Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:13715

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
29-11-2017
Zaaknummer
C/09/527996 / HA ZA 17-253
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Intellectuele Eigendom. Tussenvonnis. Octrooizaak. Conventie inbreuk, reconventie vernietiging. Schorsing totdat beslissing in andere procedure dat octrooi nietig is, kracht van gewijsde heeft (ivm erga omnes-werking).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/527996 / HA ZA 17-253

Vonnis van 29 november 2017

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

ASETEK A/S,

gevestigd te Bronderslev, Denemarken,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. P.L. Reeskamp te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar vreemd recht

COOLERGIANT COMPUTER HANDELS GMBH,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. J.C.S. Pinckaers te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Asetek en Coolergiant genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 31 oktober 2016 waarbij verlof is verleend te mogen procederen volgens het Versneld Regime in Octrooizaken;

  • -

    de dagvaarding van 14 november 2016;

  • -

    de akte houdende overlegging van producties van 1 maart 2016 met producties 1 t/m 22;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 10 mei 2017 met producties 1 t/m 17;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie van 12 juli 2017 met producties 23 t/m 26;

  • -

    de akte houdende overlegging nadere producties zijdens Coolergiant van 23 augustus 2017 met producties 18 t/m 21;

  • -

    de e-mail van mr. A.M. van der Wal, mede namens mr. J.C.S. Pinckaers, aan de rechtbank van 29 september 2017 waarbij partijen verzoeken het pleidooi van 13 oktober 2017 geen doorgang te laten vinden, Asetek zich ten aanzien van de geldigheid van het ingeroepen octrooi refereert aan het oordeel van de rechtbank, Coolergiant haar reconventionele vorderingen C t/m E intrekt, en partijen het erover eens zijn dat de redelijke en evenredige kosten van Coolergiant € 112.500,- bedragen;

  • -

    de e-mail van de rechtbank aan partijen van 3 oktober 2017;

  • -

    de e-mail van mr. Reeskamp, mede namens Coolergiant, aan de rechtbank van 4 oktober 2017;

  • -

    de e-mail van de rechtbank aan partijen van 5 oktober 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Partijen

2.1.

Asetek is opgericht door [A] , de uitvinder genoemd in het hierna te bespreken octrooi EP 1 923 771. Asetek is naar eigen zeggen marktleider voor vloeistofkoelsystemen voor onder meer desktop PC’s.

2.2.

Coolergiant maakt deel uit van het betrekkelijk grote internationale Enermax concern met hoofdkantoor in Taiwan. Coolergiant is de coördinerende Europese dochter van Enermax. Op de website www.enermax.co.uk is een tabblad ‘Where to buy’ raadpleegbaar met daaronder een tabblad ‘Netherlands’ waar enkele namen staan vermeld van partijen in Nederland, waar de producten kunnen worden gekocht. De producten worden verhandeld onder de merken Enermax en Lepa:

- Enermax Liqmax 120S;

- Enermax Liqmax II 120S;

- Enermax Liqmax II 240;

- Lepa AquaChanger 120;

- Lepa AquaChanger 240.

Het octrooi EP 1 923 771

2.3.

Asetek is houdster van het Europees octrooi 1 923 771 B1 (hierna: EP 771 of ‘het octrooi’) voor een “Cooling system for a computer system”. Op 8 november 2004 heeft zij, met een beroep op prioriteit van de Amerikaanse octrooiaanvrage US 517924 P van 7 november 2003 (hierna: het prioriteitsdocument of US 924) een (internationale) aanvrage daartoe ingediend. EP 771 is op 20 mei 2015 verleend. De termijn voor het instellen van oppositie is verstreken zonder dat oppositie is ingesteld.

2.4.

