Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:15467

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-12-2017
Datum publicatie
05-01-2018
Zaaknummer
09/827033-17; 09/136351-16; 09/837115-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkrachting van een 12-jarig meisje. Hij heeft voorafgaand aan deze verkrachting gedreigd naaktfoto’s van het slachtoffer via het internet openbaar te maken. Hij beloofde dat niet te doen als het slachtoffer seks met hem zou hebben. Het slachtoffer is daarop ingegaan en heeft – onder dwang – seks gehad met de verdachte. Desondanks heeft de verdachte de foto’s van het slachtoffer toch openbaar gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 09/827033-17 en 09/136351-16 (t.t.g.) en 09/837115-17 (t.t.g.)

Tul: 09/039269-16

Datum uitspraak: 14 december 2017

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de – onder meer door de kinderrechter naar de meervoudige strafkamer verwezen – zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te ’ [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 30 november 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.C.E.T. de Ceuninck van Capelle-Willems en van hetgeen door de raadsman van de verdachte mr. M.R. Backer, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 09/136351-16:

1.

hij op of omstreeks 3 juli 2016 te 's-Gravenhage, een goed te weten een bromfiets/snorfiets/scooter heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 3 juli 2016 te 's-Gravenhage als eigenaar of houder een motorrijtuig, (een bromfiets/snorfiets/scooter, merk: Aprillia, type: sb), voorzien van het [kenteken] , op de weg, Segbroeklaan, heeft laten staan of daarmede over die weg heeft laten rijden, terwijl hij wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat op dat motorrijtuig (een) teken(s), te weten een kentekenplaat van het [kenteken] , was/waren aangebracht dat/die, niet zijnde (een) ingevolge artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken(s), door kon(den) gaan voor (een) zodanig(e) kenteken(s) dan wel met de kennelijke bedoeling dat/die teken(s) te doen doorgaan voor (een) overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands(e) kenteken(s) of (een) met toepassing van artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 opgegeven kenteken(s);

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

ten aanzien van parketnummer 09/827033-17:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 december 2016 tot en met 12 januari 2017 te 's Gravenhage, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten

- het tijdens een chatgesprek/appgesprek (misbruik makend van zijn overwicht voortvloeiend uit het veelvuldig aansporen en/of aandringen bij die [slachtoffer] ) aangeven dat hij, verdachte, en/of een ander een of meerdere foto('s) van die [slachtoffer] (geheel of gedeeltelijk ontkleed) via het internet openbaar te maken, althans online te zetten en/of

- het tijdens een chatgesprek/appgesprek dwingen van/zeggen tegen die [slachtoffer] dat zij 100 euro moest betalen en/of seks moest hebben met hem, verdachte, en/of een ander, waarbij hij, verdachte, dreigde de (naakt)foto('s) van die [slachtoffer] via het internet openbaar te maken, althans online te zetten en/of

- het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer] en/of

- het trekken van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, bed en/of

- het verwijderen van deurklink van de kamer waar hij, verdachte, en die [slachtoffer] zich bevonden (waardoor die [slachtoffer] de (slaap)kamer niet kon verlaten,

[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2004) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer

handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het duwen en/of brengen en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] ;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 januari 2017 te 's Gravenhage, althans in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2004), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het in de vagina duwen en/of brengen en/of (vervolgens) heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis;

2.

hij op of omstreeks 12 januari 2017 te ’s Gravenhage opzettelijk [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2004) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte de deurklink van de (slaap) kamer waar die [slachtoffer] en/of verdachte zich bevonden verwijderd en/of verstopt;

3.

hij op of omstreeks 13 januari 2017 te ’s Gravenhage [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jullie helemaal kapot en/of ik maak jullie dood" en/of "Wacht maar, als ik jullie buiten tegen kom, ik maak jullie helemaal kapot" en/of "Ik maak jou kapot blonde kankerhoer" en/of "Mattie, wees blij dat ik in de boeien zit, ik had je tanden uit je bek geslagen" en/of "Ik ga jullie een kopstoot geven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks van 12 januari 2017 en/of 13 januari 2017 te 's Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel en/of een toilet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Eenheid Den Haag, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk een hoeveelheid toiletpapier en/of

lakens in het toilet te stoppen en/of een kraan open te zetten en/of te laten stromen;

ten aanzien van parketnummer 09/837115-17:

