Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:13226

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-10-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
NL17.8847
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Armeense nationaliteit, asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, gelogen over identiteit in eerder procedure, niet verschoonbaar, psychische problemen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.8847


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiseres],

alias

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),

en

de minister van Veiligheid en Justitie (en diens voorganger), verweerder

(gemachtigde: mr. A. Bondarev).


Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 september 2017 (het bestreden besluit).

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.8848, plaatsgevonden op 5 oktober 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 29 januari 2008 heeft eiseres een eerste aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij die aanvraag heeft zij verklaard te zijn [eiseres], geboren op [geboortedatum] en Burger van Georgië. Bij besluit van 12 oktober 2009 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Dit besluit staat in rechte vast door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 september 2011.

2. Op 15 juni 2017 heeft eiseres verweerder met een M35-O formulier in kennis gesteld van haar wens een opvolgende aanvraag in te dienen tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 7 september 2017 heeft zij deze opvolgende asielaanvraag ondertekend en is zij in de gelegenheid gesteld deze toe te lichten. Aan deze aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij in werkelijkheid [eiseres] is, geboren op [geboortedatum], en de Armeense nationaliteit bezit. Zij heeft uit angst om teruggestuurd te worden naar Armenië tijdens de eerste asielprocedure niet haar ware identiteit en nationaliteit verteld. Zij heeft destijds Armenië verlaten, omdat zij problemen heeft ondervonden naar aanleiding van haar werkzaamheden voor de verkiezingscommissie en als vrijwilliger bij een stembureau. Zij heeft toen gezien dat er gefraudeerd werd. Ook heeft zij in Yerevan (Armenië) deelgenomen aan protesten na de verkiezingen in maart 2008 en is zij bij terugkeer in Gyumri bedreigd en verkracht. Eiseres vreest bij terugkeer voor problemen met de voormalige burgemeester en zijn aanhangers. In verband hiermee heeft zij ernstige psychische klachten.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, e, en g van de Vw. Tevens heeft verweerder eiseres een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Verweerder gaat gelet de uitslag van de presentatie van eiseres bij de Armeense vertegenwoordiging op 15 mei 2017 uit van haar thans gestelde identiteit en Armeense nationaliteit. Het liegen over haar identiteit en nationaliteit en het opgeven van een vals vluchtrelaas tijdens de eerste asielprocedure, acht verweerder geenszins verschoonbaar, nu van haar verwacht mag worden dat zij naar waarheid verklaart. Verweerder erkent dat eiseres psychische problemen heeft, maar volgt niet de stelling van eiseres dat het daarom verschoonbaar is dat zij leugenachtige verklaringen heeft afgelegd. Verweerder heeft het asielrelaas als ongeloofwaardig aangemerkt. Tot slot heeft verweerder de aanvraag van eiseres als kennelijk ongegrond afgewezen, nu zij verweerder met opzet heeft misleid over haar identiteit en nationaliteit en verklaringen heeft afgelegd die kennelijk inconsequent en vals zijn.

4. Op wat eiseres daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. De rechtbank stelt allereerst vast dat eiseres bij haar eerste asielaanvraag heeft gelogen over haar identiteit, nationaliteit en een vals asielrelaas heeft verteld.

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de door eiseres hiervoor aangevoerde redenen, te weten haar angst om teruggestuurd te worden en haar psychische problemen, niet verschoonbaar zijn. Daarbij heeft verweerder terecht overwogen dat het vragen van internationale bescherming wordt gedaan op basis van vertrouwen en dat van haar verwacht mag worden dat ze geen gegevens achterhoudt en naar waarheid verklaart. Eiseres heeft pas negen jaar later en eerst nadat zij geconfronteerd is met haar ware persoonsgegevens die de Dienst Terugkeer en Vertrek heeft achterhaald, toegegeven dat ze gelogen heeft.

7. De rechtbank volgt evenmin de stelling van eiseres dat verweerder bij het horen van eiseres onvoldoende rekening heeft gehouden met haar psychische klachten en niet in overeenstemming met de Werkinstructie 2010/13 (WI 2010/13) zou hebben gehandeld.

Zij overweegt daartoe als volgt.

8. Uit het advies aan verweerder van de ‘Forensisch Medische Maatschappij Utrecht B.V.’ (FMMU) van 22 augustus 2017 blijkt dat eiseres wel gehoord kan worden, waarbij een aantal beperkingen relevant zijn voor het horen en beslissen. zoals het regelmatig inlassen van pauzes en het creëren van een veilige omgeving. Uit het gehoor opvolgende aanvraag van 11 september 2017 blijkt dat eiseres heeft verklaard dat het haar niet uitmaakt of er een medewerker van Vluchtelingenwerk bij het gehoor aanwezig is. Ook blijkt hieruit dat de gehoorambtenaar op de hoogte was van het advies van de FMMU van 22 augustus 2017.

Zo heeft de gehoorambtenaar tegen eiseres gezegd dat zij gerust mag aangeven wanneer het niet gaat en wanneer eiseres wil pauzeren. Ook heeft de gehoorambtenaar gevraagd of eiseres zich lichamelijk en geestelijk in staat voelde om te worden gehoord, hetgeen zij bevestigend heeft beantwoord. Tijdens het gehoor is regelmatig gepauzeerd. Dit gehoorverslag geeft er geen blijk van dat eiseres op enig moment niet in staat is geweest om het gesprek met de gehoorambtenaar te voeren. Anders dan is aangevoerd, is uit dit verslag niet gebleken dat eiseres tijdens dit gehoor onder grote spanning en druk stond. Dit blijkt evenmin uit de ingediende correcties en aanvullingen. Eiseres heeft aan het slot van het gehoor opvolgende aanvraag nog verklaard dat zij verbaasd was dat zij zo lang kon praten en dat zij zich veilig voelde bij de gehoorambtenaar. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder tijdens de gehoren geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met de psychische klachten van eiseres. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder tijdens de gehoren in overeenstemming met de WI 2010/13 heeft gehandeld en bij de besluitvorming heeft mogen afgaan op de door eiseres afgelegde verklaringen.

9. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het asielrelaas van eiseres niet geloofwaardig is. Verweerder heeft terecht overwogen dat, nu eiseres een geheel ander asielrelaas naar voren heeft gebracht, dit op voorhand ernstig afbreuk doet aan de oprechtheid en geloofwaardigheid van het huidige relaas. Daarnaast heeft verweerder eiseres terecht tegengeworpen dat zij geen enkel document of ander bewijs heeft overgelegd ter ondersteuning van de gestelde werkzaamheden of problemen, en dat zij over de gestelde daders van de bedreiging en verkrachting vaag en summier heeft verklaard.

10. Gelet op het hiervoor overwogene komt de rechtbank tot de slotsom dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, e, en g, van de Vw als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.

11. Het beroep is ongegrond.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.