Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:15712

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-12-2017
Datum publicatie
15-01-2018
Zaaknummer
09/809012-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mevrouw X wordt verdacht van betrokkenheid (door middel van plegen, medeplegen, uitlokken of medeplichtigheid) bij de gewelddadige woningoverval op haar schoonmoeder en de woninginbraak bij haar zwager enkele dagen daarvoor. De persoon met wie verdachte destijds een relatie had, is eerder door deze rechtbank voor beide feiten veroordeeld.

De rechtbank constateert dat uit het dossier vragen rijzen omtrent de wetenschap van verdachte van, dan wel haar betrokkenheid bij, zowel de woningoverval als de woninginbraak. Verdachte heeft zich lange tijd beroepen op haar zwijgrecht, zodat deze vragen onbeantwoord bleven. De rechtbank is evenwel van oordeel dat er onvoldoende (direct) wettig en overtuigend bewijs is voor de betrokkenheid van verdachte bij beide feiten, zoals tenlastegelegd. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/809012-14

Datum uitspraak: 29 december 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 17 december 2014 (pro forma behandeling), 12 maart 2015 (pro forma behandeling) en 15 december 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Ariese en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. N.M. Fakiri, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 03 september 2014 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen één of meerdere siera(a)d(en) en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het één of meer ma(a)l(en) duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] (waarbij de mededader(s) van verdachte de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengedrongen) en/of (vervolgens)

- het beetpakken van en/of (daarbij) trekken aan het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het één of meer ma(a)l(en) met een (wandel)stok, althans enig hard voorwerp slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het met één of meer doek(en) blinddoeken en/of knevelen van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het knijpen in en/of verdraaien van de pols(en) van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het tonen van een mes, althans enig scherp en/of puntig voorwerp aan [slachtoffer 1] en/of (daarbij) roepen 'ik ga je vermoorden', althans woorden van een gelijke dreigende aard en/of strekking;

of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] (zich noemende [alias medeverdachte 2] ), althans twee personen op of omstreeks 03 september 2014 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben weggenomen één of meer siera(a)d(en) en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het één of meer ma(a)l(en) duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] (waarbij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengedrongen) en/of (vervolgens)

- het beetpakken van en/of (daarbij) trekken aan het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het één of meer ma(a)l(en) met een (wandel)stok, althans enig hard voorwerp slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het met één of meer doek(en) blinddoeken en/of knevelen van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het knijpen in en/of verdraaien van de pols(en) van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het tonen van een mes, althans enig scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) roepen 'ik ga je vermoorden', althans woorden van een gelijke dreigende aard en/of strekking,

welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte in of omstreeks de periode van 3 juli 2014 tot en met 3 september 2014 te 's Gravenhage en/of Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door het verschaffen van inlichtingen, immers heeft zij, verdachte, die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , althans een van die twee personen verteld dat, althans op de hoogte gebracht van het feit dat er een (grote) hoeveelheid geld en/of sieraden, althans goederen van hun gading aanwezig zou(den) zijn in de woning van/bij die [slachtoffer 1] ;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] (zich noemende [alias medeverdachte 2] ), althans twee personen op of omstreeks 3 september 2014 te 's Gravenhage, tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen één of meer siera(a)d(en) en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het één of meer ma(a)l(en) duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] (waarbij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengedrongen) en/of (vervolgens)

- het beetpakken van en/of (daarbij) trekken aan het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het één of meer ma(a)l(en) met een (wandel)stok, althans enig hard voorwerp slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het met één of meer doek(en) blinddoeken en/of knevelen van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het knijpen in en/of verdraaien van de pols(en) van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- het tonen van een mes, althans enig scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) roepen 'ik ga je vermoorden', althans woorden van een gelijke dreigende aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 3 juli 2014 tot en met 3 september 2014 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] , althans een van die twee personen te vertellen dat, althans op de hoogte te brengen van het feit dat er een (grote) hoeveelheid geld en/of sieraden, althans goederen van hun gading aanwezig zou(den) zijn in de woning van/bij die [slachtoffer 1] .

