Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1733

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
C/09/526680 / FA RK 17-958
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting inbewaringstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2017-0099
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 17-958

Zaaknummer: C/09/526680

Datum beschikking: 10 februari 2017

P- nummer: [nummer]

Machtiging tot voortzetting inbewaringstelling

Beschikking op het op 7 februari 2017 ingekomen verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Den Haag, met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

de betrokkene,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

doch verblijvende in het psychiatrisch ziekenhuis GGZ Rivierduinen, te Voorhout,

advocaat: mr. G.E.M. Later te Den Haag.

Procedure

Bij het verzoekschrift zijn de volgende stukken – voor zover van belang – overgelegd:

  • -

    een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Teylingen waarbij op 3 februari 2017 de inbewaringstelling van de betrokkene is gelast;

  • -

    een geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).

De rechtbank heeft de betrokkene op 10 februari 2017 gehoord. De betrokkene werd bijgestaan door zijn advocaat.

Verder zijn ter terechtzitting verschenen:

- de behandelend arts, [naam] ,

- een co-assistent,

- de psychiatrisch verpleegkundige, [naam] ,

- de ouders van betrokkene.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis van de betrokkene.

De betrokkene voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Op het verzoek zijn van toepassing de artikelen 20, 27, 29 en 30 van de Wet Bopz.

De rechtbank stelt voorop dat de verzochte machtiging slechts kan worden verleend indien de betrokkene gevaar veroorzaakt, het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene het gevaar doet veroorzaken, het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat een voorlopige machtiging tot het doen opnemen of doen verblijven of tot het doen voortduren van het verblijf van de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis niet kan worden afgewacht en het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.

De advocaat heeft namens de betrokkene aangevoerd dat de betrokkene bereid is om met hulp van zijn ouders vrijwillig in het ziekenhuis te blijven. Hier doet zich de uitzonderlijke situatie voor dat beide ouders ook in het psychiatrisch ziekenhuis dagelijks beschikbaar zijn voor betrokkene en hem daar zoveel mogelijk begeleiden. De ouders zijn mening dat een langer gedwongen kader alleen maar traumatiserend en stigmatiserend werkt voor hun zoon. Namens de betrokkene en zijn ouders bepleit de advocaat daarom afwijzing van het verzoek.

De arts heeft ter zitting verklaard dat er nog steeds sprake is van onmiddellijk dreigend gevaar. Betrokkene heeft onvoldoende ziektebesef en ziekte-inzicht. Adequate zorg door het psychiatrisch ziekenhuis is en blijft noodzakelijk. Daarnaast is het noodzakelijk dat het ziekenhuis, als betrokkene te kennen geeft hier niet meer te willen zijn, kan ingrijpen.

De rechtbank is van oordeel dat het ernstige vermoeden bestaat dat bij de betrokkene sprake is van een stoornis van de geestvermogens als bedoeld in de Wet Bopz. Betrokkene lijdt vermoedelijk aan een paranoïde psychose bij een autistiforme stoornis.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het hiervoor genoemde gevaar zich voordoet. De betrokkene levert door zijn psychose een onmiddellijk dreigend gevaar op voor zichzelf en een of meer anderen.

De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, voorts van oordeel dat het gevaar nu en de eerstkomende week of weken niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Dat een voortzetting van de gedwongen opname eventueel voor betrokkene traumatiserend en/of stigmatiserend zou kunnen werken, doet aan het voorgaande niet of onvoldoende af.

Naar het oordeel van de rechtbank geeft de betrokkene zelf niet blijk van de nodige bereidheid voor een vrijwillige opname. Relevant is nu eenmaal voor een vrijwillige opname de nodige bereidheid van de betrokkene zelf en niet die van zijn ouders.

Beslissing

De rechtbank:

verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis, van:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

tot en met 3 maart 2017.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wien, rechter, bijgestaan door S.P.M. Flipse als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2017.