Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:15516

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-12-2017
Datum publicatie
19-01-2018
Zaaknummer
AWB - 16 _ 8678
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wrb, rechtsbijstand, bezwaarprocedure toeslagen. Bijstand van een advocaat niet noodzakelijk. Geen sprake van feitelijke of juridische complexiteit. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 16/8678

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2017 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres

en

het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verweerder

(gemachtigde: C.W. Wijnstra).

Procesverloop

Bij besluiten van 8 juni 2016 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvragen vergoeding rechtsbijstand voor de toevoegingen met kenmerk [kenmerk 1] en [kenmerk 2] afgewezen.

Bij besluit van 18 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Het juridisch kader is als bijlage 1 aan deze uitspraak gehecht.

2. Eiseres is rechtsbijstandverlener en werkzaam bij een kantoor dat deelneemt aan het High Trust-programma van verweerder. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak toevoegingswaardig is niet langer door verweerder naar aanleiding van een toevoegingsaanvraag, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. In het convenant dat eiseres met verweerder heeft gesloten is overeengekomen dat de toevoegwaardigheid van iedere zaak waarvoor een toevoeging is aangevraagd bij de declaratie wordt getoetst.

3. Op 19 maart 2015 heeft eiseres een toevoeging aangevraagd ter zake van een bezwaarprocedure tegen een voorschotbeschikking zorgtoeslag en huurtoeslag 2015 van de Belastingdienst. Verweerder heeft op 24 maart 2015 de toevoeging met kenmerk [kenmerk 2] verleend. Op 10 april 2015 heeft eiseres een toevoeging aangevraagd ter zake van een bezwaarprocedure tegen een wijzigings- en terugvorderingsbeschikking huurtoeslag 2014. Verweerder heeft op 14 april 2015 de toevoeging met kenmerk [kenmerk 1] verleend. Eiseres heeft op 31 mei 2016 vergoedingen aangevraagd voor voornoemde toevoegingen. Bij primaire besluiten heeft verweerder de aanvragen om vergoeding afgewezen omdat voor aanvragen ter zake van een bezwaarprocedure in een toeslagzaak in beginsel geen toevoeging wordt verstrekt nu de rechtzoekende dit zelf kan. Verweerder heeft bij het bestreden besluit dit standpunt gehandhaafd.

4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat er sprake is van zowel juridische als feitelijke complexiteit en dat daarom bij wijze van uitzondering in beide zaken toevoegingen verleend moeten worden. Eiseres wijst er op dat de Belastingdienst zijn beslissingen nagenoeg niet motiveert. Over de toevoeging met kenmerk [kenmerk 1] voert eiseres aan dat er onduidelijkheid is over de vraag of een deel van de huurtoeslag aan de overleden echtgenoot van haar cliënt is uitbetaald. Ten aanzien van beide toevoegingen merkt eiseres op dat zij een brief naar de gemeente moest sturen om de jaaropgave van het inkomen van haar cliënt te wijzigen. Voor de toevoeging met kenmerk [kenmerk 2] moest de jaaropgave uitgesplitst worden en moest er een beroep gedaan worden op een juridische uitzonderingsgrond. Uiteindelijk heeft de gemeente aangegeven dat het netto nabetaalde bedrag niet tot een bruto bedrag is te herleiden. Verder wijst eiseres er op dat de bezwaren in beide zaken niet-ontvankelijk zijn verklaard en dat deze beslissingen op bezwaar door de rechtbank zijn vernietigd. Eiseres heeft voorts ter onderbouwing de herziene beslissingen op bezwaar in beide zaken overlegd en aangegeven dat in beide zaken de huurtoeslag is verhoogd. Gelet op het voorgaande, stelt eiseres zich op het standpunt dat de moeilijkheden in de zaken zich opstapelen en dat dit benadrukt dat er sprake is van zowel juridische als feitelijke complexiteit.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1

Ingevolge artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, en artikel 28, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet op de rechtsbijstand, wordt rechtsbijstand niet verleend indien bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is omdat de aanvraag een rechtsprobleem betreft dat eenvoudig afgehandeld kan worden. Bij de beoordeling of de aanvraag een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, komt verweerder beoordelingsvrijheid toe. Voor de aanwending daarvan heeft verweerder beleid met daarin criteria ontwikkeld, dat is neergelegd in gepubliceerde werkinstructies. Werkinstructie C030 is van toepassing op bezwaarprocedures in het kader van toeslagen. De rechtbank acht dit beleid niet onredelijk of anderszins onjuist.