2.

zij op of omstreeks 28 augustus 2014 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ( [adres 2] ) heeft weggenomen twee laptops en/of een televisie en/of een geldbedrag (van 1100 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] (zich noemende [alias medeverdachte 2] ) op of omstreeks 28 augustus 2014 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ( [adres 2] ) hebben/heeft weggenomen twee laptops en/of een televisie en/of een geldbedrag (van 1100 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] , welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte in of omstreeks de periode 28 juni 2014 tot en met 28 augustus 2014 te 's Gravenhage en/of Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door het verschaffen van inlichtingen, immers heeft zij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] verteld dat, althans op de hoogte gebracht van het feit dat er in die woning geld en/of goederen van hun gading aanwezig zou(den) zijn;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] (zich noemende [alias medeverdachte 2] ) op of omstreeks 28 augustus 2014 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning ( [adres 2] ) hebben/heeft weggenomen twee laptops en/of een televisie en/of een geldbedrag (van 1100 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 28 juni 2014 tot en met 28 augustus 2014 te Rijswijk en/of 's Gravenhage en/of Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] te vertellen dat, althans op de hoogte te brengen van het feit dat er in die woning geld en/of goederen van hun gading aanwezig zou(den) zijn.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Feit 1: woningoverval bij [slachtoffer 1]

Op 3 september 2014 kwamen bij de meldkamer van de politie diverse meldingen binnen dat er werd ingebroken in de woning van [slachtoffer 1] (de schoonmoeder van verdachte) aan de [adres 3] te Den Haag. Eén van deze meldingen werd – zo bleek later - gedaan door verdachte. Toen de verbalisanten aankwamen bij de woning, zagen zij twee mannen vluchten. Na een korte achtervolging werden verdachten [alias medeverdachte 2] (ook genoemd [medeverdachte 2] , hierna te noemen: [alias medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 1] aangehouden. Bij [alias medeverdachte 2] werden geld en sieraden aangetroffen, die [slachtoffer 1] later herkende als haar gestolen goederen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij door twee personen in haar woning is overvallen en dat die personen daarbij geweld hebben gebruikt. Verdachten [alias medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn door de rechtbank voor het medeplegen van dit feit veroordeeld.

Feit 2: diefstal uit woning van [slachtoffer 2]

Op 28 augustus 2014 heeft [slachtoffer 2] (de zwager van verdachte) aangifte gedaan van diefstal uit zijn woning, gelegen aan de [adres 2] te Rijswijk, waarbij een aantal goederen is weggenomen. Tijdens sporenonderzoek in de woning zijn dactyloscopische sporen van eerder genoemde [alias medeverdachte 2] aangetroffen op het kozijn aan de binnenzijde van een uitzetraam. [alias medeverdachte 2] is voor dit feit door de rechtbank veroordeeld.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en onder 2 primair wordt veroordeeld, met dien verstande dat verdachte ter zake van feit 1 partieel zal worden vrijgesproken van het tezamen en in vereniging bedreigen met een mes van [slachtoffer 1] en het tegen haar roepen van de woorden “ik ga je vermoorden”. De officier van justitie acht verdachte schuldig aan het medeplegen van de overval en medeplegen van diefstal. Hoewel verdachte niet bij de overval en diefstal aanwezig was, heeft zij zowel voorafgaand als tijdens die overval en diefstal daar een wezenlijke bijdrage aan geleverd.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor integrale vrijspraak van de ten laste gelegde feiten.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Feit 1: woningoverval bij [slachtoffer 1]

Verdachte wordt een ernstig strafbaar feit verweten, namelijk medeplegen dan wel uitlokken van een overval op een bejaarde vrouw in haar woning, althans de medeplichtigheid daaraan. Verdachte ontkent betrokkenheid. Ten aanzien van verdachte komt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting onder meer het volgende naar voren.

