Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:13101

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-11-2017
Datum publicatie
19-01-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 1436
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wrb, rechtsbijstand, High Trust, bezwaar tegen herzieningsbeslissing kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft terecht en op goede gronden de vergoeding van de toevoeging ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 17/1436

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2017 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres

en

het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verweerder

(gemachtigde: M.A.H. de Pagter).

Procesverloop

Bij besluit van 25 juli 2016, verzonden op 27 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de vergoeding van de toevoeging met kenmerk [kenmerk 1] ingetrokken.

Bij besluit van 19 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard onder aanvulling van de gronden.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2017.

Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Het juridisch kader is als bijlage 1 aan deze uitspraak gehecht.

2. Eiseres is rechtsbijstandverlener en werkzaam bij een kantoor dat deelneemt aan het High Trust-programma van verweerder. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak toevoegingswaardig is niet langer door verweerder naar aanleiding van een toevoegingsaanvraag, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd.

3. Eiseres heeft op 9 september 2015 een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand ter zake van bezwaar tegen een herzieningsbeslissing over kinderopvangtoeslag 2010 en 2011 van de Belastingdienst. Op 22 oktober 2015 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen omdat de werkzaamheden vallen onder het bereik van de eerder verstrekte toevoeging met kenmerk [kenmerk 2]. Dezelfde dag heeft eiseres middels een aanvraag om mutatie verweerder verzocht het eerdere besluit te herzien en de toevoeging te verlenen. In het kader van eiseres haar deelname aan het High Trust-programma heeft verweerder de toevoeging met kenmerk [kenmerk 1] verleend en een vergoeding vastgesteld. Op 7 juni 2016 heeft verweerder op het kantoor van eiseres een steekproef uitgevoerd. Het foutpercentage van deze steekproef bedraagt 62,6%. Naar aanleiding van de voornoemde steekproef heeft verweerder bij besluit van 25 juli 2016 de vastgestelde vergoeding van de toevoeging met kenmerk [kenmerk 1] ingetrokken.

4. Verweerder stelt zich in het bestreden besluit primair op het standpunt dat bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is. Verweerder verwijst in dit kader naar werkinstructie C030 sociale voorzieningen – overige geschillen, waaruit volgt dat voor aanvragen en bezwaarprocedures inzake toeslagen geen toevoeging wordt verleend. Subsidiair stelt verweerder zich op het standpunt dat de werkzaamheden vallen onder het bereik van de toevoeging met kenmerk [kenmerk 2].

5. Eiseres voert allereerst aan dat werkinstructie C030 niet ziet op procedures rondom een herzieningsverzoek. Ook uit de Wet op de rechtsbijstand volgt niet dat herzieningsverzoeken worden uitgesloten van een toevoeging. Eiseres stelt voorts dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is. Ten aanzien van de subsidiaire grond van het bestreden besluit voert eiseres aan dat de herzieningsprocedure valt onder de reikwijdte van artikel 1 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (hierna: Bvr 2000) en dat er sprake is van afzonderlijke procedures die allebei voor toevoeging in aanmerking komen. Eiseres meent dat er een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek aan de bestreden besluiten kleeft nu niet al haar vragen in de bezwaarfase zijn beantwoord en verweerder niet op de hoorzitting aanwezig was. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat het besluit in strijd is met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM).

6. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

6.1.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres zich ten onrechte op het standpunt stelt dat werkinstructie C030 niet ziet op procedures rondom een herzieningsverzoek. Ingevolge werkinstructie C030 is het vast beleid van verweerder om voor aanvragen of bezwaarprocedures in het kader van huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag geen toevoeging te verstrekken. De omstandigheid dat de onderhavige zaak een bezwaarprocedure ter zake van een afwijzing van een herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag betreft maakt het voorgaande niet anders, te meer omdat voor herzieningsverzoeken geen toevoegingen worden verstrekt ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onder j, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria. Dit is bovendien expliciet opgenomen in werkinstructie C030, waarin staat dat voor een herzieningsverzoek in een toeslagzaak in beginsel geen toevoeging wordt verstrekt. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat het onderdeel over herzieningsverzoeken in werkinstructie C030 in samenhang dient te worden gelezen met het onderdeel over bezwaarprocedures over toeslagzaken in werkinstructie C030. Hieruit volgt dat voor een bezwaarprocedure tegen een afwijzing van een herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag geen toevoeging wordt verstrekt, tenzij de zaak zodanig feitelijk en/of juridisch complex is dat bijstand van een advocaat noodzakelijk is. Niet gebleken is dat de zaak waarop de toevoeging ziet feitelijk en/of juridische complex is. Het betoog van eiseres dat het herzieningsverzoek is gebaseerd op onder meer wetstechniek, uitleg van de wet, de bedoeling van de wetgever en het handelen van de Belastingdienst, treft geen doel nu dit geen bijzondere maar algemene omstandigheden betreffen.

