Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1929

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-01-2017
Datum publicatie
01-03-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 131
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AA-GEAS. Artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Vw, al asiel in Duitsland

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam


Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 17/131 (beroep) AWB 17/132 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [volgnummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter van 20 januari 2016 in de zaak tussen

[de vrouw] ,

geboren op [geboortedatum] 1997, van Syrische nationaliteit, eiseres/verzoekster, hierna te noemen: eiseres (gemachtigde mr. H.L.M. Janssen),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde mr. S.M.G. Bouma).

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2017 (bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot verlening van een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft eiseres bij beroepschrift van 2 januari 2017 beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft eiseres om een voorlopige voorziening verzocht, die ertoe strekt dat zij niet direct terug hoeft naar Duitsland.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig S. Nazanini, tolk Arabisch/Syrisch.

Overwegingen

De aanvraag

1. Eiseres heeft zich op 13 december 2016 gemeld in het AZC in Ter Apel. Zij heeft op 15 december 2016 een asielaanvraag ingediend. In haar aanmeldgehoor op 28 december 2016 heeft zij gezegd dat haar naam [pseudoniem] is en dat zij is geboren op [geboortedatum] 1999. Bij haar aanvraag heeft zij gezegd te zijn uitgehuwelijkt. Haar man heeft haar vanuit Syrië had meegenomen naar Turkije waar hij werkte. Zij is bij hem weggegaan omdat hij haar mishandelde. Zij heeft een verblijfsvergunning asiel in Duitsland, maar zij wil niet terug naar Duitsland omdat zij vreest dat haar ex-man haar in Duitsland weet te vinden. Haar vader en haar zus [naam zus] ) wonen in een AZC in de buurt van Amsterdam. Daar wil zij naar toe omdat haar vader haar kan beschermen.

Het besluit

2. Verweerder heeft Eurodac geraadpleegd en vastgesteld dat eiseres al internationale bescherming in Duitsland geniet onder de naam [de vrouw] . Daarom acht verweerder de Dublinverordening niet meer van toepassing. Ook ziet verweerder niet in dat zij in Duitsland geen bescherming kan krijgen tegen de eerwraak die zij van haar ex-man vreest. Verweerder heeft de aanvraag op grond van artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 niet ontvankelijk verklaard. Ter zitting heeft verweerder over de overgelegde vertaling van een passage uit het familieboekje gezegd dat dit geen identificerend document is.

Beoordeling door de rechtbank

3.1

Niet in geschil is dat eiseres in Duitsland verblijfsrecht heeft op grond van een geldige verblijfsvergunning. Op grond van artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Vw kon de asielaanvraag van eiser daarom niet-ontvankelijk verklaard worden, omdat eiseres in Duitsland internationale bescherming geniet.

3.2

Voor zover eiseres aanvoert dat zij in Duitsland in de praktijk geen aanspraak kan maken op de aan haar asielstatus verbonden rechten, dient zij dit bij de Duitse autoriteiten aan de orde te stellen. Ook kan zij bij de Duitse autoriteiten bescherming vragen tegen de gevaren die zij zegt te vrezen van haar ex-man. Verder heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 6 augustus 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2621) geoordeeld dat alleen al vanwege het bezit van een asielstatus in een lidstaat van de Europese Unie wordt aangenomen dat de banden van een vreemdeling met die lidstaat zodanig sterk zijn, dat van de vreemdeling kan worden verlangd daar heen te gaan. Omdat eiseres een “Aufenthaltstitel” in Duitsland bezit, is er geen grond voor het in behandeling nemen van een asielaanvraag in Nederland.

3.3

De omstandigheid dat eiseres heeft aangevoerd dat haar vader en een zus in Nederland verblijven doet hieraan niet af. Voor zover eiseres gezinshereniging wenst, kan zij een aanvraag indienen om een reguliere verblijfsvergunning voor dat doel. Het is aan eiseres om samen met haar advocaat de mogelijkheden tot gezinsherenging te onderzoeken en een reguliere verblijfsvergunning aan te vragen. De rechtbank laat in het midden of het familieboekje dat eiseres heeft overgelegd voor haar identificerend is. Ook al zou dat zo zijn, kan dit toch niet tot een positieve asielbeslissing leiden, omdat eiseres al asiel in Duitsland heeft.

3.4

Wat betreft het ambtshalve toetsen aan artikel 64 van de Vw geldt dat op grond van artikel 3.6a, tweede lid, van het Vb daar niet aan wordt getoetst als de asielaanvraag niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is hier het geval. Het bestreden besluit is dan ook voldoende gemotiveerd met de overweging dat toetsing aan artikel 64 van de Vw niet plaatsvindt.

3.5

De door gemachtigde van eiseres aangehaalde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 12 juni 2016 (ECLI:NL:RBLIM:2016:5967) leidt niet tot een ander oordeel. Het betreft niet vergelijkbare gevallen. Die zaak zag immers op een persoon van wie de verblijfstitel al was verlopen. Eiseres heeft daarentegen nog een geldige verblijfstitel in Duitsland.

Conclusie

4. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank,

in de zaak geregistreerd onder nummer: AWB 17/131,

- verklaart het beroep ongegrond;

in de zaak geregistreerd onder de nummer: AWB 17/132,

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, rechter, in aanwezigheid van R.E. Toonen griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Conc.: RT

Coll.: BG

D: C

VK

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.