Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:14720

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-11-2017
Datum publicatie
09-01-2018
Zaaknummer
09/807206-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een jaar lang Bol.com opgelicht door op valse wijze ruim 1400 producten te bestellen en daarvoor niet te betalen. Hij heeft deze producten (deels) verkocht aan een tweedehandswinkel en deels zogenaamd geretourneerd bij Blokker winkels en zich daarmee dus ook schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. De rechtbank rekent het de verdachte ook aan dat met zijn handelen vele onschuldige burgers te maken hebben gehad met facturen en aanmaningen voor bestellingen die zij niet hadden gedaan. Dit heeft mogelijk een onterechte negatieve weerslag gehad op de naam van Bol.com.

Oplichtingspraktijken als de onderhavige schaden het vertrouwen in eerlijke handel en verstoren de werking van populaire handelsplatformen op internet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/807206-17

Datum uitspraak: 21 november 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [locatie] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 22 mei 2017 en 16 augustus 2017 (beide pro forma) en 7 november 2017 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.B.A. Frakking, en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. R.J. Bouwmeester, advocaat te Noordwijk, en door de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 7 november 2017 medegedeeld dat hij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 november 2015 tot en met 12 februari 2017 te Leiden en/of Zoetermeer en/of Leidschendam en/of Katwijk en/of Oegstgeest en/of Voorschoten, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgr(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) Bol.com B.V. heeft bewogen tot de afgifte van diverse mediadragers (waaronder films, software en games) en/of consumentenelektronica (waaronder elektrische tandenborstels), in elk geval van enig goed, immers heeft verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk

weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid via de webshop van Bol.com bestellingen geplaatst/gedaan (op afbetaling) waarbij verdachte:

-(telkens) een klantaccount heeft aangemaakt op de website van Bol.com B.V. waarbij hij (telkens) valse namen gebruikte, althans een andere naam dan die van verdachte en/of

-(telkens) gebruik maakte van valse en/of verschillende emailadressen en/of

-(telkens) postadressen en/of factuuradressen gebruikte van willekeurige burgers in Leiden en/of Zoetermeer en/of Leidschendam en/of Katwijk en/of Oegstgeest en/of Voorschoten en/of elders in Nederland waardoor Bol.com B.V. tot bovengenoemde afgifte werd bewogen (waarvoor

verdachte niet betaalde);

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 november 2015 tot en met 12 februari 2017 te Leiden en/of Zoetermeer en/of Leidschendam en/of Katwijk en/of Oegstgeest en/of Voorschoten althans in Nederland (telkens) met het oogmerk zich wederrechtelijk toe te eigenen heeft weggenomen diverse mediadragers (waaronder films, software en games) en/of consumentenelektronica (waaronder elektrische tandenborstels) in elke geval enig goed geheel of ten dele toebehorende aan Bol.com. B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 november 2015 tot en met 12 februari 2017 te Leiden en/of Zoetermeer en/of Leidschendam en/of Katwijk en/of Oegstgeest en/of Voorschoten althans in Nederland van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, veelvuldig een/meerdere mediadragers (waaronder films, software en games) en/of consumentenelektronica (waaronder elektrische tandenborstels) verworven, voorhanden gehad, overgedragen (te weten verkocht) terwijl hij wist dat voornoemde voorwerp(en) -onmiddellijk of middelijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

3 Voorvragen

3.1

De geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld - zakelijk weergegeven - dat de dagvaarding ter zake van de feiten 1, 2 en 3 nietig is. Hiertoe heeft de raadsman betoogd dat de dagvaarding onvoldoende duidelijk is, nu niet blijkt welke feiten en gedragingen precies ten laste worden gelegd, op welk moment deze gedragingen zouden zijn uitgevoerd en wat de omvang daarvan is.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding voldoende feitelijk en duidelijk is en dat het niet noodzakelijk is om daarin te vermelden welke precieze bestellingen door de verdachte zijn gedaan. Het gaat om het totale feitencomplex: dat de verdachte op basis van verschillende klantaccounts bij Bol.com bestellingen heeft gedaan en zo producten heeft verworven waarvoor hij niet heeft betaald en dat hij daarnaast veelvuldig goederen, waarvan hij wist dat die afkomstig waren uit enig misdrijf, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen.

3.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de aan de verdachte ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3 voldoende feitelijk zijn omschreven en dat de dagvaarding voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Op grond van dit artikel is niet vereist dat elke verweten handeling in de tenlastelegging wordt uitgeschreven. Het is duidelijk welke feiten de opsteller van de tenlastelegging de verdachte verwijt, te weten oplichting en/of diefstal en/of het gewoonte maken van witwassen. In de tenlastelegging is aangegeven in welke periode en op welke plaats(en) deze feiten zouden zijn gepleegd. In de tenlastelegging van feit 1 is voorts concreet vermeld welke gedragingen de verdachte zou hebben verricht, teneinde de bestanddelen ‘het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of een of meer listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels’ invulling te geven.

