Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:14703

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-09-2017
Datum publicatie
07-02-2018
Zaaknummer
09/842646-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Door te handelen zoals hij heeft gedaan, heeft verdachte de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat de verbalisanten zouden verongelukken, hetgeen naar algemene ervaringsregels bij een dergelijke hoge snelheid de aanmerkelijke kans oplevert dat zij dat ongeluk niet zouden overleven. Verdachte moet zich daarvan bewust zijn geweest, maar heeft kennelijk, gezien zijn handelen, telkens deze aanmerkelijke kans aanvaard.

De rechtbank verwerpt het beroep op het zogenoemde Porsche-arrest, aangezien geen sprake is van een met die casus vergelijkbare situatie. Anders dan voor de verbalisanten in de politieauto’s, kwamen de zijwaartse stuurbewegingen voor verdachte niet onverwacht. Daardoor kon verdachte anticiperen op de gevolgen van de zijwaartse stuurbewegingen en aldus voorkomen dat hij zelf de macht over het stuur zou verliezen. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat door het maken van de zijwaartse stuurbewegingen ook voor verdachte een aanmerkelijke kans op een dodelijk ongeval heeft bestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/842646-16

Datum uitspraak: 22 september 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

[adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 10 februari (pro forma), 21 maart (pro forma), 12 juni (pro forma) en 8 september 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.A. Pronk en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. N. Velthorst, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 oktober 2016 te ‘s-Gravenhage omstreeks 01:30 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] ) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (in totaal) (ongeveer) 9000 euro, althans enig geldbedrag en/of autosleutel(s) (behorende bij een personenauto (merk Volkswagen, type Polo, kenteken [kenteken 1] ) en/of een laptop (merk Apple) en/of een jas (merk Woolrich) en/of een TV (merk Samsung) en/of twee, althans een horloge(s) (waaronder een van het merk Rolex) en/of kentekenpapieren en/of (een) (aantal) sieraden en/of (een) sleutel(s) en/of een parfum blik inhoudende een hoeveelheid muntgeld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goed(eren) en/of dat geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit - het richten van een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, op die [slachtoffer 1] , althans het tonen van een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of - (vervolgens) (daarbij) (dreigend) zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat

als ze zou gillen het slecht met haar zou aflopen en/of - (vervolgens) het leggen/gooien van een deken over het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] ;

en/of

hij op of omstreeks 29 oktober 2016 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn bereik te hebben gebracht door gebruik te maken van een valse sleutel, althans een sleutel die weggenomen was en/of tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd was;

2.

hij op 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede en/of Lijnden,

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

(hoofdagent(en) van Politie Eenheid Noord-Holland) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met [kenteken 1] ),

- met zeer hoge snelheid op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9 heeft gereden

en/of

- ( vervolgens) meermalen, althans eenmaal op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9

plotseling en sterk naar links heeft gestuurd, terwijl die [slachtoffer 3] als bestuurder en die [slachtoffer 4] als bijrijder zich in een voertuig links van het voertuig van de verdachte bevonden, waarbij verdachte meermalen, althans eenmaal het voertuig heeft geraakt/aangereden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

subsidiair,

hij op of omstreeks 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede

en/of Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (hoofdagent(en) van Politie Eenheid Noord-Holland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken 1] ),

- met zeer hoge snelheid op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9 gereden en/of

- ( vervolgens) meermalen, althans eenmaal op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9

plotseling en sterk naar links gestuurd, terwijl die [slachtoffer 3] als bestuurder en die [slachtoffer 4] als bijrijder zich in een voertuig links van het voertuig van de verdachte bevonden, waarbij verdachte meermalen, althans eenmaal het voertuig heeft geraakt/aangereden;

3.

hij op 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede en/of Lijnden,

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 5] (brigadier van Politie

Eenheid Noord-Holland) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken 1] ),

- met zeer hoge snelheid op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9 heeft gereden

en/of

- ( vervolgens) meermalen, althans eenmaal op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9

plotseling en sterk naar links heeft gestuurd, terwijl die [slachtoffer 5] als

bestuurder zich in een voertuig links van het voertuig van de verdachte bevond, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] moest uitwijken om een aanrijding te

voorkomen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

subsidiair,

hij op 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede en/of Lijnden,

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland [slachtoffer 5] (brigadier van Politie

Eenheid Noord-Holland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken 1] ),

- met zeer hoge snelheid op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9 gereden en/of

- ( vervolgens) meermalen, althans eenmaal op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9

plotseling en sterk naar links gestuurd, terwijl die [slachtoffer 5] als bestuurder

zich in een voertuig links van het voertuig van de verdachte bevond, ten

gevolge waarvan die [slachtoffer 5] moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen;

4.

hij op 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede en/of Lijnden,

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een politievoertuig met het kenteken [kenteken 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Eenheid Noord-Holland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken 1] ) met zeer hoge snelheid, meermalen, althans eenmaal tegen/in het politievoertuig te rijden.

3. Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Aan verdachte is onder 1 ten laste gelegd dat hij samen met een of meer anderen een woningoverval heeft gepleegd, danwel heeft ingebroken in een woning gelegen aan de [adres 2] te ’s-Gravenhage, en/of een personenauto, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gestolen.

Voorts is aan verdachte onder 2 primair en 3 primair poging tot doodslag danwel poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten laste gelegd, en onder 2 en 3 subsidiair bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht althans met zware mishandeling. Onder feit 4 is verdachte vernieling van een politievoertuig ten laste gelegd.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde woningoverval en autodiefstal (feit 1), alsmede de pogingen tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] (feiten 2 primair en 3 primair), alsmede de vernieling van een politievoertuig (feit 4) wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en dat verdachte van het anders ten laste gelegde vrij gesproken dient te worden.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - overeenkomstig de aan de rechtbank overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnota – bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het in feit 1 eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde geweld. De raadsman heeft zich ten aanzien van de onder feit 1 tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde diefstal van de auto gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Voorts heeft de raadsman bepleit dat verdachte ten aanzien van de onder feiten 2 primair en 3 primair ten laste gelegde poging doodslag dient te worden vrijgesproken, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzet had op de dood van de hem achtervolgende agenten. De raadsman heeft betoogd dat bij gevaarlijke gedragingen in het verkeer moet worden meegewogen dat naar algemene ervaringsregels het niet waarschijnlijk is dat een verdachte de aanmerkelijke kans aanvaardt dat hij als gevolg van zijn gedraging zelf het leven zal verliezen. De raadsman heeft daarbij verwezen naar het zogenoemde Porsche-arrest uit 1996. De raadsman heeft zich ten aanzien van de onder feiten 2 primair en 3 primair ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel gerefereerd, evenals ten aanzien van feit 4.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

Feit 1

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de volgende feiten op grond van de gebezigde bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vetrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvragen.

Verdachte is op 29 oktober 2016, samen met anderen naar binnen gegaan in de woning gelegen aan de [adres 2] te ’s-Gravenhage, nadat de voordeur was opengebroken. In de woning heeft hij een horloge gepakt en meegenomen. Verdachte heeft van een van de andere personen die de woning zijn binnengegaan een sleutel in zijn handen gedrukt gekregen, behorende bij een personenauto van het merk Volkswagen, type Polo, met kenteken [kenteken 1] , en verdachte is met die auto weggereden2.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte zich, samen met een of meer personen, schuldig heeft gemaakt aan een woningoverval danwel aan een woninginbraak.

Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op 29 oktober 2016 om 1.30 uur in haar woning twee personen in haar slaapkamer zag staan3. Een van de jongens bleef met het mes dreigend naast haar staan en de andere jongen doorzocht de slaapkamer4. Aangeefster heeft de twee overvallers omschreven als donkere jongens; Surinaams of negers. De jongens spraken Nederlands maar met een duidelijk accent en zij hadden beiden een lengte van 1.80 à 1.85 meter5. Op 29 oktober 2016 zijn diverse goederen weggenomen, waaronder geld, sieraden6, en de gezamenlijke auto, te weten een zilvergrijze Volkswagen Polo7.

De zoon van aangeefster, [slachtoffer 2] , die eveneens woonachtig is op het adres van zijn moeder, maar op het moment van de overval niet thuis was8, heeft verklaard dat voorts de volgende goederen zijn weggenomen: geld van de verkoop van de Fiat van zijn moeder en zijn motor, een laptop van het merk Apple, een jas van het werk Woolrich, losgeld, kentekenpapieren en reservesleutels van zijn Vespa, een reservesleutel van zijn werkbus en sieraden. Ook zijn een parfumblikje, waarin muntgeld zat9, en een TV van het merk Samsung gestolen10. Tot slot zijn twee horloges gestolen11.

