Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:16091

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-09-2017
Datum publicatie
19-02-2018
Zaaknummer
C/09/523704 / FA RK 16-9556
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

inschrijving Britse geboorteakten in de registers van geboorten van de gemeente

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 16-9556

Zaaknummer: C/09/523704

Datum beschikking: 4 september 2017

Inschrijven buitenlandse geboorteakte

Beschikking op het op 15 december 2016 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. P.W.M. Franssen te Amsterdam.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[belanghebbende] ,

de man,

wonende te [woonplaats] , Groot-Brittannië,

en

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,

zetelend te 's-Gravenhage,

de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het bericht d.d. 11 januari 2017 met bijlagen van de zijde van verzoekster;

  • -

    het bericht d.d. 6 maart 2017 van de ambtenaar;

  • -

    het bericht d.d. 29 maart 2017 met bijlagen van de zijde van verzoekster.

Bij en na indiening van het verzoekschrift zijn – voor zover van belang – de volgende bescheiden overgelegd:

  • -

    een afschrift van een geboorteakte met nummer [nr.] van het jaar [jr.] , voorkomend in het register van geboorten van de gemeente [plaatsnaam] , relaterend de geboorte van [1. minderjarige] , afgegeven op [datum] ;

  • -

    een afschrift van een geboorteakte met nummer [nr.] van het jaar [jr.] , voorkomend in het register van geboorten van de gemeente [plaatsnaam] , relaterend de geboorte van [2. minderjarige] , afgegeven op [datum] .

Op 1 juni 2017 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster met haar advocaat, de man met een tolk [naam] , en namens de ambtenaar [naam] en [naam] .

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt ertoe:

  • -

    primair de inschrijving te gelasten van de overgelegde geboorteakten ten name van de kinderen in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage;

  • -

    subsidiair voor recht te verklaren dat de geboorteakten overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door de bevoegde instantie zijn opgemaakt en naar hun aard vatbaar zijn voor opname in het Nederlandse register van de burgerlijke stand en de ambtenaar hiertoe te gelasten;

  • -

    meer subsidiair de geboortegegevens van genoemde geboorteakten te laten registreren in de registers van de burgerlijke stand,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De ambtenaar heeft verweer gevoerd.

Uit de overgelegde documenten blijkt het volgende:

  • -

    Verzoekster en de man zijn op [datum] in [plaatsnaam] volgens de Islamitische wetgeving (sharia) met elkaar in het huwelijk getreden.

  • -

    Verzoekster is de moeder van de thans nog minderjarige kinderen:

  • -

    [1. minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Groot-Brittannië;

  • -

    [2. minderjarige] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Groot-Brittannië;

  • -

    De Britse geboorteakten van de kinderen vermelden verzoekster als moeder en de man als vader.

  • -

    De man heeft de Somalische nationaliteit.

Feiten

  • -

    Van de kinderen komen geen geboorteakten voor in de registers van de burgerlijke stand.

  • -

    De kinderen komen niet voor in het gezagsregister.

  • -

    Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit.

  • -

    Volgens uittreksels uit het systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen (BRP) van de kinderen staan verzoekster en de man als ouders geregistreerd.

  • -

    Volgens de BRP hebben de kinderen de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

De ambtenaar heeft bij bericht van 7 november 2016 het verzoek om de buitenlandse geboorteakten van de kinderen in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand geweigerd. De ambtenaar heeft verzoekster erop gewezen dat zij naar aanleiding van dit besluit op grond van artikel 1:18b BW (de rechtbank begrijpt: artikel 1:18c BW) respectievelijk 1:27 BW binnen zes weken een verzoekschrift kan indienen bij de rechtbank.

Op grond van artikel 1:27 BW heeft belanghebbende de bevoegdheid zich binnen zes weken na verzending van het besluit bij verzoekschrift te wenden tot de rechtbank.

Het verzoek is ingediend binnen de termijn van artikel 1:27 BW, zodat verzoekster ontvankelijk is.

Inschrijving geboorteakten

De ambtenaar heeft de inschrijving van de buitenlandse geboorteakten geweigerd, omdat verzoekster geen gelegaliseerde huwelijksakte kan overleggen ter onderbouwing van de in de Britse geboorteakten vermelde afstammingsrelatie tussen de man en de kinderen. Het huwelijk van verzoekster en de man staat niet geregistreerd in de BRP. De ambtenaar betwist niet dat de geboorteakten van de kinderen zijn opgemaakt conform de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie, maar voor de inschrijving van de akten in de registers zijn onderliggende stukken nodig waaruit volgt dat de kinderen staande een huwelijk zijn geboren. De ambtenaar van de burgerlijke stand in [geboorteplaats] heeft niet om een huwelijksakte verzocht, zodat de geboorteakten zijn opgemaakt zonder voorafgaand behoorlijk onderzoek.

