Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:2657

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-03-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
C-09-527621-KG ZA 17-251
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Afwijzing geldvordering van eiseres jegens stichting (en haar bestuurders). Betaling van het gevorderde bedrag door de stichting aan eiseres past niet binnen de doelstelling van de stichting. Ook de stelling van eiseres dat de stichting het geld zonder recht of titel onder zich houdt en dat het geld aan eiseres toebehoort, wordt door de voorzieningenrechter niet gevolgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1431
OR-Updates.nl 2017-0108
ERF-Updates.nl 2017-0065
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/527621 / KG ZA 17/251

Vonnis in kort geding van 20 maart 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. H.E. Brokers-van Dijk te Vleuten, gemeente Utrecht,

tegen:

1 Stichting [de Stichting] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [gedaagde sub 3] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

gedaagden,

advocaat mr. A.A. Kammer-Nieuwenhuizen te Utrecht.

Eiseres zal hierna worden aangeduid als ‘ [eiseres] ’. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk respectievelijk worden aangeduid als ‘ [de Stichting] ’, ‘ [gedaagde sub 2] ’ en ‘ [gedaagde sub 3] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;

- de door gedaagden overgelegde producties;

- de op 13 maart 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door gedaagden pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

In 2006 is bij [eiseres] leverkanker geconstateerd. In augustus 2016 heeft [eiseres] te horen gekregen dat zij (in Nederland) is uitbehandeld. [eiseres] heeft door haar ziekte geen begrafenisverzekering kunnen afsluiten.

2.2.

Korte tijd na augustus 2016 is er een zogenoemde “crowdfundings-actie” gestart met als doel het inzamelen van geld om daarmee de door [eiseres] gewenste uitvaart te kunnen bekostigen. Deze actie heeft aandacht gehad van diverse media.

2.3.

[gedaagde sub 2] was tezamen met andere vrienden van [eiseres] betrokken bij voormelde actie. Hij heeft op enig moment Stichting [X] (hierna: [X] ) benaderd voor hulp en [X] heeft haar hulp aangeboden. Op de website van [X] staat hierover het volgende vermeld:

“Wij hebben het verhaal van [eiseres] gehoord en willen haar graag helpen.
Daarom stellen wij de donatiepagina van Stichting [X] beschikbaar.

Op dit moment werken [eiseres] vrienden aan de oprichting van een stichting voor [eiseres] . Tot die tijd kunnen ze alleen maar gebruik maken van bestaande fundraising-websites en applicaties die onnodig veel extra kosten in rekening brengen. Daar staan wij niet achter.

Alle donaties die de komende periode via deze pagina gedaan worden, komen ten goede aan [eiseres] . Wij bewaren het geld en zorgen dat alles bij [eiseres] terecht komt zodra haar stichting is opgericht.

Uiteraard volledig belangeloos.”

2.4.

[eiseres] is in oktober 2016 in contact gekomen met een arts, die werkzaam is in een ziekenhuis in België. Deze arts heeft [eiseres] gewezen op een (levensverlengende dan wel mogelijk levensreddende) behandeling voor haar ziekte, die in dat ziekenhuis wordt aangeboden. [eiseres] ondergaat momenteel die behandeling.

2.5.

[eiseres] heeft op enig moment daarna aan [X] verzocht de naar aanleiding van de crowdfundings-actie ontvangen gelden aan haar over te maken. [X] is hier niet toe overgegaan, ook niet nadat de advocaat van [eiseres] daartoe op 19 december 2016 een verzoek aan [X] heeft gedaan.

2.6.

Op 27 december 2016 is [de Stichting] opgericht door [gedaagde sub 2] . De bij de oprichting vastgestelde statuten vermelden als doel:

“a. het bijdragen aan eventuele onvoorziene zorgkosten van mevrouw [eiseres] (…);

b. het financieel ondersteunen van jongeren en in het bijzonder mogelijk maken van een waardige uitvaart voor jongeren zonder uitvaartverzekering. De Stichting heeft hierbij bijzondere aandacht voor jongeren die vanwege een medische achtergrond geen uitvaartverzekering konden afsluiten;

en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. (…)”

2.7.