Aangeefster heeft voorts verklaard dat zich achter de voordeur van haar woning direct een trap bevindt die naar de eerste woonverdieping leidt. Op deze etage bevinden zich, onder meer, de woonkamer en haar slaapkamer. In de hal van de eerste etage bevindt zich tevens een trap die naar de tweede woonlaag leidt. Op de tweede etage bevindt zich onder meer de slaapkamer van haar zoon12.

Verdachte heeft verklaard dat hij in Amsterdam is gevraagd om mee te gaan naar een inbraak. Verdachte heeft daarmee ingestemd en hij is met drie anderen, in een zwarte driedeurs auto13, naar de [adres 2] in Den Haag gereden14. Verdachte heeft verklaard dat hij van een van de jongens had gehoord dat er niemand thuis was en dat die moeder waarschijnlijk nachtdienst had, en dat er is geklopt en er geen reactie kwam15. Op een gegeven moment heeft een van de personen met wie verdachte was de voordeur open geboord. Daarna zijn ze met z’n drieën naar binnen gegaan. Verdachte heeft verklaard dat ze in de woning de trap op zijn gegaan en dat hij gelijk nog een trap omhoog is gegaan en in een slaapkamer van een manspersoon is gekomen. Daar heeft verdachte een horloge gezien en gepakt. Verdachte heeft verklaard dat hij een klap hoorde en dacht dat iemand naar binnen was gekomen. Verdachte besefte dat dit foute boel kon zijn, is de eerste en de tweede trap weer naar beneden gegaan en is in paniek naar buiten gegaan16. Buiten heeft verdachte zijn mededaders gezien; een van hen had een tv bij zich en die is in de auto gelegd. Iemand zei: ‘Er is nog meer geld, we gaan terug.’ De jongen die naast [verdachte] in de auto had gezeten, had een autosleutel gevonden en zei tegen hem: ‘Wil je die auto rijden naar Amsterdam’. Verdachte heeft de bijbehorende auto gestart en is daarmee weggereden. De andere twee jongens zijn weer de woning binnen gegaan17.

Verdachte heeft voorts verklaard dat de woninginbraak was voorbereid en dat zij een dag voor de inbraak in de [adres 2] zijn geweest. Degene die hem had benaderd is een bekende van hem en zat zowel op de dag van de voorverkenning als op de dag van de woninginbraak zelf in de auto op de bijrijdersstoel18.

Verdachte heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak, maar niet aan een woningoverval. Hij wilde niet dat er geweld zou worden gebruikt en wist niets van wapens of een mes. Verdachte heeft verklaard dat het geweld in een andere kamer moet hebben plaatsgevonden en dat hij geen vrouw heeft gezien19.

De rechtbank overweegt dat de verklaring van verdachte, dat hij geen vrouw heeft gezien, niet wist van een mes en geen geweld heeft gepleegd, niet wordt weersproken door de bewijsmiddelen. Aangeefster heeft verklaard dat zij slechts twee personen heeft gezien van ongeveer 1.80-1.85 meter lang, en dat zich in de hal van de eerste verdieping een trap bevindt naar de tweede woonlaag alwaar zich de slaapkamer van haar zoon bevindt. Verdachte heeft ter terechtzitting desgevraagd verklaard dat hij 1.65 meter lang is. De voorzitter heeft ter terechtzitting als waarneming van de rechtbank vastgesteld dat de verdachte duidelijk een halve kop kleiner is dan de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die ongeveer even lang zijn. De rechtbank is van oordeel dat uit het door aangeefster opgegeven signalement van de twee daders die zij op 29 oktober 2016 in haar woning heeft gezien, volgt dat verdachte hierin niet past.

De rechtbank is voorts van oordeel dat in het dossier geen aanknopingspunten zijn gevonden die leiden tot de conclusie dat verdachte met zijn mededaders naar de woning van aangeefster is gegaan met een ander doel dan het plegen van een inbraak, noch dat verdachte deel heeft genomen aan de bedreiging van aangeefster.

Gezien het vorenstaande, in onderling verband samenhang bezien, acht de rechtbank

wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een inbraak in de woning van aangeefster en aan de diefstal van de auto met behulp van een valse sleutel.

Verdachte zal partieel worden vrijgesproken van ten laste gelegde gewelds- en/of bedreigingshandelingen.

