Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:2286

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
C/09/484407 / KG ZA 15-318
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, proceskostenveroordeling ten laste eiser na intrekking kort geding (intellectuele-eigendomszaak)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/484407 / KG ZA 15-318

Vonnis in kort geding van 9 maart 2017

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING LOTERIJVERLIES.NL,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOTERIJVERLIES.NL B.V.,

beide gevestigd te Heerhugowaard,

eiseressen,

advocaat mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp,

tegen

1. de stichting

STICHTING STAATSLOTERIJSCHADECLAIM.NL,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORPOCON LEGAL/LETSEL EN SCHADECLAIM BV,

beide gevestigd te Alphen aan den Rijn,

gedaagden,

advocaat mr. O.H.J. Schmutzer te Leiden.

Partijen zullen hierna Loterijverlies.nl (vrouwelijk enkelvoud) en Staatsloterijschadeclaim.nl (eveneens vrouwelijk enkelvoud) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Loterijverlies.nl heeft op 10 maart 2015 Staatsloterijschadeclaim.nl doen dagvaarden om op 16 maart 2015 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Bij brief van 15 maart 2015 heeft Loterijverlies.nl de zaak ingetrokken. Bij brief van 16 maart 2015 heeft Staatsloterijschadeclaim.nl de voorzieningenrechter verzocht Loterijverlies.nl te veroordelen in de proceskosten, overeenkomstig artikel 1019h Rv1 te begroten op € 5.089,01 (exclusief BTW), te vermeerderen met de kosten van “de onderhavige procedure”. Bij brief van 19 maart 2015 heeft Loterijverlies.nl tegen deze vordering bezwaar gemaakt, waarna Staatsloterijschadeclaim.nl daar bij brief van 7 april 2015 op heeft gereageerd en haar vordering heeft verminderd tot € 4.913,33 (exclusief BTW). Bij brief van 20 mei 2015 heeft Loterijverlies.nl haar bezwaren gehandhaafd. Bij brief van 26 juni 2015 heeft Staatsloterijschadeclaim.nl de voorzieningenrechter verzocht vonnis te wijzen. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter de zaak aangehouden in afwachting van antwoorden van de Hoge Raad op bij vonnis van 10 juli 2015 door deze rechtbank gestelde prejudiciële vragen.2

1.2.

Nadat de Hoge Raad bij uitspraak van 3 juni 2016 antwoord had gegeven op de prejudiciële vragen3, heeft Staatsloterijschadeclaim.nl de voorzieningenrechter bij brieven van 12 juli en 20 december 2016 verzocht om vonnis te wijzen.

1.3.

Gelet op de door partijen ingenomen standpunten en nu partijen zulks niet (langer) verzoeken, acht de voorzieningenrechter behandeling ter zitting niet noodzakelijk. Vonnis is uiteindelijk bepaald op heden.

2 Overwegingen

2.1.

In artikel 249 Rv is met betrekking tot de bodemprocedures bepaald dat de eiser bij afstand van instantie verplicht is de proceskosten van gedaagde te betalen. In zijn uitspraak van 3 juni 2016 heeft de Hoge Raad overwogen dat voormelde bepaling, tezamen met de artikelen 125-127 en 250 Rv, niet op het kort geding in eerste aanleg van toepassing is. Deze regels bieden echter wel aanknopingspunten op grond waarvan de voorzieningenrechter onder de door de Hoge Raad gegeven voorwaarden op vordering van gedaagde beslist op een tussen partijen gerezen geschil over de vergoeding van proceskosten na intrekking van een kort geding.

2.2.

In zijn uitspraak van 3 juni 2016 heeft de Hoge Raad voorts overwogen dat indien eiser het kort geding intrekt de aanhangigheid daarvan niet komt te vervallen indien de gedaagde tijdig aan de eiser en de voorzieningenrechter mededeelt dat het geding desondanks doorgang dient te vinden omdat hij een beslissing van de voorzieningenrechter omtrent de proceskosten verlangt. De door de Hoge Raad vastgestelde termijn waarbinnen de mededeling dient te worden gedaan bedraagt veertien dagen na datum waartegen gedaagde oorspronkelijk was opgeroepen, waarna een dergelijke vordering (ook in een afzonderlijke procedure) niet meer mogelijk is (uitgezonderd het in door de Hoge Raad in r.o. 3.8.3-3.8.4 bepaalde overgangsregime).

2.3.

In de onderhavige zaak is de mededeling van Staatsloterijschadeclaim.nl dat zij vergoeding van haar kosten vordert binnen de gestelde veertiendagentermijn gedaan. Staatsloterijschadeclaim.nl heeft dit immers gedaan bij brief van 16 maart 2015, derhalve op de aangezegde dag (16 maart 2015) en daarmee (ruim) vóór het verstrijken van de veertiendagentermijn.

2.4.

In de dagvaarding vorderde Loterijverlies.nl – kort gezegd – Staatsloterijschadeclaim.nl te veroordelen de naam LOTERIJVERLIES.NL van haar websites en overige sites te verwijderen en om haar klanten naar Loterijverlies.nl te verwijzen. Met deze vordering beoogde Loterijverlies.nl, zo begrijpt de voorzieningenrechter, Staatsloterijschadeclaim.nl het gebruik door Staatsloterijschadeclaim.nl van de naam LOTERIJVERLIES (als Adword) te doen staken.

