Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:14709

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
09-01-2018
Zaaknummer
09/842158-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een reeks oplichtingen en pogingen daartoe op en via de website van marktplaats.nl. Daartoe hebben verdachte en zijn mededaders zich tegenover de slachtoffers, te weten verkopers van telefoons, laptops en MacBooks, voorgedaan als bonafide kopers. Door gebruik te maken van een valse naam en een valse Rabobank app hebben zij bij de slachtoffers de indruk gewekt dat zij de goederen middels internetbankieren betaalden, terwijl in werkelijkheid geen betaling had plaatsgevonden.

De gehele werkwijze was gepland en besproken en onderling waren de taken verdeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/842158-17

Datum uitspraak: 3 oktober 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [locatie] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 18 augustus 2017 (pro forma) en

19 september 2017 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. F. Bahadin en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. B.J. de Bruijn, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 19 september 2017 medegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 januari tot en met 18 mei 2017 te Rotterdam en/of Vleuten en/of Utrecht en/of Den Haag en/of Vlaardingen en/of Amsterdam en/of Amstelveen en/of Duivendrecht en/of Bussum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen heeft bewogen tot de afgifte van telkens enig goed, te weten de afgifte van de hieronder genoemde goederen, door - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voor te doen als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en/of via Marktplaats.nl contact te zoeken met de hieronder genoemde verkopers van de hieronder genoemde aangeboden goederen en/of met die verkopers een afspraak te maken om de hieronder genoemde goederen te kopen en/of te doen alsof die goederen worden betaald middels overschrijving via een (valse) mobiele betaal-applicatie (internetbankierenapp) en/of de hieronder genoemde verkopers aan te geven en/of te laten zien dat de betaling van het geldbedrag via de (valse) mobiele betaal-applicatie wordt en/of is gedaan, te weten:

- zaak 2.21 in Rotterdam een Samsung Galaxy S7 Edge van [slachtoffer 1] ,

- zaak 2.14 in Vleuten een Iphone 7 van [slachtoffer 2] ,

- zaak 2.17 in Utrecht een Iphone 7 van [slachtoffer 3] ,

- zaak 2.18 in Utrecht een Macbook van [slachtoffer 4] ,

- zaak 2.10 in Den Haag een Macbook van [slachtoffer 5] ,

- zaak 2.11 in Den Haag een Iphone 7 van [slachtoffer 6] ,

- zaak 2.12 in Vlaardingen een Macbook van [slachtoffer 7] ,

- zaak 2.13 in Den Haag een Macbook van [slachtoffer 8] ,

- zaak 2.22 in Amsterdam een Iphone 7 van [slachtoffer 9] ,

- zaak 2.23 in Amstelveen een Iphone 7 van [slachtoffer 10] ,

- zaak 2.15 in Den Haag een Ipad van [slachtoffer 11] ,

- zaak 2.9 in Den Haag een Imac van [slachtoffer 12] ,

- zaak 2.24 in Duivendrecht een MSI Gaming laptop van [slachtoffer 13] ,

- zaak 2.16 in Rotterdam een Lenovo laptop van [slachtoffer 14] ,

- zaak 2.2 in Bussum een Macbook van [slachtoffer 15] ;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 6 januari tot en met 18 mei 2017 te Katwijk aan Zee en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Delft en/of Leiden en/of Wateringen en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van telkens enig goed, de afgifte van de hieronder genoemde goederen, te weten zich - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en/of via Marktplaats.nl contact heeft gezocht met de hieronder genoemde verkopers van de hieronder genoemde aangeboden goederen en/of met die verkopers een afspraak heeft gemaakt om de hieronder genoemde goederen te kopen en/of heeft gedaan alsof die goederen werden betaald middels overschrijving via een (valse) mobiele betaal-applicatie (internetbankierenapp) en/of de hieronder genoemde verkopers heeft aangegeven en/of heeft laten zien dat de betaling van het geldbedrag via de (valse) mobiele betaal-applicatie werd en/of was gedaan, te weten:

- zaak 2.3 in Leiden een laptop MSI van [slachtoffer 16] ,

- zaak 2.5 in Katwijk aan Zee een laptop van [slachtoffer 17] ,

- zaak 2.7 in Rotterdam een Iphone 7 van [slachtoffer 18] ,

- zaak 2.19 in Den Haag een Dell computer van [slachtoffer 19] ,

- zaak 2.20 in Delft een Iphone 7 van [slachtoffer 20] ,

- zaak 2.1 in Amsterdam een Iphone 6s van [slachtoffer 21] ,

- zaak 2.4 in Leiden een Iphone 6s van [slachtoffer 22] ,

- zaak 2.8 in Wateringen een Dell laptop van [slachtoffer 23] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

In de periode van januari 2017 tot en met mei 2017 is bij de politie een aantal aangiftes van oplichting binnengekomen, waarbij steeds sprake leek te zijn van eenzelfde handelwijze en dezelfde betrokken personen. Verdachte wordt thans verweten dat hij zich ten aanzien van vijftien verschillende personen schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting (feit 1), en dat hij zich ten aanzien van acht verschillende personen schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot oplichting (feit 2).