Dat ook voor de verdachte voldoende duidelijk is wat hem wordt verweten, is gebleken tijdens de behandeling ter terechtzitting waar de verdachte over de feiten en zijn handelwijze heeft verklaard. Het verweer dat de dagvaarding onvoldoende duidelijk is, wordt dan ook verworpen. De dagvaarding met betrekking tot de feiten 1, 2 en 3 is derhalve geldig.

4 De rechtmatigheid van het onderzoek

4.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, overeenkomstig zijn overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnota, ter terechtzitting betoogd dat het onderzoek aan de smartphone van de verdachte onrechtmatig heeft plaatsgevonden. De inhoud van de inbeslaggenomen telefoon en de gegevens die zijn aangetroffen op de in de telefoon opgenomen SD-kaart, moeten daarom worden uitgesloten van het bewijs. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat op de telefoon ruim 8.000 bestanden zijn aangetroffen, waarvan de politie slechts 5% als mogelijk relevant voor de onderhavige strafzaak heeft aangemerkt. Door het onrechtmatige onderzoek aan de smartphone is een zeer ingrijpende inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de privacy van de verdachte, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. De raadsman heeft betoogd dat, gelet op ECLI:NL:HR:2017:584, de artikelen 94, 95 en 96 Sv onvoldoende wettelijke grondslag bieden voor een dergelijk ingrijpend onderzoek naar alle in de smartphone opgeslagen en beschikbare gegevens met gebruik van technische hulpmiddelen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat weliswaar onderzoek in de telefoon van de verdachte heeft plaatsgevonden zonder dat de politie daarvoor toestemming van verdachte had en dat daarbij voor de verdachte belastende informatie is gevonden, maar dat dit verzuim van beperkte omvang is en dat derhalve dient te worden volstaan met de constatering van het verzuim. De raadsman heeft overigens onvoldoende onderbouwd waarom de verdachte volgens hem in zijn recht op een eerlijk proces is geschaad. Met uitsluitend een beroep op artikel 8 EVRM kan geen bewijsuitsluiting volgen, aldus de officier van justitie.

4.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad in het arrest van 4 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:584) het toetsingskader heeft uiteengezet voor het doen van onderzoek aan een smartphone door de politie. In dit arrest wordt - kort samengevat - overwogen dat geen voorgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier vereist is indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. Als dat onderzoek zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van de gegevensdrager of het geautomatiseerde werk, kan dat onderzoek wel onrechtmatig zijn. Daarvan zal in het bijzonder sprake kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens.

De rechtbank overweegt dat van de geheugenkaart in de smartphone een ‘image’ is gemaakt, een exacte kopie van hetgeen op de geheugenkaart was opgeslagen. Op de geheugenkaart zijn in totaal 7948 foto’s aangetroffen. Met het programma Internet Evidence Finder is de image onderzocht. Hierdoor zijn zowel de opgeslagen als de verwijderde foto’s/bestanden zichtbaar. Op de geheugenkaart zijn screenshots van schermafbeeldingen aangetroffen van bestellingen bij Bol.com, adressen van woningen op Funda.nl en adressen van het pakket volgsysteem van PostNL.

De rechtbank is van oordeel dat uit het vorenstaande blijkt dat het onderzoek aan de smartphone van de verdachte niet beperkt is gebleven tot het enkel raadplegen van een gering aantal bepaalde gegevens. De rechtbank komt ten aanzien van dit onderzoek dan ook tot de conclusie dat sprake is van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. In zoverre is naar het oordeel van de rechtbank dan ook sprake van een verzuim, nu hierdoor het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van verdachte is geschonden.

In welke mate dat vormverzuim tot enig rechtsgevolg moet leiden hangt af van het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat hierdoor is veroorzaakt.

Het geleden nadeel bestaat voor de verdachte daaruit dat verbalisanten kennis hebben kunnen nemen en hebben genomen van privé informatie die de verdachte op zijn telefoon had staan, terwijl hij recht had op bescherming van zijn privacy.

Alles afwegende acht de rechtbank de onderhavige schending niet een dermate grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte opleveren, dat deze tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden. Gesteld noch gebleken is dat de kennisneming door de verbalisanten van privé-gegevens van de verdachte, anders dan in het kader van de onderzochte strafzaak, heeft geleid tot enige verdere verspreiding van privé-gegevens of tot enig ander concreet nadeel. De rechtbank houdt voorts rekening met het gegeven dat de verbalisanten ten tijde van het thans voorliggende onderzoek nog geen kennis hadden van de uitspraak van de Hoge Raad als voormeld en het onderzoek hebben vormgegeven zoals op dat moment uit beschikbare regelgeving en jurisprudentie mocht worden afgeleid.

De rechtbank is bovendien -evenals de officier van justitie- van oordeel dat met uitsluitend een beroep op artikel 8 EVRM geen bewijsuitsluiting kan volgen en dat de raadsman onvoldoende heeft onderbouwd waarom verdachte volgens hem in zijn recht op een eerlijk proces is geschaad. De rechtbank acht in dit geval strafvermindering evenmin passend of gerechtvaardigd.

De rechtbank zal daarom volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim.

