Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1837

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
03-03-2017
Zaaknummer
09-827355-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 240b, 248 en 249 Sr. Veroordeling van een 43-jarige man tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 120 uur. Verdachte heeft ontucht gepleegd met zijn pleegkind, kinderpornografische afbeeldingen van zijn pleegkind vervaardigd en ook andere kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad. Vrijspraak van het ‘een gewoonte maken’ (art. 240b derde lid Sr).

De geadviseerde bijzondere voorwaarde dat verdachte moet meewerken aan het laten controleren van zijn digitale gegevensdragers op kinderporno legt de rechtbank niet op, gelet op het bepaalde in art 14c 2e lid onder 14 ͦ Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0244
NJFS 2017/75
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/827355-15

Datum uitspraak: 28 februari 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 6 januari 2017 (pro forma) en

14 februari 2017 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. L.A. Pronk, en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw van verdachte,

mr. C.R. Pirone, advocaat te Tilburg, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot en met 15 oktober 2015 te [plaats] , in elk geval in Nederland, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig pleegkind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , door:

- ( meermalen) de penis van die [slachtoffer] te betasten en/of vast te houden;

2.

hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot en met 15 oktober 2015 te [plaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten één of meer desk-/laptop(s) en/of harde schijf/schijven en/of mobiele telefoon(s) en/of fotocamera('s) en/of USB-stick(s)) heeft vervaardigd (welke afbeelding(en) hij, verdachte kennelijk heeft vervaardigd in de slaapkamer van zijn, verdachtes pleegkind) en/of

in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] ), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit:

[afbeelding 1]

Op de afbeelding(en) is een jongen zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 5 en 10 jaar oud. Alleen de penis van de jongen is zichtbaar. De penis is van dichtbij gefotografeerd. De jongen heeft een erectie. De balzak van de jongen rust op een blauw stukje stof

en/of

[afbeelding 2]

Op de afbeelding(en) is een jongen zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 5 en 10 jaar oud. De penis van de jongen is zichtbaar. De penis is van dichtbij gefotografeerd. Tevens is er een klein stukje van de buik van de jongen zichtbaar. Op de buik van de jongen is een kleine moedervlek zichtbaar. De moedervlek zit onder de navel iets naar de rechterzijde van de buik van de jongen. Op de buik van de jongen is een gestreept shirtje/hemdje te zien.

Naast de jongen ligt een blauwe lap stof. Mogelijk betreft hier een dekbedhoes of een laken. Op de blauwe stof is een rood Angry Bird figuurtje zichtbaar,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 30 augustus 2013 tot en met 15 oktober 2015 te [plaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten één of meer desk-/laptop(s) en/of harde schijf/schijven en/of mobiele telefoon(s) en/of fotocamera('s) en/of USB-stick(s)) heeft

verspreid en/of

openlijk tentoongesteld en/of

ingevoerd en/of

doorgevoerd en/of

uitgevoerd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit:

[afbeelding 3]

Op de foto zijn twee jongens zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 9 en 13 jaar oud. Jongen 1 heeft blond kort haar. Jongen 2 heeft donkerblond haar. Beide jongens zijn naakt. Jongen 2 staat met zijn rug naar de camera toe. Jongen 1 staat met zijn gezicht naar de camera toe. Jongen 1 heeft zijn hand rond de heup van jongen 2 geslagen. Jongen 2 heeft zijn hand rond de heup van jongen 1 geslagen. Van jongen 2 zijn de blote billen zichtbaar. Van jongen 1 is zijn blote geslachtsdeel zichtbaar

en/of

[afbeelding 4]

Op de foto staat een jongen in de geschatte leeftijd tussen de 13 en 15 jaar oud. De jongen is naakt. Achter de jongen zit een andere jongen die een donker shirt draagt. De naakte jongen zit achterover geleund. De jongen heeft met zijn hand zijn stijve penis vast. De foto is gemaakt vanaf de rechterzijde van de jongen

en/of

[afbeelding 5]

Op de foto is het hoofd van een jongen in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. De jongen heeft zijn ogen gesloten. Om de mond van de jongen zit een witte substantie gelijkend op sperma

en/of

[film 1]

