Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:2720

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-03-2017
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
C/09/504802 / HA ZA 16-139
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

IE-zaak. Telecom octrooi. Standaard-essentieel. Zaak aangehouden omdat octrooi is vernietigd in andere procedure. Enka/ Dupont.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BIE 2017/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/504802 / HA ZA 16-139

Vonnis van 22 maart 2017

in de zaak van

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE PHILIPS N.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres in de hoofdzaak en in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk (voorheen mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te Den Haag),

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

ARCHOS S.A.,

gevestigd te Igny (Frankrijk),

gedaagde in de hoofdzaak en verweerster in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening,

advocaat mr. F.W. Gerritzen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Philips en Archos genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 15 oktober 2015 waarbij verlof is verleend te dagvaarden volgens de regeling voor de versnelde bodemprocedure in octrooizaken,

  • -

    de dagvaarding van 19 oktober 2015,

  • -

    de akte houdende overlegging producties van 1 juni 2016 met producties EP1 t/m 13,

  • -

    de conclusie van antwoord in hoofdzaak, tevens conclusie van antwoord in incident van 10 augustus 2016, met producties GP1 t/m 21,

  • -

    de akte houdende overlegging productie tevens voorwaardelijke wijziging van de grondslag van eis met roldatum 13 januari 2017, met productie EP14,

  • -

    de akte houdende overlegging producties met roldatum 13 januari 2017 van Philips, met producties EP15 t/m 17,

  • -

    de e-mail van 1 december 2016 van mr. Van den Broek waarin hij bericht dat partijen in deze zaak en in de zaak met nummer 504804 een afspraak hebben gemaakt over de proceskosten m.b.t. de niet-FRAND gerelateerde onderwerpen en dat de in verband hiermee gemaakte kosten worden gesteld op € 75.000,- per procedure,
    - emails van 22 en 23 december 2016 aangaande proceskosten in verschillende procedures (Archos),

  • -

    een email van 23 december 2016 aangaande proceskosten in verschillende procedures (Philips),

  • -

    het pleidooi dat conform afspraak met partijen in twee delen heeft plaatsgevonden, zoals na te melden.

1.2.

Op 18 november 2016 is gepleit over de FRAND1-verweren/stellingen in deze zaak en in drie andere bij deze rechtbank aanhangige procedures tussen partijen (de VRO2-procedures Philips/ Archos 504791 en 504804 en de FRAND-procedure Archos/ Philips 505587). Vooraf is afgesproken met partijen dat zij in beginsel de FRAND-verweren/stellingen (en bijbehorende producties) in alle hiervoor vermelde zaken als herhaald en ingelast respectievelijk ingediend zullen beschouwen. Partijen hebben hun standpunten doen bepleiten, Philips door mrs. B.J. van den Broek en R.J.F. Grijpink, advocaten te Amsterdam, Archos door mr. Gerritzen voornoemd en zijn kantoorgenoot mr. J. Klopper. Zij hebben daarbij pleitnotities overgelegd (waarbij Archos nr. 6.11 niet heeft gepleit). Door Archos is een behandeling met gesloten deuren gevraagd voor zover het door haar opgegeven en niet publiek bekende marges en prijsinformatie betreft omdat dit bedrijfsgeheimen zijn. Philips heeft aangegeven daar geen bezwaar tegen te hebben. De rechtbank heeft het verzoek in die vorm toegewezen en de aanwezigen van partijen die daarvan kennis hebben genomen en zullen nemen erop gewezen dat zij een plicht tot geheimhouding hebben ex artikel 29 lid 1 Rv3. Omdat er publiek aanwezig was in de zaal, heeft Philips de bedragen genoemd in nr. 120 van de pleitnota en die bedrijfsgeheimen van Archos betroffen, niet uitgesproken. Deze zijn met instemming van Archos als voorgedragen beschouwd.

1.3.

Op 13 januari 2017 is gepleit over de niet FRAND-gerelateerde inbreukaspecten terzake het octrooi EP 1 623 511 (hierna: het octrooi of EP 511). De standpunten zijn voor Philips bepleit door mr. van den Broek voornoemd en voor Archos door mr. Gerritzen voornoemd. Partijen hebben pleitnotities overgelegd.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Philips is houdster van octrooien die zij essentieel acht voor de technische standaarden UMTS4 (3G) en LTE5 (4G) voor mobiele communicatie. Philips heeft bij de standaardisatie-organisatie ETSI6 deze octrooien als essentieel aangemeld, en heeft zich er schriftelijk toe verbonden deze octrooien op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende (FRAND) voorwaarden in licentie te geven, overeenkomstig ETSI’s IPR Policy.

2.2.

Bij brief van 5 juni 2014 heeft Philips haar UMTS- en LTE-octrooiportfolio en licentieprogramma bij Archos onder de aandacht gebracht, zich daarbij op het standpunt stellend dat Archos diverse mobiele communicatie-apparaten fabriceert of verhandelt die inbreuk maken op één of meer van haar UMTS/LTE-octrooien. Vervolgens hebben diverse besprekingen tussen partijen plaatsgevonden. Bij brief van 28 juli 2015 heeft Philips aan Archos een concept-licentieovereenkomst gezonden. Een licentieovereenkomst is niet tot stand gekomen.

2.3.

Eind 2015 is Philips inbreukprocedures gestart bij deze rechtbank ter zake haar octrooien EP 511 (deze zaak), EP 1 440 525 (EP 525) en EP 1 685 659 (EP 659)7. Deze octrooien zijn aangemeld als essentieel voor de zogenaamde HSDPA/HSUPA8-optie binnen de UMTS-standaard, waarmee een snelle dataoverdracht kan worden gerealiseerd (ook wel aangeduid met 3.5G of 3G+).

2.4.

EP 511 met de titel “Communication System”, is verleend op 7 maart 2007 op een aanvraag van 20 april 2004, met een beroep op prioriteitsdatum 3 mei 2003 van GB 0310289. Het octrooi kent 44 conclusies, waarvan de onafhankelijke conclusie 1 en de daarvan afhankelijke conclusies 2 tot en met 22 zien op een radio station, onafhankelijke conclusie 23 op een radio systeem en onafhankelijke conclusie 24 en de daarvan afhankelijke conclusies 25 tot en met 44 betrekking hebben op een werkwijze. Conclusies 1, 9, 10, 12, 19, 23, 24, 32, 33, 35 en 41 van EP 511 luiden in de oorspronkelijke Engelse taal:

1. A radio station (100) comprising transmitter means (110) for transmitting over a channel in a predetermined time period (0 to tF) a data block comprising information symbols (I) and parity check symbols (C) and control means (150) responsive to an indication of a reduction in channel quality according to a first criterion for decreasing the data transmit power and responsive to an indication within the predetermined time period of an increase in channel quality according to a second criterion for increasing the data transmit power.

9. A radio station as claimed in any of claims 1 to 8, wherein the indication of a reduction in channel quality according to the first criterion is an indication to increase transmit power above a predetermined threshold (P2).

10. A radio station as claimed in claim 9, wherein the indication to increase transmit power is a received command.

12. A radio station as claimed in any of claims 1 to 10, wherein the transmitter means (110) is further adapted to, in the time period between the first criterion being met and the second criterion being met, transmit a control signal at a variable transmit power responsive to received power control commands, and wherein the second criterion is the transmit power of the control signal becoming equal or less than the transmit power of the control signal when the first criterion was met.

19. A radio station as claimed in any preceding claim, wherein the transmission of the data block takes place on a plurality of data signals simultaneously, and the decrease and increase in data transmit power takes place on at least one of the data signals.

23. A radio communication system comprising at least one radio station (100) as claimed in any of claims 1 to 21.

24. A method of operating a radio communication system (100, 200), comprising, at a first radio station (100), transmitting (500) over a channel in a predetermined time period (510, 550) to a second radio station (200) a data block comprising information symbols (I) and parity check symbols (C), and, in response to an indication of a reduction in channel quality according to a first criterion (520), decreasing the data transmit power (530) and, in response to an indication within the predetermined time period (550) of an increase in channel quality according to a second criterion (560), increasing the data transmit power (570).

32. A method as claimed in any of claims 24 to 31, wherein the indication of a reduction in channel quality according to the first criterion is an indication to increase transmit power above a predetermined threshold (P2).

33. A method as claimed in claim 32, wherein the indication to increase transmit power is a received command.

35. A method as claimed in any of claims 24 to 33, further comprising transmitting in the time period between the first criterion being met and the second criterion being met a control signal at a variable transmit power responsive to received power control commands, and wherein the second criterion is the transmit power of the control signal becoming equal or less than the transmit power of the control signal when the first criterion was met.