1.

hij op of omstreeks 13 januari 2017 en/of 14 januari 2017 te ’s-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 2] , politieambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "ik neuk je moeder" en/of "kankerhoer" en/of "Jij vieze kankerhoer(tje)" en/of "vieze kanker neuk hoer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 13 januari 2017 en/of 14 januari 2017 te ’s-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 3] , hoofdagent van politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Jullie zijn kankerjoden", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3 Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/136351-16 1

3.1

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van dit feit bepleit, omdat bewijs ontbreekt dat de verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de scooter van diefstal afkomstig was..

De beoordeling van de tenlastelegging

Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank ten aanzien van dit feit tot het volgende oordeel.

Niet ter discussie staat dat de verdachte op 3 juli 2016 in het bezit was van een gestolen scooter, voorzien van een gestolen kentekenplaat, waarvan het contactslot geforceerd was en die zonder sleutel met een zogenaamde kickstarter gestart kon worden.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte wist, dan wel redelijkerwijs kon vermoeden dat de scooter van diefstal afkomstig was.

De verdachte heeft verklaard dat hij de scooter voorhanden heeft gehad en dat hij op de scooter heeft gereden. Deze scooter zou van een vriend zijn, die de scooter bij verdachte in de schuur had gezet en die aan de verdachte was uitgelegd hoe hij de scooter kon starten zonder sleutel.2

Het is een feit van algemene bekendheid dat voor het starten van een scooter een sleutel nodig is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de scooter van diefstal afkomstig was. Derhalve acht de rechtbank de onder 1 ten laste gelegde schuldheling wettig en overtuigend bewezen.

3.2

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling van een kentekenplaat.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van dit feit bepleit, nu niet kan worden bewezen dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de kentekenplaat van diefstal afkomstig was.

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de kentekenplaat, die niet hoorde bij de in feit 1 bedoelde scooter, van diefstal afkomstig was. De verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/827033-17 3

3.3

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de onder 1 primair ten laste gelegde verkrachting heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van dit feit wordt vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] op essentiële punten niet consistent en realistisch zijn. Dit maakt dat de verklaringen van [slachtoffer] onbetrouwbaar en ongeloofwaardig zijn. Volgens de verdediging mogen de verklaringen dan ook niet worden gebezigd voor het bewijs. Omdat ook het benodigde steunbewijs ontbreekt, is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het onder 1 ten laste gelegde feit.

De raadsman heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het verrichten van een deskundigenonderzoek (contra-expertise) naar de geloofwaardigheid van de verklaringen van [slachtoffer] , uit te voeren door prof. [naam] .

De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank ten aanzien van feit 1 het volgende af.

Aangifte en verklaringen [slachtoffer]

Aangever [aangever] heeft bij de politie verklaard dat zijn dochter [slachtoffer] van 12 jaar oud op 12 januari 2017 is verkracht door een zekere [naam] , nadat die [naam] had gedreigd om naaktfoto’s van [slachtoffer] online te zetten.4

[aangever] heeft namens [slachtoffer] aangifte gedaan van afpersing, chantage, aanranding en verkrachting.5

[slachtoffer] heeft op 13 januari 2017 bij de politie verklaard dat zij op een gegeven moment een appje kreeg van [naam] waarin stond dat hij een naaktfoto van haarzelf, die zij rond 20 december 2016 had gemaakt, had gezien. [naam] beloofde haar te helpen zodat deze foto niet zou worden doorgestuurd of online kwam te staan. Enige tijd later zei [naam] dat hij boos was en dat [slachtoffer] tot zondag de tijd had om met hem af te spreken. Nadat [slachtoffer] vertelde dat zij niet kon afspreken, vertelde [naam] dat een jongen genaamd [naam] de naaktfoto’s had. Als [slachtoffer] niet 100 euro zou geven of ‘het’ met hem zou doen, zou [naam] de foto’s online zetten. Vervolgens zei [naam] dat [slachtoffer] ‘het’ ook met hem mocht doen. [slachtoffer] zei dat zij dit niet wilde, maar ze kon niet aan 100 euro komen. Daarom besloot ze ‘het’ toch maar met hem te doen.