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel de ten laste gelegde oplichtingen als de ten laste gelegde pogingen tot oplichting wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich weliswaar heeft ingelaten met oplichtingspraktijken, doch dat hij daartoe onder druk is gezet. De verdediging heeft naar voren gebracht dat verdachte spijt heeft van zijn daden en bereid is de door hem veroorzaakte schade aan de benadeelden te vergoeden.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichtingen (feit 1) en het medeplegen van pogingen tot oplichting (feit 2).

Verdachte heeft ter terechtzitting van 19 september 2017 verklaard dat hij zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan oplichting en pogingen tot oplichting. Zakelijk weergegeven heeft hij toen het volgende verklaard.

Verdachte had de beschikking over een namaak Rabobank internetbankieren-app (hierna: de valse Rabobank app) die was geplaatst op een Samsung telefoon en qua uiterlijk erg leek op de echte Rabobank internetbankieren app. Betalingen die in de valse Rabobank app werden ingevoerd leken te worden afgeschreven van een bankrekening, maar de afschrijving van het geldbedrag vond in werkelijkheid niet plaats.

De gebruikelijke gang van zaken hield in dat via of op marktplaats.nl verkopers van goederen werden benaderd. Er werd vervolgens een afspraak gemaakt om de goederen op te halen door (meestal) een meisje, dat er vriendelijk en betrouwbaar uitzag. Het meisje kreeg de opdracht om tegen de verkoper te zeggen dat zij middels internetbankieren wilde betalen. Met gebruikmaking van de valse Rabobank app werd de suggestie bij de verkopers gewekt dat er via internetbankieren was betaald. Dit was dus in werkelijkheid niet het geval was. Het was de bedoeling om de goederen later weer via marktplaats te verkopen. Tot het moment van de verkoop werden de goederen in een op naam van verdachte gehuurde Shurgard opslagplaats bewaard.

Verdachte heeft een groep personen samengesteld. Deze groep bestond uit ‘regelaars’ onder wie hijzelf, ‘drivers’, personen die voor het vervoer zorgden en ‘lopers’, personen (veelal meisjes) die zich aan het adres van de verkopers als koper meldden om het op of via Martplaats.nl aangeboden product met behulp van de valse Rabobank app te ‘kopen’. Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat -overeenkomstig het organogram als opgenomen in het proces-verbaal op pagina 1009- de andere regelaars [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] waren. De drivers waren [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en de lopers waren [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] .

Verdachte heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat hij op advertenties van verkopers op of via marktplaats.nl heeft gereageerd om aangeboden producten te kopen. Met de verkopers werden dan afspraken gemaakt om de producten te komen ophalen. Dit waren vaak meerdere afspraken op een dag, soms twee afspraken met twee verkopers, maar het konden ook vijf of zeven afspraken op een dag zijn. Verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij anderen heeft aangespoord mee te doen, onder andere door hen aan te sporen om afspraken te maken via marktplaats. Dit deed verdachte via de whats-app, onder de naam Tico.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de Samsung telefoon met daarop de valse Rabobank app op verschillende momenten heeft gegeven aan verschillende personen uit de groep, zodat daarmee goederen konden worden opgehaald.

Verdachte heeft ter terechtzitting specifiek verklaard dat hij voor 18 mei 2017 vier afspraken met tijd en adres had geregeld, maar dat er door anderen uit de groep ook afspraken voor die dag waren gemaakt. Hij had samen met vier anderen die dag op verschillende adressen geprobeerd goederen te kopen, waaronder ook op het adres van aangever [slachtoffer 15] in Bussum. Het was op dat adres de bedoeling dat de meisjes [medeverdachte 10] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 10] ) en [medeverdachte 7] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 7] ), bij [slachtoffer 15] langs zouden gaan en een MacBook zouden “kopen” met behulp van de valse Rabobank app. Deze app stond op de Samsung telefoon die verdachte daarvoor in de auto aan de twee meisjes had gegeven.

