Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:2296

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
C/09/528457 / KG ZA 17-310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Staatsloterij versus Loterijverlies BV

De voorzieningenrechter:

- heft met onmiddellijke ingang op alle op 8 en 9 maart 2017 onder de in het verzoekschrift onder sub 101 genoemde derden gelegde conservatoire beslagen;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/528457 / KG ZA 17-310

Verkort vonnis in kort geding van 10 maart 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAATSLOTERIJ BV,

statutair gevestigd te Den Haag en kantoorhoudende te Rijswijk,

eiseres,

advocaat mr. J.W. Leedekerken te Amsterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOTERIJVERLIES.NL BV,

statutair gevestigd te Heerhugowaard en kantoorhoudende te Guernsy,

gedaagde,

advocaat mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Staatsloterij’ en ‘Loterijverlies’.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 10 maart 2017 wordt spoedshalve een verkort vonnis gewezen. Een uitgewerkt vonnis volgt zo spoedig mogelijk. Er wordt als volgt beslist:

De voorzieningenrechter:

- heft met onmiddellijke ingang op alle op 8 en 9 maart 2017 onder de in het verzoekschrift onder sub 101 genoemde derden gelegde conservatoire beslagen;

- verbiedt Loterijverlies bij ongewijzigde omstandigheden opnieuw ter zake van de in dit kort geding behandelde vorderingen beslag te doen leggen ten laste van Staatsloterij, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000.000,- per overtreding van dit verbod;

- veroordeelt Loterijverlies om bij eventuele verzoeken voor verlof tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van Staatsloterij een afschrift van dit vonnis te overleggen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000.000,- per overtreding;

- bepaalt het maximum aan te verbeuren dwangsommen bij overtreding van de hiervoor genoemde veroordelingen op € 122.000.000,=;

- bepaalt dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan;

- veroordeelt Loterijverlies in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Staatsloterij begroot op € 1.514,42, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 618,-- aan griffierecht en € 160,84 aan dagvaardingskosten, in voorkomende gevallen te vermeerderen met btw;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld - Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2017.