41. A method as claimed in any of claims 24 to 40, wherein the transmission of the data block takes place on a plurality of data signals simultaneously, and the decrease and increase in data transmit power takes place on at least one of the data signals.

2.5.

In de onbestreden Nederlandse vertaling luiden deze conclusies:

1. Radiostation (100) dat zendmiddelen (110) omvat voor het over een kanaal verzenden van een datablok in een vooraf vastgestelde tijdperiode (0 tot tF), welk datablok informatiesymbolen (I) omvat en pariteitchecksymbolen (C), en regelmiddelen (150) die reageren op een aanwijzing van een teruggang in kanaalkwaliteit volgens een eerste criterium voor het reduceren van het datazendvermogen en die reageren op een aanwijzing binnen de vooraf vastgestelde tijdperiode van een verhoging in kanaalkwaliteit volgens een tweede criterium voor het verhogen van het datazendvermogen.

9. Radiostation volgens een van de conclusies 1 tot en met 8, waarin de aanwijzing van een teruggang in kanaalkwaliteit volgens het eerste criterium een aanwijzing is om het zendvermogen boven een vooraf vastgestelde drempel (P2) te verhogen.

10. Radiostation volgens conclusie 9, waarin de aanwijzing om het zendvermogen te verhogen een ontvangen commando is.

12. Radiostation volgens een van de conclusies 1 tot en met 10, waarin de

zendmiddelen (110) verder zijn ingericht om in de tijdperiode tussen het voldoen aan het eerste criterium en het voldoen aan het tweede criterium, een regelsignaal te verzenden met een variabel zendvermogen in reactie op ontvangen vermogen regelcommando' s, en waarin het tweede criterium is dat het zendvermogen van het regelsignaal gelijk wordt aan of lager wordt dan het zendvermogen van het regelsignaal toen werd voldaan aan het eerste criterium.

19. Radiostation volgens een van de voorgaande conclusies, waarin de verzending van het datablok tegelijk plaatsvindt op een aantal datasignalen, en de verlaging en verhoging in datazendvermogen plaatsvindt van ten minste een van de datasignalen.

23. Radiocommunicatiesysteem omvattende ten minste een radiostation (100) volgens een van de conclusies 1 tot en met 21.

24. Methode voor het werken met een radiocommunicatiesysteem (100, 200), omvattende in een eerste radiostation (100) het verzenden (500) over een kanaal in een vooraf vastgestelde tijdperiode (510, 550) aan een tweede radiostation (200) een datablok dat informatiesymbolen (I) en pariteitchecksymbolen (C) bevat en, in reactie op een aanwijzing van een teruggang in kanaalkwaliteit volgens een eerste criterium (520), het verminderen van het datazendvermogen (530) en, in reactie op een aanwijzing binnen de vooraf vastgestelde tijdperiode (550) van een verhoging van kanaalkwaliteit volgens een tweede criterium (560), het verhogen van het datazendvermogen (570).

32. Methode volgens een van de conclusies 24 tot en met 31, waarin de aanwijzing van een teruggang in kanaalkwaliteit volgens het eerste criterium een aanwijzing is om het zendvermogen tot boven een vooraf vastgestelde drempel (P2) te verhogen.

33. Methode volgens conclusie 32, waarin de aanwijzing om het zendvermogen te verhogen een ontvangen commando is.


35. Methode volgens een van de conclusies 24 tot en met 33, verder omvattend het in de tijdperiode tussen het voldoen aan het eerste criterium en het voldoen aan het tweede criterium verzenden van een regelsignaal met een variabel zendvermogen in reactie op ontvangen vermogenregelcommando's, en waarin het tweede criterium is dat het zendvermogen van het regelsignaal gelijk wordt aan of lager wordt dan het zendvermogen van het regelsignaal toen werd voldaan aan het eerste criterium.

41. Methode volgens een van de conclusies 24 tot en met 40, waarin de verzending van het datablok tegelijk plaatsvindt op een aantal datasignalen, en het verhogen en verlagen van het zendvermogen plaatsvindt op ten minste een van de datasignalen.

2.6.