Feiten 2, 3, en 4

De rechtbank ziet zich voorts gesteld voor de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een of meer pogingen tot doodslag, althans het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, danwel aan bedreiging van een of meer agenten met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling. Voorts ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling.

De rechtbank stelt op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 29 oktober 2016, te 01.15 uur, kregen verbalisanten van politie eenheid Noord-Holland de melding te gaan naar de Rijksweg A4 links, alwaar omstreeks 01.49 uur door de ANPR een voertuig was gescand dat eerder op de avond bij een diefstal was weggenomen vanaf de [adres 2] te Den Haag. Het kenteken van dit voertuig betrof [kenteken 1] en dit kenteken was afgegeven voor een zilvergrijze Volkswagen Polo20. Op de A4 is de Volkswagen Polo gesignaleerd en heeft er een achtervolging plaatsgevonden. Inmiddels hadden zich meerdere politie-eenheden aangesloten, te weten een opvallende motorrijder en opvallende surveillancevoertuigen van politie eenheid Den Haag en Noord-Holland. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben verklaard dat het plan was om de Volkswagen Polo in te sluiten en de bestuurder tot stoppen te dwingen. Bij de achtervolging zijn geluidsignalen aangezet en is het transparante stopbord aangezet. De snelheid van de Volkswagen Polo was op dat moment rond de 140 kilometer per uur, waar 130 kilometer per uur was toegestaan. De verbalisanten hebben verklaard dat op de A5 door de politie meerdere malen is gepoogd om het voertuig in te sluiten en tot stoppen te dwingen. Aangekomen bij de afrit van de A5 rechts naar de A9 is wederom een poging gedaan om het voertuig in te sluiten. De Volkswagen Polo heeft hierbij een opvallende surveillanceauto van de politie-eenheid Den Haag, gedwongen weer de A5 op te gaan. De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] beschrijven dat indien genoemde surveillanceauto niet was uitgeweken, er meer dan vermoedelijk een aanrijding had plaatsgevonden met de Volkswagen Polo21. De verbalisanten hebben verklaard dat in de bocht naar de A5 rechts naar de A9 rechts collega’s [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] naast de Volkswagen Polo reden. De Volkswagen Polo maakte wilde stuurbewegingen. De Volkswagen Polo reed moedwillig op de opvallende surveillanceauto in en raakte dat voertuig ook daadwerkelijk aan de rechterachterzijde. De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben verklaard dat meerdere onderdelen van de opvallende surveillanceauto over het wegdek rolden. Het voertuig van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] schudde door deze aanrijding hevig heen en weer. Kort daarna ontstond wederom een aanrijding tussen de Volkswagen Polo en dezelfde surveillanceauto. Hierbij werd de rechtervoorzijde geraakt en begon de Volkswagen Polo hevig te zwabberen en kon de bestuurder het voertuig maar net onder controle houden. De collega’s van de betreffende surveillanceauto hebben er alles aan gedaan om een aanrijding te voorkomen door telkens uit te wijken voor de Volkswagen Polo. Echter de Volkswagen Polo bleef proberen om het voertuig van de collega’s van de weg te duwen en te laten verongelukken. Aangekomen bij de afrit op de A9 moesten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] op het laatste moment voor de Volkswagen Polo uitwijken omdat deze hun wederom opzettelijk van de weg probeerde te rijden. De verbalisanten hebben verklaard dat de collega’s op het laatste moment konden uitwijken en gedwongen waren de afrit Haarlem-Zuid te nemen. De achtervolging ging vervolgens verder over de A200 links in de richting van Halfweg/Zwanenburg. De Volkswagen Polo nam de afrit Zwanenburg en wilde kennelijk onderaan de afrit links afslaan. De Volkswagen Polo verloor onderaan de afrit de macht over het stuur, omdat deze kennelijk te veel snelheid had, en klapte op een verkeerspaal van de ANWB.

De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben verklaard dat de afstand tussen de Volkswagen Polo en het eerste voertuig van de politie dat achter hem reedt minstens 50 meter betrof. Door de korte afstand is er constant zicht geweest op de Volkswagen Polo en de bestuurder. De Volkswagen Polo had als gevolg van de aanrijding met de paal dusdanig veel schade dat het voertuig niet meer verder kon rijden22. De bestuurder van de Volkswagen Polo, verdachte, heeft nog geprobeerd om te voet te vluchten, maar is vervolgens aangehouden door de politie eenheid Den Haag23.

[slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] (verder: aangevers) hebben aangifte gedaan van poging moord/doodslag op de A5, gepleegd op 29 oktober 2016 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer. Aangevers hebben daarbij verklaard dat zij als eerste auto achter de Volkswagen, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , kwamen te rijden. Op dat moment reden zij ongeveer 120 kilometer per uur. Toen aangevers naast de Volkswagen reden hebben zij geprobeerd de Volkswagen tot stoppen te dwingen door deze langzaam naar de vluchtstrook te drukken. Op dat moment werd er gereden met optische licht- en geluidssignalen en rode verlichte transparant met de tekst ‘Stop Politie’. De bestuurder van de Volkswagen verminderde vaart en maakte een plotselinge stuurbeweging naar links, de kant waar aangevers reden. [slachtoffer 3] kon tijdig naar links sturen om een aanrijding te voorkomen. De bestuurder van de Volkswagen versnelde direct zijn voertuig. Toen wederom werd geprobeerd om de Volkswagen tot stoppen te dwingen werden aangevers aangereden door de bestuurder van de Volkswagen. Dit gebeurde met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur. De Volkswagen raakte hierbij de politieauto aan de achterzijde. Aangevers hebben verklaard dat zij op dat moment een hevige klap voelden en merkten dat het voertuig hevig heen en weer schudde. [slachtoffer 3] moest zijn best doen om het voertuig onder controle te houden. De politieauto ging van links naar rechts over de Rijksweg A5. Terwijl [slachtoffer 3] nog bezig was om controle over het voertuig terug te pakken voelden aangevers een tweede klap en zagen zij dat de bestuurder van de Volkswagen voor een tweede keer, kennelijk opzettelijk, tegen hun voertuig aanreed. Dit alles nog steeds met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur en dit keer tegen de voorzijde van de politieauto. Hierdoor begon het voertuig heviger te slingeren en moest [slachtoffer 3] wederom alle zeilen bijzetten om een ernstige aanrijding te voorkomen. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat als dit collega [slachtoffer 3] niet was gelukt, zij zeker een ernstige aanrijding zouden hebben gehad met de aanwezige vangrails of met de overige politiecollega’s en de motorvoertuigen die achter hen reden24.

[slachtoffer 5] (verder: [slachtoffer 5] ) heeft verklaard dat hij op 29 oktober 2016 op de afslag A5 naar de A9 richting Haarlem reed en vervolgens aan de linkerzijde van de Volkswagen Polo, met het kenteken [kenteken 1] , is gaan rijden. Toen hij naast het voertuig reed kon hij de bestuurder zien en zag hij dat de bestuurder in zijn richting op keek. Op het moment dat de verdachte naar de kant van [slachtoffer 5] keek, heeft [slachtoffer 5] geroepen: “stoppen”. [slachtoffer 5] zag op dat moment dat de bestuurder een hevige stuurbeweging in zijn richting maakte. Hierdoor moest [slachtoffer 5] snel naar links sturen om een aanrijding te voorkomen. Op dat moment werd 140 kilometer per uur gereden. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat de bestuurder nogmaals een hevige stuurbeweging in zijn richting heeft gemaakt. [slachtoffer 5] moest weer naar links sturen om een aanrijding te voorkomen25.

Uit het proces-verbaal van Verkeersongevallen Analyse is gebleken dat onderzoek heeft uitgewezen dat er goede aanwijzingen zijn dat de Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken 1] en de politieauto (Volkswagen Touran met het kenteken [kenteken 2] ) met elkaar in aanrijding zijn geweest26.

Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij er met een gestolen auto vandoor is gegaan, dat hij is gevlucht voor de politie en hen ook heeft geraakt. Verdachte heeft niet ontkend dat hij stuurbewegingen heeft gemaakt27. Verdachte heeft ter terechtzitting op 8 september 2017 verklaard dat hij ten tijde van het voorval zijn rijbewijs nog niet had en die avond drugs had gebruikt. Voorts heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij die avond met een snelheid van 140 kilometer per uur heeft gereden en dat hij rijdend met deze snelheid twee keer een stuurbeweging naar links heeft gemaakt, in de richting van de politieauto, omdat hij anders tegen de vangrail zou worden gedrukt28.