Verdachte heeft desgevraagd verder specifiek verklaard dat hij degene is geweest die de telefoon heeft gegeven aan [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] ), waarmee vervolgens aangever [slachtoffer 12] is opgelicht. Verdachte heeft verklaard dat de Iphone van aangever [slachtoffer 10] middels oplichting, op de hiervoor omschreven wijze, is verkregen. Verdachte heeft verklaard dat hij de Samsung telefoon met de valse Rabobank app aan iemand van de groep had gegeven, waarmee de Iphone vervolgens is verkregen. Verdachte heeft desgevraagd ook ter terechtzitting bevestigd dat hij degene is geweest die de telefoon heeft meegegeven aan iemand binnen de groep, waardoor vervolgens de aangevers [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 7] zijn opgelicht en geprobeerd is de aangevers [slachtoffer 23] en [slachtoffer 19] op te lichten.

Verdachte heeft desgevraagd tevens ter terechtzitting bevestigd dat [medeverdachte 8] (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 8] ) de namen Lieke, Lisa en Eva gebruikte als zij langs een verkoper ging. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij de Samsung telefoon met daarop de valse Rabobank app ook aan [medeverdachte 12] (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 12] ) heeft gegeven, zodat daarmee oplichtingen konden worden gepleegd.

Tevens heeft verdachte bevestigd dat op Marktplaats.nl door de groep een account met daarin de naam Jessica werd gebruikt en dat het ook klopt dat door de groep de namen ‘Eva’ en ‘Dave’ werden gebruikt op Marktplaats.nl.

Verdachte heeft met betrekking tot de aangiften van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ter terechtzitting verklaard dat het kan kloppen dat de naam Eva (Carter) werd gebruikt door een van de personen uit de groep, en dat het [medeverdachte 8] moet zijn geweest.

Verdachte heeft omtrent de aangifte door [slachtoffer 9] verklaard dat hij de persoon is geweest die de telefoon met daarin de Rabobank internetbankieren app heeft verstrekt waarmee ‘Melissa’ aan [slachtoffer 9] kon betalen.

Aan verdachte is ter terechtzitting voorgehouden dat [medeverdachte 6] heeft verklaard dat Chico hem had gevraagd om naar Bussum te gaan en dat ‘Chico’ [verdachte] is.

Verdachte heeft hierop verklaard dat het klopt dat hij aan [medeverdachte 6] een adres in Bussum heeft gegeven. Verdachte heeft tevens ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 4] hem “Skinny” noemde.2

De rechtbank zal de hiervoor weergegeven uitgebreide verklaring van verdachte bezigen voor het bewijs van de ten laste gelegde feiten.

Verdachte heeft verder verklaard dat hij de valse Rabobank app heeft gekregen van een Nederlandse man die hem heeft gevraagd of hij geld wilde verdienen. Verdachte heeft aangegeven dat hij dat wilde om te kunnen sparen voor een gaming laptop. Verdachte stelt dat hij op een gegeven moment aan de Nederlandse man vragen had gesteld over de app, maar dat hij er pas een maand voor zijn aanhouding achter is gekomen dat de Rabobank app niet echt was. Verdachte heeft verklaard dat hij toen wilde stoppen, maar dat hij door de Nederlandse man onder druk werd gezet om door te gaan.

De rechtbank acht dit deel van de verklaring van verdachte mede in het licht van de bewijsmiddelen niet geloofwaardig. In het bijzonder gezien de wijze waarop de oplichting ook volgens verdachte was vormgegeven, moet het voor verdachte van het begin af aan duidelijk zijn geweest dat de Rabobank app niet echt was. Dat geldt temeer gezien de door verdachte aan mededaders gegeven instructies voor het plegen van de oplichtingen, de tenaamstelling van de rekening op de valse Rabobank app en het feit dat verdachte naar eigen zeggen 50% van de verkoop van de goederen kreeg na aftrek van de kosten van de drivers en de lopers. Verdachte heeft voorts ook niet willen vertellen wie deze Nederlandse man zou zijn en op welke wijze hij onder druk zou zijn gezet. Verder is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat verdachte door een onbekend gebleven man onder druk is gezet om door te gaan met de oplichtingen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 september 2017 en gezien het feit dat de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, er kan worden volstaan met een opsomming van de gebezigde bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. In dit verband overweegt de rechtbank nog dat de in de aangiftes vermelde wijze van oplichting in alle gevallen overeenkomt met de door verdachte omschreven werkwijze.

