnen ook niet leiden tot toewijzing van het gevorderde. In het geval van een keuze voor ontvangst van het stembiljet per post, valt niet in te zien waarom de overige stemdocumenten reeds voordien apart per post hadden moeten worden verzonden. Alle documenten tezamen zijn immers nodig om een geldige stem uit te kunnen brengen. De keuze om deze stukken in één pakket en niet in verschillende pakketten te verzenden, acht de voorzieningenrechter dan ook alleszins gerechtvaardigd. Wellicht had een deel van deze groep nadat duidelijk was dat er beroep was ingesteld tegen de geldigheidsbeslissingen ten aanzien van de kandidatenlijst, alsnog willen kiezen voor verzending van het stembiljet per email en was het in dat geval prettig geweest als zij de overige bescheiden dan al in hun bezit hadden gehad, maar dat dat niet het geval was is een gevolg van een door hen bewust gemaakte keuze. Verder valt de verzending per post begin januari en begin februari 2017 van de overige stemdocumenten, niet zijnde het stembiljet, naar de kiesgerechtigden die hebben gekozen voor ontvangst van het stembiljet per e-mail, zonder meer binnen de grenzen van de wet. Dit is bovendien conform hetgeen door gedaagden is gecommuniceerd daarover en deels nog ruim voor die termijn van ongeveer zes weken voor de verkiezingen. Gedaagden hebben terecht opgemerkt dat een niet tijdige postbezorging en de door eisers gemaakte keuze voor deze wijze van stemmen niet aan gedaagden kan worden tegengeworpen.

4.12.

Alhoewel het zeer te betreuren valt als zou blijken dat eisers uiteindelijk niet in staat zullen zijn hun actieve kiesrecht uit te oefenen, hetgeen onbetwist een fundamenteel recht is in een democratische rechtstaat, is dat – als dit zich zal voordoen – niet te wijten aan de (toepassing van) de wettelijke regeling. Voor een belangenafweging is geen plaats, nog daargelaten of die uitvalt in het voordeel van eisers, zoals zij stellen, maar hetgeen gedaagden gemotiveerd hebben betwist. De vorderingen zijn daarom niet vatbaar voor toewijzing in dit geding.

4.13.

Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt eisers om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan gedaagden te betalen, tot dusverre aan de zijde van gedaagden begroot op € 1.434,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 618,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat eisers bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zijn;

- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2017.

ts