In de oorspronkelijke Engelse taal luiden de conclusies van EP 771 als volgt:

1. A cooling system for a computer system, said computer system comprising

- at least one unit such as a central processing unit (CPU) (1) venerating thermal energy and said cooling system intended for cooling the at least one processing unit (1) and the cooling system comprising

- a liquid reservoir housing (14) comprising an inlet tube connection (15) and an outlet tube connection (16) both attached to the reservoir housing (14),

- a heat radiator (11) connected by means of connecting tubes (24, 25) to the inlet tube connection (15) and the outlet tube connection (16) of the reservoir hosing (14),

- a liquid reservoir provided in the reservoir housing (14), said liquid reservoir having an amount of cooling liquid, said cooling liquid intended for accumulating and transferring of thermal energy dissipated from the processing unit (1) to the cooling liquid, wherein the reservoir is further provided with channels (26) for establishing a certain flow-path for the cooling liquid,

- a pump (21) being provided inside said reservoir housing (14) as part of an integrate element, said pump (21) comprising an impeller (33) which is positioned in a separate recess of the channels (26), where the recess has a size corresponding to the diameter of the impeller of the pump, and has a recess inlet (34) and a recess outlet (32) which is connected to the outlet tube connection (16),

- a heat exchanger comprising a heat exchanging interface (4) for providing thermal contact between the processing unit (1) and the cooling liquid for dissipating heat from the processing unit (1) to the cooling liquid, where the heat exchanging interface (4) comprises a heat exchanging surface that constitutes part of the liquid reservoir housing (14) facing the processing unit (1),

where the channels (26) face an inner surface of the heat exchanging interface forcing the cooling liquid to pass the heat exchanging surface,

said integrate element comprising the heat exchanging interface (4), the reservoir housing (14) and the pump (21), wherein

- said pump (21) is intended for pumping the cooling liquid from the heat radiator (11) into the reservoir housing (14) through the tube inlet connection (15), through the channels (26), into the pump through the recess inlet (34) and from the pump (21) through the recess outlet (32), through the channels and the tube outlet connection (16) to the heat radiator (11),

- said heat radiator (11) intended for radiating thermal energy from the cooling liquid, dissipated to the cooling liquid, to surroundings of the heat radiator (11).

2. A cooling system according to claim 1, wherein the reservoir further has a non-smooth inner wall.

2.5.

De niet-betwiste Nederlandse vertaling van de conclusies luidt als volgt:

1. Koelsysteem voor een computersysteem, waarbij genoemd computersysteem omvat

- ten minste één eenheid zoals een centrale verwerkingseenheid (CPU) (1) die thermische energie genereert en waarbij genoemd koelsysteem is bedoeld voor het koelen van de ten minste ene verwerkingseenheid (1) en waarbij het koelsysteem omvat

- een vloeistofreservoirbehuizing (14) omvattende een inlaatbuisverbinding (15) en een uitlaatbuisverbinding (16) die beiden zijn bevestigd aan de reservoirbehuizing (14),

- een warmteradiator (11) die verbonden is door middel van verbindingsbuizen (24, 25) met de inlaatbuisverbinding (15) en de uitlaatbuisverbinding (16) van de reservoirbehuizing (14)

- een vloeistofreservoir dat is verschaft in de reservoirbehuizing (14), waarbij genoemd vloeistofreservoir een hoeveelheid koelvloeistof heeft, waarbij genoemde koelvloeistof is bestemd voor het accumuleren en overbrengen van thermische energie die is gedissipeerd door de verwerkingseenheid (1) aan de koelvloeistof, waarbij het reservoir verder is voorzien van kanalen (26) voor het bewerkstelligen van een zeker stroompad voor de koelvloeistof,

- een pomp (21) die is verschaft in genoemde reservoirbehuizing (14) als onderdeel van een integraal element, waarbij genoemde pomp (21) een impeller (33) omvat die in een afzonderlijke uitsparing van de kanalen (26) is gepositioneerd, waarbij de uitsparing een grootte heeft die overeenkomt met de diameter van de impeller van de pomp, en een uitsparinginlaat (34) en een uitsparinguitlaat (32) welke is verbonden met de uitlaatbuisverbinding (16),