2.5.

Aan haar vordering tot vergoeding van haar proceskosten heeft Staatsloterijschadeclaim.nl het volgende ten grondslag gelegd.

Staatsloterijschadeclaim.nl is rauwelijks en op zeer korte termijn gedagvaard en zij heeft geen serieuze termijn voor beraad of reactie heeft gehad. De gewraakte campagne was sinds 11 februari 2015 online en Staatsloterijschadeclaim.nl heeft op zaterdag 7 maart 2015, de eerste (en volgens haar enige) sommatie ontvangen met een reactietermijn van 24 uur. Loterijverlies.nl heeft de door Staatsloterijschadeclaim.nl op 9 maart 2015 toegezegde reactie niet afgewacht en zij heeft ook niet gereageerd op de inhoudelijke reactie van diezelfde dag, waarin Staatsloterijschadeclaim.nl in het kader van een minnelijk regeling heeft aangeboden haar advertentie iets aan te passen. Nog vóór het uitbrengen van de dagvaarding (op 10 maart 2015) heeft Staatsloterijschadeclaim.nl conform haar aanbod van 9 maart 2015 haar (Adword-)advertentie iets ‘aangescherpt’. Nadien is tussen partijen en hun advocaten geen contact meer geweest, en Loterijverlies.nl heeft vervolgens pas op 15 maart 2015 de zaak ingetrokken, waardoor Staatsloterijschadeclaim.nl in de tussenliggende periode proceskosten heeft gemaakt.

2.6.

Tussen partijen staat vast dat Loterijverlies.nl de dagvaarding heeft uitgebracht (zeer kort) nadat het gewraakte gebruik was aangepast en dat zij het kort geding vijf dagen nadien, daags voor de zitting, heeft ingetrokken. Hoewel partijen zich over de aard en omvang van die aanpassing niet hebben uitgelaten, is het aannemelijk dat die aanpassing voor Loterijverlies.nl aanleiding is geweest het kort geding in te trekken. Staatsloterijschadeclaim.nl heeft niet gesteld dat er aan die intrekking een andere reden ten grondslag lag. Van een eiser in een met spoed aanhangig gemaakt kort geding als het onderhavige mag worden verwacht dat hij in een eerder stadium met gedaagde partij had gecommuniceerd. Dit klemt temeer nu zij – naar Staatsloterijschadeclaim.nl onweersproken heeft gesteld – slechts zeer beperkt heeft gesommeerd en zij niet heeft gereageerd op onderhandelingspogingen van Staatsloterijschadeclaim.nl.

2.7.

Nu de aanpassingen die aanleiding hebben gegeven tot intrekking van het kort geding zijn doorgevoerd vóór het uitbrengen van de dagvaarding, Loterijverlies.nl aanvankelijk niet inhoudelijk heeft gereageerd op de onderhandelingspogingen en de daarop doorgevoerde aanpassingen en vervolgens pas daags voor de zitting het kort geding heeft ingetrokken, acht de voorzieningenrechter een proceskostenveroordeling aangewezen.

2.8.

Aangezien Loterijverlies.nl de hoogte van de door Staatsloterijschadeclaim.nl gemaakte proceskosten heeft betwist, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de kosten te begroten op basis van de thans geldende Indicatietarieven. De oorspronkelijke zaak is te beschouwen als een eenvoudig kort geding, waarvoor een maximumtarief van € 6.000,- is opgenomen (dat bedrag is overigens inclusief de kosten gemoeid met de zitting die vanwege de intrekking nu juist niet is gehouden). Gelet hierop acht de voorzieningenrechter de verminderde vordering van Staatsloterijschadeclaim.nl redelijk, met dien verstande dat deze verder dient te worden verminderd met een bedrag van € 500,- dat blijkens de opgave van Staatsloterijschadeclaim.nl was begroot voor de zitting, die evenwel niet heeft plaatsgevonden. De vergoeding komt daarmee op € 4.413,33.

2.9.

Nu de voorzieningenrechter op het geschil over de proceskosten moet beslissen, zijn partijen op grond van artikel 3 lid 1 Wgbz4 (alsnog) griffierecht verschuldigd.5

2.10.

Loterijverlies.nl zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de overige kosten van deze procedure. Op de na intrekking gemaakte kosten is artikel 1019h Rv niet van toepassing, zodat deze kosten hierna overeenkomstig het liquidatietarief worden begroot.6 Nu ter beoordeling van dit proceskostengeschil geen zitting heeft plaatsgevonden en de verrichtingen van de advocaat ter zake vergoeding van een half punt (zijnde een kwart van het in kort geding gebruikelijke tarief van € 818,-, waarin twee punten zijn verdisconteerd), rechtvaardigen, worden de kosten aan de zijde van Staatsloterijschadeclaim.nl begroot op € 817,-, waarvan € 613,- aan griffierecht (tarief 2015) en € 204,- aan salaris advocaat. De kostenveroordeling komt daarmee op € 5.230,33.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

veroordeelt Loterijverlies.nl in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Staatsloterijschadeclaim.nl begroot op € 5.230,33;

3.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2017.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2 Rechtbank Den Haag 10 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8082.

3 Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087.

4 Wet griffierechten burgerlijke zaken.

5 Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087: r.o. 3.7.

6 Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087: r.o. 3.6.