[slachtoffer] werd op 12 januari 2017 door [naam] opgehaald bij de Mc Donalds. Zij gingen naar zijn huis en gingen naar boven. Zijn moeder mocht niet weten dat [slachtoffer] er was, dus ze moest zachtjes naar boven gaan. [naam] zei toen dat [slachtoffer] haar broek uit moest doen. [slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde. Hij zei toen dat ze het moest doen, omdat ze het had beloofd. [naam] ging naar een andere kamer om een condoom om te doen. Toen hij terugkwam was de deurklink uit de deur, waardoor [slachtoffer] de deur niet open kon doen. Toen heeft [slachtoffer] het met hem gedaan. Zijn lul ging er toen in en dat voelde niet fijn. [slachtoffer] zat bovenop [naam] , die haar aan haar benen vasthield. Het duurde nog geen tien minuten. Toen [slachtoffer] wegging, stond [naam] ( [naam] , een vriend van de verdachte) voor de deur.

Toen ze thuis was zei [naam] via de app tegen [slachtoffer] dat hij haar niet meer nodig had, omdat hij het nu met haar had gedaan. Ongeveer vijf minuten later kwamen de naaktfoto’s van [slachtoffer] alsnog online. Zij was daarin getagd.

[slachtoffer] heeft voorts verklaard dat [naam] eigenlijk [naam] heet, maar dat niemand dit mocht weten. Volgens haar is hij 14 of 15 jaar oud. Verder is hij best stevig, rond de 1.60/1.65 meter, heeft hij zwart haar en is hij getint.6

Op 15 januari 2017 heeft [slachtoffer] bij de politie aanvullend verklaard dat zij bij [naam] thuis kwam en dat hij gebaarde dat zij mee naar boven moest lopen. In de slaapkamer van [naam] vroeg [slachtoffer] een paar keer aan hem of er geen andere oplossing was, omdat ze dit echt niet wilde. Maar [naam] zei: “je gaat het toch gewoon doen”. [naam] lag op het matras op de grond en trok [slachtoffer] op zich.7

Appgesprekken

Dat verschillende appgesprekken tussen [slachtoffer] en iemand die zich [naam] noemt hebben plaatsgevonden8, staat niet ter discussie. Die appgesprekken komen overeen met hetgeen [slachtoffer] daarover heeft verklaard en bevestigen tevens dat [slachtoffer] aan het einde van de middag van 12 januari 2016 met [naam] bij de McDonalds heeft afgesproken om mee naar zijn huis te gaan en daar seks te hebben.

Tussen [slachtoffer] en haar vriendin [naam] heeft op 12 januari 2016 rond 19:15 uur ook een appgesprek plaatsgevonden. [slachtoffer] heeft onder meer aan [naam] heeft geappt: “Er zaten gaten in de connie”, “Zegt die net” en “Wat moet ik doen”.9

Hierover heeft [naam] bij de politie verklaard dat zij wist dat er naaktfoto’s van [slachtoffer] waren. [naam] verklaarde verder dat [slachtoffer] haar op de avond van het voorval heeft geappt dat zij door [naam] was gedwongen om seks te hebben en dat [slachtoffer] daarom zelfmoord wilde plegen.10

Voorts heeft tussen [slachtoffer] en [naam] een appgesprek plaatsgevonden. Op 12 januari 2017 om 19:51 uur appt [naam] naar [slachtoffer] “hij zegt hij heb jou geneukt is dat zo”. Dit wordt bevestigd door [slachtoffer] . Zij verontschuldigt zich en zegt dat hij gezegd had dat er gaatjes in die connie (naar de rechtbank begrijpt: condoom) zaten en dat ze nu zwanger kan zijn. Vervolgens vraagt [naam] of ze van hem moest, waarop [slachtoffer] zegt dat het moest want “anders haar foto’s”.11

Onderzoek door de politie

[slachtoffer] had app-contact gehad met [naam] . Deze persoon maakte daarbij gebruik van [telefoonnummer] . Blijkens een zoekslag in de politiesystemen, heeft [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2002 (te weten de verdachte), twee verhoren afgelegd en tijdens die verhoren verklaard dat zijn straatnaam [naam] is. Op 24 juni 2016 heeft [verdachte] gebeld met de politie over een ruzie. Hierbij maakte hij gebruik van [telefoonnummer] .