- een warmtewisselaar omvattende een warmtewisselingsinterface (4) voor het verschaffen van thermisch contact tussen de verwerkingseenheid (1) en de koelvloeistof voor het dissiperen van warmte van de verwerkingseenheid (1) naar de koelvloeistof, waarbij de warmtewisselingsinterface (4) een warmtewisselingsvlak omvat dat een gedeelte vormt van de vloeistofreservoirbehuizing (14) welke gekeerd is naar de verwerkingseenheid (1),

waarbij de kanalen (26) zijn gekeerd naar een binnenvlak van de warmtewisselingsinterface om de koelvloeistof te forceren om langs het warmtewisselingsvlak te passeren,

waarbij genoemd integraal element de warmtewisselingsinterface (4), de reservoirbehuizing (14) en de pomp (21) omvat, waarbij

- genoemde pomp (21) is bestemd voor het pompen van de koelvloeistof van de warmteradiator (11) in de reservoirbehuizing (14) door de buisinlaatverbinding (15), door de kanalen (26), in de pomp door de uitsparingsinlaat (34) en van de pomp (21) door de uitsparingsuitlaat (32), door de kanalen en de buisuitlaatverbinding(16) naar de warmteradiator (11),

- genoemde warmteradiator (11) is bestemd voor het uitstralen van thermische energie van de koelvloeistof, gedissipeerd naar de koelvloeistof, naar een omgeving van de warmteradiator (11).

2. Koelsysteem volgens conclusie 1, waarbij het reservoir verder een niet-gladde binnenwand

heeft.

De stand van de techniek rondom de prioriteitsdatum

2.6.

Op 7 april 2004 is het Chinese gebruiksmodel met nummer CN 2610125Y (hierna: Lin) gepubliceerd.

2.7.

Bij vonnis van 20 september 2017 heeft deze rechtbank in een procedure tussen Asetek en Cooler Master Europe B.V. (hierna: Cooler Master – zaak- en rolnummer C/09/515892 / HA ZA 16-906) conclusie 1 van het Nederlandse deel van EP 771 vernietigd wegens gebrek aan nieuwheid ten opzichte van Lin en conclusie 2 wegens gebrek aan inventiviteit uitgaande van Lin in samenhang met de algemene vakkennis van de gemiddelde vakman onder andere volgend uit WO 03/098415 A1.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Asetek vordert – samengevat – te verklaren voor recht dat Coolergiant inbreuk maakt op het Nederlandse deel van EP 771 en voorts een verbod inbreuk te maken op dat deel, met een opgave, recall, winstafdracht/schadevergoeding en met veroordeling van Coolergiant in de redelijke en evenredige kosten van de procedure in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Uit de e-mail van haar advocaat van 29 september 2017 aan de rechtbank blijkt dat Asetek zich ten aanzien van de geldigheid van EP 771 refereert aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Coolergiant voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Na vermindering van eis vordert Coolergiant – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis het Nederlandse deel van EP 771 zal vernietigen, en, onder voorwaarde dat het Nederlandse deel van EP 771 niet geheel wordt vernietigd, te verklaren voor recht dat de Enermax producten niet vallen onder de beschermingsomvang van genoemd octrooi, met bevel aan Asetek om rectificatie en opgave van een lijst met alle partijen die zij heeft verzocht het aanbieden en verhandelen van producten in Nederland te staken, op straffe van een dwangsom, en vergoeding van schade, een en ander met veroordeling van Asetek in de kosten van de redelijke en evenredige kosten van de procedure ex artikel 1019h Rv, vermeerderd met wettelijke rente.

3.6.

Asetek voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

bevoegdheid

4.1.

De rechtbank is internationaal bevoegd kennis te nemen van de vordering in conventie op grond van artikel 7 lid 2 EEX II-Vo1, en van de reconventionele vordering tot vernietiging van het Nederlandse deel van EP 771 en voor zover in het verweer in conventie beroep wordt gedaan op nietigheid van het Nederlandse deel van EP 771, op grond van artikel 24 lid 4 EEX II-Vo. De relatieve bevoegdheid berust op artikel 80 lid 2 sub a resp. artikel 80 lid 1 sub a ROW2. De bevoegdheid is overigens niet bestreden.

Schorsing in verband met vernietiging Nederlandse deel van EP 771 in de procedure tussen Asetek en Cooler Master – Erga omnes werking

4.2.