Op 29 december 2016 zijn de statuten van [de Stichting] gewijzigd. In deze gewijzigde statuten staat als doel van deze stichting vermeld:

“a. het bijdragen aan de uitvaartkosten van mevrouw [eiseres] (…);

b. het mogelijk maken van een waardige uitvaart voor jongeren zonder uitvaartverzekering. De Stichting heeft hierbij bijzondere aandacht voor jongeren die vanwege een medische achtergrond geen uitvaartverzekering konden afsluiten;

en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. (…)”

2.8.

[X] heeft op 11 januari 2017, desgevraagd door [de Stichting] , een bedrag van € 55.564,69 op de rekening van [de Stichting] overgemaakt.

2.9.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn thans de gezamenlijk bevoegd bestuurders van [de Stichting] .

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – zakelijk weergegeven – gedaagden hoofdelijk te bevelen om binnen een week na betekening van dit vonnis aan haar een bedrag van € 55.564,69 te voldoen alsmede om rekening en verantwoording aan haar af te leggen van de namens haar geinde schenkingen door middel van het overleggen van alle bankafschriften, waaruit blijkt welke bedragen aan haar zijn geschonken, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten.

3.2.

Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. Het genoemde bedrag is aan haar geschonken, zodat zij als enige rechthebbende is hierop. [X] heeft hierbij alleen als intermediair/gevolmachtigde gefungeerd. Ondanks een verzoek daartoe van [eiseres] heeft [X] het geld echter niet aan [eiseres] doen toekomen, maar zonder haar toestemming aan [de Stichting] overgemaakt. [de Stichting] heeft het geld thans zonder recht of titel onder zich. Daarbij is het heel opvallend dat haar statuten al na enkele dagen zijn gewijzigd. Dit terwijl [eiseres] er met haar vrienden ook over heeft gesproken dat het geld zou kunnen worden besteed aan zorgkosten, die niet worden vergoed door de zorgverzekering. Verder dienen gedaagden rekening en verantwoording aan [eiseres] af te leggen, nu zij zich als gevolmachtigde hebben gepresenteerd jegens [X] .

3.3.

Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Volgens vaste jurisprudentie is ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Zo zal niet alleen moeten worden onderzocht of het bestaan van de vordering in kwestie voldoende aannemelijk is – hetgeen betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen –, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken dient te worden. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

4.2.

Onbetwist is dat overboeking aan [eiseres] van het gehele door [X] aan [de Stichting] overgemaakte bedrag, zonder dat duidelijk is waar dit aan zal worden besteed, niet past binnen de doelstelling van [de Stichting] . De door [eiseres] ingestelde vordering is dan ook enkel toewijsbaar indien met grote mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de betreffende gelden niet aan [de Stichting] maar aan [eiseres] toebehoren en [de Stichting] deze zonder recht of titel onder zich houdt. Dat dit het geval is, zoals [eiseres] stelt, maar gedaagden betwisten, is echter niet aannemelijk geworden. Van schenkingen rechtstreeks aan [eiseres] , waarbij deze gelden vervolgens vrijelijk door haar zouden kunnen worden besteed, is naar voorshands oordeel geen sprake geweest. Uit de overgelegde producties met artikelen die in de media zijn verschenen en de tekst die op de website van [X] staat vermeld over de crowdfundings-actie blijkt immers genoegzaam dat het geld werd ingezameld om daarmee de door [eiseres] gewenste uitvaart te kunnen bekostigen, zo heeft [eiseres] overigens ook zelf in de dagvaarding gesteld. Daarbij is in voormelde berichtgeving meermaals toegelicht dat, samengevat, de ontvangen gelden zullen worden beheerd door een stichting, (nog) op te richten door de vrienden van [eiseres] , die, als er geld overblijft, daarmee jongeren zal helpen die in een vergelijkbare situatie zitten als [eiseres] .

