Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:2172

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-03-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
17/4176
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Dublin Duitsland, artikel 17

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 17/4176

V-nummer: [nummer]

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 6 maart 2017 in de zaak tussen

[naam], eiser,

gemachtigde: mr. T.R. Hüpscher,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. A. Peeters.

Procesverloop

Bij besluit van 21 februari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2017, tegelijk met de behandeling van het verzoek met nr. AWB 17/4177. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.

2. Niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser omdat eiser eerder in Duitsland asiel heeft aangevraagd.

3. In geschil is of Nederland de asielaanvraag aan zich had moeten trekken op grond van de humanitaire clausule, vervat in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening).

4. Overwogen wordt dat verweerder bij de toepassing van de humanitaire clausule beoordelings- en beleidsruimte heeft. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden geen aanleiding hoefde te zien de asielaanvraag van eiser aan zich te trekken.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Loonstra, griffier, op 6 maart 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.