Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:12874

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
13-11-2017
Zaaknummer
C/09/508481 / HA ZA 16-389
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Projecten Cabo Verde en Via Salsa. Geen sprake generieke gebreken - een van 18 bouwzaken. Koop-aannemingsovereenkomst. GIW-garantie. Artikel 1059 Rv en 236 lid 2 Rv. Bindende kracht arbitraal vonnis. Afwijzing vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/508481 / HA ZA 16-389

Vonnis van 8 november 2017

in de zaak van

1 [eiser sub 1],

2. [eiseres sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. R.M. van der Zwan te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAEDION VASTGOED HOLDING B.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.J. Stregels te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] c.s. (in mannelijk enkelvoud) en Staedion genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 28 december 2015, met producties 1 tot en met 6;

  • -

    akte nadere producties van [eiser sub 1] c.s., met producties 7 tot en met 10;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6;

  • -

    het tussenvonnis van 10 augustus 2016, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens inhoudende wijziging van eis, met producties 11 tot en met 48;

  • -

    de conclusie van dupliek, met producties tot en met 14;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie, gehouden op 17 en 18 mei 2017.

1.2.

De zaak is op de rol gevoegd met 17 andere zaken. Ter comparitie zijn de 18 zaken gelijktijdig mondeling behandeld.

1.3.

Het proces-verbaal van de comparitie van partijen is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Partijen hebben hiervan gebruik gemaakt, [eiser sub 1] c.s. bij brief van 22 augustus 2017 en Staedion bij brief eveneens van 22 augustus 2017. Deze correspondentie maakt onderdeel uit van het procesdossier.

1.4.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Staedion, althans haar rechtsvoorganger Bo. Trans B.V. (hierna: Bo.Trans), heeft in de periode 2008- 2010 twee nieuwbouwprojecten gerealiseerd in de [de Wijk], het project Cabo Verde en het project Via Salsa. [eiser sub 1] c.s. is één van 18 eisers die een woning heeft gekocht en een procedure aanhangig heeft gemaakt tegen Staedion over uiteenlopende gebreken aan hun woningen. Energiek B.V. (hierna: Energiek) is een dochtervennootschap van Staedion. Energiek beheert een warmtesysteem voor warmte- en koude-opslag (hierna: WKO-installatie) en levert warmte (ook voor warm tapwater) aan de woningen in het project Cabo Verde en Via Salsa.

2.2.

[eiser sub 1] c.s. heeft op 7 maart 2008 een koop-/aannemingsovereenkomst (de koop/aannemingsovereenkomst) gesloten met Bo.Trans voor de realisatie van een eengezinswoning aan de [adres] te [plaats] in het project Via Salsa (hierna: de woning). Bo.Trans is gefuseerd met Staedion, waarbij Staedion als verkrijgende rechtspersoon heeft te gelden. Alle rechten en verplichtingen van Bo.Trans zijn overgegaan op Staedion. Op de koop-/aannemingsovereenkomst is de Garantie- en waarborgregeling van Stichting Garantie-Instituut Woningbouw van toepassing (hierna: GIW-regeling).

2.3.

De woning is op 17 juni 2010 opgeleverd. In het proces-verbaal van oplevering zijn 64 onvolkomenheden opgenomen.

2.4.

Op 24 oktober 2010 heeft [eiser sub 1] c.s. Staedion in gebreke gesteld en daarbij een termijn van twee weken gesteld voor herstel.

2.5.

[eiser sub 1] c.s. heeft op 18 juli 2011 een geschil aanhangig gemaakt bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw (hierna: RvA). [eiser sub 1] c.s. heeft daarbij herstel gevorderd van een vijftal opleveringsgebreken, te weten (a) niet of niet naar behoren afgeschilderde kozijnen, (b) niet of niet voldoende werkende verwarmingsinstallatie, (c) onvoldoende functionerende warmte-terugwininstallatie (hierna: WTW-installatie), (d) vuile onderzijde dakrand en (e) beschadigde onderdorpel kozijn eerste verdieping. De onder (a), (d) en (e) genoemde gebreken zijn door Staedion tijdens de procedure hersteld, waarop [eiser sub 1] c.s. de vordering voor wat betreft deze punten heeft ingetrokken. [eiser sub 1] c.s. heeft zijn vorderingen ten aanzien van de punten (b) en (d) gehandhaafd in die zin dat hij bij wijze van vermeerdering van eis nog € 3.000,= respectievelijk € 3.500,= aan schadevergoeding voor gederfd woongenot en een hoger energieverbruik gevorderd heeft.

2.6.

