Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1318

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
C/09/526563 / FT EA 17/22
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging WSNP op 1 november 2016. Bij gebrek aan baten niet van rechtswege omgezet in een faillissement. Volgt eigen aangifte faillietverklaring. Verzoeker heeft bevestigd niet te kunnen aangeven hoe thans, in geval van faillietverklaring, het salaris van de curator kan worden voldaan. Geen tot verhaal strekkend vermogen. Curator heeft belang verschoond te blijven van niet-verhaalbare kosten, te weten zijn salaris. Misbruik van bevoegdheid door toch eigen faillissement aan te vragen.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team insolventies – enkelvoudige kamer

rekestnummer: C/09/526563 / FT EA 17/22

uitspraakdatum: 14 februari 2017

[verzoeker]

wonende te [adres, postcode en woonplaats],

verzoeker,

heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot eigen faillietverklaring.

Het verzoekschrift is op 7 februari 2017 behandeld in raadkamer. Verzoeker is daarbij gehoord.

In het verzoekschrift staat vermeld dat verzoeker geen bezittingen heeft. Ter terechtzitting heeft verzoeker dat bevestigd en verklaard dat volgens hem een faillissement de enige oplossing voor zijn schulden is.

Bij de beoordeling van het verzoek heeft de rechtbank als volgt overwogen.

Doel en strekking van een faillissement zijn de vereffening van het vermogen van de schuldenaar door een curator ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. De rechtbank moet toetsen of er baten in het vermogen van de schuldenaar zijn om te verdelen, ook al is op zichzelf voldaan aan de eisen van de Faillissementswet om op eigen aangifte failliet te worden verklaard.

Daarbij gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Bij vonnis van 1 november 2016 heeft de rechtbank de schuldsaneringsregeling die op verzoeker van toepassing was, tussentijds beëindigd, welk vonnis door het gerechtshof Den Haag bij arrest van 10 januari 2017 is bekrachtigd. Bij gebrek aan voldoende baten om de schuldeisers geheel of gedeeltelijk te voldoen is de schuldsaneringsregeling niet van rechtswege omgezet in een faillissement ex artikel 350, derde lid, van de Faillissementswet. Verzoeker heeft desgevraagd bevestigd niet te kunnen aangeven hoe thans, in geval van faillietverklaring, het salaris van de curator zou kunnen worden voldaan; er zijn ook geen baten te verwachten.

Gelet op het voorgaande dient de rechtbank het ervoor te houden dat verzoeker – zoals hij ook zelf heeft opgegeven – geen tot verhaal strekkend vermogen heeft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de curator belang heeft verschoond te blijven van niet-verhaalbare kosten, te weten zijn salaris, en dat verzoeker daarom in redelijkheid niet tot de uitoefening van zijn bevoegdheid zijn faillissement aan te vragen had kunnen komen. Door dat toch te doen, maakt hij misbruik van zijn bevoegdheid daartoe. Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [verzoeker], voornoemd.

Gegeven door mr. R. Cats en uitgesproken op 14 februari 2017, in tegenwoordigheid van

R. Becker, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.