Uit het voorgaande blijkt dat verdachte terwijl hij met grote snelheid van minstens 120 kilometer per uur naast respectievelijk de agenten [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] reed, op voor hen onverwachte momenten meermalen stuurbewegingen in hun richting heeft gemaakt, zodanig dat de agenten telkens moesten uitwijken om een ongeluk te voorkomen, waarbij hij tot tweemaal toe het politievoertuig met daarin [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] heeft geraakt, tengevolge waarvan de bestuurder [slachtoffer 3] telkens met moeite zijn voertuig onder controle kon houden, dit alles terwijl zich in de nabijheid meerdere politievoertuigen op de weg bevonden. Verdachte heeft deze stuurbewegingen bewust gemaakt, volgens zijn verklaring om te voorkomen dat hij tegen de vangrail zou worden gedrukt. Het had in een dergelijke situatie echter op de weg van verdachte gelegen om gas terug te nemen en af te remmen, zoals hem door de politie uitdrukkelijk werd gemaand, en op die manier een einde te maken aan achtervolging. Door te handelen zoals hij heeft gedaan, heeft verdachte de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat de verbalisanten zouden verongelukken, hetgeen naar algemene ervaringsregels bij een dergelijke hoge snelheid de aanmerkelijke kans oplevert dat zij dat ongeluk niet zouden overleven. Verdachte moet zich daarvan bewust zijn geweest, maar heeft kennelijk, gezien zijn handelen, telkens deze aanmerkelijke kans aanvaard. Aldus handelend heeft verdachte het voorwaardelijk opzet gehad op het doden van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] .

De rechtbank verwerpt het beroep op het zogenoemde Porsche-arrest29, aangezien geen sprake is van een met die casus vergelijkbare situatie. Anders dan voor de verbalisanten in de politieauto’s, kwamen de zijwaartse stuurbewegingen voor verdachte niet onverwacht. Daardoor kon verdachte anticiperen op de gevolgen van de zijwaartse stuurbewegingen en aldus voorkomen dat hij zelf de macht over het stuur zou verliezen. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat door het maken van de zijwaartse stuurbewegingen ook voor verdachte een aanmerkelijke kans op een dodelijk ongeval heeft bestaan.

Gezien het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij op of omstreeks 29 oktober 2016 te ‘s-Gravenhage omstreeks 01:30 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (in een woning gelegen aan de [adres 2] ) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (in totaal) (ongeveer) 9000 euro, althans enig geldbedrag en/of autosleutel(s) (behorende bij een personenauto (merk Volkswagen, type Polo, kenteken [kenteken 1] ) en/of een laptop (merk Apple) en/of een jas (merk Woolrich) en/of een TV (merk Samsung) en/of twee, althans een horloge(s) (waaronder een van het merk Rolex) en/of kentekenpapieren en/of (een) (aantal) sieraden en/of (een) sleutel(s) en/of een parfumblik inhoudende een hoeveelheid muntgeld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goed(eren) en/of dat geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit - het richten van een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, op die [slachtoffer 1] , althans het tonen van een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of - (vervolgens) (daarbij) (dreigend) zeggen tegen die [slachtoffer 1] dat

als ze zou gillen het slecht met haar zou aflopen en/of - (vervolgens) het leggen/gooien van een deken over het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] ;

en/of

hij op of omstreeks 29 oktober 2016 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn bereik te hebben gebracht door gebruik te maken van een valse sleutel, althans een sleutel die weggenomen was en/of tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd was;

2.

hij op 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede en/of Lijnden,

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

(hoofdagent(en) van Politie Eenheid Noord-Holland) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met [kenteken 1] ),

- met zeer hoge snelheid op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9 heeft gereden

en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9

plotseling en sterk naar links heeft gestuurd, terwijl die [slachtoffer 3] als bestuurder en die [slachtoffer 4] als bijrijder zich in een voertuig links van het voertuig van de verdachte bevonden, waarbij verdachte meermalen, althans eenmaal het voertuig heeft geraakt/aangereden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3.

hij op 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede en/of Lijnden,

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 5] (brigadier van Politie

Eenheid Noord-Holland) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken 1] ),

- met zeer hoge snelheid op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9 heeft gereden

en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal op de Rijksweg A4 en/of A5 en/of A9

plotseling en sterk naar links heeft gestuurd, terwijl die [slachtoffer 5] als

bestuurder zich in een voertuig links van het voertuig van de verdachte bevond, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4.

hij op 29 oktober 2016 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmerliede en/of Lijnden,