De politiefoto van [verdachte] werd getoond aan [slachtoffer] . Daarop verklaarde zij: “dit is de [naam] die mij verkracht heeft”.12

De politie heeft naar aanleiding van de aangifte een onderzoek ingesteld in de woning van de verdachte. In één van de kamers van de woning zag de politie een bed, met daarop een gedeelte van een deurklink. Verder lag er een los matras op de grond.13

De verdachte verklaarde bij de politie dat hij het [telefoonnummer] niet kende, maar dat de status, zoals deze op de screenshot van de WhatsApp-wisseling tussen [slachtoffer] en [naam] stond, wel gelijk was aan de status die de verdachte gebruikt. Ook de profielfoto van het WhatsApp-account van dit nummer was gelijk aan zijn profielfoto. Bij het beluisteren van de voicemail, die te horen was als [telefoonnummer] werd gebeld, gaf de verdachte aan dat dit zijn voicemail was. Blijkens onderzoek is het telefoonnummer op naam gesteld van [naam] , [adres] de vader van de verdachte.14

De verdachte heeft in zijn tweede verhoor verklaard dat hij [slachtoffer] op 12 januari 2017 heeft opgehaald bij de Mc Donalds en heeft meegenomen naar zijn huis. Hij heeft steeds ontkend dat hij haar seksueel misbruikt heeft.15

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte degene is geweest die met [slachtoffer] heeft geappt onder de naam [naam] . De beschrijving van [naam] , oftewel [verdachte] , door [slachtoffer] komt overeen met de verschijning van de verdachte, namelijk ongeveer 14 jaar oud en 1.60 meter lang, een stevig postuur, zwart haar en licht getint. Voorts heeft [slachtoffer] bij de politie – nadat haar een foto werd getoond van de verdachte – aangegeven dat dit de [verdachte] is die haar heeft verkracht. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er, gelet op de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen, bovendien geen twijfel over dat het de verdachte was met wie [slachtoffer] appte.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte, inhoudende dat iemand anders via zijn account zou hebben geappt met [slachtoffer] , niet aannemelijk. Deze verklaring wordt niet ondersteund door enig bewijsmiddel. Bovendien werd bij de verdachte een situatie aangetroffen die op specifieke onderdelen, namelijk ten aanzien van de deurklink en het matras op de grond, volledig overeenkwam met de verklaring van [slachtoffer] en heeft de verdachte ook verklaard dat hij [slachtoffer] die dag heeft ontmoet bij Mc Donalds en heeft meegenomen naar huis.

De rechtbank is verder van oordeel dat op grond van vorenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen is dat [slachtoffer] is gedwongen tot seks met [naam] . Haar verklaringen zijn zeer gedetailleerd en consistent. [slachtoffer] verklaart gedetailleerd over de kamer van de verdachte en de seksuele handelingen die daar zijn verricht, de dingen die zijn gezegd en hoe lang dit alles heeft geduurd. Deze verklaringen worden op belangrijke punten ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank bezigt als steunbewijs de verschillende appgesprekken tussen [slachtoffer] en [naam] , [slachtoffer] en [naam] en [slachtoffer] en [naam] .

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het verweer van de raadsman met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] geen doel treft.

Voorwaardelijk verzoek tot deskundigenonderzoek

De rechtbank ziet om die reden geen noodzaak voor het ter terechtzitting gedane voorwaardelijke verzoek van de raadsman om een deskundigenonderzoek , zodat het voorwaardelijk verzoek van de raadsman tot een deskundigenonderzoek door prof. [naam] naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] wordt afgewezen.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte [slachtoffer] , door te dreigen met het openbaar maken van naaktfoto’s, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . Dit feit kan naar het oordeel van de rechtbank worden gekwalificeerd als verkrachting, zoals onder feit 1 primair ten laste gelegd.

