Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1345

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
16-02-2017
Zaaknummer
C/09/460541 / HA ZA 14-250
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Octrooirecht. Schorsingsincidenten artikel 83 lid 3 en 83 lid 4 ROW. Afwijzing schorsingsverzoeken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/460541 / HA ZA 14-250

Vonnis in incident van 15 februari 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLANTLAB GROEP B.V.

gevestigd te Berghem,

eiseres in de hoofzaak en in de (voorwaardelijke) incidenten,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILK VAN DER SANDE B.V.,

gevestigd te Poeldijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOSCH INVEKA B.V.,

gevestigd te Poeldijk,

3. de vennootschap onder firma

[de V.O.F.],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. de beherend vennoot van [de V.O.F.]

[beherend vennoot sub 1],

wonend te [woonplaats 1] ,

5. de beherend vennoot van [de V.O.F.]

[beherend vennoot sub 2],

wonend te [woonplaats 2] ,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DELISCIOUS B.V.,

gevestigd te Beesel,

gedaagden in de hoofdzaak, verweersters/verweerders in de (voorwaardelijke) incidenten,

advocaat gedaagden sub 1 en 2: mr. R.M. van Rompaey te Utrecht,

advocaat gedaagden sub 3 tot en met 6: mr. M.W. Rijsdijk te Amsterdam.

Eiseres in de hoofdzaak en in de incidenten zal hierna worden aangeduid als Plantlab. De zaak wordt inhoudelijk voor haar behandeld door mr. L. Oosting en mr. R.M. van der Velden, advocaten te Amsterdam.

Gedaagden in de hoofdzaak, verweersters/verweerders in de incidenten zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als Wilk, Bosch, [de V.O.F.] , [beherend vennoot sub 1] , [beherend vennoot sub 2] en Deliscious. Gedaagden sub 1 en 2 zullen gezamenlijk worden aangeduid als Certhon (enkelvoud), gedaagden sub 3 tot en met 6 als Deliscious c.s. (enkelvoud). De zaak wordt voor Certhon inhoudelijk behandeld door mr. Van Rompaey voornoemd en voor Deliscious c.s. door mr. Rijsdijk voornoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 22 oktober 2014 en de daarin genoemde gedingstukken;

  • -

    het tussenvonnis van 19 november 2014 en de daarin genoemde gedingstukken;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens houdende wijziging van (grondslag van) eis, tevens houdende incident tot schorsing c.q. aanhouding van de procedure van 16 november 2016, met producties 29 tot met 52;

  • -

    de conclusie van antwoord in incident van Certhon en Deliscious c.s. gezamenlijk van 30 november 2016, met producties 14 en 15.

1.2.

Vonnis in het incident is nader bepaald op heden.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

Voor een zakelijke weergave van het geschil in de hoofdzaak verwijst de rechtbank naar het vonnis in incident van 22 oktober 2014.

2.2.

Na wijziging van (de grondslag van) eis vordert Plantlab, zakelijk weergegeven, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover de wet het toelaat uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden beveelt de inbreuk op NL 091 en/of het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 2 348 814 (hierna: EP 814) te staken en gestaakt te houden. Daarnaast vordert Plantlab dat de rechtbank gedaagden beveelt zich te onthouden van onrechtmatig handelen jegens Plantlab, meer in het bijzonder door handelingen te verrichten met betrekking tot klimaatcellen die onder de beschermingsomvang van de octrooien NL 091 en/of EP 814 vallen. Voorts vordert zij, voor zover die inzage niet al eerder is toegestaan, gedaagden te bevelen inzage te verschaffen in, respectievelijk afschrift te verschaffen van het beslagen en in bewaring gegeven bewijs en de in bewaring gegeven beschrijvingen, alsmede gedaagden te bevelen inzage te verschaffen in en afschrift te verstrekken van documenten die betrekking hebben op door gedaagden ontwikkelde klimaatcellen. Daarnaast vordert zij gedaagden te bevelen opgave te doen, door een onafhankelijke registeraccountant geaccordeerd, van informatie over afnemers, leveranciers, productie, verkoop en winst, gedaagden te bevelen tot rectificatie op hun websites, een en ander op straffe van een dwangsom, en gedaagden te veroordelen tot vergoeding van de door Plantlab geleden schade en tot winstafdracht, op te maken bij staat, met veroordeling van gedaagden in de volledige proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv1, waaronder de kosten van de bewijsbeslagen en beschrijvingen, te vermeerderen met wettelijke rente.

2.3.

