Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:13707

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-11-2017
Datum publicatie
22-02-2018
Zaaknummer
17_1808 IBPVV
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres maakt objectieve voordeelverwachting van werkzaamheden niet aannemelijk. Deze werkzaamheden vormen geen bron van inkomen en resulteren niet in belastbaar inkomen. Ook een deel van de gestelde uitgaven wegens specifieke zorgkosten is niet aannemelijk gemaakt. Verweerder heeft deze posten bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2014 terecht buiten aanmerking gelaten. Beroep ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wet inkomstenbelasting 2001 6.17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2018/392
Viditax (FutD), 22-02-2018
FutD 2018-0559
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 17/1808

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2017 in de zaak tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: A.M.H. Hogervorst),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2014 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 31 januari 2017 de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2017.

Namens eiseres zijn verschenen haar gemachtigde en [persoon 1]. Namens verweerder zijn verschenen [persoon 2] en [persoon 3].

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft voor het jaar 2014 aangifte gedaan voor de IB/PVV naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 32.632. In de aangifte is, voor zover hier van belang, een resultaat overige werkzaamheden van € 121 negatief in aanmerking genomen en zijn als persoonsgebonden aftrekpost uitgaven voor de navolgende specifieke ziektekosten opgevoerd:

Uitgaven voor hulpmiddelen € 2.426

Uitgaven voor vervoer € 760

Extra uitgaven kleding of beddengoed € 310

Genees- en heelkundige hulp € 739

Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 4.235

Af: Drempel uitgaven specifieke zorgkosten € - 598

Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 3.637

2. Met dagtekening 20 juli 2016 is aan eiseres een aanslag IB/PVV voor het jaar 2014 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 34.937. Bij de aanslagregeling heeft verweerder het negatieve resultaat overige werkzaamheden niet in aanmerking genomen en de uitgaven wegens specifieke zorgkosten slechts tot een bedrag van € 1.453:

Uitgaven voor hulpmiddelen € 0

Uitgaven voor vervoer € 75

Extra uitgaven kleding of beddengoed € 0

Genees- en heelkundige hulp € 1.976

Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 2.051

Af: Drempel uitgaven specifieke zorgkosten € - 598

Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 1.453

Geschil
3. In geschil is of verweerder terecht het negatieve resultaat overige werkzaamheden niet, en de uitgaven wegens specifieke zorgkosten slechts ten dele in aanmerking heeft genomen.

4. Eiseres stelt dat zij recht heeft op de door haar gevraagde aftrekposten. Het negatieve resultaat overige werkzaamheden betreft nagekomen boekhoudkosten en de zorgkosten dienen in aftrek te komen.

5. Verweerder stelt dat de € 121 niet in aftrek komt omdat geen sprake is van een bron van inkomen nu al sinds 2006 structureel negatieve resultaten worden behaald. De specifieke zorgkosten zijn tot een juist bedrag in aftrek toegelaten.

Beoordeling van het geschil

6. Het door eiseres aangegeven negatieve resultaat uit overige werkzaamheden kan slechts als negatief inkomen in aanmerking worden genomen indien sprake is van een bron van inkomen. Volgens vaste jurisprudentie worden in beginsel de volgende cumulatieve voorwaarden gesteld aan een bron van inkomen: (i) deelname aan het economische verkeer, (ii) het subjectieve oogmerk om voordeel te behalen en (iii) de objectieve verwachting dat het voordeel redelijkerwijs (in de toekomst) kan worden behaald.

7. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat de werkzaamheden van eiseres sinds het jaar 2006 steeds tot negatieve resultaten hebben geleid. Nu sprake is van een jarenlang negatief resultaat brengt een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat eiseres feiten en omstandigheden aannemelijk dient te maken die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een voordeelsverwachting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres dit niet aannemelijk gemaakt. De stelling dat sprake is van een aftrekbare nagekomen kostenpost volgt de rechtbank niet. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van boekhoudkosten ten aanzien van (gestaakte) werkzaamheden. De aangiftekosten voor dit jaar komen niet voor aftrek in aanmerking omdat er geen bron van inkomen meer is.

8. Artikel 6.17, eerste lid, van de Wet IB 2001 noemt als uitgaven voor specifieke zorgkosten, de uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor:

a. genees- en heelkundige hulp (…);

b. vervoer;

c. (. . .);

d. andere hulpmiddelen (…);

e. (…);

f. (…);

g. extra kleding en beddengoed alsmede daarmee samenhangende extra uitgaven (…);

h. (…).