3.4

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte van wederrechtelijke vrijheidsberoving zal vrijspreken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van dit feit wordt vrijgesproken.

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 2 ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

3.5

Feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van dit feit geen verweer gevoerd.

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is van oordeel dat met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan, nu de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend. Voorts heeft de verdachte nadien niet anders verklaard en heeft de raadsman van de verdachte geen vrijspraak bepleit.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd ter terechtzitting van

30 november 2017;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, opgenomen in het dossier met het nummer PL1500-2017013164-1, d.d. 14 januari 2017, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] (blz. 157 - 159);

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, opgenomen in het dossier met het nummer PL1500-2017013157-1, d.d. 14 januari 2017, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] (blz. 160 - 162).

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de aan de verdachte ten laste gelegde bedreiging van verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op 13 januari 2017 wettig en overtuigend bewezen is.

3.6

Feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte een toilet in een politiecel heeft vernield.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, nu dit feit onvoldoende wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Niet blijkt dat het toilet voorafgaand aan de insluiting goed functioneerde. Voorts is niet duidelijk dat het toilet is overstroomd als gevolg van het gedrag van de verdachte.

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het toilet in de politiecel heeft vernield. De verdachte heeft hierover verklaard dat het water in het toilet omhoog kwam en dat hij de lakens heeft gebruikt om de vloer droog te maken. De rechtbank acht deze verklaring niet op voorhand onaannemelijk.

De verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/837115-17

3.7

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte verbalisant [slachtoffer 2] heeft beledigd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van dit feit geen verweer gevoerd.

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is van oordeel dat met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan, nu de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend. Voorts heeft de verdachte nadien niet anders verklaard en heeft de raadsman van de verdachte geen vrijspraak bepleit.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd ter terechtzitting van

30 november 2017;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, opgenomen in het dossier met het nummer PL1500-2017013164-1, d.d. 14 januari 2017, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] (blz. 157 - 159).

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de aan de verdachte ten laste gelegde belediging van verbalisant [slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen is.

3.8

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte verbalisant [slachtoffer 3] heeft beledigd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van dit feit geen verweer gevoerd.

De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank is van oordeel dat met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan, nu de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend. Voorts heeft de verdachte nadien niet anders verklaard en heeft de raadsman van de verdachte geen vrijspraak bepleit.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring door de verdachte afgelegd ter terechtzitting van

30 november 2017;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, opgenomen in het dossier met het nummer PL1500-2017013157-1, d.d. 14 januari 2017, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] (blz. 160 - 162).

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de aan de verdachte ten laste gelegde belediging van verbalisant [slachtoffer 3] wettig en overtuigend bewezen is.

3.9

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

ten aanzien van parketnummer 09/136351-16:

1.

hij op 3 juli 2016 te 's-Gravenhage, een goed te weten een bromfiets/snorfiets/scooter heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

ten aanzien van parketnummer 09/827033-17:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 20 december 2016 tot en met 12 januari 2017 te 's Gravenhage, door bedreiging met een feitelijkheid, te weten

- het tijdens een chatgesprek/appgesprek (misbruik makend van zijn overwicht voortvloeiend uit het veelvuldig aansporen en aandringen bij die [slachtoffer] ) aangeven dat hij, verdachte, een of meerdere foto('s) van die [slachtoffer] (geheel of gedeeltelijk ontkleed) via het internet openbaar te maken en

- het tijdens een chatgesprek/appgesprek dwingen van/zeggen tegen die [slachtoffer] dat zij 100 euro moest betalen of seks moest hebben met hem, verdachte, of een ander, waarbij hij, verdachte, dreigde de (naakt)foto('s) van die [slachtoffer] via het internet openbaar te maken en

- het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer] en

- het trekken van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, bed en

- het verwijderen van de deurklink van de kamer waar hij, verdachte, en die [slachtoffer] zich bevonden,