Verdachte heeft tijdens de overval op haar schoonmoeder op 3 september 2014 om 19.26.52 uur contact opgenomen met het alarmnummer 112. Zij vertelde de centralist dat zij kon zien dat een alleenwonende vrouw die zij kent, werd overvallen. Toen verdachte op 6 september 2014 door de politie als getuige werd verhoord, heeft zij verklaard dat zij - kort voordat zij de 112-melding deed - werd gebeld door een onbekend nummer, dat zij toen de stem van haar schoonmoeder hoorde en haar hoorde huilen en dat zij mannenstemmen kon horen. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat zij tijdens de overval per ongeluk is gebeld via Viber - een applicatie waarmee buiten het reguliere telefoonnetwerk via het internet gebeld kan worden - dat zij op dat moment niet doorhad wie haar belde, en dat zij er later achter kwam dat [alias medeverdachte 2] haar had gebeld, met wie zij toen een relatie had. Verdachte heeft verklaard dat zij de stem van haar schoonmoeder wel, en de stemmen van de mannen die zij hoorde niet herkende.

Op verzoek van de verdediging is onderzoek gedaan naar de belhistorie van de telefoon van verdachte. Uit dit onderzoek is gebleken dat zij direct voorafgaand aan het 112-gesprek niet via het reguliere telefoonnetwerk is gebeld. De belgeschiedenis in de applicatie Skype laat ook geen inkomende gesprekken zien kort voor de 112-melding door verdachte. Uit (nader) NFI-onderzoek naar de applicatie Viber blijkt dat enkele regels van de gespreksgeschiedenis zijn verwijderd en dat niet meer kan worden nagegaan of op 3 september 2014 tussen 19.00 uur en 19.40 uur een (inkomend) gesprek heeft plaatsgevonden.

In het OVC-gesprek van 22 september 2014 tussen verdachte en [alias medeverdachte 2] in de bezoekersruimte van de PI waar [alias medeverdachte 2] op dat moment gedetineerd was, vraagt verdachte onder meer aan [alias medeverdachte 2] “hebben jullie toen alles daar gepakt?” Verdachte vraagt ook naar het geld. Verder is te horen dat verdachte zegt: “alleen die Viber, die heb ik al lang verwijderd, precies die dag he? Ik heb alles verwijderd”. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat zij het Viber gesprek van kort voor de 112-melding per ongeluk uit haar belgeschiedenis heeft verwijderd.

Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte daags na de overval een nieuw telefoonnummer in gebruik heeft genomen. Enkele dagen later heeft verdachte opnieuw een nieuw telefoonnummer, alsmede een andere telefoon in gebruik genomen. In een afgeluisterd gesprek tussen verdachte en [alias medeverdachte 2] zegt verdachte dat niemand hen op dit nummer kan afluisteren en dat ze de telefoon speciaal voor hem heeft gekocht. Ter zitting heeft verdachte hierover verklaard dat zij werd lastig gevallen door de politie en de familie van het slachtoffer en dat zij om die reden een nieuw telefoonnummer heeft genomen.

Bovenstaande feiten en omstandigheden roepen vragen op en hebben geleid tot de verdenking en vervolging van verdachte. Verdachte heeft tijdens politieverhoren en bij de rechter-commissaris en in raadkamer gezwegen. Die proceshouding heeft eraan bijgedragen dat de gerezen vragen omtrent verdachtes wetenschap van dan wel betrokkenheid bij de overval op haar schoonmoeder niet zijn beantwoord en dat de verdenking en vervolging van verdachte hebben voortgeduurd. Ter zitting heeft verdachte een zeer uitgebreide verklaring afgelegd. De rechtbank constateert evenwel dat verdachte op cruciale punten in het dossier nog altijd geen (volledige) openheid van zaken geeft.

Conclusie

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende directe aanknopingspunten bevat waaruit kan worden afgeleid dat verdachte vooraf op de hoogte was van de overval op haar schoonmoeder op 3 september 2014 en/of dat zij daarbij een coördinerende rol heeft vervuld. Het dossier bevat evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte als dader van dan wel medeplichtige aan die overval aan te wijzen. Zij zal dan ook van het haar onder 1 tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Feit 2: diefstal uit woning van [slachtoffer 2]

Verdachte heeft eveneens betrokkenheid bij de diefstal uit de woning van [slachtoffer 2] ontkend. Met betrekking tot dit feit komt ten aanzien van verdachte onder meer het volgende uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting naar voren.

