Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:15921

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-11-2017
Datum publicatie
15-02-2018
Zaaknummer
NL17.11635
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Cubu, transseksueel, asielrelaas niet geloofwaardig, geen schijn vooringenomenheid, beroep gelijkheidsbeginsel slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.11635


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2017 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. T. Thissen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).


Procesverloop
Bij besluit van 23 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is L.M. van Gaalen als tolk ter zitting verschenen.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1994 en heeft de Cubaanse nationaliteit. Eiseres gaat door het leven als een vrouw met de naam [naam]. Zij heeft op 27 september 2017 de onderhavige aanvraag ingediend.

2. Eiseres heeft – samengevat weergegeven – aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij transseksueel is. Als gevolg van haar seksuele geaardheid heeft eiseres vanaf haar twaalfde levensjaar tot aan haar vertrek uit Cuba problemen van de zijde van de Cubaanse politie en bendeleden ondervonden. Ook is eiseres gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en bij het vinden van een huurwoning. Eiseres verklaart dat zij meer dan 100 keer is aangehouden en is meegenomen door de politie. Bovendien is zij door bendeleden belaagd en gediscrimineerd. Ongeveer vier jaar geleden heeft de rechtbank eiseres veroordeeld tot een jaar huisarrest. Op 26 augustus 2017 zijn de borstimplantaten, die eiseres een aantal maanden hiervoor had laten plaatsen, gedwongen verwijderd in een militair ziekenhuis nadat eiseres door de politie is aangehouden. Dit incident heeft eiseres doen besluiten om samen met haar partner het land van herkomst te verlaten.

3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 afgewezen als ongegrond en heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd. Verweerder heeft de volgende elementen in het asielrelaas van eiseres als relevant gekwalificeerd:

1) identiteit, nationaliteit en herkomst;

2) transseksuele geaardheid;

3) problemen als gevolg van de seksuele geaardheid van de zijde van de politie en bendeleden;

4) veroordeling tot huisarrest en de gedwongen operatie voor het weghalen van de borstimplantaten.

Verweerder heeft de verklaringen van eiseres over haar identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht evenals de verklaringen van eiseres betreffende haar transseksuele geaardheid en de problemen als gevolg van de seksuele geaardheid van de zijde van de politie en bendeleden. Daarentegen worden de veroordeling van eiseres tot huisarrest en de gedwongen operatie voor het weghalen van de borstimplantaten niet geloofwaardig geacht.

De door eiseres ondervonden problemen worden door verweerder onvoldoende zwaarwegend geacht. Eiseres kan daarom niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76) (het Vluchtelingenverdrag) en heeft ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

4. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en heeft daartoe – samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder vooringenomen was bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar asielrelaas. Bovendien heeft verweerder het ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres meer dan honderd keer in hechtenis is genomen vanwege haar geaardheid, dat eiseres is veroordeeld tot huisarrest en dat haar borstimplantaten gedwongen zijn verwijderd. Tot slot betoogt eiseres dat verweerder ten onrechte hetgeen bekend is uit andere dossiers niet bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar asielrelaas heeft betrokken.

5. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

6. Ingevolge artikel 29, eerste lid, van de Vw 2000 kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 worden verleend aan de vreemdeling:

a. die verdragsvluchteling is; of

b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade, bestaande uit:

1°. doodstraf of executie;

2°. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of

3°. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 afgewezen, indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in samenhang met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

7.1.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat eiseres meer dan honderd keer door de politie in hechtenis is genomen. Eiseres heeft niet onderbouwd dat dit daadwerkelijk meer dan honderd keer is gebeurd. Eiseres heeft slechts één document, te weten een kopie van een waarschuwingsbrief, overgelegd. Bovendien heeft eiseres tegenstrijdige verklaringen afgelegd over het aantal keren dat zij vast heeft gezeten. In haar eerste gehoor verklaart eiseres dat zij een keer heeft vastgezeten maar ook dat zij wel meer dan honderd keer vast heeft gezeten. De rechtbank volgt niet dat eiseres de vraag verkeerd heeft begrepen omdat zij een andere definitie zou hanteren. Voorts kan eiseres niet aangeven hoe vaak zij is aangehouden in de periode dat zij borstimplantaten had. Gelet op de omstandigheid dat dit voor eiseres een belangrijke stap geweest moet zijn geweest en de periode slechts tweeëneenhalve maand beslaat, heeft verweerder van eiseres hieromtrent een concrete en heldere verklaring mogen verwachten.

7.2.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de veroordeling van eiseres tot huisarrest ook niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiseres heeft deze veroordeling niet onderbouwd met documenten. Wel heeft eiseres in beroep een uitspraak van de Cubaanse rechter uit 2012 met een gedeeltelijke vertaling overgelegd. Dit document kan echter niet ter onderbouwing van de gestelde veroordeling dienen, nu deze uitspraak betrekking heeft op een latere strafrechtelijke procedure die tegen eiseres en haar toenmalige vriend wegens diefstal is aangespannen. De overgelegde kopie van de waarschuwingsbrief maakt de gestelde veroordeling ook niet aannemelijk, nu het document slecht leesbaar is en de authenticiteit van het document niet kan worden vastgesteld. Bovendien heeft eiseres wisselende verklaringen afgelegd over het al dan niet hebben van een strafblad. Eiseres heeft enerzijds verklaard geen strafblad te hebben omdat zij nooit strafbare feiten heeft begaan maar ook dat er een strafzaak is geweest met een advocaat waarbij zij uiteindelijk is veroordeeld tot huisarrest. Dat eiseres niet weet of zij een strafblad heeft, heeft verweerder niet geloofwaardig kunnen achten.

7.3.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat de borstimplantaten van eiseres operatief en onder dwang na aanhouding door de politie in een militair hospitaal zijn verwijderd. Daartoe heeft verweerder kunnen overwegen dat eiseres van haar aanhouding en gedwongen medische ingreep geen documenten overgelegd. Voorts heeft verweerder het bevreemdend mogen achten dat eiseres niets heeft ondernomen om de gestelde schending van de lichamelijke integriteit aan te vechten en

genoegdoening te krijgen. Dit geldt te meer nu eiseres al eerder een advocaat in de arm had genomen en de overheid zich inzet voor de rechten en belangen van LHBT-ers. Eiseres heeft evenmin een openbare bron overgelegd waarin melding wordt gedaan dat de Cubaanse autoriteiten zich inlaten met gedwongen medische aanpassingen van een burger terwijl het in de rede ligt dat over dat over een dermate grove schending van de lichamelijke integriteit gerapporteerd wordt. Uit de beschikbare informatie uit openbare bronnen, waaronder het voornoemde rapport van de US State Department, blijkt juist dat de situatie betreffende LHBT-ers in Cuba de laatste tijd aanzienlijk is verbeterd. Zo promoten de dochter van de president, Mariela Castro, en de overheid de rechten van de LHBT-gemeenschap. De organisatie Cenesex van Mariela Castro biedt transgenders bovendien de gelegenheid om hormoonbehandelingen en seksuele operaties te ondergaan of te faciliteren. Hoewel discriminatie op basis van seksuele oriëntatie en geslachtsidentiteit nog steeds voorkomt in Cuba, verbiedt de wet discriminatie op grond van seksuele oriëntatie bij werk, huisvesting, staatloosheid en toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. Het enkele feit dat eiseres littekens heeft die passen bij het plaatsen en verwijderen van borstimplantaten, maakt het voorgaande niet anders. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat het zeer

aannemelijk is dat de omstandigheden waarin de implantaten zijn verwijderd

anders moeten zijn geweest dan eiseres heeft verklaard.

7.4.

Ten aanzien van de beroepsgrond dat verweerder hetgeen bekend is uit andere dossiers in de beoordeling van het asielrelaas van eiseres had moeten betrekken en dat de aanvraag van eiseres in de verlengde asielprocedure had moeten worden behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres op zijn eigen merites beoordeeld en heeft hierbij algemene informatie over Cuba in de beoordeling betrokken. Het bestreden besluit geeft geen blijk van een onzorgvuldige voorbereiding of besluitvorming. Nu eiseres enkel verwezen heeft naar de V-nummers van twee andere transseksuelen uit Cuba maar het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet nader heeft onderbouwd, kan deze beroepsgrond niet slagen.

7.5.

De rechtbank overweegt als volgt ten aanzien van de door eiseres betoogde schijn van vooringenomenheid bij verweerder. Hoewel in het besluit van de partner van eiseres wordt aangegeven dat de aanvraag van eiseres is afgewezen, volgt de rechtbank niet dat hieruit blijkt dat verweerder vooringenomen was. Zoals verweerder ter zitting heeft aangegeven, zijn zowel het besluit van eiseres als die van haar partner op vrijdag 20 oktober 2017 genomen. Omwille van het aanbreken van het weekend is het echter niet gelukt om de besluiten op dezelfde dag te verzenden. Het besluit van de partner van eiseres is nog wel vóór het aanbreken van het weekend op vrijdag 20 oktober 2017 verzonden, terwijl het besluit van eiseres pas na afloop van het weekend op maandag 23 oktober 2017 is verzonden.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 november 2017.

Griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.