Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:14818

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
18-07-2019
Zaaknummer
C/09/544561 / FA RK 17-9450
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Niet gezagdragende ouder ontvangen in zijn verzoek tot vervangende toestemming op grond van artikel 1:247, derde lid, BW in samenhang met artikel 1:377a, eerste lid, BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module BRP 2019/2055
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 17-9450

Zaaknummer: C/09/544561

Datum beschikking: 15 december 2017

Vervangende toestemming vakantie en verkrijging reisdocument

Beschikking op het op 11 december 2017 ingekomen verzoek van:

[Y]

de vader,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. J.A. Comley te Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X]

de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. M. Braat te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.

De minderjarige [minderjarige] heeft zich zowel schriftelijk als in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 15 december 2017 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat en de advocaat van de moeder.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige [minderjarige] in de periode van 23 december 2017 tot en met 6 januari 2018 naar Suriname te reizen en voor het verkrijgen van een reisdocument (in dit geval een paspoort) zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet ten behoeve van [minderjarige] .

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De moeder is belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] . De vader heeft [minderjarige] erkend.

Ontvankelijkheid

De vader heeft met spoed om vervangende toestemming verzocht om met [minderjarige] op vakantie te mogen gaan naar Suriname om daar Kerst en Oud en Nieuw met familie te vieren. Deze feestdagen hebben volgens de vader in Suriname een bijzondere betekenis en worden uitbundig gevierd. De vader wil deze dagen graag samen met [minderjarige] in Suriname doorbrengen. De moeder stelt zich op het standpunt dat de vader niet kan worden ontvangen in zijn verzoek om vervangende toestemming nu de wet de niet gezag dragende ouder hiertoe geen mogelijkheid biedt.

De rechtbank overweegt als volgt. De moeder oefent op grond van artikel 1:253b van het Burgerlijk Wetboek (BW) van rechtswege alleen het gezag uit over [minderjarige] . In artikel 1:247 lid 3 BW is bepaald dat het ouderlijk gezag van de moeder mede de verplichting omvat van de moeder om de ontwikkeling van de banden van [minderjarige] met de andere ouder te bevorderen. Deze norm beperkt zich niet tot ouders met gezamenlijk gezag, maar is ook van toepassing op de ouder die het eenhoofdig gezag heeft. De vader, als niet gezag dragende ouder, heeft op grond van artikel 1:377a lid 1 BW het recht op en de verplichting tot omgang met [minderjarige] .

De rechtbank is van oordeel dat de wens van vader om met zijn dochter de kerstvakantie in Suriname door te brengen kan worden geschaard onder bovenstaande wetsartikelen, zodat de vader kan worden ontvangen in zijn verzoek tot vervangende toestemming om met [minderjarige] op reis te mogen gaan naar Suriname in de kerstvakantie. Deze toestemming brengt met zich mee dat [minderjarige] ook een geldig paspoort nodig heeft – haar oude paspoort is naar de rechtbank begrijpt verlopen -, zodat de rechtbank de vader ook in dat nevenverzoek zal ontvangen in de specifieke omstandigheden van dit spoedgeval.

Inhoudelijke beoordeling

De vader voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat de moeder na herhaaldelijke verzoeken blijft weigeren haar toestemming te verlenen voor de reis naar Suriname en het aanvragen van een eigen paspoort voor [minderjarige] .

Namens de moeder is naar voren gebracht dat het op dit moment niet in het belang van [minderjarige] is dat zij met haar vader op vakantie gaat naar Suriname. De moeder heeft als belangrijkste argument aangevoerd dat de cijfers van [minderjarige] , die in de vierde klas van de HAVO zit, ver beneden peil zijn. De tweede week na de kerstvakantie is er een toetsweek. De moeder vindt dat [minderjarige] in Nederland moet blijven en alle zeilen bij moet zetten om in deze toetsweek goede resultaten te behalen zodat haar cijfers verbeteren. De vader heeft daarover gesteld dat hij met [minderjarige] heeft afgesproken dat zij tijdens haar verblijf in Suriname bij hem ook hard zal moeten studeren. Vader heeft een huis gehuurd waarin voldoende ruimte is voor [minderjarige] om in alle rust te kunnen studeren. Een neef die geneeskunde studeert zal haar daarbij ook trachten te begeleiden. De moeder meent dat het voor [minderjarige] heel moeilijk zal zijn om in Suriname de discipline op te brengen om te studeren omdat zij daar op vakantie is, er leuke uitstapjes gemaakt zullen worden en de familiebanden aangehaald zullen worden. Vader meent dat het om het even is of [minderjarige] in Suriname of hier in Nederland studeert voor haar toetsweek in de kerstvakantie. Bovendien is het volgens vader niet haalbaar om hele lange dagen achter elkaar te studeren.

De rechtbank overweegt en beslist alles afwegende als volgt.