[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2004) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer

handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het duwen en/of brengen en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] ;

3.

hij omstreeks 13 januari 2017 te ’s Gravenhage [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jullie helemaal kapot en ik maak jullie dood" en "Wacht maar, als ik jullie buiten tegen kom, ik maak jullie helemaal kapot" en "Ik maak jou kapot blonde kankerhoer" en "Mattie, wees blij dat ik in de boeien zit, ik had je tanden uit je bek geslagen" en "Ik ga jullie een kopstoot geven";

ten aanzien van parketnummer 09/837115-17:

1.

hij op 13 januari 2017 en/of 14 januari 2017 te ’s-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 2] , politieambtenaar, gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "ik neuk je moeder" en "kankerhoer" en "Jij vieze kankerhoer(tje)" en "vieze kanker neuk hoer";

2.

hij op 13 januari 2017 en/of 14 januari 2017 te ’s-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 3] , hoofdagent van politie, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Jullie zijn kankerjoden".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/827033-17 onder 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/136351-16 onder 1 en 2 ten laste gelegde, het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/827033-17 onder 1 primair, 3 en 4 ten laste gelegde en het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/837115-17 onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna ook: de Raad).

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat bepleit om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen die de duur van de reeds in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd overstijgt.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkrachting van een 12-jarig meisje. Hij heeft voorafgaand aan deze verkrachting gedreigd naaktfoto’s van het slachtoffer via het internet openbaar te maken. Hij beloofde dat niet te doen als het slachtoffer seks met hem zou hebben. Het slachtoffer is daarop ingegaan en heeft – onder dwang – seks gehad met de verdachte. Desondanks heeft de verdachte de foto’s van het slachtoffer toch openbaar gemaakt. Door zijn handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het zeer jonge slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke misdrijven ondervinden hiervan niet alleen tijdens het misbruik en kort daarna veel schaamte, angst en last, maar ook tijdens hun verdere leven, onder meer in hun relaties. Uit de slachtofferverklaring blijkt bovendien dat het slachtoffer last heeft gehad van het feit dat de school en de medescholieren werden ingelicht over het voorval. Zij schaamde zich enorm en voelde zich onveilig. Zij heeft EMDR-behandeling moeten ondergaan om het trauma dat zij heeft opgelopen te verwerken.

De rechtbank rekent de verdachte voorts aan dat hij geen verantwoording heeft genomen voor zijn handelen.

Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een viertal andere feiten, te weten de bedreiging en belediging van twee politieambtenaren, en schuldheling. Ook dit zijn ernstige feiten. De verdachte heeft hiermee een gebrek aan respect getoond voor de politie, en voor de lichamelijke integriteit en de eigendomsrechten van anderen.

De rechtbank acht het zeer zorgelijk dat de verdachte in een korte periode voor meerdere strafbare feiten met justitie in aanraking is gekomen.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 mei 2017, in het verleden reeds eerder is veroordeeld voor een belediging.

Rapportages

De rechtbank heeft acht geslagen op het psychiatrisch rapport van 29 maart 2017 van [naam] , kinder- en jeugdpsychiater alsmede op het psychologisch rapport van 30 maart 2017 van [naam] , klinisch psycholoog, onder meer inhoudend, verkort en zakelijk weergegeven:

Bij de verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van ADHD en een PTSS en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van ODD en een disharmonisch cognitief profiel ten nadele van zijn verbale mogelijkheden. Er is sprake van zwakke impulsregulatie, emotionele en sociale ontwikkelingsachterstanden en beperkte gewetensvorming, hetgeen ook aanwezig was ten tijde van het ten laste gelegde en vermoedelijk ook de gedragingen van de verdachte beïnvloedde. De rapporteurs hebben geadviseerd de ten laste gelegde bedreiging en belediging in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De kans op recidive wordt als hoog ingeschat. De verdachte is onvoldoende in staat om de anders tijdens een conflict of bedreigde situatie adequaat te bejegenen, omdat zijn gedrag intern niet goed wordt bijgestuurd.