5 Bewijsoverwegingen

5.1

Inleiding

Verdachte wordt kort gezegd verweten dat hij Bol.com heeft opgelicht (feit 1), dat hij mediadragers en consumentenelektronica van Bol.com heeft gestolen (feit 2) en tenslotte dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen (feit 3).

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Op de specifieke standpunten van de officier van justitie zal de rechtbank – voor zover van belang – bij de beoordeling van de tenlastelegging nader ingaan.

5.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken voor feit 1. Ten aanzien van feit 2 en 3 heeft de raadsman tevens vrijspraak bepleit. Daar waar dit aangewezen is, zal de rechtbank nader ingaan op hetgeen door de raadsman is aangevoerd.

5.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

5.4.1.

Feit 1: oplichting

5.4.1.1 Bewijsmiddelen

Aangever

[aangever] (hierna: [aangever] ) heeft namens Bol.com aangifte gedaan van oplichting, gepleegd tussen 13 november 2015 en 7 juli 2016. [aangever] heeft onder meer verklaard dat de oplichting plaatsvond doordat de oplichter op namen van anderen nieuwe klantaccounts op Bol.com aanmaakte en hiermee bestellingen op rekening liet leveren op verschillende adressen waar hij zelf niet woonachtig was. Dit gebeurde telkens vanaf verschillende IP-adressen, via een mobiel kanaal. De bestelde artikelen waren telkens dvd’s, Blu-rays, Game accessoires etc. Op 12 maart 2016 nam iemand uit Zoetermeer, en enkele weken later iemand uit Leiden, contact op met Bol.com, omdat zij betalingsherinneringen van Bol.com hadden ontvangen, terwijl zij geen bestellingen hadden geplaatst of zelfs geen klant waren van Bol.com. Op 10 mei 2016 werd bij Bol.com een bestelling gedaan waarbij het IP-adres van de koper gelijk was aan het IP-adres van de verkoper. De modus operandi was bij deze order verder exact gelijk aan de modus operandi van de eerder beschreven fraude. Op basis hiervan is de naam van de verdachte naar voren gekomen.2

[aangever] heeft later een aanvullende aangifte gedaan van diefstal en oplichting gepleegd in de periode van 8 juli 2016 tot en met 14 februari 2017. Hierbij heeft [aangever] onder meer verklaard dat de verdachte, nadat tegen hem aangifte was gedaan over de periode november 2015 t/m juli 2016, bestellingen bij Bol.com bleef doen, maar dat zijn modus operandi veranderde. Aanvankelijk liet verdachte de pakketjes bezorgen en haalde hij deze uit de brievenbus, maar later bestelde hij producten met een adres van veelal leegstaande woningen. Via de PostNL applicatie veranderde hij het bezorgadres in een ophaallocatie. Na de zomer ging de verdachte van het bestellen van dvd’s en computerspelletjes over naar producten van Nintendo, Lego en tot slot naar Philips Sonicare en Oral-B producten. Hiermee is hij sinds november/december 2016 druk bezig geweest, aldus [aangever] .3

Bij de rechter-commissaris heeft [aangever] verklaard dat de website van Bol.com bij het eerste bezoek een cookie op het apparaat van de bezoeker achterlaat zodat Bol.com de volgende keer weet wanneer die klant de website weer bezoekt. Wanneer bestellingen met dezelfde cookies zijn geplaatst, dan weet Bol.com dat dezelfde telefoon is gebruikt. Het kan zo zijn dat er door de website van Bol.com een nieuwe cookie op een apparaat wordt achtergelaten, bijvoorbeeld wanneer de gebruiker de oude cookie heeft opgeruimd of wanneer er bijvoorbeeld van een andere internetbrowser gebruik gemaakt wordt. [aangever] heeft voorts verklaard dat hij kon zien dat bij de bestellingen van een VPN-dienst gebruik werd gemaakt, waardoor de gebruiker van een IP-adres anoniem blijft.4

Bol.com heeft in een Excelbestand, genaamd “Overzicht_ [verdachte] _3.0”, een overzicht

gemaakt van de bestellingen die vermoedelijk door de verdachte zijn geplaatst in de periode

van 30 november 2015 tot en met 13 februari 2017. In het overzicht is te zien wanneer de bestelling is gedaan, welk product is besteld, met welke naam, adres en e-mailadres er is besteld, welke IP-adres is gebruikt en ook is vermeld welke cookie op welk apparaat is geplaatst. In de tabel “alle bestellingen” is in de kolom “Visitor ID Cookie” per bestelling de cookie vermeld. In het overzicht is te zien dat:

- van de bestellingen van 22 februari 2016 en de 1.278 bestellingen daarna, dezelfde cookie is geregistreerd, te weten “ [kenmerk 1] ” (kleur: groen);

- in deze periode 371 keer gebruikt werd gemaakt van IP-adressen beginnend met 138.199 en 86 keer gebruik werd gemaakt van IP-adressen beginnend met 178.208;

- van deze bestellingen 56 keer een product is besteld op het adres [adres 1] , op naam van [naam 1] en 69 keer een product is besteld op het adres [adres 2] in Zoetermeer;