Vast staat dat de ter zitting door de advocaat van de moeder geproduceerde cijferlijst van [minderjarige] zeer te wensen overlaat. Het is echter geen realistische verwachting dat [minderjarige] , door in Nederland te moeten blijven om in de gehele kerstvakantie te studeren voor de toetsweek, haar cijfers dusdanig zal ophalen dat zij voor alle vakken voldoende komt te staan. Beide ouders hadden achteraf bezien in het verleden veel meer inspanningen moeten leveren om [minderjarige] meer te ondersteunen bij de verbetering van haar schoolresultaten en zullen dat in de toekomst ook meer en beter moeten doen dan tot dusver kennelijk het geval is geweest. [minderjarige] heeft schriftelijk en in raadkamer verklaard dat zij erg veel zin heeft om met haar vader naar Suriname te gaan. Zij is daar slechts één keer eerder geweest toen zij ongeveer twee jaar oud was. Zij kan zich daarvan dan ook weinig tot niets herinneren. Zij kijkt er naar uit haar familie van vaders kant te ontmoeten en Suriname te zien. Zij is zich er van bewust dat zij in Suriname wel zo hard mogelijk zal moeten studeren om zo goed mogelijke cijfers te kunnen halen in de toetsweek. [minderjarige] is van mening dat zij in Suriname ruim voldoende gelegenheid zal hebben om te studeren. Wel is zij zich ervan bewust dat dit soms moeilijk zal zijn, maar dat zij toch die discipline op zal moeten brengen.

Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het argument van de moeder dat [minderjarige] de kerstvakantie moet besteden aan studeren, is de rechtbank van oordeel dat er ook ruimte voor ontspanning moet zijn. Hoewel er veel van de toetsweek afhangt, zullen de resultaten die in die toetsweek behaald worden niet allesbepalend zijn en zeker niet in één keer het al langer bestaande probleem van de slechte cijferlijsten van [minderjarige] oplossen. Het niet toestaan van [minderjarige] om op vakantie met haar vader naar Suriname te gaan zal naar de inschatting van de rechtbank ook een nog grotere druk leggen op de relatie met haar moeder, die op dit moment toch al zeer gespannen is. Het kan redelijkerwijs niet van [minderjarige] worden gevergd dat zij gedurende de gehele kerstvakantie alleen maar met studeren bezig is. Bovendien kan het bij [minderjarige] tot extra stress leiden indien zij niet met vader mee mag, terwijl zij zich hier erg op heeft verheugd.

De rechtbank is daarom alles afwegende van oordeel dat het in het belang is van [minderjarige] dat zij met haar vader de kerstvakantie in Suriname kan doorbrengen. De rechtbank zal de gevraagde vervangende toestemming verlenen. Omdat de vader zoals ter zitting bleek op 20 december 2017 naar Suriname afreist en [minderjarige] na de recente, ter zitting getoonde, omboeking van haar vliegticket samen met een meerderjarige neef en nicht op 23 december 2017 naar Suriname zal reizen, zulks om strijd met de Leerplichtwet te voorkomen, zal de rechtbank bepalen dat de vervangende toestemming ook geldt voor deze neef en nicht of voor een andere schriftelijk door de vader aan te wijzen meerderjarige. De vader moet hiertoe een schriftelijke verklaring aan [minderjarige] meegeven, door hem ondertekend en voorzien van een kopie van zijn identiteitsbewijs.

De voorgaande beslissing brengt met zich mee dat [minderjarige] ook zal moeten beschikken over een geldig reisdocument, in dit geval een paspoort. De rechtbank zal gelet op de spoedeisendheid de vader op de voet van artikel 34 van de Paspoortwet en artikel 3:300 BW nu vervangende toestemming verlenen om met spoed namens de moeder, die het eenhoofdig gezag over [minderjarige] heeft maar kennelijk weigert een geldig paspoort van [minderjarige] aan de vader af te geven voor de geplande vakantie naar Suriname, een geldig paspoort voor [minderjarige] aan te vragen bij de gemeente en dat aan hem te doen afgeven. De vader moet dat papoort vanzelfsprekend weer aan de moeder afgeven na terugkeer uit Suriname in Nederland op 7 januari 2018.

Beslissing

De rechtbank:

verleent toestemming aan de vader of zo nodig aan een andere door de vader schriftelijk aan te wijzen meerderjarig persoon – welke toestemming die van de moeder vervangt – om met zijn minderjarige dochter [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , in de periode van 23 december 2017 tot en met 6 januari 2018 naar Suriname te reizen en daar met [minderjarige] de kerstvakantie door te brengen;

*

verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – om namens de moeder met spoed een geldig paspoort voor de hiervoor vermelde minderjarige [minderjarige] bij de gemeente aan te vragen en dat paspoort door de gemeente aan de vader af te doen geven, zulks ten behoeve van de hiervoor vermelde door de vader met [minderjarige] in Suriname door te brengen kerstvakantie van 23 december 2017 tot en met 6 januari 2018;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wien, kinderrechter, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2017.