Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1566

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-02-2017
Datum publicatie
23-02-2017
Zaaknummer
17/2673
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Dublin Zwitserland. Aliassen. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Claim akkoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 17/2673

V-nummer: [nummer]

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 16 februari 2017 in de zaak tussen

[naam] , van gestelde Syrische nationaliteit, eiser

gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. K. Bruin.

Procesverloop

Bij besluit van 3 februari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zwitserland op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening) verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak met nummer AWB 17/2674, plaatsgevonden op 16 februari 2017. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.

2. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te hebben. Hij erkent dat hij in Zwitserland is geweest maar stelt dat het claimakkoord van Zwitserland niet op hem betrekking heeft. Dit akkoord spreekt immers over een persoon met de naam [naam 1] ,alias [naam 2] alias [naam 3] , geboren op [geboortedatum 1] in Tunesië. De rechtbank overweegt dat eisers persoonsgegevens in het Eurodac-systeem zijn gekoppeld aan unieke en persoonsgebonden vingerafdrukken. Dit betekent dat de Zwitserse autoriteiten bij het bepalen van de verantwoordelijkheid voor eisers asielverzoek onderzoek hebben gedaan op basis van de persoonsgegevens die gekoppeld zijn aan de vingerafdrukken van eiser en dat daarom het claimakkoord ziet op de persoon van eiser.

3. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder ervan uitgaan dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat Zwitserland dit niet zou doen. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hier niet in geslaagd. Eiser heeft verklaard dat hij heel slecht behandeld is in Zwitserland. Verweerder heeft terecht overwogen dat hij zich hierover dient te beklagen bij de (hogere) autoriteiten in Zwitserland. Niet is gebleken dat zij eiser niet kunnen of willen helpen.

4. De stelling dat eiser niet op kan komen tegen de afwijzing van zijn asielverzoek omdat er geen rechtshulp bestaat of om financiële redenen niet toegankelijk is voor eiser, volgt de rechtbank niet. Hoewel uit artikel 19 van de Procedurerichtlijn volgt dat gratis rechtsbijstand in geval van een negatieve beslissing mogelijk moet zijn, volgt uit artikel 21, tweede lid, van de Procedurerichtlijn dat een lidstaat de voorwaarde kan opleggen dat deze rechtsbijstand enkel wordt aangeboden aan diegenen die niet over voldoende middelen beschikken. Tevens volgt uit artikel 20, derde lid, van de Procedurerichtlijn dat kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging niet wordt aangeboden wanneer een beroep van de verzoeker geen reële kans van slagen heeft. Hiermee voldoet Zwitserland aan het gestelde in de Procedurerichtlijn.

5. Ten aanzien van eisers vrees van indirect refoulement door de Zwitserse autoriteiten, oordeelt de rechtbank dat de Zwitserse autoriteiten middels het claimakkoord hebben gegarandeerd eisers asielverzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen, zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder d, van de Dublinverordening. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er concrete aanwijzingen zijn dat Zwitserland zich jegens eiser niet aan zijn internationale verplichtingen houdt.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Ente, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 16 februari 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.