- deze adressen en namen ook in de periode voor 18 en 19 februari 2016 zijn gebruikt. De bestellingen op deze data hadden dezelfde cookie, te weten “ [kenmerk 2] ” (kleur: blauw), en kwamen dus vanaf hetzelfde toestel;

- het adres [adres 1] tussen 26 januari 2016 en 16 februari 2016 bij 21 bestellingen is gebruikt en dat bij de 162 bestellingen in voornoemde periode ook namen als [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] zijn gebruikt. Ook het Adres [adres 2] in Zoetermeer komt voor bij bestellingen in deze periode. Al deze 162 bestellen zijn geregistreerd met eenzelfde cookie, te weten “ [kenmerk 3] ” (kleur: rood);

- veel van de IP-adressen van voor en na 22 februari 2016 afkomstig zijn van dezelfde anonimiseerdiensten (ook wel VPN provider of VPN proxyserver genoemd);

- in de periode voor 22 februari 2016, op 18 en 19 februari 2016 14 bestellingen zijn gedaan vanaf het IP-adres 138.199 en 6 bestellingen zijn gedaan vanaf het IP-adres 178.208. Al deze bestellingen hadden ook dezelfde cookie, te weten “ [kenmerk 2] ” en kwamen dus vanaf hetzelfde toestel.5

Verklaringen getuigen

Postbezorger [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) heeft tegenover de politie verklaard dat hij op 20 mei 2016 omstreeks 13.15 uur post aan het bezorgen was bij de [straat] te Leiden. Dit betreft een flatgebouw waarbij de brievenbussen zich aan de buitenzijde van het gebouw bevinden. [getuige 1] was in gesprek met mevrouw [getuige 2] toen hij zag dat bij de hoofdingang van de [straat] een jongen stond bij het bellentableau. De jongen keek steeds om zich heen. [getuige 1] had pakketjes bezorgd bij [straat] 160, 143 en 111. Hij vond het vreemd dat op de pakketjes andere namen stonden dan de personen die op de genoemde adressen wonen.6

[getuige 2] (hierna: [getuige 2] ) heeft tegenover de politie verklaard dat zij op 20 mei 2016 van de postbode hoorde dat hij pakketjes moest bezorgen waarop andere namen stonden dan de personen die op de genoemde adressen woonden. Zij zag verder dat een man die zij een dag eerder ook al voor de flat had gezien, in de buurt van de brievenbussen bleef hangen. Na het gesprek met de postbode zag zij de man meerdere malen pakketjes uit de brievenbussen halen en naar zijn auto brengen.7

Bevindingen

Bij de fouillering van de verdachte is een mobiele telefoon van het merk Sony, kleur wit aangetroffen. De verdachte verklaarde dat het zijn telefoon was. De telefoon is inbeslaggenomen en door de politie onderzocht. In het toestel is een geheugenkaart aangetroffen waarop in totaal 7948 foto’s waren opgeslagen. Op de geheugenkaart was een map aangemaakt met daarin opgeslagen zogenaamde screenshots. Deze screenshots zijn gemaakt van schermafbeeldingen op de mobiele telefoon en opgeslagen in deze map. De screenshots die zijn aangetroffen in deze map zijn onder meer: bestellingen gedaan bij Bol.com, adressen van woningen op Funda.nl en adressen van het pakketvolgsysteem van PostNL.8

Op de inbeslaggenomen Sony van de verdachte was Google Chrome geïnstalleerd. Google Chrome heeft onder andere de functie automatisch invullen. In totaal zijn 112 verschillende e-mailadressen aangetroffen in de omgeving van Google Chrome, waar alle automatisch aangevulde woorden zijn opgeslagen.9

De politie heeft bij een aantal PostNL afhaallocaties camerabeelden opgevraagd van het ophaalmoment. Op deze camerabeelden wordt de verdachte herkend als de persoon die het pakketje komt ophalen.10

In een Excelbestand genaamd “Totaal overzicht screenshots en e-mailadressen.xlsx” zijn de bestellingen bij Bol.com weergegeven voor de periode van 16 juni 2016 tot en met 13 februari 2017. Door middel van kleuren is aangegeven welke bestellingen volgens de politie door de verdachte zijn geplaatst. Hieruit komt naar voren dat:

- er 82 bestellingen zijn geplaatst die zijn te koppelen aan screenshots in de telefoon van de verdachte (blauw gemarkeerd);

- er 31 e-mailadressen in het Excelbestand staan die ook in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen (geel gemarkeerd);

- er van 12 bestellingen beveiligingsbeelden zijn waarop te zien is dat de verdachte een pakket ophaalt (roze gemarkeerd);

- het IP-adres beginnend met 138.199 dat veelvuldig is gebruikt in de periode voor 21 juni 2016, na 21 juni 2016 nog 72 keer is gebruikt.11

Verklaringen van de verdachte

De verdachte heeft op 14 februari 2017 tegenover de politie verklaard dat hij gebruik maakt van een mobiele telefoon, Sony XA, met het telefoonnummer [nummer] van Lyca prepaid.