Op de film zijn twee jongens zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 12 en 16 jaar oud. Beide jongens zijn naakt. Jongen 1 ligt met zijn hoofd op de buik van jongen 2. Jongen 2 heeft met zijn hand de penis van jongen 1 vast. Vervolgens zie je dat jongen 1 de penis van jongen 2 in zijn mond neemt en met zijn mond heen en weer gaat over de stijve penis van jongen 1. Vervolgens zie je dat jongen 1 de anus van jongen 2 insmeert met een substantie uit een pot. Je ziet dat de stijve penis van jongen 1 in de anus van jongen 2 gaat. De

penis gaat heen en weer

en/of

[film 2]

Op de film zijn twee jongens te zien in de geschatte leeftijd tussen de 12 en 16 jaar oud. De jongens kleden elkaar uit. Op een gegeven ogenblik zijn beide jongens naakt. De jongens liggen op een bed. De jongens hebben de armen en benen om elkaar heen geslagen. Op een gegeven moment neemt jongen 1 de penis van jongen 2 in zijn mond. Jongen 1 gaat met zijn mond heen en weer over de stijve penis van jongen 2. Jongen 1 heeft met zijn hand de stijve penis van jongen 2 vast. De hand van jongen 1 gaat heen en weer over de stijve penis van

jongen 2,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 juli 2014 tot en met 15 oktober 2015 ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig pleegkind (feit 1) en dat verdachte in die periode afbeeldingen van zijn minderjarig pleegkind heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad waarop seksuele gedragingen zichtbaar waren (feit 2). Tot slot wordt verdachte verweten dat hij in de periode van 30 augustus 2013 tot en met 15 oktober 2015 – kort gezegd - kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat er volgens de raadsvrouw bij feit 2 en feit 3 geen sprake is van een gewoonte.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, welke feiten verdachte ook heeft bekend. Nu de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, kan de rechtbank ingevolge artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

feiten 1 en 2:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 februari 2017;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 121-127 en 136-142;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, blz. 78-79;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, blz. 80-81;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, blz. 96-98;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, blz. 215;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, blz. 224;

feit 3:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 februari 2017;

  • -

    de procesen-verbaal van verhoor verdachte, blz. 128-135 en 233-235;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, blz. 96-98;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, blz. 187-204.

Nadere bewijsoverweging

Op grond van voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 juli 2014 tot de inbeslagname van zijn gegevensdragers op 15 oktober 2015 meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn pleegkind (feit 1) en dat hij meermalen kinderpornografische afbeeldingen van zijn pleegkind heeft vervaardigd en deze in zijn bezit heeft gehad (feit 2). Voorts is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in de periode van 30 augustus 2013 tot en met 15 oktober 2015 door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten met zijn computer via een zoekmachine op het internet) de toegang heeft verschaft tot kinderpornografische afbeeldingen en deze afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad (feit 3).

Ter beantwoording van de vraag of verdachte van het vervaardigen van (feit 2) en bezit van (feiten 2 en 3) kinderpornografisch materiaal een gewoonte heeft gemaakt neemt de rechtbank tot uitgangspunt het aantal afbeeldingen, het aantal feitelijke handelingen, de frequentie daarvan in de bewezenverklaarde periode alsmede de duur van deze periode.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat het aantal aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen van verdachtes pleegkind (19 foto’s, waarvan 1 dubbel), de tijdstippen waarop deze afbeeldingen werden vervaardigd (op 20, 21 en 23 augustus 2014 en – in ieder geval - op 10 augustus 2015) alsmede de lengte van de periode van het bezit (15 maanden) niet dusdanig zijn dat geoordeeld kan worden dat verdachte van het misdrijf van feit 2 een gewoonte heeft gemaakt. Hij zal dan ook van dat onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Voor wat betreft feit 3 overweegt de rechtbank dat in totaal 726.531 afbeeldingen zijn aangetroffen op de gegevensdragers van verdachte, waarvan 775 foto’s en 200 films als kinderpornografisch materiaal zijn aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is dit aantal afbeeldingen, gelet op de snelheid waarmee grote hoeveelheden afbeeldingen van het internet gedownload kunnen worden en gezien de lengte van de pleegperiode (ruim twee jaar) niet dusdanig, dat gezegd kan worden dat verdachte van het tenlastegelegde een gewoonte heeft gemaakt. Nu uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting verder niet voldoende kan worden afgeleid met welke frequentie deze kinderpornografische afbeeldingen door verdachte werden gedownload noch hoelang deze afbeeldingen toegankelijk zijn geweest alvorens verdachte deze heeft gedeletet en of deze afbeeldingen daarna nog toegankelijk waren, zal verdachte eveneens van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2014 tot en met 15 oktober 2015 te [plaats] ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig pleegkind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , door:

- ( meermalen) de penis van die [slachtoffer] te betasten en vast te houden;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2014 tot en met 15 oktober 2015 te [plaats] (telkens) afbeeldingen heeft vervaardigd en gegevensdragers bevattende afbeeldingen (te weten desk-/laptop(s) en een mobiele telefoon en een fotocamera

in bezit heeft gehad,

(welke afbeeldingen hij, verdachte kennelijk heeft vervaardigd in de slaapkamer van zijn, verdachtes, pleegkind),

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] ), was betrokken,

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit:

[afbeelding 1]

- Op de afbeelding is een jongen zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 5 en 10 jaar oud. Alleen de penis van de jongen is zichtbaar. De penis is van dichtbij gefotografeerd. De jongen heeft een erectie. De balzak van de jongen rust op een blauw stukje stof

en

[afbeelding 2]

- Op de afbeeldingis een jongen zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 5 en 10 jaar oud. De penis van de jongen is zichtbaar. De penis is van dichtbij gefotografeerd. Tevens is er een klein stukje van de buik van de jongen zichtbaar. Op de buik van de jongen is een kleine moedervlek zichtbaar. De moedervlek zit onder de navel iets naar de rechterzijde van de buik van de jongen. Op de buik van de jongen is een gestreept shirtje/hemdje te zien.

Naast de jongen ligt een blauwe lap stof. Mogelijk betreft hier een dekbedhoes of een laken. Op de blauwe stof is een rood Angry Bird figuurtje zichtbaar;

3.

hij in de periode van 30 augustus 2013 tot en met 15 oktober 2015 te [plaats] meermalen afbeeldingen heeft verworven en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en gegevensdragers bevattende afbeeldingen (te weten desk-/laptops) in bezit heeft gehad

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit:

[afbeelding 3]

- Op de foto zijn twee jongens zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 9 en 13 jaar oud. Jongen 1 heeft blond kort haar. Jongen 2 heeft donkerblond haar. Beide jongens zijn naakt. Jongen 2 staat met zijn rug naar de camera toe. Jongen 1 staat met zijn gezicht naar de camera toe. Jongen 1 heeft zijn hand rond de heup van jongen 2 geslagen. Jongen 2 heeft zijn hand rond de heup van jongen 1 geslagen. Van jongen 2 zijn de blote billen zichtbaar. Van jongen 1 is zijn blote geslachtsdeel zichtbaar

en

[afbeelding 4]

- Op de foto staat een jongen in de geschatte leeftijd tussen de 13 en 15 jaar oud. De jongen is naakt. Achter de jongen zit een andere jongen die een donker shirt draagt. De naakte jongen zit achterover geleund. De jongen heeft met zijn hand zijn stijve penis vast. De foto is gemaakt vanaf de rechterzijde van de jongen

en

[afbeelding 5]

- Op de foto is het hoofd van een jongen in de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. De jongen heeft zijn ogen gesloten. Om de mond van de jongen zit een witte substantie gelijkend op sperma

en

[film 1]

- Op de film zijn twee jongens zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 12 en 16 jaar oud. Beide jongens zijn naakt. Jongen 1 ligt met zijn hoofd op de buik van jongen 2. Jongen 2 heeft met zijn hand de penis van jongen 1 vast. Vervolgens zie je dat jongen 1 de penis van jongen 2 in zijn mond neemt en met zijn mond heen en weer gaat over de stijve penis van jongen 1. Vervolgens zie je dat jongen 1 de anus van jongen 2 insmeert met een substantie uit een pot. Je ziet dat de stijve penis van jongen 1 in de anus van jongen 2 gaat. De

penis gaat heen en weer

en

[film 2]