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een politievoertuig met het kenteken [kenteken 2] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Eenheid Noord-Holland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door als bestuurder van een (gestolen) voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken 1] ) met zeer hoge snelheid, meermalen, althans eenmaal tegen/in het politievoertuig te rijden.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, in overeenstemming met het omtrent verdachte opgemaakte NIFP- en Reclasseringsrapportages d.d. 22 augustus 2017, respectievelijk d.d. 6 september 2017, gevorderd dat het adolescentenstrafrecht wordt toegepast en dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en verplichte ambulante behandeling.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoon van verdachte en zijn coöperatieve proceshouding, alsmede zijn blanco strafblad. De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte bereid is zich aan alle voorwaarden te houden en heeft verzocht een einde te maken aan detentie en het onvoorwaardelijk deel van de detentie niet langer te laten zijn dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak, waarna hij er, door gebruik te maken van een daarbij gestolen autosleutel, met de auto van aangeefster en haar zoon vandoor is gegaan. Verdachte heeft zich kennelijk niets gelegen laten liggen aan het feit dat hij met het plegen van een woninginbraak inbreuk heeft gemaakt op de eigendomsrechten van de slachtoffers. De ervaring leert voorts dat slachtoffers van woninginbraken nog geruime tijd daarvan nadelige psychische gevolgen ondervinden, omdat zij zich niet meer veilig voelen in hun eigen huis; de plek waar een bewoner zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Als strafverzwarende omstandigheden wordt meegewogen dat de inbraak is gepleegd gedurende de nacht en in samenwerking met meerdere personen.

Nadat verdachte er met de gestolen auto vandoor is gegaan heeft de politie hem tijdens een achtervolging getracht te doen stoppen. Verdachte is echter met zeer grote snelheid blijven doorrijden, heeft meerdere stoptekens genegeerd en heeft vervolgens meermalen levensgevaarlijke stuurbewegingen in de richting van voertuigen van de politie gemaakt, waarbij ook tweemaal een politievoertuig is geraakt. Aldus handelende heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan poging tot doodslag van de betrokken agenten. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk. Verdachte heeft meermalen achtereen voor lief genomen dat hij andere mensen zou doden bij zijn pogingen om aanhouding te voorkomen. Dat de betreffende verbalisanten het er levend vanaf hebben gebracht, is louter te danken aan hun eigen alerte rijgedrag en kundigheid. Ondanks de goede afloop kunnen slachtoffers van dergelijke feiten nog lang psychische gevolgen daarvan ondervinden. Dat het feit werd gepleegd terwijl de slachtoffers werkzaam waren in de uitoefening van hun publieke functie maakt de feiten zo mogelijk nog ernstiger.

Verdachte heeft voorts door zijn wilde rijgedrag schade veroorzaakt aan een politievoertuig.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, gedateerd 31 oktober 2016. Daaruit volgt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens onverantwoord gedrag in het verkeer, te weten voor het rijden zonder rijbewijs.

Gelet op de leeftijd van verdachte ligt de vraag voor of het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast. Op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan de rechtbank ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van het strafbare feit de leeftijd van 18 jaar maar nog niet de leeftijd van 23 jaar heeft bereikt, indien zij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77 hh Sr. Uitgangspunt blijft dat ten aanzien van deze groep in beginsel het strafrecht voor volwassenen van toepassing is en dat toepassing van het jeugdstrafrecht een uitzondering is.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het advies van drs. J.J. van der Weele, zoals weergegeven in het Psychologisch Pro Justitia onderzoek d.d. 22 augustus 2017 alsmede van het reclasseringsadvies d.d. 6 september 2017. In beide rapporten wordt geadviseerd het jeugdstrafrecht toe te passen. De reclassering adviseert aan verdachte naast een (deels) voorwaardelijke straf, een leerstraf Tools4U Verlengd Plus voor de duur van 35 uren op te leggen.

De rechtbank onderschrijft de conclusies in deze rapporten en neemt deze in zoverre over dat de rechtbank ten aanzien van verdachte –overeenkomstig de vordering van de officier van justitie-, op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, het jeugdstrafrecht zal toepassen.

De rechtbank overweegt dat zij, anders dan de officier van justitie, enerzijds verdachte niet verantwoordelijk houdt voor de bedreiging van aangeefster [slachtoffer 1] , hetgeen strafverminderend is, en anderzijds tot een zwaardere kwalificatie komt van verdachtes rijgedrag jegens de verbalisanten, hetgeen strafverzwarend is. Alles afwegende komt de rechtbank tot een strafoplegging die overeenkomt met de eis van de officier van justitie.

