Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:2649

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
21-03-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 870
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Congo

- kennelijk ongegrond

- identiteit en nationaliteit niet geloofwaardig

- relaas ongeloofwaardig

- geen kwetsbare personen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL17.870

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 15 maart 2017 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

gemachtigde mr. J.M.M. Verstrepen,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. X.J. Polak.

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.871, plaatsgevonden op 8 maart 2017. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] in Kinshasa (Congo) en de Congolese nationaliteit te bezitten. Zij heeft op 9 december 2016 een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Aan de aanvraag ligt ten grondslag dat haar zoon [zoon] lid was van een oppositiepartij en op grond daarvan aan haar eind september 2016 heeft verzocht om een doosje met onbekende spullen van de partij van Tshisekedi te verstoppen. Eiseres heeft dit in de tuin van hun woning begraven. Begin oktober 2016 kwamen in de ochtend Swahilisprekende militairen bij de woning. Zij hebben [zoon] mishandeld en meegenomen en vroegen eiseres in gebrekkig Lingala naar de spullen van de oppositiepartij. Eiseres heeft geweigerd mee te werken, waarna zij ernstig is mishandeld en verkracht. Kort daarna kwam [vriend zoon], een vriend en medepartijlid van [zoon], met een leidinggevende van de militairen. [vriend zoon] heeft de leidinggevende omgekocht en heeft er samen met een andere vriend voor gezorgd dat eiseres nog die dag Congo kon verlaten.

2. Uit onderzoek in European Visa Information System (EU-Vis) is gebleken dat door de Portugese autoriteiten op 14 augustus 2016 aan eiseres op basis van biometrie en een Angolees paspoort een Schengenvisum is verleend. In dat paspoort waren de personalia van eiseres opgenomen met geboortedatum [geboortedatum] en de Angolese nationaliteit.

3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de de artikelen 31 en 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d en e van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht de gestelde nationaliteit, identiteit en herkomst van eiseres ongeloofwaardig. Uit de informatie van EU-Vis is gebleken dat de identiteitsgegevens zoals vermeld op het Angolese paspoort, op basis waarvan eiseres in het bezit is gesteld van voornoemd Portugees visum, afwijken van de door eiseres aan verweerder verstrekte identiteitsgegevens. Nu eiseres bij de aanvraag van het Portugese visum biometrische gegevens heeft afgestaan wordt er vanuit gegaan dat de gegevens uit het paspoort juist zijn en wordt het paspoort als echt aangemerkt. Nu eiseres bij de gehoren valse verklaringen heeft afgelegd over haar nationaliteit wordt geen geloof gehecht aan haar overige verklaringen. Het asielrelaas wordt dan ook ongeloofwaardig geacht.

3. Op wat eiseres daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Tussen partijen is in geschil of verweerder, gelet op de informatie uit EU-Vis, de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres terecht ongeloofwaardig heeft geacht.

5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres ongeloofwaardig geacht. Eiseres is tijdens het eerste en het nader gehoor geconfronteerd met het resultaat uit EU-Vis. Eiseres heeft tijdens deze gehoren steeds aangegeven dat zij niet de persoon is aan wie het visum en paspoort zijn verstrekt. In Congo maken veel maffioso-mensen zich schuldig aan identiteitsfraude, aldus eiseres. Ook bij de correcties en aanvullingen op de gehoren zijn hierop geen correcties aangebracht. Eerst na het voornemen, in de zienswijze, is namens eiseres erkend dat zij wel met een (vals) Angolees paspoort een Portugees visum heeft gekregen en dat zij op basis van dat visum in 2016 naar Portugal is gereisd, alwaar zij twee maanden heeft verbleven en een medische behandeling heeft ondergaan. Nog daargelaten dat het aan eiseres is om haar identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken middels documenten dan wel haar eigen verklaringen, kan een dergelijke essentiele wijziging van de verklaringen volgens vaste jurisprudentie niet eerst in de zienswijze plaatsvinden. Een dergelijke erkenning kan dan ook niet afdoen aan de ongeloofwaardig geachte identiteit, nationaliteit en herkomst. Dat, zoals eiseres stelt, het Angolese paspoort en visum door een reisagent zijn geregeld en zij daar geen weet van had, volgt de rechtbank niet. De Portugese autoriteiten hebben immers bij de visumaanvraag de vingerafdrukken van eiseres afgenomen en gelet daarop mag worden aangenomen dat deze autoriteiten het getoonde Angolese paspoort als echt en onvervalst hebben bevonden. Voorts heeft eiseres in de zienswijze erkend dat zij gebruik heeft gemaakt van dat paspoort. Verweerder is er dan ook terecht van uitgegaan dat de identiteitgevens uit het paspoort juist zijn.

6. De stelling van eiseres dat verweerder nader onderzoek had moeten verrichten naar de Congolese nationaliteit, nu eiseres veel kennis heeft van haar gestelde leefomgeving in Congo en zij een vorm van Lingala uit dat land spreekt, volgt de rechtbank niet. Het is immers aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij de Congolese nationaliteit heeft. Hierin is zij niet geslaagd. Eiseres heeft evenmin middels documenten onderbouwd dat zij het Lingala spreekt zoals dat uitsluitend in haar gestelde woonomgeving in Congo wordt gesproken. Lingala wordt immers ook in delen van Angola gesproken en de kennis over Congo kan eiseres op andere wijze hebben verkregen. Dat eiseres een oudere vrouw is met medische klachten, zoals namens haar ter zitting is aangevoerd, en om die reden als een kwetsbare persoon gezien dient te worden, volgt de rechtbank evenmin. Niet valt in te zien dat iemand die, volgens de eigen verklaring in Nederland, geboren is in [geboortejaar] in Congo niet direct de waarheid kan vertellen, zeker nu het belang daarvan haar meerdere keren is verteld. Omstandigheden op grond waarvan van dit uitgangspunt dient te worden afgeweken zijn gesteld noch gebleken. De gestelde medische klachten zijn niet met stukken onderbouwd. Verweerder heeft ten slotte geen aanleiding hoeven zien (opgestuurde) documenten uit Congo af te wachten. Eiseres had deze documenten eerder kunnen en moeten overleggen. Daarbij blijken de na het bestreden besluit overgelegde kopieën van documenten, zoals een geboorteakte, geen identificerende documenten te zijn. Van een bewijsnood, zoals door eiseres is aangevoerd, is de rechtbank niet gebleken.

7. Nu de asielmotieven van eiseres slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van haar identiteit, nationaliteit en herkomst heeft verweerder haar asielrelaas eveneens terecht ongeloofwaardig geacht.

8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres verweerder heeft misleid over haar identiteit, nationaliteit en herkomst door onjuiste en valse informatie te verstrekken. Verweerder heeft voorts zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres informatie heeft achtergehouden door haar Angolese paspoort met het Portugese visum niet te overleggen. De aanvraag is dan ook terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Valk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden aan partijen op: