Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:15719

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
01-02-2018
Zaaknummer
NL17.13691
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel, Cubaanse nationaliteit, homoseksueel, discriminatie, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.13691


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L.T. Krabbenborg).


Procesverloop
Bij besluit van 22 november 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 december 2017. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is van Cubaanse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1992. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is en dat hij als gevolg daarvan problemen heeft ondervonden in Cuba van de zijde van zijn familie, van vreemden op straat en van de politie.

2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: de identiteit en nationaliteit van eiser, zijn homoseksuele geaardheid en de problemen die hij naar aanleiding daarvan heeft ondervonden.

3. Verweerder acht alle relevante elementen geloofwaardig, maar stelt zich op het standpunt dat de door eiser ondervonden problemen niet zwaarwegend genoeg zijn om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel.

4. Eiser voert, kort samengevat, aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij zich terughoudend dient op te stellen ten aanzien van het uiten van zijn seksuele geaardheid. Dit is volgens eiser in strijd met het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eiser heeft aangevoerd dat hij uitsluitend door zich uit het openbare leven terug te trekken en weg te blijven van openbare ontmoetingsplekken voor homo’s, uit handen van de politie heeft kunnen blijven.

5. De rechtbank is het volgende van oordeel.

Verweerder heeft eisers problemen afzonderlijk en in samenhang beoordeeld en heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de problemen die eiser heeft ondervonden, hoe vervelend ook, geen geslaagd beroep op het Vluchtelingenverdrag dan wel het EVRM rechtvaardigen. Eiser heeft in Cuba zijn geaardheid vanaf, ongeveer, zijn zestiende levensjaar tot enige tijd voor zijn vertrek niet verborgen gehouden, of zich daarin terughoudend opgesteld. Hij heeft zijn school afgemaakt en een vervolgopleiding gedaan. Hij heeft gewerkt en verklaard ook werk te kunnen vinden. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser weliswaar is meegenomen naar het bureau, boetes heeft gehad en dat hij is opgeroepen door de wijkagent, doch dat niet gebleken is van detentie of strafvervolging. Evenzo heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt kunnen stellen dat de omstandigheid dat eiser door zijn geaardheid meer dan andere burgers in Cuba wordt lastig gevallen door de politie geen zodanige problemen oplevert dat het leven van eiser daardoor onhoudbaar is geworden. Dit geldt evenzo wanneer deze omstandigheid bezien wordt in samenhang me de andere door eiser genoemde complicaties als gevolg van zijn geaardheid. De rechtbank ziet verder niet in dat verweerder, anders dan eiser veronderstelt, aan eiser heeft tegengeworpen dat hij zich terughoudend zou moeten opstellen bij het uiten van zijn seksuele geaardheid. Eiser heeft zelf de keuze gemaakt om zich terughoudender op te stellen waarbij hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daartoe door hem specifiek betreffende omstandigheden werd gedwongen. Eiser heeft me name niet aannemelijk gemaakt dat de door hem genoemde incidenten van zijn neef of vrienden ook voor hem persoonlijk een risico betekenen voor, bijvoorbeeld, detentie. Uit het nader gehoor blijkt verder dat eiser tot (kort voor) zijn vertrek nog contact had met transseksuele vrienden. Eiser voldoet niet aan de voorwaarden voor het vluchtelingschap. Verweerder heeft dit standpunt voldoende gemotiveerd.

6. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Zeben - de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. D.D. van Loopik, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.

De rechter is verhinderd te uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.