Voorts heeft hij verklaard dat hij diezelfde dag een pakket van Bol.com heeft opgehaald voor zichzelf met daarin een elektrische tandenborstel. Hij had geen idee aan wie het pakket was geadresseerd. De verdachte verklaarde dat hij pakketten bestelde bij Bol.com en dat hij deze liet afleveren bij woningen die te huur stonden. Ook liet hij pakketten middels een pakketcode bezorgen op een afhaallocatie, waaronder Staples. De verdachte heeft verklaard dat hij vanaf begin 2017 pakketjes op rekening bestelde en dat hij de goederen weer verkocht. Hij deed dit omdat hij een schuld bij de Belastingdienst moest afbetalen. 12

De verdachte heeft op 22 februari 2017 tegenover de politie verklaard dat hij bij de [straat] pakketjes uit de brievenbus heeft gehaald en dat hij de spullen heeft verkocht. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij namen en e-mailadressen die hij gebruikte verzon. Hij zocht een (leegstaand) adres uit op Funda.nl en ging daarmee naar Bol.com om een bestelling te plaatsen. Dit deed hij altijd via zijn telefoon. Als de bestelling was geplaatst kreeg hij een tracenummer van PostNL en kon hij het afhaaladres veranderen. De verdachte gebruikte afhaaladressen in Den Haag, Leidschendam, Zoetermeer en Rotterdam. Bij het afhalen van een pakket hoefde hij zich niet te legitimeren.13

Op 19 mei 2017 heeft de verdachte tegenover de politie verklaard dat de flat aan de [straat] niet de enige flat was waar hij goederen heeft laten bezorgen. De bestellingen betroffen voornamelijk media dragende artikelen, zoals dvd’s en Blu-rays omdat deze door de brievenbus pasten. De politie heeft de verdachte geconfronteerd met de screenshots van Bol.com en Funda.nl die op zijn telefoon zijn aangetroffen. Hierop heeft de verdachte verklaard dat het screenshots zijn van bestellingen die hij heeft geplaatst en dat hij de adressen die hij op Funda.nl vond heeft gebruikt om de bestelling te plaatsen. Ook is de verdachte geconfronteerd met de camerabeelden waarop hij door de politie is herkend toen hij pakketjes ophaalde. De verdachte heeft verklaard dat het om pakketjes ging die door hem besteld waren.14

5.4.1.2. Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1

De rechtbank overweegt op grond van voornoemde bewijsmiddelen als volgt. De verdachte heeft verklaard dat hij de enige gebruiker van zijn telefoon was en dat hij bij Bol.com bestellingen heeft gedaan die op 19 en 20 mei 2016 zijn bezorgd aan de [straat] te Leiden. In het Excelbestand “Overzicht_ [verdachte] _3.0” staan meerdere bestellingen die op 18 en 19 mei 2016 zijn geplaatst, met onder andere als afleveradres de [straat] te Leiden. De verdachte heeft verschillende bestellingen uit de brievenbus bij de [straat] gehaald. In voornoemd Excelbestand is te zien dat bij de bestellingen waarvan postbode [getuige 1] verslag deed, door Bol.com telkens dezelfde cookie staat vermeld, die eindigt op 765E8[CE]. Aangezien de verdachte heeft verklaard dat hij bestellingen plaatste via zijn telefoon, gaat de rechtbank er van uit dat voornoemde cookie onlosmakelijk is verbonden met zijn telefoon.

Uit voornoemd Excelbestand blijkt dat bij een bestelling op 22 februari 2016 alsmede bij 1.278 bestellingen die daarop volgden dezelfde cookie is geregistreerd. De laatste bestelling met deze cookie werd geplaatst op 21 juni 2016. Het betreft in alle gevallen bestellingen van films, dvd’s, Blu-rays of games. De rechtbank is van oordeel dat hieruit de gevolgtrekking kan worden gemaakt dat al deze 1.278 bestellingen door de verdachte zijn geplaatst.

Bij de bestellingen na 21 juni 2016 is weliswaar steeds een andere cookie geregistreerd, maar ook deze bestellingen kunnen naar het oordeel van de rechtbank aan de verdachte worden toegeschreven, gelet op de screenshots en de e-mailadressen die op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen en de verklaring die de verdachte daaromtrent heeft afgelegd.

In de periode vóór 22 februari 2016 zijn ook een aantal andere cookies geregistreerd. De rechtbank ziet – evenals de officier van justitie – verschillende overeenkomsten tussen de bestellingen uit de periode voor voornoemde datum en de periode daarna. Zo wordt het postadres [adres 1] en de [adres 2] in Zoetermeer in beide perioden gebruikt als afleveradres. Ook is er een overlap in de personen op wiens naam bestellingen zijn geplaatst. Naast bestellingen op naam van [naam 1] , zijn er bestellingen op naam van [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] . In totaal gaat het om 162 bestellingen met dezelfde cookie, waarvan de eerste bestelling is geplaatst op 26 januari 2016.