4.3.

Indien de huidige situatie wordt bezien is die geheel overeenkomstig voormelde berichtgeving. [X] (waaraan [eiseres] overigens gezien de inhoud van de dagvaarding zaken lijkt te verwijten, maar die door haar niet in dit geding is betrokken) heeft de gelden die door donateurs zijn gestort, enkel ontvangen en beheerd op haar bankrekening, totdat er een stichting was opgericht met de beoogde doelstelling. Die stichting is vervolgens opgericht door [gedaagde sub 2] die (mede) de crowdfundings-actie is gestart en die – blijkens de schriftelijke verklaring van [X] – ook degene is die [X] had benaderd voor hulp. Die stichting is [de Stichting] en [de Stichting] heeft de beoogde doelstelling, zoals vermeld onder 4.2. Gelet hierop heeft [X] de gelden overgeboekt en naar voorshands oordeel ook mogen overboeken naar [de Stichting] en kan [de Stichting] hierover beschikken ten behoeve van het vervullen van haar doelstelling. Door de voorzieningenrechter kan niet worden vastgesteld of juist is dat de formulering van de doelstelling in de eerste statuten enkel een fout/slordigheid betrof, zoals gedaagden stellen, maar hetgeen [eiseres] betwist. Wat hier echter ook van zij, dit kan het vorenstaande niet anders maken, nu de eerstgenoemde doelstelling niet aansloot op hetgeen aan de donateurs is meegedeeld.

4.4.

Voor toewijzing van de geldvordering in dit geding is dan ook geen plaats. Overigens is daarvoor, voor zover die vordering is gericht tegen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] , reeds geen plaats omdat [eiseres] op geen enkele wijze heeft toegelicht waarom de bestuurders van [de Stichting] in privé tot betaling zouden moeten worden veroordeeld.

4.5.

In de stukken en ter zitting is nog gerefereerd aan zorgkosten die [eiseres] thans maakt, die mogelijk niet (geheel) door de zorgverzekering vergoed zullen worden, welke kosten tijdens de crowdfundings-actie niet waren voorzien. Alhoewel het betreurenswaardig is voor [eiseres] indien zij hiermee wordt of zal worden geconfronteerd, kan dit al het vorenstaande niet anders maken. Overigens is door [eiseres] ook niet inzichtelijk gemaakt welke kosten dit betreft en evenmin toegelicht of al uitsluitsel is verkregen over de vergoeding hiervan. In het kader van minnelijk overleg was dit wellicht aangewezen geweest, gelet op het aanbod van [de Stichting] dat zij bereid is om te bezien op welke wijze zij daaraan zou kunnen bijdragen (hetgeen overigens los staat van de reeds ontvangen gelden, die zijn bestemd voor het vastgestelde doel, aldus [de Stichting] ).

4.6.

De vordering betreffende het afleggen van rekening en verantwoording is niet toewijsbaar, nu deze door [eiseres] niet anders is toegelicht dan met de stelling dat zij daar recht op heeft, omdat gedaagden zich als gevolmachtigden van [eiseres] hebben gepresenteerd jegens [X] . Die stelling wordt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen door de voorzieningenrechter niet gevolgd. Overigens heeft [eiseres] in dit geding een – enige tijd geleden door haar van [de Stichting] ontvangen – bankafschrift van een rekening op naam van [de Stichting] overgelegd, waarop de onder 2.8 aangeduide overboeking van [X] aan [de Stichting] van € 55.564,69 staat vermeld. Voor zover de vordering aldus moet worden begrepen dat [eiseres] daarnaast inzicht wil in alle afzonderlijke donaties, heeft te gelden dat die bij [X] zijn ingekomen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt dan ook niet in te zien waarom [eiseres] van gedaagden verlangt dat zij hier inzicht in geven.

4.7.

Het gevorderde zal derhalve worden afgewezen. [eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagden begroot op € 2.740,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 1.924,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2017.

ts