Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:13725

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-11-2017
Datum publicatie
04-01-2018
Zaaknummer
C/09/540377 / FA RK 17-7452
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering - volledige overeenstemming tijdens crossborder mediation.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 17-7452

Zaaknummer: C/09/540377

Datum beschikking: 13 november 2017

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 29 september 2017 ingekomen verzoek van:

[verzoekster]

de moeder,

wonende te [woonplaats] , Schotland, Verenigd Koninkrijk,

advocaat: mr. T.M. Coppes te Aerdenhout.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende]

de vader,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. J. Dijkman te Groningen.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    de brief van 3 november 2017, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

  • -

    het F9-formulier van 7 november 2017 van de zijde van de vader.

Op 12 oktober 2017 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat en een tolk, mevrouw [naam] alsmede de vader bijgestaan door zijn advocaat. Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. K.M. Braun. De behandeling ter zitting is aangehouden.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 24 oktober 2017 heeft het Mediation Bureau de rechtbank per e-mail bericht dat de mediation tussen de ouders heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst (‘two party agreement’).

Feiten

- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:

- [minderjarige] ( [naam minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Groot-Brittannië.

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [naam minderjarige] uit.

- De kinderen van de moeder uit een eerdere relatie – [naam kind van moeder] geboren op

[geboortedatum] te Polen, en [naam kind van moeder] , geboren op [geboortedatum] te Verenigd Koninkrijk – maakten ook deel uit van het gezin.

- Op 11 juli 2017 is de vader met [naam minderjarige] naar Nederland vertrokken.

- De moeder heeft zich op 21 augustus gewend tot de Centrale Autoriteit in Schotland.

- Blijkens de uittreksels uit het systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen hebben de vader en [naam minderjarige] in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de Poolse nationaliteit.

Verzoek

De moeder heeft haar verzoek tot teruggeleiding, het verzoek tot ondertoezichtstelling en de kostenveroordeling ingetrokken.

De moeder verzoekt thans de tussen de ouders tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst op te nemen in de beschikking, waarbij wordt bepaald dat de een tegenover de ander gehouden zal zijn tot naleving van de bepalingen van deze overeenkomst.

De vader stemt in met dit verzoek.

Beoordeling

Nu de ouders zijn overeengekomen dat de gewone verblijfplaats van [naam minderjarige] in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd ten aanzien van het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst.

De ouders hebben, naast afspraken over de gewone verblijfplaats, ook afspraken gemaakt over de gezagsuitoefening en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Hetgeen zij zijn overeengekomen hebben zij vastgelegd in voornoemde vaststellingsovereenkomst. De rechtbank zal – conform het verzoek – de vaststellingsovereenkomst opnemen in de beschikking en bepalen dat de één tegenover de ander gehouden zal zijn tot naleving van de bepalingen van deze overeenkomst.

(alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande de minderjarige [minderjarige] - [minderjarige] , zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst die door de ouders op 21 oktober 2017 is ondertekend, en bepaalt dat de één tegenover de ander gehouden zal zijn tot naleving van de bepalingen van deze overeenkomst;

verklaart de beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.M. Braun tevens kinderrechter, bijgestaan door

mr. M. Verkerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2017.