Ofschoon uit eerdergenoemd Excelbestand blijkt dat vanaf 30 november 2015 tot en met 25 januari 2016 bestellingen zijn gedaan die deels afkomstig waren van eenzelfde telefoon (Sony Xperia Z Ultra) als die van verdachte, waarbij het bestellingen betrof die onder meer naar adressen werden verzonden in de buurt van de later gebruikte adressen en naar personen met onder meer achternamen als Oudshorn en Hoorn, namen die grote gelijkenis vertonen met de naam van verdachte, acht de rechtbank deze overeenkomsten gelet op de afwijkende IP-adressen en cookies onvoldoende om te kunnen vaststellen dat ook deze 34 bestellingen door verdachte werden gedaan. De rechtbank zal verdachte dan ook partieel vrijspreken van de periode van 13 november 2015 tot en met 25 januari 2016.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de verdachte in de periode van 26 januari 2016 tot en met 12 februari 2017 met verschillende klantaccounts bestellingen heeft geplaatst bij Bol.com waarbij hij door gebruik te maken van valse namen, willekeurige post- en factuurgegevens en verschillende verzonnen e-mailadressen, Bol.com heeft bewogen tot de afgifte van diverse mediadragers en consumentenelektronica. De rechtbank is derhalve van oordeel dat feit 1 wettig en overtuigend kan worden bewezen.

5.4.2.

Feit 2: diefstal

Naar het oordeel van de rechtbank ligt aan de bewezenverklaarde oplichting (feit 1) en de tenlastegelegde diefstal (feit 2) in essentie hetzelfde feitencomplex ten grondslag. De verdachte wordt hiermee (in wezen) één verwijt gemaakt. Teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen acht de rechtbank een enkelvoudige kwalificatie aangewezen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van de onder feit 2 tenlastegelegde diefstal.

5.4.3

Feit 3: gewoontewitwassen

5.4.3.1 Bewijsmiddelen

Bevindingen

In de telefoon van de verdachte zijn meerdere WhatsApp gesprekken aangetroffen, waaronder twee gesprekken tussen het nummer van de verdachte en de nummers in gebruik bij [getuige 3] en [getuige 4] , beiden werkzaam bij CEX in Leiden. Uit de WhatsApp gesprekken tussen de verdachte en [getuige 4] komt naar voren dat de verdachte producten verkoopt aan CEX in Leiden. Bij de politie is het vermoeden is gerezen dat deze producten afkomstig zijn van Bol.com. De politie heeft nader onderzoek gedaan en stuitte daarbij onder meer op het volgende:

- dat [getuige 4] op 15 maart 2016 te 9.20 uur vraagt of de verdachte nog 4 x 3 maanden Playstation plus kan fixen en dat op 16 maart 2016 tussen 8.32 uur en 12.54 uur door de verdachte bij Bol.com zeven bestellingen worden gedaan van een Sony Playstation Plus Abonnement 90 dagen Nederland – PS4 + PS3 + PS Vita+ PSN;

- dat [getuige 3] en [getuige 4] hebben verklaard dat zij Sony Playstation Plus Abonnementen hebben gekocht van verdachte. Meerdere medewerkers van CEX hebben deze kaarten gekocht van verdachte;

- dat op het rekeningoverzicht van het bij de verdachte in gebruik zijnde bankrekeningnummer van de periode 1 november 2015 t/m 14 februari 2017 te zien is dat [getuige 3] , [getuige 4] en [getuige 5] op verschillende data geld overmaken naar het rekeningnummer van de verdachte;

- dat volgens het overzicht van Bol.com in de periode van 9 februari 2016 t/m 17 juni 2016 in totaal 306 dvd’s/Blu-rays zijn besteld van de film Star Wars. Volgens de administratie van CEX zijn in de periode van 12 februari 2016 t/m 30 september 2016 in totaal 304 dvd’s/Blu-rays van de film Star Wars verkocht aan CEX, door de verdachte, voor een totaalbedrag van € 3.453,80;

- dat uit het proces-verbaal blijkt dat er meerdere keren een dergelijke link is te zien tussen de artikelen die door de verdachte op Bol.com zijn gekocht en die hij in die periode en de periode daarna heeft verkocht aan CEX;

- dat dit eveneens blijkt uit de WhatsApp gesprekken tussen verdachte en [getuige 3] .15

Door de bedrijfsleider van CEX, T. Uitendaal, is een kopie/overzicht gemaakt van alle aan- en verkopen die door de verdachte zijn gedaan bij CEX. Tevens heeft Uitendaal op verzoek van het onderzoeksteam een zogenaamd print screen gemaakt van de accountgegevens van de verdachte bij CEX. Uitendaal heeft deze gegevens in een Excel overzicht op een USB-stick gezet. De bestandsnamen van deze gegevens zijn Cex [verdachte] .ods en Cex ID info.odt.16

Uit het overzicht van verkopen aan CEX door verdachte is gebleken dat hij in de periode van 14 oktober 2015 tot en met 30 september 2016 in totaal 2330 producten heeft verkocht aan CEX in Leiden, betreffende dvd’s/Blu-rays en Playstation Vita Memory Cards.17

Verklaringen getuigen

[getuige 3] en [getuige 4] , beiden werkzaam bij CEX in Leiden, zijn als getuigen verhoord. Beiden hebben verklaard dat de verdachte een jaar tot anderhalf jaar klant is geweest van CEX in Leiden en dat de verdachte erg vaak, twee à drie keer per week langs kwam om films en games te verkopen. [getuige 4] heeft verklaard dat de verdachte ongeveer 45 dvd’s per week verkocht aan CEX. De verdachte zou hebben gezegd dat hij aan de spullen kwam omdat hij werkzaam was bij Sony en daardoor makkelijk aan de producten kon komen18.