5.2

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge het beleid van verweerder voor bezwaarprocedures in het kader van toeslagen geen toevoeging wordt verstrekt, tenzij de zaak zodanig feitelijk en/of juridisch complex is dat bijstand van een advocaat noodzakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat in de onderhavige zaak geen sprake is van een complexe zaak waarbij bijstand van een advocaat noodzakelijk is. De omstandigheid dat de Belastingdienst zijn beslissingen nauwelijks motiveert, is onvoldoende om de zaak als complex aan te merken. Ook de omstandigheid dat eiseres een beroep heeft moeten doen op een juridische uitzonderingsgrond is hiertoe onvoldoende. De rechtbank is namelijk niet gebleken dat in deze zaak zich een bijzondere rechtsvraag voordoet.

5.3.

De rechtbank overweegt verder dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de onduidelijkheid ten aanzien van het uitbetalen van huurtoeslag 2014 aan de overleden echtgenoot van de cliënt van eiseres een feitelijke kwestie betreft. Hieruit volgt niet dat bijstand van een advocaat noodzakelijk is. Dat eiseres zich tot de gemeente heeft moeten wenden om de jaaropgave van het inkomen van haar cliënt te laten wijzigen en dat hierbij complicaties zijn opgetreden, leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij acht de rechtbank van belang dat, zover de cliënt van eiseres hiertoe niet zelfstandig in staat zou zijn, zij zich voor advies kon wenden tot een voorliggende voorziening, zoals het Juridisch Loket. Dat eiseres zowel in de beroepsprocedure als de daarop volgende herziene beslissing op bezwaar (gedeeltelijk) in het gelijk is gesteld, doet aan het voorgaande niet af nu hieruit niet afgeleid kan worden dat cliënt van eiseres zonder de hulp van een advocaat niet in het gelijk zou zijn gesteld.

6. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht en op goede gronden de aanvragen vergoeding van de toevoegingen met kenmerk [kenmerk 1] en [kenmerk 2] heeft afgewezen.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Binnendijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage 1

Wet op de rechtsbijstand

Artikel 12

2 Rechtsbijstand wordt niet verleend indien:

(…)

g. het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van deze wet.

Artikel 28

1. Het bestuur kan de toevoeging weigeren indien de aanvraag:

(…)

c. een rechtsprobleem betreft dat naar het oordeel van het bestuur eenvoudig afgehandeld kan worden;

Werkinstructie C030 sociale voorzieningen – overige geschillen

Huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag

Voor het aanvragen van een toeslag of bezwaar tegen een beslissing op het verzoek verstrek je geen toevoeging, rechtzoekende kan dit zelf (artikel 8 lid 1 sub b Brt, artikel 12 lid 2 sub g Wrb). Dit geldt ook voor bezwaar tegen een beslissing van een bestuursorgaan waar rechtzoekende niet om heeft verzocht (ambtshalve beslissing). De toevoegingsaanvraag wijs je af met tekstcode 130.

Als de advocaat bij de aanvraag gemotiveerd aangeeft dat de zaak zodanig feitelijk en/of juridisch complex is dat bijstand van een advocaat noodzakelijk is kun je bij hoge uitzondering een toevoeging verstrekken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een geschil over kinderopvangtoeslag waarbij het gastouderbureau/ bemiddelingsbureau een wanordelijke boekhouding heeft gevoerd.