Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:14998

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
17.13915
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolgberoep. Geen zicht op uitzetting naar Sri Lanka. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Team Bestuursrecht 2

zaaknummer: NL17.13915, [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2017 in de zaak tussen

[eiser] ,

gemachtigde: mr. R.S. Sewdajal,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

gemachtigde: mr. B.J. Pattiata.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de op 17 oktober 2017 aan hem opgelegde maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2017. Partijen zijn bij gemachtigde verschenen.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken. Op 15 december 2017 en 18 december 2017 heeft verweerder van die gelegenheid gebruik gemaakt. Op 18 december 2017 en 19 december 2017 heeft de gemachtigde van eiser hierop gereageerd. Beide partijen hebben toestemming gegeven om de zaak zonder nadere zitting af te doen. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek op 19 december 2017 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser voert aan dat een reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Sri Lanka ontbreekt. Daartoe wijst eiser onder meer op een brief van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) van 27 juni 2017 en een brief van verweerder van 26 september 2017. Deze beroepsgrond slaagt.

1.1.

Uit de brief van de DT&V van 27 juni 2017 volgt onder meer dat in september 2015 twee laissez-passers (lp’s) zijn afgegeven door de Sri Lankaanse autoriteiten en dat in 2016 en tot en met april 2017 geen presentaties bij de Sri Lankaanse ambassade hebben plaatsgevonden. Ook volgt uit die brief dat de Sri Lankaanse ambassade in mei 2017 heeft aangegeven dat zij wil meewerken aan vrijwillige terugkeer, maar dat zij niet zal meewerken aan gedwongen terugkeer omdat dat aan de Sri Lankaanse autoriteiten in Colombo is en voorts dat gedwongen terugkeer met een origineel paspoort nog wel mogelijk is onder de Terug- en Overnameovereenkomst die de EU met Sri Lanka heeft gesloten.

1.2.

Uit de brief van verweerder van 26 september 2017 blijkt dat “(…)in augustus 2017 de Sri Lankaanse autoriteiten de toezegging hebben gedaan mee te werken aan gedwongen terugkeer. Daartoe is een zogenaamd e-systeem opgezet om de lp-aanvragen in te dienen, die echter nog niet geheel operationeel is gebleken. Een oplossing laat langer op zich wachten dan gedacht. Als oplossing hebben de Sri Lankaanse autoriteiten aangeboden via de Nederlandse ambassade te Colombo alle lp-aanvragen in te laten dienen bij de bevoegde autoriteiten van Buitenlandse Zaken in Sri Lanka. Besloten is om alle openstaande lopende en nieuwe lp-aanvragen heden via deze routing in te dienen.”

1.3.

Uit de reactie van verweerder in deze procedure van 15 december 2017, blijkt onder meer het volgende:

Ja, gedwongen vertrek zonder paspoort naar Sri Lanka is mogelijk. In augustus 2017 is door de Sri Lankaanse autoriteiten wederom de toezegging gedaan mee te werken aan gedwongen terugkeer. Daartoe is een zogenaamde e-systeem opgezet om de lp-

aanvragen in te dienen, die is echter nog niet geheel operationeel is gebleken. Een oplossing laat langer op zich wachten dan gedacht. De Sri Lankaanse autoriteiten in Colombo hebben aangeboden via de Nederlandse ambassade te Colombo alle lp-aanvragen in te laten

dienen bij de bevoegde autoriteiten van het Sri Lankaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Besloten is toen om alle openstaande lopende en nieuwe lp-aanvragen heden via deze routing in te dienen. Op 26 september 2017 heeft DT&V alle openstaande zaken voorgelegd aan de Nederlandse ambassade met het verzoek om voor deze zaken speciaal aandacht te vragen bij de Sri Lankaanse autoriteiten. Op 25 oktober en 22 en 28 november 2017 heeft de Nederlandse ambassade met de Sri Lankaanse autoriteiten in Colombo gesproken. Inmiddels

heeft de Sri Lankaanse ambassade in Nederland aangegeven om een oplossing te zoeken m.b.t. de samenwerking in het gebruik van het e-systeem. Derhalve wordt nu weer gewerkt conform de oude werkwijze, dat wil zeggen dat lp-aanvragen in papier bij de ambassade worden ingediend. Ook wordt er weer periodiek gerappelleerd bij de ambassade.
(…) Er wordt nog gezocht naar een oplossing teneinde op een veilig wijze gebruik te kunnen maken van het genoemde e-systeem. Als gezegd (…) worden LP aanvragen thans weer ingediend conform de oude werkwijze, namelijk in papier bij de

Sri Lankaanse ambassade.”

1.4.

Uit de reactie van verweerder in deze procedure van 18 december 2017 volgt dat sinds de toezegging van de Sri Lankaanse autoriteiten in augustus 2017 geen lp’s zijn verstrekt en dat ook geen presentaties meer hebben plaatsgevonden omdat het onderzoek thans in Sri Lanka plaatsvindt. De gemachtigde van verweerder heeft naar aanleiding van die reactie op 19 december 2017 desgevraagd mondeling bevestigd dat sinds september 2015 wel lp’s worden aangevraagd, maar dat deze tot op heden niet hebben geleid tot de afgifte van lp’s.

1.5.

De rechtbank stelt op basis van voorgaande informatie vast dat sinds september 2015 geen lp’s meer zijn afgegeven door de Sri Lankaanse autoriteiten, dat verweerder daarover met de Sri Lankaanse autoriteiten in 2017 diverse gesprekken heeft gevoerd, wat onder meer heeft geresulteerd in de toezegging van de Sri Lankaanse autoriteiten in augustus 2017 dat zal worden meegewerkt aan gedwongen terugkeer – volgens verweerder ook in gevallen waarin geen paspoort aanwezig is – maar dat deze toezegging vier maanden later feitelijk nog niet heeft geresulteerd in de afgifte van lp’s. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat op dit moment reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Sri Lanka ontbreekt. De rechtbank stelt vast dat het zicht op uitzetting met ingang van heden, 19 december 2017, ontbreekt.

1.6.

Het beroep is gegrond. De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring.

2. De rechtbank ziet geen aanleiding eiser met toepassing van artikel 106 van de Vreemdelingenwet 2000 schadevergoeding toe te kennen, gelet op de vaststelling dat zicht op uitzetting met ingang van heden ontbreekt.

3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Het bedrag van deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.237,50 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van nadere reacties op 18 en 19 december 2017 met een waarde per punt van € 495,- en wegingsfactor 1). Omdat een toevoeging is verleend, dienen de kosten te worden voldaan aan de gemachtigde van eiser.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- beveelt de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.237,50, door

verweerder te betalen aan de gemachtigde van eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Wegman, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Simi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.