De rechtbank acht het passend en geboden om aan verdachte jeugddetentie op te leggen voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank zal daarnaast aan verdachte een taakstraf in de vorm van een leerstraf opleggen, te weten de gedragsinterventie Tools4U Verlengd Plus, voor de duur van 35 uren.

7 De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich, ieder afzonderlijk, als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, ieder afzonderlijk groot 21.465, te vermeerderen met wettelijke rente. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële- en immateriële schade, alsmede bestaande uit proceskosten.

Voorts hebben [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van een vordering tot schadevergoeding, ieder afzonderlijk, groot € 850,- , te weten immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van schadevergoeding aan [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 7.325 aan materiele schadevergoeding en tot een bedrag van € 3.140 aan immateriële schadevergoeding, en voorts tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 1.050,50.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van schadevergoeding aan [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 11.000,- aan materiele schadevergoeding en tot een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding, en voorts tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 1.050,50.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de maatregel tot betaling van de schadevergoeding hoofdelijk zal worden opgelegd, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Voorts heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de schadevergoeding aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , te vermeerderen met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding, nu de vorderingen niet zijn onderbouwd. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld het toe te wijzen deel van de vorderingen tot schadevergoeding sterk te matigen.

De verdediging heeft zich voor wat betreft de vorderingen tot schadevergoeding van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De gestelde materiele schade is betwist en is onvoldoende onderbouwd. waardoor onduidelijk is wie welke schade heeft geleden, terwijl nader onderzoek hiernaar een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade geldt dat deze schade lijkt te zien op de gevolgen van de overval. Niet is gebleken dat de gevorderde schade het gevolg is van de in de zaak van verdachte bewezen verklaarde feiten.

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kunnen de vorderingen tot schadevergoeding slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] rechtstreekse schade hebben geleden door in de zaak van verdachte bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal de vorderingen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , die niet zijn weersproken, elk toewijzen tot het gevorderde bedrag en deze vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Nu verdachte jegens [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde strafbare feiten onder 2 primair en 3 primair is toegebracht, en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 850,- ten behoeve van [slachtoffer 4] en tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 850,- ten behoeve van [slachtoffer 3] .

11 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

36f, 45, 47, 77a, 77c, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 287 en 350 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de onder 1 eerste en tweede alternatief/cumulatief, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 bewezen verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 eerste en tweede alternatief/cumulatief:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 2 primair:

poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 primair:

poging tot doodslag;

ten aanzien van feit 4:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

JEUGDDETENTIE voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 4 (vier) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd

onder de algemene voorwaarden dat de verdachte

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Bureau Jeugdzorg te Amsterdam opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf, bestaand uit een leerstraf, zijnde het volgen van de cursus Tools4U Verlengd Plus, voor de tijd van 35 (vijfendertig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de tijd van 17 (zeventien) DAGEN;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat hij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partije [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 4] een bedrag van € 850,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 oktober 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 3] een bedrag van € 850,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 29 oktober 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 850,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 29 oktober 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 4]

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 850,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 29 oktober 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3]

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.J. van de Kar, voorzitter,

mr. A.M. Boogers, rechter,

mr. N.I.S. Wallet, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S. Imami-Kalloemisier, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 september 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2016300976, van de politie eenheid Den Haag District Den Haag-Centrum, met bijlagen (doorgenummerd blz. 2 t/m 1011).

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 35-36 en proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 131.

3 Proces-verbaal van aangifte, blz. 41 en 42.

4 Proces-verbaal van aangifte, blz. 42.

5 Proces-verbaal van aangifte, blz. 44.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever, blz. 46.

7 Proces-verbaal van aangifte, blz. 44

8 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 51.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 56.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 57.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 58.

12 Proces-verbaal van aangifte, blz. 41.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 358.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 131.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 135.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 131 en 132.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 132.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 134.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 132.

20 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 94.

21 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 95.

22 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 96.

23 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 97.

24 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , blz. 82 en proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , blz. 87 en 88.

25 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 107 .

26 Proces-verbaal van Verkeersongevallen Analyse, blz. 150 en 151.

27 Proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] d.d. 23 mei 2017.

28 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting op 8 september 2017.

29 HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 199.