- Op de film zijn twee jongens te zien in de geschatte leeftijd tussen de 12 en 16 jaar oud. De jongens kleden elkaar uit. Op een gegeven ogenblik zijn beide jongens naakt. De jongens liggen op een bed. De jongens hebben de armen en benen om elkaar heen geslagen. Op een gegeven moment neemt jongen 1 de penis van jongen 2 in zijn mond. Jongen 1 gaat met zijn mond heen en weer over de stijve penis van jongen 2. Jongen 1 heeft met zijn hand de stijve penis van jongen 2 vast. De hand van jongen 1 gaat heen en weer over de stijve penis van

jongen 2.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

- ten aanzien van feit 1: ontucht plegen met zijn pleegkind, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 3: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er – mede gelet op de conclusies in de hierna onder 6 te bespreken rapportage met betrekking tot de persoon van verdachte – geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid volledig uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd .

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, zodat verdachte behandeld kan worden. De raadsvrouw heeft de rechtbank in overweging gegeven om een langere proeftijd op te leggen dan door de officier van justitie geëist. Daarnaast kan worden volstaan met oplegging van een werkstraf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden vrijheidsbenemende straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft meermalen ontuchtige handelingen gepleegd bij zijn pleegkind terwijl deze sliep. Verdachte heeft hierbij tevens foto’s gemaakt van het geslachtdeel van het kind. Verdachtes pleegkind was destijds sinds twee jaar door pleegzorg voor een aantal weekenden per maand in het gezin van verdachte geplaatst, en aldus aan de zorg van verdachte toevertrouwd. Door zijn handelwijze heeft verdachte telkens de lichamelijke integriteit van het minderjarige en kwetsbare slachtoffer geschonden. Verdachte heeft daarnaast door zijn handelen ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de moeder van het slachtoffer en anderen in hem als pleegouder hebben gesteld. De rechtbank neemt het verdachte bovendien zeer kwalijk dat hij het niet bij één keer heeft gelaten, maar dat hij zich, nadat hij de gelegenheid had gehad om over zijn misstap na te denken, een jaar later wederom heeft schuldig gemaakt aan ontucht met en het vervaardigen en bezitten van kinderpornografisch materiaal van zijn pleegkind. Verdachte heeft de gelegenheid om nogmaals deze strafbare feiten te begaan bewust opnieuw opgezocht.

Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een periode van ruim twee jaar schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Door het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan immers gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden (jonge) kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Ten gevolge hiervan lopen deze kinderen dikwijls psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is immers gebleken dat een afbeelding of film die eenmaal op het internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van het internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken. Dat verdachte hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent de rechtbank hem aan.

Documentatie

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte d.d. 12 december 2016, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld. De rechtbank zal dit in het voordeel van verdachte meewegen in de strafmaat.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van de Pro Justitia rapportage betreffende verdachte d.d. 30 juni 2016 van [deskundige] , klinisch psycholoog. In dit rapport constateert de deskundige dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een autismespectrumstoornis, een stoornis in de lichaamsbeleving en pedofilie van het niet-exclusieve type en daarnaast een vermijdende copingstijl, waardoor verdachte onder meer moeite heeft om over zijn problemen te praten.

Volgens de deskundige beïnvloedde de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft volgens de deskundige aan een mede door zijn stoornissen ingegeven drang gehoor gegeven, door het geslachtsdeel van zijn pleegkind te bekijken, te betasten en daarvan foto’s te maken, alsmede door kinderpornografische afbeeldingen op het internet te zoeken. Verdachte heeft hierbij volgens de deskundige niet nagedacht over de mogelijke impact van zijn handelen op zijn pleegkind en de rest van het gezin, noch heeft verdachte aan de mogelijke nadelige gevolgen voor zichzelf nagedacht.

De deskundige adviseert om verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar te achten. De kans op recidive op korte termijn schat hij in als laag en op de meer lange termijn, zonder behandeling, als matig/laag. De deskundige acht behandeling van verdachte bij De Waag geïndiceerd.