De rapporteurs achten het van belang om de verdachte forensische dagklinische behandeling bij het Palmhuis met passende scholing en ondersteuning van zijn opvoedomgeving te bieden. De dagbehandeling en begeleiding door de jeugdreclassering dienen te worden geborgd binnen voorwaarden behorend bij een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf. Daarnaast is de ondersteuning van een gezinscoach geïndiceerd.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 2 juni 2017, onder meer inhoudend – zakelijk weergegeven –:

De Raad heeft grote zorgen over de opvoed- en opgroeisituatie van de verdachte. Hij is de eerste helft van 2017 nauwelijks naar school geweest. De moeder lijkt beperkt in haar opvoedvaardigheden en de problematiek van de verdachte vraagt om een specifieke opvoedingsaanpak. Daarom is begeleiding vanuit de jeugdreclassering van de William Schrikker Jeugdbescherming in het kader van ITB Harde Kern wenselijk. Behandeling vanuit de thuissituatie lijkt het meest aangewezen en heeft de grootste kans van slagen. Deze behandeling bij het Palmhuis of de Waag dient zich te richten op het ontwikkelen van adequate coping strategieën, het versterken van de impulsbeheersing en emotieregulatie, traumabehandeling in de vorm van EMDR-therapie en opvoedondersteuning van de moeder. Een voorwaardelijke jeugddetentie is passend teneinde de nakoming van bijzondere voorwaarden te waarborgen en ter voorkoming van recidive. Ter voorkoming van recidive is voorts van belang dat als voorwaarden een locatieverbod met elektronische controle en een contactverbod met het slachtoffer worden opgelegd. Voorts heeft de Raad geadviseerd de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Ter terechtzitting is namens de William Schrikker Jeugdbescherming, afdeling jeugdreclassering (hierna ook: de jeugdreclassering) aanvullend verklaard dat de verdachte sinds een aantal maanden bezig is met ITB Harde Kern, dat ongeveer zes tot negen maanden in beslag zal nemen. Het verdient de voorkeur dat het (blijven) volgen van ITB Harde Kern als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte wordt opgelegd. Het Palmhuis is tevreden over de verdachte. Tijdens de behandeling bestaat aandacht voor het accepteren van gezag. Regulier onderwijs is nog niet aan de orde, omdat de spanningsboog van de verdachte daarvoor te kort is. Ook bestaat er veel aandacht voor het gezinssysteem en de rol van de moeder en is specialistische lvb-begeleiding ingezet. Elektronische controle is niet langer noodzakelijk. Tijdens de schorsing heeft de verdachte geen enkele overtreding begaan. Het locatieverbod betreft een verbod voor het gebied waar het slachtoffer woonachtig is.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank onderschrijft de conclusies uit voornoemde rapportages en maakt deze tot de hare.

De rechtbank ziet in de ernst van de feiten aanleiding om een onvoorwaardelijke jeugddetentie aan de verdachte op te leggen. De rechtbank komt tot een lagere straf dan gevorderd door de officier van justitie, omdat de rechtbank de verdachte van een aantal ten laste gelegde feiten zal vrijspreken.

Voornoemde jeugddetentie zal deels voorwaardelijk worden opgelegd teneinde de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en om (voortzetting van) deelname aan ITB Harde Kern en behandeling bij het Palmhuis te waarborgen.

De duur van de onvoorwaardelijke jeugddetentie zal gelijk zijn aan de duur van de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis, omdat de rechtbank het niet in het belang van de verdachte acht als hij wederom zou moeten verblijven in een justitiële jeugdinrichting.

Dadelijk uitvoerbaar

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan – onder andere – een misdrijf dat is gericht tegen en/of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten verkrachting. Voorts is gebleken dat meerdere strafbare feiten in een kort tijdsbestek zijn gepleegd.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van art. 77z Sr te stellen voorwaarden en het op grond van art. 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen.

De vordering van [aangever] (namens [slachtoffer] )

[aangever] heeft zich namens zijn dochter [slachtoffer] als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.063,79, bestaande uit een bedrag van € 313,79 materiële schade en een bedrag van € 1.750,-- immateriële schade.

De vordering van [naam]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 400,--, bestaande uit materiële schade.