Verzoekster stelt dat de geboorteakten overeenkomstig de plaatselijke voorschriften in [geboorteplaats] zijn opgemaakt, van rechtswege in Nederland worden erkend en dus voor inschrijving in aanmerking komen. Verzoekster verwijst naar artikel 10:101, eerste lid, BW juncto artikel 10:100, eerste lid, BW en de uitspraak van de Hoge Raad van 19 mei 2017 (ECLI:NL:HR:2017:942). Het is de ambtenaar niet toegestaan om na te gaan of er sprake is van een familierechtelijke betrekking tussen de man en de kinderen door te toetsen of het huwelijk tussen de man en verzoekster kan worden erkend in Nederland en daar onderliggende stukken voor te eisen. De enige weigeringsgrond voor erkenning van het huwelijk - en daarmee de erkenning van de familierechtelijke betrekking tussen de man en de kinderen - is strijd met de openbare orde en daarvan is geen sprake. Verzoekster betwist dat de geboorteakten zijn opgemaakt zonder voorafgaand behoorlijk onderzoek.

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:25 BW worden – voor zover hier van belang – buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akten van geboorte op verzoek van een belanghebbende ingeschreven in de registers van geboorten, indien de akte een persoon betreft die op het ogenblik van het verzoek Nederlander is. Op grond van artikel 1:18c BW is de ambtenaar bevoegd te weigeren een akte van de burgerlijke stand op te maken, indien de belanghebbende in gebreke blijft de in artikel 1:18, derde lid, BW bedoelde bescheiden over te leggen of indien de ambtenaar de overgelegde bescheiden ongenoegzaam acht of indien hij van oordeel is dat de Nederlandse openbare orde zich hiertegen verzet.

Uit artikel 10:101 juncto 10:100 BW volgt dat in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften gemaakte akte, in Nederland worden erkend, tenzij het rechtsfeit of de rechtshandeling niet is voorafgegaan door een behoorlijk onderzoek of de erkenning van die in een akte neergelegde rechtsfeiten of handelingen in strijd met de openbare orde zou zijn. In artikel 10:101, tweede lid, BW worden met betrekking tot de erkenning een drietal gevallen geconcretiseerd die in ieder geval in strijd met de openbare orde worden geacht te zijn:

  1. indien deze is verricht door een Nederlander die naar Nederlands recht niet bevoegd zou zijn het kind te erkennen;

  2. indien, wat de toestemming van de moeder van het kind betreft, niet is voldaan aan de vereisten van het recht dat ingevolge artikel 10:95 lid 3 BW toepasselijk is, of

  3. indien de akte kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft.

De kinderen zijn geboren in het Verenigd Koninkrijk. Door verzoekster zijn geboorteakten overgelegd, waarop de man als vader staat vermeld. Blijkens de Britse geboorteakten heeft verzoekster geboorteaangifte gedaan van de kinderen. Volgens het Brits recht dient zij bij de aangifte een verklaring van de vader over te leggen, waarin hij verklaart de vader van het kind te zijn. De in de akte vermelde vader zal als vader worden aangemerkt. Het bewijs van deze afstamming volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de geboorteakten. De familierechtelijke betrekking komt naar het oordeel van de rechtbank voor erkenning in aanmerking, nu niet in geschil is dat de Britse geboorteakten van de kinderen zijn opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie. Erkenning blijft echter achterwege indien zich een van de weigeringsgronden voordoet. Daarbij komt het aan op de vraag of de erkenning van de familierechtelijke betrekking onverenigbaar is met de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat van strijd met de openbare orde geen sprake is. Verzoekster heeft geen gelegaliseerde huwelijksakte van het huwelijk tussen verzoekster en de man op [datum] in [plaatsnaam] overgelegd. Dit betekent evenwel niet dat de erkenning van de uit dat huwelijk ontstane rechtsbetrekkingen tussen de man en de kinderen in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde. Bij de beoordeling op grond van artikel 10:101 BW van de erkenning van de familierechtelijke betrekking dient de voorvraag van erkenning van het daaraan ten grondslag liggende huwelijk geen rol te spelen (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 19 mei 2017). Door de wetgever is uitdrukkelijk afstand gedaan van de conflictrechtelijke toets bij de erkenningsvraag. Het is dan in strijd met de (laatstbedoelde) strekking van de erkenningsregel om de conflictrechtelijke toets dan wel toe te passen bij de voorvraag naar de geldigheid van het huwelijk die aan de afstammingsband ten grondslag ligt.

Het verzoek tot inschrijving van de geboorteakten van de kinderen in het register van de burgerlijke stand is, nu de geboorteaktes overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt, voor toewijzing vatbaar. De overige verzoeken van verzoekster behoeven derhalve geen verdere bespreking.

Keuze 1: “Blijkens....toepassing.” als de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in aanmerking genomen de Overeenkomst van Istanbul.

Keuze 2: “Blijkens....toe.” als de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft ingevolge de Overeenkomst. Dan luidt het Dictum: “verklaart zich onbevoegd om van het verzoekschrift kennis te nemen.”

Overige bij de Overeenkomst aangesloten landen: Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk,

Portugal, Spanje, Turkije.

Keuze 3: Op grond van art. 15 van het Vluchtelingenverdrag erkende vluchteling; dezen zijn in het bezit van een - over te leggen - ‘B-document’.

Keuze 4: Toepassing Nederlands recht.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage van voornoemde akte, nummer: [nr.] , afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand te [geboorteplaats] , op [datum] waarvan een fotokopie aan deze beschikking is gehecht;

gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage van voornoemde akte, nummer: [nr.] , afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand te [geboorteplaats] , op [datum] , waarvan een fotokopie aan deze beschikking is gehecht.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. Verloop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Corver als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2017.