Plantlab legt inmiddels niet alleen een inbreuk op NL 091 aan haar vorderingen ten grondslag. Zij stelt thans ook dat gedaagden inbreuk maken op EP 814, waarvan zij de octrooihoudster is. Daarnaast stelt zij nu ook een verbodsvordering in op de grond dat gedaagden onrechtmatig jegens haar handelen door betrokken te zijn bij de inbreuk met de klimaatcellen.

3. Het geschil in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW 2

3.1.

Plantlab verzoekt de rechtbank om het pleidooi in de onderhavige hoofdzaak tegelijk te laten plaatsvinden met het pleidooi in de door Wilk en Bosch aanhangig te maken nietigheidsprocedure ter zake van NL 091 en de onderhavige procedure zo nodig tot die tijd te schorsen op grond van artikel 83 lid 3 ROW.

3.2.

Ter onderbouwing van haar incidentele vordering stelt Plantlab dat Wilk en Bosch bij beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag zijn toegelaten in het versneld regime voor octrooizaken (hierna: VRO-regime) voor een nietigheidsprocedure (hierna: de VRO-procedure). Met betrekking tot de VRO-procedure is bepaald dat Wilk en Bosch Plantlab dienen te dagvaarden op 17 november 2016 en de datum voor pleidooi is vastgesteld op 17 november 2017. Omdat de rechtbank in de onderhavige hoofdzaak en in de VRO-procedure tot een oordeel ter zake van geldigheid van NL 091 dient te komen, is het aangewezen om de pleidooien in de beide procedures gelijktijdig te laten plaatsvinden.

3.3.

Certhon en Deliscious c.s. voeren gezamenlijk verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 4 ROW

4.1.

Plantlab verzoekt de rechtbank tevens om de onderhavige procedure te schorsen op basis van artikel 83 lid 4 ROW hangende de oppositieprocedure ter zake van EP 814 bij de Oppositie Afdeling van het EOB3, waarbij op 21 juni 2017 oral proceedings zullen plaatsvinden.

4.2.

Aan haar incidentele vordering legt Plantlab ten grondslag dat (onder andere) Wilk op 4 januari 2016 oppositie bij het EOB heeft ingesteld tegen de verlening van EP 814. Op 8 september 2016 heeft Plantlab geantwoord en zich daarbij op een vijftal hulpverzoeken beroepen. De Oppositie Afdeling van het EOB heeft op 8 november 2016 een voorlopige opinie afgegeven en bepaald dat de oral proceedings op 21 juni 2017 zullen plaatsvinden. Plantlab vermoedt dat Certhon en Deliscious c.s. zich in de onderhavige hoofdzaak ook op de nietigheid van EP 814 zullen beroepen. Dat betekent dat de uitspraak van het EOB ook voor de onderhavige hoofdzaak van belang zal zijn. Nu een uitspraak op korte termijn kan worden verwacht, is het aangewezen om de onderhavige hoofdzaak te schorsen totdat de uitspraak van het EOB voorhanden is.

4.3.

Certhon en Deliscious c.s. voeren gezamenlijk verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. Het geschil in het (voorwaardelijke) incident tot het treffen van voorlopige voorzieningen

5.1.

Plantlab vordert provisioneel - onder de voorwaarde dat de onderhavige procedure langer wordt geschorst of aangehouden dan door Plantlab bij conclusie van repliek verzocht (zoals weergegeven in 3.1 en 4.1) dat de rechtbank bij vonnis, voor zover de wet het toelaat uitvoerbaar bij voorraad, 1) gedaagden beveelt de inbreuk op NL 091 en/of het Nederlandse deel van EP 814 te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom en 2) gedaagden beveelt zich te onthouden van onrechtmatig handelen jegens Plantlab, meer in het bijzonder door betrokken te zijn bij of te profiteren van inbreuken op de octrooien NL 091 en/of EP 814, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

5.2.

Volgens Plantlab heeft zij recht op en belang bij toewijzing van de voornoemde voorlopige voorzieningen wanneer de onderhavige hoofdzaak voor een langere periode zou worden aangehouden of geschorst dan door Plantlab verzocht, omdat in dat geval het recht van Plantlab als octrooihoudster om op te treden tegen de inbreuk zwaarder dient te wegen dan enig belang van Certhon en Deliscious c.s. om hun inbreukmakende handelingen voort te zetten.

5.3.

Certhon en Deliscious c.s. voeren gezamenlijk verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6 De beoordeling in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW

6.1.