Philips is terzake van EP 511 bij deze rechtbank ook tegen andere partijen
VRO-procedures gestart, onder meer tegen de buitenlandse rechtspersoon Wiko Sas. In die procedure, met nummer 511922 (hierna: de Wiko-zaak), is een reconventionele vordering tot vernietiging van EP 511 ingesteld, naar aanleiding waarvan Philips een hulpverzoek heeft geformuleerd. Philips beroept zich in de onderhavige procedure voorwaardelijk op hetzelfde hulpverzoek en wel “voor het geval Uw Rechtbank de uitkomst van de Wiko-procedure relevant zou achten voor de onderhavige zaak.”9

2.7.

In het hulpverzoek is aan de laatste zin van conclusie 1 van EP 511 het volgende kenmerk toegevoegd:

“wherein, during operation, after decreasing the transmit power following the first criterion being met and before the second criterion is met, the radio station continues to transmit a control signal with varying power to continue to track changes in channel quality to some extent.”

In de Nederlandse vertaling:

“waarin, tijdens de werking, nadat het zendvermogen is verlaagd nadat voldaan is aan het eerste criterium en voordat wordt voldaan aan het tweede criterium, het radiostation voortgaat met het uitzenden van een regelsignaal met variërend vermogen om de veranderingen in kanaalkwaliteit enigszins te blijven volgen.”

Aan conclusie 24 is een nagenoeg gelijkluidend kenmerk toegevoegd. De overige conclusies zijn ongewijzigd gebleven.

3 Het geschil

3.1.

Philips vordert samengevat - zowel provisioneel als in de hoofdzaak -

i) een verbod op betrokkenheid van Archos bij (directe en/of indirecte) inbreuk op EP 511

en voorts in de hoofdzaak ii) een verklaring voor recht dat de producten van Archos met HSUPA functionaliteit (hierna: Archos-producten) onder de beschermingsomvang van EP 511 vallen, iii) een bevel tot het doen van opgave van de afnemers van Archos-producten

iv) een bevel tot het sturen van een nader omschreven rectificatiebrief aan deze afnemers, alsmede v) een bevel tot vernietiging van (promotiemiddelen voor) Archos-producten, vi) veroordeling van Archos tot vergoeding van bij staat op te maken schade en/of tot afdracht van door Archos genoten winst, vermeerderd met wettelijke rente vii) een bevel tot het afleggen van rekening en verantwoording over de winst viii) veroordeling van Archos tot het betalen van een dwangsom bij niet-nakoming van het hiervoor bedoelde verbod - zowel provisioneel als in de hoofdzaak - en bij niet-nakoming van voornoemde bevelen, met veroordeling van Archos in de op de voet van artikel 1019h Rv te begroten proceskosten in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening en in de hoofdzaak, met uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het vonnis.

3.2.

Philips legt aan haar vorderingen samengevat ten grondslag dat Archos, door het in Nederland aanbieden van mobiele telefoons, smartphones en tablets die voldoen aan het HSUPA-protocol van de UMTS-standaard, inbreuk maakt op de conclusies 1, 9, 10, 12 en 19 en indirecte inbreuk op conclusies 23, 24, 32, 33, 35 en 41 van EP 511, subsidiair op deze conclusies volgens het hulpverzoek, nu die conclusies in dat protocol van de UMTS-standaard worden toegepast.

3.3.

Archos voert ten verwere primair aan dat Philips als SEP10-houder handelt in strijd met de precontractuele goede trouw en misbruik maakt van haar machtspositie en handhavingsbevoegdheid door Archos geen licentie onder FRAND-voorwaarden aan te bieden en Archos in inbreukprocedures te betrekken in weerwil van Archos’ onderhandelingsbereidheid. Subsidiair stelt zij dat Philips de inbreuk niet heeft aangetoond dan wel onvoldoende heeft onderbouwd.

4 De beoordeling

4.1.

Tegelijkertijd met dit vonnis wordt door deze rechtbank vonnis gewezen in de hiervoor genoemde Wiko-zaak, alsook vonnis in de zaak van Philips tegen Asustek Computer Inc. c.s. met nummer 512839 (hierna ook: de Asus-zaak), die eveneens betrekking heeft op EP 511. Philips heeft tegen Wiko en Asus dezelfde vorderingen ingesteld terzake inbreuk op EP 511 als tegen Archos, met een ook overigens inhoudelijk nagenoeg gelijkluidende dagvaarding. Zij heeft zich voorts op een identiek hulpverzoek beroepen. De zaken zijn niet gevoegd, maar de pleidooien in de drie zaken hebben korte tijd na elkaar plaatsgehad en in alle drie de zaken wordt, zoals hiervoor al vermeld, heden vonnis gewezen.