Op 6 februari 2012 heeft [eiser sub 1] c.s. een tweede geschil bij de RvA aanhangig gemaakt. [eiser sub 1] c.s. heeft daarbij, na vermeerdering van eis, herstel gevorderd van een viertal opleveringsgebreken, te weten (f) zijgevels van de woning zijn niet deugdelijk afgewerkt, (g) voegwerk is niet doorgetrokken tot de kozijnen, (h) leidingen in de kruipruimte liggen los/zijn onvoldoende gebeugeld en (i) geluidsoverlast binnen en buiten de woning.

2.7.

De RvA heeft op 4 juli 2013 voor beide geschillen een scheidsrechterlijk vonnis gewezen. Ten aanzien van de verwarmingsinstallatie (onderdeel (b) van de vordering) heeft de RvA geoordeeld dat de klacht tijdens de procedure verholpen is, maar dat [eiser sub 1] c.s. nog een schadevergoeding wenst. De RvA wijst dit onderdeel van de vordering af nu de door [eiser sub 1] c.s. ervaren overlast onvoldoende ernstig is om een vergoeding voor gederfd woongenot toe te kennen en de schade in verband met extra energiekosten in het geheel niet onderbouwd is. Ten aanzien van de WTW-installatie (onderdeel (c) van de vordering) heeft de arbiter overwogen dat weliswaar vijf inblaasventielen minder zijn aangebracht dan op de verkooptekening vermeld, maar dat de ventilatie op de dag van inregeling (6 juli 2010) voldeed aan de normen uit het Bouwbesluit. De arbiter heeft geoordeeld dat [eiser sub 1] c.s. recht heeft op een vergoeding voor minderwerk voor de ventielen van in totaal € 750,=. Ten aanzien van het gevelmetselwerk (onder (f) en (g) hiervoor) heeft de arbiter Staedion zowel veroordeeld tot herstel van naden boven de schuifpui en tussen metselwerk en kozijnen als tot betaling van € 1.000,= vanwege de waardevermindering, nu de fouten in de maatvoering van het gevelmetselwerk niet meer hersteld kunnen worden. Wat betreft de geluidhinder (onder (i) hiervoor) heeft de arbiter overwogen dat het glas op alle verdiepingen in de zij- en voorgevel vervangen dient te worden en Staedion veroordeeld tot herstel van de geluidhinder. Ten slotte is Staedion veroordeeld € 5.483,75 te betalen vanwege overschrijding van de bouwtijd. Alle overige vorderingen zijn afgewezen.

2.8.

Geen van de partijen heeft tegen het scheidsrechtelijk vonnis hoger beroep ingesteld dan wel vernietiging of herroeping gevorderd.

2.9.

Op 21 juli 2013 hebben [eiser sub 1] c.s. en Staedion een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarbij is overeengekomen dat Staedion het herstel van de geluidhinder niet zal uitvoeren tegen betaling van € 7.500,= aan [eiser sub 1] c.s. Partijen hebben elkaar bovendien finale kwijting verleend “ten aanzien van het punt geluidhinder uit het vonnis en de daarop eventueel betrekking hebbende vorderingen”.

2.10.

Op 8 september 2013 heeft [eiser sub 1] c.s. een lekkage in de verwarmingsinstallatie gemeld. De firma [X] heeft de klacht op 13 september 2013 verholpen.

2.11.

Op 15 januari 2014 heeft [eiser sub 1] c.s. de door Staedion in het kader van de oplevering van de woning afgegeven bankgarantie vrijgegeven.

3 Het geschil

3.1.

[eiser sub 1] c.s. vordert – na wijziging van eis – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis

primair

I. Staedion veroordeelt om:

a. Galjema binnen 14 dagen na een in deze te wijzen (tussen)vonnis in het bezit te stellen van de noodzakelijke informatie voor het voltooien van haar verwarmingsonderzoek, meer in het bijzonder hetgeen in het rapport d.d. 29 april 2016 (met projectnummer 3152W-Ol) onder “1. Inleiding en vraagstelling” (pagina 5 en 6) is genoemd, één en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,= per dag, een ingegane voor een gehele gerekend, dat Staedion hiermee in gebreke blijft;

b. Galjema binnen 14 dagen na een in deze te wijzen (tussen)vonnis in het bezit te stellen van de noodzakelijke informatie voor het voltooien van haar ventilatieonderzoek, meer in het bijzonder hetgeen in het rapport d.d. 31 maart 2016 (met projectnummer 3152W-Ol) onder ”1. Inleiding en vraagstelling” (pagina 4) is genoemd, één en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,= per dag, een ingegane voor een gehele gerekend, dat Staedion hiermee in gebreke blijft;