De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen voor de bewezenverklaring:

 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 september 2017

 Een geschrift, te weten een afschrift van aangifte door [slachtoffer 1]

(blz. 797 t/m 800) (zaak 2.21)

 Het proces-verbaal van bevindingen

(blz. 801) (zaak 2.21)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2]

(blz. 482 t/m 485 ) (zaak 2.14)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , met bijlagen

(blz. 762 t/m 772) (zaak 2.17)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , met bijlagen

(blz. 774 t/m 780) (zaak 2.18)

 Een geschrift, te weten een afschrift van aangifte door [slachtoffer 5]

(blz. 433 t/m 435) (zaak 2.10)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , met bijlagen

(blz. 436 t/m 450) (zaak 2.10)

 Een geschrift, te weten een afschrift van aangifte door [slachtoffer 6]

(blz. 457 t/m 459) (zaak 2.11)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6]

(blz. 460 t/m 462) (zaak 2.11)

 Een geschrift, te weten een afschrift van aangifte door [slachtoffer 7]

(blz. 464 t/m 465) (zaak 2.12)

 Een proces-verbaal van bevindingen

(blz. 466) (zaak 2.12)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 8]

(blz. 468 t/m 470) (zaak 2.13)

 Het proces-verbaal van bevindingen

(blz. 471) (zaak 2.13)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] , met bijlagen

(blz. 805 t/m 809) (zaak 2.22)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 10]

(blz. 816 t/m 818) (zaak 2.23)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 11]

(blz. 740 t/m 742) (zaak 2.15)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 12]

(blz. 407 t/m 409) (zaak 2.9)

 Een geschrift, te weten een afschrift van aangifte door [slachtoffer 13]

(blz. 825 t/m 828) (zaak 2.24)

 Het proces-verbaal van bevindingen

(blz. 829) (zaak 2.24)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 14] , met bijlagen

(blz. 747 t/m 760) (zaak 2.16)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 15] , met bijlagen

(blz. 299 t/m 308) (zaak 2.2)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 16] , met bijlagen

(blz. 316 t/m 320) (zaak 2.3)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 17]

(blz. 326 t/m 328) (zaak 2.5)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 18] , met bijlage

(blz. 339 t/m 342) (zaak 2.7)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 21]

(blz. 290 t/m 292) (zaak 2.1)

 Het proces-verbaal van bevindingen, met bijlage

(blz. 293 t/m 294) (zaak 2.1)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 22]

(blz. 322 t/m 324) (zaak 2.4)

 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 23]

(blz. 346 t/m 347) (zaak 2.8)

 Het proces-verbaal veiligstellen datagegevens – Rabobank app (blz. 1033 t/m 1034)

 Het proces-verbaal van bevindingen – aantreffen geldbedrag bij verdachte (blz. 189)

 Het proces-verbaal van bevindingen – in beslag genomen Samsung (blz. 211 t/m 216)

 Het proces-verbaal van bevindingen – onderzoek BMW (blz. 27-87)

 Het proces-verbaal van bevindingen – onderzoek telefoon medeverdachte [medeverdachte 6] (blz. 117 t/m 152)

 Het proces-verbaal van bevindingen – app-gesprek tussen [medeverdachte 6] en verdachte (blz. 387)

 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 6] (blz. 662 t/m 669)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , met bijlagen (blz. 900 t/m 909)

 Het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 11] (blz. 625 t/m 632)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , met bijlagen (blz. 685 t/m 704)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] (blz. 705 t/m 707)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12] met bijlagen (blz. 717 t/m 728 )

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12] met bijlagen (blz. 729 t/m 735)

 Het proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte [medeverdachte 11] (blz. 923 t/m 930)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] , met bijlagen (blz. 944 t/m 957)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , met bijlagen (blz. 1061 t/m 1090)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] , met bijlagen (blz. 1139 t/m 1155)

 Het proces-verbaal van bevindingen Samsung telefoon in Shurgardbox (blz. 653 t/m 656)

 Het proces-verbaal van bevindingen Shurgardbox (blz. 646 t/m 652)

 Het proces-verbaal van bevindingen – gesprek met [slachtoffer 21] (blz. 287 t/m 289)

 Het proces-verbaal van bevindingen (blz. 24-26)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] , met bijlagen (blz. 153 t/m 169)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10] (blz. 247 t/m 255)

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , met bijlagen (blz. 273 t/m 285)

 Het proces-verbaal van bevindingen, analyse navigatie BMW (blz. 90 t/m 93)

 Het proces-verbaal van bevindingen, telecomonderzoek (blz. 94 t/m 97)

 Het proces-verbaal van analyse WhatsApp gesprekken [medeverdachte 1] , met bijlagen (blz. 504 t/m 622)

 Het proces-verbaal van analyse telefoonnummers [medeverdachte 1] (blz. 635 t/m 636)

 Het proces-verbaal van analyse telefoonnummer [nummer 1] (blz. 452 t/m 453)

 Het proces-verbaal van analyse telefoonnummer [nummer 1] (blz. 454 t/m 455)

 Het proces-verbaal van bevindingen historisch verkeersgegevens telefoon [verdachte] [nummer 2] (blz. 802 t/m 803)

 Het proces-verbaal analyse historische belgegevens [medeverdachte 5] [nummer 3] (blz. 810 t/m 814)

 Het proces-verbaal Imei -3240 (blz. 738 t/m 739)

 Het proces-verbaal van bevindingen (blz. 883 t/m 884)

 Het proces-verbaal van bevindingen (blz. 782 t/m 783) (zaak 2.19)

 Het proces-verbaal van bevindingen (blz. 784 t/m 785) (zaak 2.19)

 Het proces-verbaal van bevindingen – poging Delft, met bijlagen (blz. 787 t/m 796) (zaak 2.20)

 Het proces-verbaal van bevindingen (blz. 934 t/m 935) (zaken 2.13 en 2.20)

 Het proces-verbaal veiligstellen datagegevens (blz. 994 t/m 995)

 Het proces-verbaal van digitaal onderzoek (blz. 996) .