De rechtbank acht de conclusies van de deskundige goed onderbouwd en legt die ten grondslag aan haar oordeel. Het bewezenverklaarde wordt derhalve in verminderde mate aan verdachte toegerekend wegens voornoemde ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.

De rechtbank heeft eveneens acht geslagen op het advies van de reclassering van 3 mei 2016. In dit rapport wordt geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, een ambulante behandelverplichting bij De Waag en de verplichting mee te werken aan het laten controleren van zijn computer. De reclassering heeft in een beknopte voortgangsrapportage per e-mail nog laten weten dat verdachte zich houdt aan afspraken, dat de reeds ingezette behandeling bij De Waag goed verloopt en dat voortzetting daarvan gewenst is.

Straf

Bij de bepaling van de zwaarte van de straf neemt de rechtbank tot uitgangspunt de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, zoals deels neergelegd in de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, rekening houdend met de ernst van de feiten en het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (Sr), een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

De rechtbank zal een aanzienlijk deel van deze straf voorwaardelijk opleggen met een ruime proeftijd van 3 jaren, waarmee de rechtbank beoogt verdachte ervan te weerhouden dergelijk strafbaar gedrag te herhalen.

Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden, waaronder een verplichte ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling, teneinde het gevaar op herhaling te beperken.

De reclassering heeft tevens geadviseerd dat verdachte ‘wordt verplicht zijn medewerking te verlenen aan het steekproefsgewijs laten controleren van digitale gegevensdragers op kinderporno. De reclassering bepaalt in welke gevallen, op welke manier, door wie en wanneer de controle plaatsvindt’. De rechtbank stelt vast dat deze voorwaarde geen voldoende precies geformuleerd gedragsvoorschrift bevat. Een bijzondere voorwaarde kan voorts op grond van artikel 14c tweede lid onder 14ͦ Sr, niet geacht worden gedrag te omvatten dat kan neerkomen op het meewerken aan door - i.c. niet nader aangeduide - anderen uit te oefenen dwangmiddelen op de veelomvattende en ingrijpende wijze zoals in de onderhavige voorwaarde is geformuleerd (ECLI:NL:HR: 2016:302). De rechtbank zal deze voorwaarde daarom niet opnemen.

Aangezien de rechtbank minder bewezen verklaart dan door de officier van justitie is gevorderd en de rechtbank voorts langdurig uitstel van de geadviseerde behandeling van verdachte onwenselijk acht, zal de rechtbank een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf van na te melden duur opleggen.

7 De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering

[slachtoffer] (gemachtigde: [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.597,-.

7.2

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van de benadeelde partij, omdat niet kan worden vastgesteld of de schade op dit moment al is geleden.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing, van de vordering van de benadeelde partij, omdat de schade niet vastgesteld kan worden.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Op dit moment kan niet vastgesteld worden of de benadeelde partij schade heeft geleden die is toegebracht door de bewezenverklaarde feiten, en zo ja, hoe groot die schade is. Uit het verhandelde ter terechtzitting en het dossier is immers gebleken dat de benadeelde partij zich nog niet bewust is van de met hem gepleegde ontuchtige handelingen, en (nog) geen afwijkend gedrag vertoont dat duidt op psychische schade. Aldus is van een – voor de toewijzing van smartengeld noodzakelijke - eindtoestand nog geen sprake. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot immateriële schadevergoeding.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 240b, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

- ten aanzien van feit 1: ontucht plegen met zijn pleegkind, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 3: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 3 (drie) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op het adres Tielweg 3 te Gouda, en zich daarna gedurende de proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen, blijft melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder ambulante behandeling zal stellen bij De Waag, of een door de reclassering aan te wijzen soortgelijke ambulante forensische instelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, indien en zolang die instelling zulks nodig acht en zich te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 120 (honderdtwintig) uren;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 60 (zestig) dagen;

bepaalt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in kosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C.M. Bouman, voorzitter,

mr. A.M. Boogers, rechter,

mr. L. Kelkensberg, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. V.A. Paul, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 februari 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2015252611, van de politie eenheid Den Haag, team bestrijding kinderpornografie en kindersekstoerisme, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 235).