Asetek heeft tegen Coolergiant dezelfde vorderingen ingesteld ter zake inbreuk op EP 771 als tegen Cooler Master. In zowel de Cooler Master- als de Coolergiant-zaak is een reconventionele vordering tot vernietiging van het Nederlandse deel van EP 771 ingesteld.

4.3.

Zoals blijkt uit hetgeen in 2.7. is opgenomen heeft de rechtbank bij vonnis van 20 september 2017 het Nederlandse deel van EP 771 vernietigd in de procedure tussen Asetek en Cooler Master. Aangezien de vernietiging van een octrooi derdenwerking heeft en bij een nietig octrooi geen sprake kan zijn van inbreuk daarop, heeft de beslissing tot vernietiging van EP 771 relevantie voor de onderhavige zaak. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

4.4.

In zijn arrest van 13 mei 1988 (Enka / Dupont)3 heeft de Hoge Raad de regel geformuleerd dat een rechterlijke uitspraak waarbij een octrooi nietig wordt verklaard aan dat octrooi onmiddellijk de werking ontneemt, op voorwaarde dat die uitspraak te zijner tijd in kracht van gewijsde gaat. Die regel geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor het huidige octrooirecht.4 Dit betekent dat, gegeven de beslissing van de rechtbank van 20 september 2017 tot vernietiging van het Nederlandse deel van EP 771, thans geen grond bestaat voor toewijzing van Asetek’s vorderingen gestoeld op inbreuk op de conclusies van dat octrooi.5 Omdat het oordeel van de rechtbank niet onherroepelijk is, zal de rechtbank de hoofdzaak schorsen tot een definitief oordeel over de geldigheid van het Nederlandse deel van EP 771 (in de Cooler Master-zaak) is verkregen (dan wel totdat partijen de rechtbank voordien gezamenlijk berichten dat de hoofdzaak kan worden afgedaan om reden dat voormelde Cooler Master-zaak op andere wijze is geëindigd). Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal worden aangehouden.

4.5.

Partijen worden niet gevolgd in hun standpunt dat, althans zo begrijpt de rechtbank hun stellingen ter zake, in de onderhavige zaak ook de vernietiging van EP 771 kan worden uitgesproken omdat ook Coolergiant zich beroept op niet-nieuwheid ten opzichte van Lin. In dat verband is relevant dat Asetek de juistheid van de aanvankelijk door Coolergiant overgelegde vertaling van Lin heeft bestreden, waarna Coolergiant als productie GP20 en GP21 als nadere productie een door een Chinese octrooigemachtigde gereviseerde vertaling heeft overgelegd. Die vertaling wijkt substantieel af van de vertaling die in de Cooler Master-zaak aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag heeft gelegen en waartoe de rechtbank heeft geoordeeld dat die door Asetek niet althans onvoldoende gemotiveerd was bestreden. Of de rechtbank in de onderhavige zaak tot een zelfde oordeel zal komen als in de Cooler Master-zaak, is derhalve op voorhand niet te zeggen. De rechtbank laat dan nog daar of het procesdebat in deze zaak ten aanzien van Lin langs dezelfde lijnen loopt als dat in de Cooler Master zaak en tot een zelfde uitkomst zou leiden.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1.

schorst de procedure totdat een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de geldigheid van het Nederlandse deel van EP 771 voorhanden is (dan wel totdat partijen de rechtbank voordien gezamenlijk berichten dat de hoofdzaak kan worden afgedaan om reden dat voormelde Cooler Master-zaak op andere wijze is geëindigd);

5.2.

verstaat dat de meest gerede partij de zaak alsdan weer op de rol kan plaatsen voor voortprocederen;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2017.

1 Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

2 Rijksoctrooiwet 1995

3 Hoge Raad 13 mei 1988, ECLI:NL:HR:1988:AC3066, NJ 1988, 953

4 Vgl. Rechtbank Den Haag 3 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6346 (Jet Set v. Hoffland)

5 vgl. in dit verband ook rechtbank ’s-Gravenhage 10 november 2010, Boston Scientific / Orbusneich, gepubliceerd op IE-forum, IEF 9209