Tevens neemt de rechtbank bij de bewezenverklaring in aanmerking dat bij de oplichtingen en pogingen tot oplichting telkens gebruik is gemaakt van dezelfde modus operandi. Verdachte hanteerde namelijk met zijn mededaders de volgende handelwijze.

Zij hebben op advertenties op marktplaats.nl gereageerd en zich voorgedaan als geïnteresseerde kopers. Daarbij hebben zij een andere dan hun werkelijke naam gebruikt. Bij de verkopers is veelal een sfeer van vertrouwen gecreëerd door meestal jonge meisjes die er verzorgd uitzagen naar de verkopers toe te laten gaan. Vervolgens werd met de valse Rabobank app de indruk gewekt dat betaald was, waarna de verkopers in een groot aantal gevallen het goed meegaven. In veel gevallen is daarbij aan de verkopers op het scherm getoond dat de betaling was voltooid, terwijl in werkelijkheid geen betaling had plaatsgevonden.

Gezien het voorgaande komt de rechtbank komt tot de volgende bewezenverklaring.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 5 januari 2017 tot en met 18 mei 2017 te Rotterdam en Vleuten en Utrecht en Den Haag en Vlaardingen en Amsterdam en Amstelveen en Duivendrecht en Bussum, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen heeft bewogen tot de afgifte van telkens enig goed, te weten de afgifte van de hieronder genoemde goederen, door - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voor te doen als bonafide kopers op Marktplaats.nl (een internetdienst) en via Marktplaats.nl contact te zoeken met de hieronder genoemde verkopers van de hieronder genoemde aangeboden goederen en met die verkopers een afspraak te maken om de hieronder genoemde goederen te kopen en te doen alsof die goederen worden betaald middels overschrijving via een valse mobiele betaal-applicatie (internetbankierenapp) en de hieronder genoemde verkopers aan te geven en te laten zien dat de betaling van het geldbedrag via de valse mobiele betaal-applicatie wordt en is gedaan, te weten:

- zaak 2.21 in Rotterdam een Samsung Galaxy S7 Edge van [slachtoffer 1] ,

- zaak 2.14 in Vleuten een Iphone 7 van [slachtoffer 2] ,

- zaak 2.17 in Utrecht een Iphone 7 van [slachtoffer 3] ,

- zaak 2.18 in Utrecht een Macbook van [slachtoffer 4] ,

- zaak 2.10 in Den Haag een Macbook van [slachtoffer 5] ,

- zaak 2.11 in Den Haag een Iphone 7 van [slachtoffer 6] ,

- zaak 2.12 in Vlaardingen een Macbook van [slachtoffer 7] ,

- zaak 2.13 in Den Haag een Macbook van [slachtoffer 8] ,

- zaak 2.22 in Amsterdam een Iphone 7 van [slachtoffer 9] ,

- zaak 2.23 in Amstelveen een Iphone 7 van [slachtoffer 10] ,

- zaak 2.15 in Den Haag een Ipad van [slachtoffer 11] ,

- zaak 2.9 in Den Haag een Imac van [slachtoffer 12] ,

- zaak 2.24 in Duivendrecht een MSI Gaming laptop van [slachtoffer 13] ,

- zaak 2.16 in Rotterdam een Lenovo laptop van [slachtoffer 14] ,

- zaak 2.2 in Bussum een Macbook van [slachtoffer 15] ;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 27 februari 2017 tot en met 18 mei 2017 te Katwijk aan Zee en Rotterdam en Den Haag en Delft en Leiden en Wateringen en Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van de hieronder genoemde goederen, zich - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide kopers op Marktplaats.nl (een internetdienst) en via Marktplaats.nl contact heeft gezocht met de hieronder genoemde verkopers van de hieronder genoemde aangeboden goederen en met die verkopers een afspraak heeft gemaakt om de hieronder genoemde goederen te kopen en heeft gedaan alsof die goederen werden betaald middels overschrijving via een valse mobiele betaal-applicatie (internetbankierenapp) en de hieronder genoemde verkopers heeft aangegeven en heeft laten zien dat de betaling van het geldbedrag via de valse mobiele betaal-applicatie werd en was gedaan, te weten:

- zaak 2.3 in Leiden een laptop MSI van [slachtoffer 16] ,

- zaak 2.5 in Katwijk aan Zee een laptop van [slachtoffer 17] ,

- zaak 2.7 in Rotterdam een Iphone 7 van [slachtoffer 18] ,

- zaak 2.19 in Den Haag een Dell computer van [slachtoffer 19] ,

- zaak 2.20 in Delft een Iphone 7 van [slachtoffer 20] ,

- zaak 2.1 in Amsterdam een Iphone 6s van [slachtoffer 21] ,

- zaak 2.4 in Leiden een Iphone 6s van [slachtoffer 22] ,

- zaak 2.8 in Wateringen een Dell laptop van [slachtoffer 23] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en dienaangaande bepleit dat aan verdachte geen gevangenisstraf opgelegd moet worden die langer is dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat na te melden straffen in overeenstemming zijn met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een reeks oplichtingen en pogingen daartoe op en via de website van marktplaats.nl. Daartoe hebben verdachte en zijn mededaders zich tegenover de slachtoffers, te weten verkopers van telefoons, laptops en MacBooks, voorgedaan als bonafide kopers. Door gebruik te maken van een valse naam en een valse Rabobank app hebben zij bij de slachtoffers de indruk gewekt dat zij de goederen middels internetbankieren betaalden, terwijl in werkelijkheid geen betaling had plaatsgevonden.

De gehele werkwijze was gepland en besproken en onderling waren de taken verdeeld. De “regelaars” zochten en reageerden op verkoopadvertenties op marktplaats en gingen op zoek naar “lopers”. “Lopers” namen vaak telefonisch contact op met de verkopers en gingen naar het adres van de verkopers om de goederen op te halen. De “drivers” verzorgden het vervoer van de “lopers” naar de verschillende adressen, waarbij zij iets verderop, al dan niet buiten beeld, bleven wachten op de lopers. De ‘lopers’ waren veelal (minderjarige, en in een enkel geval zeer jonge) meisjes die een betrouwbare indruk moesten wekken bij de verkopers. In sommige gevallen zijn de meisjes daarbij onder druk gezet om -toen zij aangaven te willen stoppen - door te gaan met het ophalen van de goederen. Verder maakten verdachte en zijn mededaders gebruik van verschillende telefoonnummers die vervolgens niet meer werden gebruikt.

Aldus zijn de verdachte en zijn mededaders zeer geraffineerd te werk gegaan en hebben zij zich op schaamteloze wijze, ten koste van de benadeelden, die in goed vertrouwen de spullen meegaven, financieel bevoordeeld. Gelet op de vele oplichtingen betreffende waardevolle goederen hebben zij voor een hoog bedrag aan schade veroorzaakt. Verdachte heeft hierbij alleen gedacht aan zijn eigen financieel gewin en geen oog gehad voor de gevolgen voor de slachtoffers.

In een aantal gevallen heeft deze handelwijze geleid tot een poging tot oplichting en niet tot een voltooide oplichting, maar alleen omdat de verkopers erop stonden dat er contant zou worden betaald, of omdat zij het gevoel hadden dat er iets niet klopte.

De rechtbank rekent het verdachte verder aan dat hij het fysieke contact met de verkopers aan anderen, veelal jonge meisjes, overliet en zelf buiten beeld bleef.

Oplichtingspraktijken als de onderhavige schaden het vertrouwen in eerlijke handel en het elektronische betaalverkeer, en verstoren de werking van populaire handelsplatformen op internet.

De rechtbank heeft gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 21 mei 2017, waaruit volgt dat verdachte voorafgaand aan het begaan van het bewezen verklaarde niet eerder is veroordeeld ter zake van een strafbaar feit.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de over verdachte opgemaakte rapporten van Reclassering Nederland van 22 mei 2017, 22 juni 2017, 24 juli 2017 en 16 augustus 2017. Uit het laatstgenoemde rapport, opgesteld door M. van Buul (reclasseringswerker) en M.H. Verburgt (Unitmanager), volgt dat verdachte zijn leven voorafgaande aan de hechtenis goed op orde had. Verdachte lijkt leeftijdsadequaat te functioneren en de reclassering ziet geen aanknopingspunten voor reclasseringstoezicht. Meegegeven wordt dat een voorwaardelijk strafdeel een waarschuwing voor verdachte zou kunnen vormen om niet opnieuw een soortgelijk delict te plegen. Voorts wordt in overweging gegeven om naast een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf een werkstraf op te leggen in verband met de voortgang van de scholing van verdachte.

