Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:14987

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
05-01-2018
Zaaknummer
NL17.14592
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening afgewezen, verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat homoseksualiteit van verzoeker ongeloofwaardig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.14592


uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

(gemachtigde: mr. T. Thissen),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).


Procesverloop
Bij besluit van 5 december 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de herhaalde aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 7 december 2017 heeft verweerder te kennen gegeven voornemens te zijn verzoeker op 12 december 2017 uit te zetten naar [plaats], Nigeria.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter,

indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden

geschaad, uitspraak doen zonder toepassing van het eerste lid. Daarvoor bestaat in dit geval, gezien de voorgenomen uitzetting op 12 december 2017 om 22:00 uur, aanleiding.

3. Verzoeker stelt zich kort samengevat op het standpunt dat van de uitzetting dient te worden afgezien nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden ten opzichte van zijn eerdere asielprocedure. Verzoeker is namelijk homoseksueel en heeft dit door schaamte niet eerder naar voren durven brengen. Bij terugkeer naar Nigeria vreest verzoeker voor vervolging dan wel een door artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden verboden behandeling. Verzoeker heeft het standpunt van verweerder dat zijn homoseksualiteit ongeloofwaardig is gemotiveerd betwist.

4. Bij afweging van alle betrokken belangen en onder verwijzing naar hetgeen verweerder in de reactie op de gronden van verzoeker heeft gesteld, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in het voornemen en bestreden besluit niet ten onrechte geconcludeerd dat de gestelde homoseksualiteit van verzoeker ongeloofwaardig is. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat verzoeker wisselend, vaag en summier heeft verklaard over het bewustwordingsproces van zijn homoseksualiteit. Voorts heeft verweerder het niet aannemelijk hoeven achten dat verzoeker geen proces tot zelfacceptatie heeft meegemaakt in een land waarin homoseksualiteit maatschappelijk onacceptabel en strafbaar is. Verweerder heeft het eiser ook kunnen tegenwerpen dat verzoeker niet heeft kunnen concretiseren hoe het zit met zijn homoseksuele relaties en dat eiser slechts vage en summiere verklaringen heeft afgelegd over de situatie van homoseksuelen in Nigeria en in Nederland. Tot slot acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoeker tijdens het vertrekgesprek met de regievoerder van de Dienst Terugkeer en Vertrek op 24 mei 2017 onomwonden heeft aangegeven dat hij geen homo is maar van anderen hoorde dat hij als asielmotief moest aangeven dat hij homo was en dat hij liever niet wilde liegen.

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.D. Gunster, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2017.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.