6.2.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de omstandigheid dat voor het indienen van het herzieningsverzoek wel een toevoeging is verleend, aan het voorgaande niet afdoet. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de toevoeging voor het herzieningsverzoek ten onrechte is verstrekt in het kader van het High Trust-programma. De toevoeging voor het indienen van het herzieningsverzoek maakte geen onderdeel uit van de steekproef, waardoor de vergoeding van deze toevoeging niet kon worden ingetrokken. De rechtbank overweegt dat toevoegingen die ten onrechte zijn verleend in het kader van High Trust en die niet onder de steekproef vallen, geen gevolgen kunnen hebben voor de beoordeling van de toevoegwaardigheid van toevoegingen die wel onder de steekproef vallen. De rechtbank concludeert daarom dat verweerder terecht en op goede gronden de vergoeding van de toevoeging met kenmerk [kenmerk 1] heeft ingetrokken.

7. Ten aanzien van het beroep van eiseres op artikel 6 EVRM overweegt de rechtbank als volgt. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag het recht op toegang tot de rechter worden beperkt en is dit niet in strijd met artikel 6 van het EVRM mits de beperkingen niet in essentie het recht op toegang tot de rechter schaden, een gerechtvaardigd doel dienen en proportioneel zijn (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 19 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1944, en 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2234). In dit geval is aan deze vereisten voldaan. Met het oog op de financiële beheersbaarheid van het systeem van rechtsbijstandsverlening moet het gerechtvaardigd worden geacht dat rechtsbijstandskosten voor procedures die een belang betreffen waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling, niet zijnde een advocaat, voor rekening van de aanvrager te laten. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wrb en het ter invulling daarvan gevoerde beleid ten aanzien van toeslagzaken het recht op toegang tot de rechter niet in de kern aantast, een gerechtvaardigd doel dient en proportioneel is. Het beroep op artikel 6 EVRM slaagt niet.

8. Ten aanzien van het betoog van eiseres dat het besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht geen verplichting schept voor het bestuursorgaan om bij de hoorzitting aanwezig te zijn. Ook anderszins is niet gebleken van een onzorgvuldige voorbereiding of gebrekkige motivering.

9. Gelet op het voorgaande behoeft hetgeen overigens is aangevoerd geen bespreking.

10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Binnendijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 november 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage 1

Wet op de rechtsbijstand

Artikel 12

(…)

2 Rechtsbijstand wordt niet verleend indien:

(…)

g. het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van deze wet.

Artikel 28

1. Het bestuur kan de toevoeging weigeren indien de aanvraag:

(…)

c. een rechtsprobleem betreft dat naar het oordeel van het bestuur eenvoudig afgehandeld kan worden;

Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria

Artikel 8

1. Geen toevoeging wordt verleend indien de rechtsbijstand uitsluitend is verzocht voor:

(…)

j. het indienen van een andere aanvraag bij een bestuursorgaan om een besluit te nemen.

2 In afwijking van het eerste lid kan een toevoeging worden verleend, indien de bijzondere feitelijke of juridische ingewikkeldheid van het geval dat vereist.

Werkinstructie C030 sociale voorzieningen – overige geschillen

Huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag

Voor het aanvragen van een toeslag of bezwaar tegen een beslissing op het verzoek verstrek je geen toevoeging, rechtzoekende kan dit zelf ( artikel 8 lid 1 sub b Brt , artikel 12 lid 2 sub g Wrb). Dit geldt ook voor bezwaar tegen een beslissing van een bestuursorgaan waar rechtzoekende niet om heeft verzocht (ambtshalve beslissing). De toevoegingsaanvraag wijs je af met tekstcode 130.

Als de advocaat bij de aanvraag gemotiveerd aangeeft dat de zaak zodanig feitelijk en/of juridisch complex is dat bijstand van een advocaat noodzakelijk is kun je bij hoge uitzondering een toevoeging verstrekken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een geschil over kinderopvangtoeslag waarbij het gastouderbureau/ bemiddelingsbureau een wanordelijke boekhouding heeft gevoerd.

(…)

Zelfredzaamheid

(…)

c. verzoek herziening onherroepelijke beslissing

Voor een verzoek aan een bestuursorgaan / de rechtbank om terug te komen op een onherroepelijke beslissing (herzieningsverzoek) verstrek je geen toevoeging, tenzij er sprake is van juridische of feitelijke complexiteit ( artikel 8 sub j Brt).