9. Ten aanzien van de aftrek van specifieke zorgkosten rust op eiseres, als degene die de aftrek claimt, de bewijslast aannemelijk te maken dat zij dergelijke uitgaven heeft gedaan. Naast het algemene vereiste dat de uitgaven op eiseres moeten drukken geldt bij specifieke zorgkosten de voorwaarde dat de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van de uitgaven (artikel 6.1, derde lid, van de Wet IB 2001).

10. Het bedrag aan hulpmiddelen ziet voor € 2.300 op de kosten van een implantaat en voor € 126 op onderhoud van een traplift. Verweerder stelt terecht dat de kosten van een implantaat niet tot kosten van een hulpmiddel dienen te worden gerekend maar gelden als uitgaven voor genees- en heelkundige hulp. De uitgaven voor de traplift (onderhoud dan wel afbetaling) behoren niet tot de aftrekbare specifieke zorgkosten en bovendien zijn eigen bijdragen ingevolge de WMO ingevolge artikel 6:18, eerste lid, onder d, van de Wet IB 2001 van aftrek uitgesloten. Eiseres heeft daarbij ook niet aannemelijk gemaakt dat deze kosten op haar hebben gedrukt. Verweerder heeft terecht geen bedrag voor hulpmiddelen in aanmerking genomen.

11. Eiseres heeft als uitgaven voor vervoer een bedrag van € 760 in aanmerking genomen. Eiseres heeft haar stelling dat sprake is van uitgaven voor vervoer in verband met ziekte echter niet met nadere gegevens onderbouwd. Nu eiseres geen bewijsstukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van uitgaven voor vervoer in verband met ziekte, zijn de uitgaven reeds daarom terecht niet in aftrek toegelaten. Daarnaast heeft eiseres - zo al sprake zou zijn van vorenbedoelde uitgaven - niet aannemelijk gemaakt dat de kosten uitstijgen boven hetgeen vergelijkbare personen die niet ziek of invalide zijn plegen uit te geven aan vervoer. Dit geldt ook de vliegkilometers die eiseres in haar pleitnota claimt; ook deze komen niet voor aftrek in aanmerking. Het door verweerder in aftrek toegelaten bedrag van € 75 is niet te laag.

12. Eiseres heeft als extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 310 in aanmerking genomen. Eiseres heeft haar stelling dat zij ten gevolge van een ziekte (extra) uitgaven voor kleding en beddengoed heeft gedaan op geen enkele wijze met nadere stukken onderbouwd. Reeds daarom zijn de uitgaven terecht niet in aftrek toegelaten. De overgelegde handgeschreven berekening is onvoldoende.

13. De door eiseres geclaimde post van € 739 voor genees- en heelkundige hulp betreft volgens de pleitnota van eiseres kosten van implantaten en een kroon die niet zijn vergoed door de verzekering. Eiseres heeft twee tandartsfacturen voor totaal € 1.793 overgelegd. Gelet op het (gedeeltelijke) overgelegde overzicht van de verzekeraar met niet vergoede bedragen voor tandartszorg heeft verweerder het bedrag van uitgaven voor genees-en heelkundige hulp op € 1.976 gesteld. De rechtbank acht dit niet te laag. Voor zover eiseres ook uitgaven voor alternatieve geneeswijzen in aftrek heeft gebracht, of wil brengen, geldt dat deze ingevolge artikel 6.17, negende lid, onder b, van de Wet IB 2001 slechts aftrekbaar zijn indien behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts plaatsvindt door een paramedicus, of ingevolge het negende lid, onder c, indien de behandeling plaatsvindt door een in de uitvoeringsregeling aangewezen paramedicus mits voor de behandeling een verklaring is afgegeven door die paramedicus die voldoet aan bepaalde voorwaarden. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de behandeling door een alternatief genezer en de accupunctuurbehandelingen voldeden aan 6:17, negende lid, onder b of c, van de Wet IB 2001. Deze kosten komen dan ook niet voor aftrek in aanmerking.

14. Hetgeen eiseres overigens heeft aangevoerd, leidt niet tot vermindering van de aanslag.

15. Gelet op wat hiervoor is overwogen dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 november 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.