Verklaringen van de verdachte

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in de periode van februari 2016 tot en met juni 2016 regelmatig bij CEX kwam, een winkel in Leiden waar je spullen kan verkopen. De verdachte heeft verklaard dat hij mediadragers, Blu-rays en dvd’s, heeft verkocht aan CEX. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij aan deze goederen kwam via de [straat] en via Bol.com. Tegen [getuige 4] en [getuige 3] van CEX heeft de verdachte gezegd dat hij via zijn werk bij Sony aan de dvd’s en Blu-rays kon komen. Voor de verkochte goederen kreeg hij uitbetaald in contanten en soms werd het geld overgemaakt naar zijn bankrekening.19

De verdachte heeft ter terechtzitting van 7 november 2017 verklaard dat hij de bij Bol.com bestelde elektrische tandenborstels ook bestelde bij Blokker en dat hij vervolgens met een kopie van de kassabon van Blokker de bij Bol.com verworven elektrische tandenborstels terugbracht en daarvoor geld kreeg geretourneerd.20

5.4.3.2. Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 3

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 26 januari 2016 tot en met 12 februari 2017 uit misdrijf afkomstige goederen, te weten goederen die hij door middel van oplichting van Bol.com had verworven, op grote schaal heeft verkocht aan CEX. Gelet op de enorme hoeveelheid goederen, de lange periode en de frequentie waarmee de verdachte de goederen heeft verkocht, is de rechtbank van oordeel dat zonder meer kan worden vastgesteld dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat ook ten aanzien van feit 3 voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor bewezenverklaring daarvan. De rechtbank gaat daarbij uit van dezelfde periode als onder feit 1, omdat er voor de periode daaraan voorafgaande onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte goederen heeft verkocht die van misdrijf afkomstig waren.

5.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 26 januari 2016 tot en met 12 februari 2017 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, telkens Bol.com B.V. heeft bewogen tot de afgifte van diverse mediadragers waaronder films, games en consumentenelektronica waaronder elektrische tandenborstels, immers heeft verdachte toen aldaar telkens met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listig en bedrieglijk en in strijd met de waarheid via de webshop van Bol.com bestellingen geplaatst/gedaan (op afbetaling) waarbij verdachte:

- telkens een klantaccount heeft aangemaakt op de website van Bol.com B.V. waarbij hij telkens valse namen gebruikte en

- telkens gebruik maakte van valse en/of verschillende e-mailadressen en

- telkens postadressen en/of factuuradressen gebruikte van willekeurige burgers in Leiden en/of Zoetermeer en/of Leidschendam en/of Katwijk en/of Oegstgeest en/of Voorschoten en/of elders in Nederland

waardoor Bol.com B.V. tot bovengenoemde afgifte werd bewogen (waarvoor

verdachte niet betaalde);

3.

hij op tijdstippen in de periode van 26 januari 2016 tot en met 12 februari 2017 in Nederland van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, veelvuldig mediadragers waaronder films, games en consumentenelektronica waaronder elektrische tandenborstels, overgedragen (te weten verkocht) terwijl hij wist dat voornoemde voorwerpen -onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

7 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

8 De strafoplegging

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandelverplichting en verplichte opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang zal worden opgelegd, zoals vermeld in het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 22 juni 2017.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft namens de verdachte gewezen op diens persoonlijke omstandigheden, zoals de omgangsregeling met zijn kinderen en zijn gezondheidsproblemen. De verdachte heeft verklaard dat hij bereid is mee te werken aan de voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsadvies.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft een jaar lang Bol.com opgelicht door op valse wijze ruim 1400 producten te bestellen en daarvoor niet te betalen. Hij heeft deze producten (deels) verkocht aan een tweedehandswinkel en deels zogenaamd geretourneerd bij Blokker winkels en zich daarmee dus ook schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Dit zijn ernstige feiten. De verdachte is met zijn handelwijze zeer geraffineerd te werk gegaan en hij zich heeft op schaamteloze wijze, ten koste van de benadeelde Bol.com, financieel bevoordeeld. Gelet op de vele goederen die de verdachte heeft buitgemaakt gaat het om een hoog bedrag aan schade. De verdachte heeft hierbij kennelijk uitsluitend oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.

De rechtbank rekent het de verdachte ook aan dat met zijn handelen vele onschuldige burgers te maken hebben gehad met facturen en aanmaningen voor bestellingen die zij niet hadden gedaan. Dit heeft mogelijk een onterechte negatieve weerslag gehad op de naam van Bol.com.

Oplichtingspraktijken als de onderhavige schaden het vertrouwen in eerlijke handel en verstoren de werking van populaire handelsplatformen op internet.