Gezien het voorgaande zal de rechtbank aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen alsmede een onvoorwaardelijke taakstraf. Daarbij heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte en de mogelijkheid om na detentie zijn opleiding te vervolgen.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

heeft zich met betrekking tot feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 870,- (€ 600,- aan materiële schade en € 270,- aan immateriële schade).

[slachtoffer 3]

heeft zich met betrekking tot feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 802,50 aan materiële schade (te weten € 730,- voor een telefoon, € 70,- voor de rentekosten roodstand en € 2,50 kopieerkosten) en een niet nader opgegeven bedrag aan immateriële schade.

[slachtoffer 4]

heeft zich met betrekking tot feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 1.300,- aan materiële schade.

[slachtoffer 5]

heeft zich met betrekking tot feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 850,- aan materiële schade.

[slachtoffer 7]

heeft zich met betrekking tot feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 1.500,- aan materiële schade.

[slachtoffer 8]

heeft zich met betrekking tot feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 900,- aan materiële schade.

[slachtoffer 12]

heeft zich met betrekking tot feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 950,- aan materiële schade.

[slachtoffer 18]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 1.311,- aan materiële schade.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en

[slachtoffer 12] integraal toe te wijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] toe te wijzen tot een bedrag van € 600,-, (te weten de waarde van de weggenomen telefoon) te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte. De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 3] toe te wijzen tot een bedrag van € 730,-, (te weten de waarde van de weggenomen telefoon) te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte. De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Tot slot heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 18] af te wijzen, nu de telefoon is weggenomen middels diefstal (gevolgd op een poging tot oplichting) en niet middels een voltooide oplichting.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie, behoudens de vaststelling van de waarde van de goederen die door de oplichting zijn weggenomen. Ten aanzien van die goederen heeft de raadsman de rechtbank verzocht de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen (deels) niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsman heeft hiertoe betoogd dat het doel van toekenning van schadevergoeding is om de benadeelde terug te brengen in een positie waarin hij verkeerde voordat het feit werd gepleegd. De raadsman heeft betoogd dat de gevorderde bedragen overeenkomen met de vraagprijs van de artikelen zoals vermeld in de door de benadeelden op marktplaats.nl geplaatste advertenties. De waarde van de goederen, te weten de dagwaarde, zou echter bepalend moeten zijn voor de hoogte van de toe te kennen schadevergoeding. Het bepalen van de dagwaarde van elk van de goederen is echter een onevenredige belasting van het strafgeding.

Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en daarbij de rechtbank verzocht om bij het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding rekening te houden met het feit dat de gevorderde bedragen niet de werkelijke schade betreffen volgens het civiele recht.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie en de raadsman de vordering van [slachtoffer 18] afwijzen, nu zij haar Iphone 7 niet kwijt is geraakt door de bewezenverklaarde poging tot oplichting en derhalve geen sprake is van schade die door dit bewezenverklaarde feit is toegebracht.

De rechtbank heeft er acht op geslagen dat de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en

[slachtoffer 1] naast materiële schadevergoeding een vergoeding van immateriële schade hebben gevorderd. De benadeelde partijen hebben de immateriële schadevergoeding echter niet onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat het bepalen van een eventueel toe te wijzen schadebedrag voor immateriële schade een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Derhalve zal de rechtbank de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de gevorderde immateriële schade.

[slachtoffer 3] heeft verzocht om een bedrag aan schadevergoeding van € 72,50 betreffende gemaakte kosten voor het kopiëren en de rentekosten van rood staan. Een onderzoek naar de toewijsbaarheid van deze kosten zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De rechtbank zal [slachtoffer 3] ten aanzien van dat bedrag daarom eveneens niet- ontvankelijk verklaren.

De rechtbank stelt vast dat de (overige) gevorderde bedragen aan schadevergoeding zien op goederen die zijn weggenomen bij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 7] middels de onder feit 1 bewezen verklaarde oplichtingen door verdachte en zijn mededaders.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de hoogte van de toe te kennen schadevergoeding moet worden vastgesteld overeenkomstig de waarde van het goed dat door de oplichting is weggenomen. Derhalve moet er voor die bepaling gekeken worden naar de zogenoemde dagwaarde van het desbetreffende goed. De vraagprijs van de goederen op marktplaats vormt een indicatie van de waarde van het goed, daar een verkoper zijn goed zal willen verkopen voor een redelijke maar tevens zo gunstig mogelijke prijs. De aangeboden prijs zal daardoor over het algemeen iets, maar niet veel, hoger zijn dan de dagwaarde van het goed. Daar komt nog bij dat het steeds goederen betreft die relatief veel worden aangeboden, waardoor de prijs door een zekere marktwerking tot stand komt. De rechtbank acht het, gelet hierop, redelijk om in de onderhavige gevallen een matiging van de gevorderde schadevergoeding toe te passen van 15%, waardoor de dagwaarde van de goederen zo goed mogelijk wordt benaderd. Een meer precieze vaststelling van de waarde van de goederen, die eerder iets hoger dan lager zal zijn, zou evenwel een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partijen zullen daarom voor het overige deel van de vordering van de materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf de dag dat het goed is weggenomen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van die datum is ontstaan. De rechtbank zal verder de schadevergoedingsmaatregel opleggen. In de omstandigheid dat verdachte de oplichtingen samen met anderen heeft gepleegd ziet de rechtbank aanleiding om de veroordelingen tot schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel telkens hoofdelijk op te leggen.

