Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:16529

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-08-2017
Datum publicatie
18-05-2018
Zaaknummer
NL17.5206
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Guinese. Eerwraak. Vrees voor familie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL17.5206

V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 10 augustus 2017 in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

gemachtigde mr. H.C.C. Kneuvels

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. C.H.H.P.M. Kelderman

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. S. Camara is opgetreden als tolk in de Pular-taal.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en bezit de Guinese nationaliteit. Op 10 februari 2016 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

2. Eiseres heeft het volgende aan haar aanvraag ten grondslag gelegd. Eiseres woonde met haar echtgenoot en zijn broer en diens vrouwen in hetzelfde huis. Haar echtgenoot is in augustus 2015 overleden en zij moest een rouwperiode van drie à vier maanden in acht nemen. Daarna wilde een andere man, genaamd [naam 2] , met haar trouwen. Haar oom heeft dit aan haar zwager medegedeeld. De zwager zei dat als eiseres met die man zou trouwen, de kinderen bij hem zouden blijven. De oom heeft daarop tegen de zwager gezegd dat als hij niet wilde dat eiseres met die man ging trouwen, de zwager haar dan maar moest trouwen omdat zij niet bij de oom kon blijven. Er werd veel druk op eiseres uitgeoefend door de familie, maar eiseres wilde niet trouwen met haar zwager. Hij is oud, houdt niet van haar en zij moet van hem een boerka dragen. Zij zou dan geen leven meer hebben en als een gevangene behandeld worden. De zwager accepteerde dit niet en werd boos. Hij heeft eiseres en de kinderen opgesloten en mishandeld en eiseres na twee dagen medegedeeld dat hij met haar getrouwd was. Hij heeft haar een sluier toegeworpen en niemand mocht nog iets van haar lichaam zien. Daarop heeft eiseres [naam 2] gebeld. De volgende dag is eiseres met de auto met de kinderen naar Conakry gegaan, waar een vriend van [naam 2] haar is komen ophalen. Haar kinderen konden voor een tijdje bij [naam 2] en diens vriend en zijn vrouw blijven. Eiseres heeft vervolgens Guinee verlaten omdat zij vreest dat haar familie haar wil doden of haar wil laten onderwerpen aan dichtnaaien (infibulatie), de meest vergaande vorm van FGM (female genital mutilation).

3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e en h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht de nationaliteit en identiteit van eiseres geloofwaardig evenals het overlijden van haar echtgenoot. Ook wordt geloofwaardig geacht dat [naam 2] in het leven van eiseres een rol speelt, dat hij zich in Guinee over haar kinderen ontfermd heeft, dat hij van haar en haar kinderen houdt en met haar wil trouwen. Dat eiseres van haar oom met haar zwager moest trouwen dan wel dat haar zwager dat wilde, de daaruit voortvloeiende problemen en de rol van [naam 2] in dit verband worden echter niet geloofwaardig geacht, evenmin dat eiseres door haar familie zal worden onderworpen aan infibulatie. Eiseres heeft hierover wisselende, vage en tegenstrijdige verklaringen afgelegd, aldus verweerder. Tot slot wordt niet aannemelijk geacht dat eiseres los van haar asielrelaas een reëel risico loopt op ernstige schade in de vorm van herbesnijdenis.

4. In beroep heeft eiseres aangevoerd dat haar relaas door verweerder ten onrechte als ongeloofwaardig is aangemerkt. Eiseres heeft moeite zich te concentreren en hiermee is onvoldoende rekening gehouden bij de beoordeling. Dat zij een datum vergeten is, maakt het relaas nog niet ongeloofwaardig. Verder is het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd. Het belangrijkste element van het relaas van eiseres is het risico van FGM, en dit is door verweerder onbesproken gelaten. Tot slot is de aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. Van een te late melding is volgens eiseres geen sprake.

De rechtbank overweegt als volgt.

5.
Allereerst zal worden beoordeeld of verweerder een deel van het relaas van eiseres niet ten onrechte als ongeloofwaardig heeft aangemerkt.

6. Verweerder heeft uitgebreid gemotiveerd in het bestreden besluit en het voornemen waarnaar dit verwijst, waarom volgens hem het asielrelaas niet geloofwaardig is. Zo heeft eiseres afwisselend verklaard niet getrouwd te zijn (rapport van eerste gehoor, p. 3; rapport nader gehoor, p. 13; rapport van aanvullend nader gehoor van 11 juli 2016, p. 14) en wel getrouwd te zijn (aanmeldgehoor, p. 3; correcties en aanvullingen nader gehoor van 3 juni 2016). Ook heeft eiseres wisselend en tegenstrijdig verklaard over de huwelijksdatum, wanneer zij is mishandeld door haar zwager, wanneer zij [naam 2] heeft leren kennen en wanneer hij een huwelijksaanzoek zou hebben gedaan. Hetzelfde geldt ten aanzien van de zeggenschap die haar oom over haar had, en de situatie met betrekking tot de woning. Tot slot wekt ook de manier waarop eiseres is vertrokken uit de woning bevreemding. Het is immers niet goed voorstelbaar dat de zwager eiseres met de kinderen na twee dagen opsluiting en mishandeling een dag later in verwonde toestand naar de markt heeft laten gaan. Temeer niet gezien de voorgeschiedenis en de aanwezigheid van een man die haar wil huwen, en ook gelet op de verklaring van eiseres dat zij niets over haar kinderen te vertellen heeft maar dat haar zwager voor hen verantwoordelijk was, aldus verweerder. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de hierboven genoemde argumenten voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom een deel van de verklaringen van eiseres niet geloofwaardig worden geacht.

