Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:15346

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-11-2017
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
09/817484-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging PIJ-maatregel met 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 09/817484-15

Datum uitspraak: 9 november 2017

De rechtbank Den Haag, meervoudige kamer jeugdstrafzaken, heeft de volgende beslissing gegeven op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 29 september 2017, ingekomen ter griffie op 3 oktober 2017.

De vordering.

De vordering strekt tot verlenging met één jaar van de termijn van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voorwaardelijk opgelegd aan:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,

thans geplaatst in [naam PI] ,

bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer jeugdstrafzaken van deze rechtbank van 27 augustus 2015.

Bij beslissing van 26 november 2015 heeft de meervoudige kamer jeugdstrafzaken in deze rechtbank alsnog de tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

De rechtbank heeft kennis genomen van het dossier waartoe voormeld vonnis behoort alsmede van na te melden advies.

Het advies.

Het op grond van artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht uitgebrachte advies van

12 september 2017 waarbij de in dat artikel bedoelde aantekeningen zijn overgelegd, strekt tot verlenging van de PIJ-maatregel met 12 maanden.

Het advies is ondertekend door [naam] , directeur van [naam PI] en [naam] ,

GZ-psycholoog.

De behandeling in raadkamer.

De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.B. Baumgarten, advocaat te Den Haag, is op 9 november 2017 in raadkamer gehoord.

[naam] , als gedragswetenschapper/GZ-psycholoog verbonden aan [naam PI] , is op 9 november 2017 als deskundige gehoord.

De veroordeelde heeft zich in raadkamer niet verzet tegen de gevorderde verlenging van de maatregel.

De officier van justitie, mr. B.J. Berton, heeft op 9 november 2017 in raadkamer gepersisteerd bij de vordering.

De raadsman van de veroordeelde heeft zich in raadkamer gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling van de vordering.

De maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is (in eerste instantie voorwaardelijk) opgelegd ter zake van diefstallen met geweld/bedreiging met geweld in vereniging, derhalve misdrijven, die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

Blijkens de inhoud van voornoemd advies en de ter zitting gegeven toelichting door de deskundige, is aan het advies het volgende ten grondslag gelegd. De veroordeelde heeft het afgelopen jaar een positieve ontwikkeling laten zien op het gebied van scholing en behandeling. De risicofactoren van omgaan met tegenslagen, emoties, middelengebruik en behoeftebevrediging zijn meer onderwerp van gesprek geworden. De samenwerking met de veroordeelde is goed, het vertrouwen is gegroeid en het aantal incidenten is afgenomen. Er is sprake van een groeiend probleembesef, zodat ook gekeken kan worden naar de toekomst van de veroordeelde buiten de JJI. Er wordt toegewerkt naar ééndaags onbegeleid verlof.

Het is echter van belang dat de behandeling in het kader van de PIJ-maatregel nog wordt voortgezet. De komende periode dient gebruikt te worden om het probleeminzicht bij de veroordeelde verder te vergroten en te oefenen met verantwoordelijkheden en pro sociaal gedrag en het aanleren van probleemgerichte coping. Daarnaast heeft hij nog moeite om richting te geven aan zijn leven. Hij wordt ondersteund bij het stellen van doelen, vrijetijdsbesteding, scholing en het hebben van ondersteunende sociale contacten. Als de uitbreiding van het (onbegeleide) verlof goed verloopt, kan de veroordeelde overgeplaatst worden naar de Hartelborg, zodat hij kan resocialiseren in zijn eigen omgeving. Als de positieve ontwikkeling zich doorzet, kan die overplaatsing naar verwachting in augustus 2018 plaatsvinden. Het is van belang dat vervolgens gefaseerd wordt toegewerkt naar een aansluitende plaatsing in een begeleide woonvorm. Immers, in het verleden leidde de overgang van een sterk gestructureerde omgeving naar een meer open setting tot een terugval in het probleem- en delictgedrag.

De rechtbank acht zich voldoende ingelicht door het advies en het verhandelde in raadkamer.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel, dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist en verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde.

Aangezien bij de veroordeelde tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond is - gelet op het bepaalde in artikel 77t lid 2 van het Wetboek van Strafrecht - verlenging van de maatregel mogelijk.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met 12 maanden dient te worden verlengd.

De rechtbank stelt vast dat de maatregel, behoudens verdere verlenging, onvoorwaardelijk eindigt op 26 november 2018.

Toepasselijke wetsartikelen.

Artikel 77s, 77t en 77u van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank:

verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, zoals hierboven omschreven, met 12 maanden.

Deze beslissing is gegeven te Den Haag door

mr. M. Kramer, kinderrechter, voorzitter,

mr. M.P.M. Loos, kinderrechter,

en mr. M. de Groot, kinderrechter-plv.,

in tegenwoordigheid van L.A. Neuman-Steenaart, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 2017.

Mr. De Groot is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.