De vordering van Politie Eenheid Den Haag

Politie Eenheid Den Haag heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 58,08, bestaande uit materiële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de gehele vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Politie Eenheid Den Haag heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de gehele vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van [aangever]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bij dagvaarding met parketnummer 09/827033-17 onder 1, primair bewezenverklaarde feit. De omvang van de vordering tot materiële en immateriële schadevergoeding is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.063,79.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 20 december 2016, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 20 december 2016 is ontstaan.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding met parketnummer 09/827033-17 onder 1, primair bewezenverklaarde feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.063,79, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 20 december 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] .

Ten aanzien van de vordering van [naam]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien aan de benadeelde partij niet rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

Ten aanzien van de vordering van Politie Eenheid Den Haag

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter d.d. 20 mei 2016 voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte er baat bij heeft als de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf wordt verlengd voor de duur van een jaar.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, waartoe de verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 20 mei 2016, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en/of maatregel zijn gegrond op de artikelen:

36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77l, 77m, 77n,, 77v, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77dd, 77ee, 77gg, 77za, 242, 267, 285 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding met parketnummer 09/136351-16 onder 2 ten laste gelegde feit en de bij dagvaarding met parketnummer 09/827033-17 onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding met parketnummer 09/136351-16 onder 1 ten laste gelegde feit, de bij dagvaarding met parketnummer 09/827033-17 onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten en de bij dagvaarding met parketnummer 09/837115-17 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van parketnummer 09/136351-16, feit 1:

schuldheling;

ten aanzien van parketnummer 09/827033-17, feit 1 primair:

verkrachting;

ten aanzien van parketnummer 09/827033-17, feit 3:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

ten aanzien van parketnummer 09/837115-17, feit 1:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

ten aanzien van parketnummer 09/837115-17, feit 2:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

jeugddetentie voor de duur van 300 dagen;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die jeugddetentie, groot 114 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd zal melden bij William Schrikker Jeugdbescherming, afdeling jeugdreclassering, op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de eerste periode van de proeftijd van maximaal zes maanden zal deelnemen aan en begeleiding zal aanvaarden van ITB Harde Kern;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van het Palmhuis, de Waag, of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2004), zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in Wateringen (waar het slachtoffer [slachtoffer] woont) zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de William Schrikker Jeugdbescherming, afdeling jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever] toe en veroordeelt de verdachte tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 1.750,--, immateriële schade, en een bedrag van € 313,79, materiële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 20 december 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, met veroordeling van de verdachte in de kosten van de benadeelde partij gemaakt - tot op heden begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 2.063,79, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 20 december 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 14 dagen.

bepaalt dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partij [naam] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden zijn begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij Politie Eenheid Den Haag niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden zijn begroot op nihil;

gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 20 mei 2016 (in de zaak met parketnummer 09/039269-16);


heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Kramer, kinderrechter, voorzitter,

mr. M.F. Baaij kinderrechter,

en mr. F.W. van Dongen kinderrechter,

in tegenwoordigheid van L.A. Neuman-Steenaart griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 december 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL 1500-2016184964, blz. 1 t/m 64

2 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 30 november 2017

3 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL 1500-2017012394, blz. 1 t/m 550.

4 Proces-verbaal informatief gesprek zeden op 13 januari 2017, blz. 27 t/m 30

5 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] , namens [slachtoffer] , d.d. 14 januari 2017, blz. 31

6 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer] , d.d. 13 januari 2017, blz. 40 t/m 45

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] , d.d. 15 januari 2017, blz. 51 en 52

8 WhatsApp-berichten tussen [slachtoffer] en [naam] , afkomstig uit de telefoon van [slachtoffer] , blz. 314 t/m 341

9 WhatsApp-berichten tussen [slachtoffer] en [naam] , afkomstig uit de telefoon van [naam] , blz. 74 t/m 79

10 Proces-verbaal verhoor getuige [naam] d.d. 14 januari 2017, blz. 70 t/m 72

11 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 382

12 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 107

13 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 101

14 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 193

15 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 30 november 2017