7. Voor zover eiseres stelt dat haar concentratieproblemen van dien aard zijn dat van haar niet verlangd kan worden een datum van een huwelijk of aanzoek te noemen, wordt eiseres daarin niet gevolgd. Het advies van de Forensisch Medische Maatschappij Utrecht van 4 mei 2016, naar aanleiding van het medische onderzoek dat eiseres heeft ondergaan, luidt dat duidelijke en korte vragen worden gesteld en dat een pauze wordt ingelast in het geval eiseres emotioneel wordt als het over haar kinderen gaat. Blijkens het rapport van nader gehoor (p. 3) is conform dit advies gehandeld. Voorts is gevraagd of eiseres in staat was aan het gehoor mee te werken, waarop eiseres bevestigend heeft geantwoord (p. 3). Ook is regelmatig naar het welbevinden van eiseres geïnformeerd, is herhaaldelijk gevraagd of zij een pauze wilde nemen en zijn ook daadwerkelijk regelmatig pauzes ingelast (zie rapport nader gehoor pp. 3, 7, 10, 13, 16, 17, 20, 22). Eiseres heeft zelf ook verklaard dat het nader gehoor goed is verlopen (p. 23). Bovendien heeft eiseres nadien nagelaten om bij de correcties en aanvullingen van dit gehoor alsnog de data van het huwelijk en aanzoek te noemen. Gelet op het feit dat eiseres wel de exacte data kon noemen van haar vertrek uit de woning, haar vertrek uit Guinee en haar aankomst in Nederland, valt niet in te zien waarom eiseres niet de datum van het gestelde huwelijk met haar zwager of de datum van het huwelijksaanzoek van [naam 2] zou kunnen noemen. Eiseres heeft verder geen medische bescheiden overgelegd die een andere conclusie rechtvaardigen.

8. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het asielrelaas van eiseres niet ten onrechte als ongeloofwaardig heeft aangemerkt.

9. Eiseres heeft zich er verder op beroepen dat zij bij terugkeer naar Guinee vreest te worden onderworpen aan infibulatie omdat zij haar zwager heeft verlaten en omdat haar familie wil dat zij geen seks meer met andere mannen kan hebben. Verweerder heeft dit element ten onrechte onbesproken gelaten volgens eiseres.

10. Overwogen wordt dat verweerder de gestelde problemen van eiseres met haar zwager, zoals hiervoor overwogen, niet ten onrechte als niet geloofwaardig heeft aangemerkt. De gestelde vrees te worden onderworpen aan infibulatie is gebaseerd op dit onderdeel van het asielrelaas en daarom evenmin geloofwaardig. Anders dan eiseres stelt, heeft verweerder bovendien overwogen - los van het ongeloofwaardig geachte relaas - dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar, als reeds besneden volwassen vrouw met kinderen, bij terugkeer een herbesnijdenis te wachten staat en dat openbare bronnen daarvoor ook geen steun bieden. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt aan infibulatie te worden blootgesteld.

11. Gelet hierop heeft verweerder zich eveneens terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een schending van het recht op privéleven in de zin van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Verweerder heeft de vrees voor infibulatie niet bij zijn belangenafweging hoeven te betrekken. Van een motiveringsgebrek is geen sprake.

12. Tot slot heeft eiseres aangevoerd dat verweerder de aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond heeft afgedaan. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, alsmede op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw.

Hierboven is reeds overwogen is dat verweerder het asielrelaas van eiseres niet ten onrechte als ongeloofwaardig heeft aangemerkt, gelet op de wisselende, vage en tegenstrijdige verklaringen van eiseres. Daarmee is voldaan aan het bepaalde in artikel 30b,

eerste lid, aanhef onder e, van de Vw. Verweerder heeft daarom op deze grond de asielaanvraag van eiseres als kennelijk ongegrond kunnen aanmerken. Of verweerder eiseres daarnaast terecht heeft tegengeworpen dat zij zich niet zo snel als mogelijk heeft aangemeld voor het doen van haar asielverzoek (artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw) laat de rechtbank in het midden, nu beantwoording van deze vraag niet tot een andere uitkomst leidt.

13. De slotsom is dat verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond, op grond van artikel 31, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 30 b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.

14. Het beroep is ongegrond.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van der Hell, griffier, op 10 augustus 2017.

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.