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte op de dag van de diefstal, 28 augustus 2014, onverwacht contact met hem opnam, terwijl zij lange tijd geen contact hadden gehad. Zij was die middag vanaf 14.00 uur bij hem thuis. Na een uur heeft hij verdachte op haar verzoek thuisgebracht. Daarna is hij naar het casino gegaan. Terwijl hij in het casino was, zou hij meermalen op zijn mobiele telefoon zijn gebeld door verdachte met de vraag waar hij was. Toen hij die avond om 21.00 uur thuiskwam, zag hij dat goederen uit zijn woning waren weggenomen.

De verklaring van aangever [slachtoffer 2] wordt ondersteund door zendmastgegevens waaruit blijkt dat de telefoon van verdachte op 28 augustus 2014 een zendmast in de directe omgeving van het huis van aangever aanstraalde tussen 14.00 uur en 15.00 uur. Ook is gebleken dat verdachte die dag om 19.50 uur heeft gebeld naar de huistelefoon van aangever [slachtoffer 2] .

Voorts is gebleken dat verdachte op de dag van de diefstal tussen 19.44 uur en 20.31 uur veelvuldig contact had met het telefoonnummer van [alias medeverdachte 2] , wiens dactyloscopische sporen later zijn aangetroffen op het kozijn aan de binnenzijde van een uitzetraam van de woning van aangever. Tijdens die telefoongesprekken straalde de telefoon van [alias medeverdachte 2] een zendmast in de buurt van de woning van aangever [slachtoffer 2] aan. Tussen 20.05 uur en 20.32 uur straalde ook de telefoon van verdachte een zendmast in de buurt van de woning van aangever aan.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat aangever haar op 28 augustus 2014 omstreeks 18.00/19.00 uur ophaalde bij haar moeder en meenam naar zijn huis. Aldaar zou hij haar om geld hebben gevraagd, wat zij hem ook heeft gegeven. Hij bracht haar een uur of anderhalf uur later (dus rond 20:00/21:00 uur) naar huis. Zij heeft daar gezien dat hij geld uit de kamer van haar dochter pakte. Zij heeft hem daarna meerdere keren gebeld om te vragen of hij het geld wilde teruggeven.

Ook hier geldt dat bovenstaande feiten en omstandigheden vragen oproepen omtrent verdachtes betrokkenheid bij de inbraak in de woning van [slachtoffer 2] . Ook over dit feit heeft verdachte tijdens politieverhoren en bij de rechter-commissaris en in raadkamer gezwegen, zodat de gerezen verdenking (en vervolging) van verdachte hebben voortgeduurd. Ter zitting heeft verdachte ook over dit feit een verklaring afgelegd, maar heeft zij wederom op onderdelen geen (volledige) openheid van zaken gegeven, dan wel wisselend verklaard.

Conclusie

De rechtbank is op basis van het vorenstaande en gelet op de innerlijke tegenstrijdigheden in de verschillende verklaringen die [slachtoffer 2] in dit dossier heeft afgelegd, van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal uit de woning van [slachtoffer 2] als medepleger, pleger of uitlokker en evenmin dat zij daarbij als medeplichtige betrokken is geweest. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het haar onder 2 tenlastegelegde.

4 De vordering van de benadeelde partij

4.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 16.500,00, bestaande uit de hierna te noemen posten. Tevens vordert zij wettelijke rente, de kosten van tenuitvoerlegging, de veroordeling van verdachte in de proceskosten en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.

1. Immateriële schade € 3.000,00

2. Materiële schade, bestaande uit:

- voorschot behandeling psychische klachten € 13.500,00

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van het voorschot voor de materiële schade wordt gematigd tot € 7.000,00. De gevorderde vergoeding voor immateriële schade kan in zijn geheel worden toewezen. De vordering dient hoofdelijk te worden opgelegd, met toepassing van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem bepleite vrijspraak, de vordering dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijkheid dient te worden verklaard.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vorderingen betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de rechtbank haar veroordelen in de kosten van verdachte. Nu verdachte geen kosten heeft gevorderd en overigens ook niet gebleken is dat verdachte kosten heeft moeten maken voor haar verdediging tegen de vordering van de benadeelde partij, zal de rechtbank deze kosten begroten op nihil.

5 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke begroot worden op nihil;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. L. Kelkensberg, voorzitter,

mr. P. van Essen, rechter,

mr. S.E. Postema, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. W. Braaksma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 december 2017.