Het voorgaande komt erop neer dat de rechtbank ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen als volgt zal beslissen:

[slachtoffer 1]

De rechtbank zal de vordering van deze benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van

€ 510,-. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 510,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[slachtoffer 3]

De rechtbank zal de vordering van deze benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van

€ 620,50. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 620,50 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[slachtoffer 4]

De rechtbank zal de vordering van deze benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van

€ 1.105,-. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.105,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 4] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[slachtoffer 5]

De rechtbank zal de vordering van deze benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van

€ 722,50. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 722,50 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 27 februari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 5] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 5] tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[slachtoffer 7]

De rechtbank zal de vordering van deze benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van

€ 1.275,-. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.275,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 27 februari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 7] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 7] tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[slachtoffer 8]

De rechtbank zal de vordering van deze benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van

€ 765,-. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 765,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 8] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 8] tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[slachtoffer 12]

De rechtbank zal de vordering van deze benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van

€ 807,50. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit 1 is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 807,50 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 maart 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 12] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 12] tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[slachtoffer 18]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de goederen zoals vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 1, 2, 4 en 6 worden verbeurd verklaard, nu deze goederen afkomstig zijn uit een misdrijf, te weten oplichting.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de goederen zoals vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 3 en 5 worden teruggegeven aan de rechthebbende.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de beslissing omtrent het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat –overeenkomstig de vordering van de officier van justitie- de goederen zoals vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 1, 4 en 6 (Apple Iphone 5, Samsung GT 19515 en een geldbedrag van € 1.390,-) dienen te worden verbeurd verklaard nu deze goederen afkomstig zijn uit misdrijf, te weten oplichting, dan wel bestemd zijn om het misdrijf te begaan. De rechtbank zal voorts gelasten dat de goederen onder de nummers 3 en 5 (de achterklep van een Volkswagen Golf en een gegevensdrager Seagate) dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

Ten aanzien van het goed onder nummer 2 (Samsung Galaxy S8) op de lijst van inbeslaggenomen goederen is de rechtbank van oordeel dat, nu niet is gebleken dat dit goed afkomstig is van enig misdrijf, noch is komen vast te staan wie de rechtmatige eigenaar van dit goed is, ten aanzien van dit goed de bewaring ten behoeve van de rechthebbende dient te worden gelast.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 24c, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 14 (VEERTIEN) MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 7 (ZEVEN) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de duur van 240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] hoofdelijk toe voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 620,50, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 3] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 620,50, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 12 dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] hoofdelijk toe voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 722,50, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 februari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 5] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 722,50, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 27 februari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 5] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 14 dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk toe voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 510,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 6 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 510,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] hoofdelijk toe voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 765,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 8] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 765,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 maart 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 8] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] hoofdelijk toe voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 1.105,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 4] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.105,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 4] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 21 dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 12] hoofdelijk toe voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 807,50, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 30 maart 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 12] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 12] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 807,50, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 maart 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 12] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 16 dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 7] hoofdelijk toe voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 1.275,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 februari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 7] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.275,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 27 februari 2017 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 7] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 22 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen door de verdachte aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen door de verdachte aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

wijst af de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 18] ;

veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 18] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;


verklaart verbeurd de goederen zoals vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 1, 4 en 6, te weten een telefoon Apple IPhone 5, een telefoon Samsung GT 19515 en een geldbedrag van € 1.390,-;

gelast de teruggave aan de rechthebbende van de goederen zoals vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 3 en 5, te weten een achterklep blue motion van een Volkswagen Golf 6 TDI en een gegevensdrager Seagate SrdOnf1;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het goed zoals vermeld op de lijst van in beslag genomen goederen onder nummer 2, te weten een telefoon Samsung Galaxy S8.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.P. Pereira Horta, voorzitter,

mr. F.W. van Dongen, rechter,

mr. D.M. Drok, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S. Imami-Kalloemisier, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 oktober 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017060961, van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-West, met bijlagen (doorgenummerd blz. 3 t/m 1172).

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 september 2017.