De rechtbank heeft gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 10 oktober 2017. Daaruit volgt dat de verdachte voorafgaand aan het begaan van deze feiten eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op omtrent verdachte opgemaakte rapporten van het NIFP d.d. 1 juni 2017 en Reclassering Nederland d.d. 22 juni 2017. Uit deze rapporten is gebleken dat de verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en dat het recidiverisico matig tot hoog, dan wel hoog tot zeer hoog wordt geschat. Geadviseerd is om aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en eventueel een opname in een instelling voor begeleid wonen. De rechtbank neemt de conclusies in deze rapporten over en legt die ten grondslag aan haar oordeel.

Tenslotte neemt de rechtbank een door de verdachte ter terechtzitting overgelegde brief d.d. 1 november 2017 van mevrouw N. Arendse, regiebehandelaar bij de Waag, in aanmerking. Daaruit blijkt dat verdachte vanuit detentie in behandeling is bij de Waag, locatie Leiden, teneinde het recidive risico te verminderen. De behandeling zal naar verwachting nog twee jaar duren.

Gezien de ernst van de feiten kan daarop niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de reclassering bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast zal de rechtbank een proeftijd opleggen voor de duur van 3 jaar zoals door de officier van justitie geëist.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

9 De vordering van de benadeelde partij

In het onderhavige strafproces heeft Bol.com B.V. zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 41.533,16, te vermeerderen met wettelijke rente.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist, met dien verstande dat vrijspraak is bepleit en de raadsman heeft verzocht dientengevolge de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren nu de vordering niet eenvoudig van aard is en behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering eenvoudig van aard, zodat de benadeelde partij in haar vordering kan worden ontvangen.

De rechtbank is verder van oordeel dat de benadeelde partij genoegzaam heeft aangetoond dat door Bol.com B.V. materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde. De rechtbank heeft echter een kortere periode bewezenverklaard dan is tenlastegelegd en zal het gevorderde bedrag dan ook tot die periode matigen. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot het bedrag van

€ 40.794.31 worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 26 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige zal de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Dit brengt mee dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

10 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 5.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

oplichting, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 2:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (ACHTTIEN) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (ZES) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland, Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling stelt bij forensisch psychiatrische polikliniek De Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor persoonlijkheidsproblematiek en preventie van delictgedrag;

- gedurende de proeftijd verblijft in een 24-uurs voorziening voor maatschappelijke opvang (bijvoorbeeld het Leger des Heils, de Kessler of een soortgelijke instelling), zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich houdt aan het (dag-) programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Bol.com. B.V., een bedrag van € 40.794,31, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 26 januari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C.M. Bouman, voorzitter,

mr. J. Holleman, rechter,

mr. J. Montijn, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S. Imami-Kalloemisier, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 november 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017044983 Z, van de politie eenheid Den Haag, district Leiden-Bollenstreek, district recherche Leiden-Bollenstreek, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 269); het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017044983 B, van de politie eenheid Den Haag, district Leiden-Bollenstreek, district recherche Leiden-Bollenstreek, met bijlagen (doorgenummerd blz. 270 t/m 469, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 mei 2017, met proces-verbaalnummer 40; het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017044983 D, van de politie eenheid Den Haag, district Leiden-Bollenstreek, district recherche Leiden-Bollenstreek, met bijlagen (doorgenummerd blz. 470 t/m 630).

2 Proces-verbaal van aangifte van Bol.com van 31 oktober 2016, blz. 35 t/m 37.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever van 25 februari 2017, blz. 134 t/m 138.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever] bij de rechter-commissaris op 20 oktober 2017.

5 Een geschrift, te weten een Excelbestand met de naam “Overzicht_ [verdachte] _3.0.xlsx”, losbladig.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 23 mei 2016, blz. 62.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 24 mei 2016, blz. 64 t/m 65.

8 Proces-verbaal van bevindingen van 16 februari 2017, met bijlagen, blz. 88.

9 Proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2017, blz. 442 t/m 444.

10 Proces-verbaal van bevindingen van 1 maart 2017, blz. 398 t/m 400; proces-verbaal van bevindingen van 14 maart 2017, blz. 401 – 403; proces-verbaal van bevindingen van 15 maart 2017, blz. 404 t/m 409.

11 Een geschrift, te weten een Excelbestand met de naam “Totaal overzicht screenshots en e-mailadressen.xlsx”.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 februari 2017, blz. 30 t/m 32.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 februari 2017, blz. 123 t/m 128.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 mei 2017, blz. 355 t/m 357.

15 Proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2017, blz. 313 t/m 323; proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2017, blz. 324 t/m 333.

16 Proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2017, blz. 380 t/m 381.

17 Proces-verbaal van relaas van 17 april 2017, blz. 279.

18 Proces-verbaal van verhoor [getuige 3] van 27 maart 2017, blz. 289 t/m 297; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] bij de rechter-commissaris van 28 september 2017, losbladig; proces-verbaal van verhoor [getuige 4] van 27 maart 2017, blz. 304 t/m 311; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris van 28 september 2017, losbladig.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 mei 2017, blz. 357 t/m 359.

20 Verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 november 2017.