4.2.

In zowel de Wiko- als de Asus-zaak is een reconventionele vordering tot vernietiging van het Nederlands deel van EP 511 ingesteld. Deze rechtbank heeft in beide zaken geoordeeld dat het Nederlands deel van EP 511 zoals verleend niet geldig is. De rechtbank heeft ook de conclusies volgens het hulpverzoek ongeldig geacht en het Nederlandse deel van EP 511 in voornoemde zaken vernietigd. Aangezien de vernietiging van een octrooi derdenwerking heeft en bij een nietig octrooi geen sprake kan zijn van inbreuk daarop (en een aanspraak op een FRAND-licentie onder dat octrooi evenmin aan de orde is), heeft de beslissing tot vernietiging van EP 511 relevantie voor de onderhavige zaak. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

4.3.

In zijn arrest van 13 mei 1988 (Enka/ Dupont)11, heeft de Hoge Raad de regel geformuleerd dat een rechterlijke uitspraak waarbij een octrooi nietig wordt verklaard aan dat octrooi onmiddellijk de werking ontneemt, op voorwaarde dat die uitspraak te zijner tijd in kracht van gewijsde gaat. Die regel geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor het huidige octrooirecht.12 Dit betekent dat, gegeven de beslissing van de rechtbank van heden tot vernietiging van het Nederlands deel van EP 511, thans geen grond bestaat voor toewijzing van Philips’ vorderingen gestoeld op inbreuk op de (al dan niet via het hulpverzoek beperkte) conclusies van dat octrooi (vgl. in dit verband ook Rechtbank

‘s-Gravenhage, 10 november 2010, 354516, Boston Scientific/ Orbusneich)13. Omdat het oordeel van de rechtbank niet onherroepelijk is, zal de rechtbank de hoofdzaak schorsen tot een definitief oordeel over de geldigheid van het Nederlands deel van EP 511 (in de Wiko- en Asuszaak) is verkregen (dan wel totdat partijen de rechtbank voordien gezamenlijk berichten dat de hoofdzaak kan worden afgedaan om reden dat voormelde Wiko- en Asuszaak op andere wijze zijn geëindigd). Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal worden aangehouden.

4.4.

De provisionele vorderingen van Philips zullen gezien het voorgaande worden afgewezen. Philips zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in het incident. Nu het incident nauwelijks meer behelst dan de hoofdzaak, begroot de rechtbank de proceskosten in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening op nihil.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Philips in de proceskosten, aan de zijde van Archos begroot op nihil;

in de hoofdzaak

5.3.

schorst de procedure totdat een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de geldigheid van het Nederlands deel van EP 511 voorhanden is (dan wel totdat partijen de rechtbank voordien gezamenlijk berichten dat de hoofdzaak kan worden afgedaan om reden dat voormelde Wiko- en Asuszaak op andere wijze zijn geëindigd);

5.4.

Verstaat dat de meest gerede partij de zaak alsdan weer op de rol kan plaatsen voor voortprocederen;

5.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman, mr. C.T. Aalbers en mr. ir. J.H.F. de Vries en bij ontstentenis van de voorzitter in het openbaar uitgesproken door de oudste rechter op 22 maart 2017.

1 Fair, Reasonable And Non-Discriminatory ook wel ‘RAND’

2 Versneld regime in octrooizaken

3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

4 Universal Mobile Telecommunications System

5 Long-Term Evolution

6 European Telecommunication Standards Institute

7 Daarnaast is Philips inbreukprocedures jegens Archos (dan wel jegens haar dochteronderneming) gestart in Duitsland en Frankrijk.

8 High Speed Downlink Packet Access/ High Speed Uplink Packet Access.

9 Akte houdende overlegging productie tevens voorwaardelijke wijziging van de grondslag eis

10 Standard-Essential Patent

11 Hoge Raad, 13 mei 1988, ECLI:NL:HR:1988:AC3066, NJ 1988, 953

12 Vgl. Rechtbank Den Haag, 3 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6346 (Jet Set/ Hoffland).

13 Gepubliceerd op IE-forum.nl, IEF 9209