De rechtbank volgt Certhon en Deliscious c.s. in hun verweer dat het verzoek van Plantlab om de procedure te schorsen tot het pleidooi op 17 november 2017 in de VRO-procedure, niet valt te rijmen met haar verzoek de pleidooien in beide zaken gelijktijdig te laten plaatsvinden. Voordat in de onderhavige hoofdzaak een eventueel pleidooi aan de orde is, zullen Certhon en Deliscious c.s. gedupliceerd moeten hebben (waarna een eventuele aktewisseling nog tot de mogelijkheden behoort). Als de procedure geschorst is, kunnen er geen conclusies of akten worden genomen. Dat betekent dat schorsing van de onderhavige procedure op deze grond thans niet aan de orde is, waarmee het incident voor afwijzing gereed ligt.

6.2.

De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

7 De beoordeling in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 4 ROW

7.1.

De rechtbank zal evenmin gebruik maken van haar discretionaire bevoegdheid om de procedure te schorsen in afwachting van een uitspraak van het EOB. Daarbij is van belang dat Certhon en Deliscious c.s. zich niet kunnen vinden in schorsing van de procedure en het feit dat een beslissing in de oppositieprocedure - na eventueel hoger beroep bij de Technische Kamer van Beroep - lange tijd op zich kan laten wachten. Zoals Certhon en Deliscious c.s. terecht opmerken, behoeft de rechtbank de uitspraak niet af te wachten, nu zij zelfstandig dient te beslissen in het aan haar voorgelegde geschil. Ook het onderhavige incident zal de rechtbank derhalve afwijzen.

7.2.

De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

8. De beoordeling in het (voorwaardelijke) incident tot het treffen van voorlopige voorzieningen

8.1.

De rechtbank stelt vast dat de voorwaarde waaronder de voorlopige voorzieningen zijn gevorderd niet in vervulling is gegaan, zodat aan beoordeling daarvan niet wordt toegekomen.

9 De beoordeling in de hoofdzaak

9.1.

Indien en voor zover Certhon en Deliscious c.s. bedoeld hebben bezwaar te maken tegen de wijziging van de (grondslag van) eis door Plantlab, gaat de rechtbank voorbij aan dit bezwaar. De rechtbank stelt voorop dat het een procespartij in beginsel vrij staat om tijdens de loop van een geding haar eis te wijzigen of haar stellingen aan te vullen. Nu EP 814 pas op 1 april 2015 is verleend, is Plantlab niet in de gelegenheid geweest dit octrooi eerder in de procedure aan de orde te stellen. Certhon en Deliscious c.s. merken terecht op dat EP 814 niet identiek is aan NL 091, maar zij hebben nog de gelegenheid bij conclusie van dupliek alle weren ter zake naar voren te brengen (en indien nodig in een aanvullende akteronde). Zoals Certhon en Deliscious c.s. zelf aanvoeren, is het niet wenselijk dat EP 814 (dat over dezelfde materie gaat als NL 091) in een eventuele aparte procedure aan de orde zou moeten komen. De wijziging van de (grondslag van) eis is derhalve niet in strijd met een goede procesorde.

9.2.

Certhon en Deliscious c.s. hebben zich aangesloten bij het verzoek van Plantlab om het pleidooi in de onderhavige zaak gelijk te laten lopen met het pleidooi in de VRO-nietigheidsprocedure op 17 november 2017, voor het geval de rechtbank geen eerdere pleidooidatum vast zal stellen. De rechtbank overweegt dat zij - indien na de conclusiewisseling door partijen om pleidooi wordt verzocht - dat verzoek op dat moment in overweging zal nemen en daarop zal beslissen. Zij verzoekt partijen voorlopig wel de datum van 17 november 2017 te reserveren, in verband met de mogelijkheid dat het pleidooi in de onderhavige zaak op die datum gehouden zal worden.

9.3.

Ten aanzien van het verzoek van Certhon en Deliscious c.s. om in de onderhavige procedure het pleidooi te appointeren op de eerst mogelijke datum gelegen na het indienen van de conclusie van dupliek en deze pleidooidatum reeds te reserveren, overweegt de rechtbank dat een dergelijk verzoek niet kan worden ingewilligd. Een pleidooibepaling is pas opportuun na het verzoek daartoe door partijen op het geëigende moment in de procedure, derhalve in de onderhavige procedure op zijn vroegst na dupliek. In verband met een juiste rechtsbedeling in alle bij de rechtbank aanhangige zaken is ‘datumreservering’ in bepaalde zaken, buiten specifieke regimes zoals het VRO-regime, niet aan de orde.

10 De beslissing

De rechtbank

in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW

10.1.

wijst het gevorderde af,

10.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in het incident tot schorsing ex artikel 83 lid 4 ROW

10.3.

wijst het gevorderde af,

10.4.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

10.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 29 maart 2017 voor conclusie van dupliek.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Rijksoctrooiwet 1995, inwerkingtreding: 1-4-1994, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2010, 339

3 Het Europees Octrooibureau