c. Mobius binnen 14 dagen nadat Mobius daarvoor een opgave heeft gedaan in het bezit te stellen van alle noodzakelijke informatie voor het voltooien van haar geluidsonderzoek conform opgenomen in het rapport d.d. maart 2016 onder “6.6 Aanvullend onderzoek” (pagina 26), één en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,= per dag, een ingegane voor een gehele gerekend, dat Staedion hiermee in gebreke blijft;

d. Galjema binnen 14 dagen nadat Galjema daarvoor een opgave heeft gedaan in het bezit te stellen van alle noodzakelijke informatie voor het uitvoeren van een onderzoek naar de constructie van de complexen Cabo Verde en Via Salsa, en de daarbij door de betrokken eigenaren ondervonden problemen zoals kiervorming, tocht, scheurvorming, (dak)lekkage etc.;

subsidiair

II. voorwaardelijk, slechts voor het geval Staedion verweer voert tegen de (partij)deskundigheid van Galjema en Mobius en de rechtbank Staedion in dit verweer volgt, een deskundigenonderzoek gelast, waarbij de te benoemen deskundige onderzoek zal doen naar de in deze procedure door [eiser sub 1] c.s. gestelde verwarmings-, ventilatie-, geluids- en constructieve problemen;

zowel primair als subsidiair:

III. Staedion veroordeelt tot het, binnen een door de rechtbank nader te stellen redelijke termijn, laten verhelpen van de door de hiervoor in het petitum genoemde deskundigen geconstateerde gebreken, één en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Staedion hiermee, nadat de door Uw rechtbank gestelde redelijke termijn is verstreken, in gebreke blijft, een ingegane dag voor een geheel gerekend;

IV. Staedion veroordeelt tot betaling van de door [eiser sub 1] c.s. als gevolg van de geconstateerde gebreken geleden en nog te lijden schade, met verwijzing naar de schadestaat procedure;

V. Staedion veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder, maar niet alleen, zeer

uitdrukkelijk de kosten van de in te schakelen of reeds door eisers ingeschakelde deskundigen, kosten rechtens, met bepaling dat daarover de wettelijke rente is verschuldigd met ingang van 5 dagen na het in deze te wijzen (eind)vonnis.

3.2.

[eiser sub 1] c.s. heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Sinds de oplevering vertoont de woning gebreken. De gebreken/klachten waar [eiser sub 1] c.s. mee te maken heeft bestaan uit:

A. een disfunctionerend verwarmingssysteem met dito installaties (vergelijk:

stadsverwarming), dat zomers gebruikt wordt voor “koeling” en dat tevens zorg draagt

voor de warm tapwatervoorziening, echter op ontoereikende wijze. Dit is een gebrek

dat naast gederfd woongenot en (bij gebrek aan een oplossing) waardevermindering

van de woning, tevens leidt tot extreem hoge energierekeningen welke ook weer een

vorm van schade opleveren;

een ontoereikend en (zeer) gehorig ventilatiesysteem dat leidt tot diverse leefmilieu en/of gezondheidsklachten van [eiser sub 1] c.s.;

vocht, vlekken, schimmels en dergelijke welke zich onder meer, doch niet uitsluitend bevinden op de plafonds, wanden, (op en onder) de vloer, in kieren/naden en op meubels/stoffering, welke mogelijk duiden op een oude of bestaande lekkage, maar in ieder geval wijzen op een gebrek;

geluidsoverlast tussen de woningen;

geluidsoverlast van buitenaf;

geluidshinder in de woning zelf (in en tussen de verschillende ruimtes in de woning);

klachten over de inbraakgevoeligheid van de woning;

het tochten door de gevels die de woningen van de buitenlucht afsluiten (soms langs

en door kieren en naden van de ramen en deuren en mogelijk ook via te ruime

“tochtgaten” en soms zelfs gewoon door de muur);

I. het niet behalen van de milieubelofte (die aanvankelijk door Staedion was en nog

steeds door Energiek wordt aangegeven);

fout bij de bouw voor de woningen aan de [de Straat] ten aanzien van de WTW-

installatie (o.a. opbouw koven ventilatie);

overschrijding van de bouwtijd/werkbare dagen;

slechte kwaliteit schilder- en spuitwerk; en

te hoge energiekosten door ongebruikelijke hoge energierekeningen.

3.3.

Staedion betwist de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser sub 1] c.s. althans afwijzing van de vorderingen, met voordeling van [eiser sub 1] c.s. in de proceskosten, daaronder begrepen nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na datum van het vonnis.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Een overkoepelende grondslag voor de algemeen geformuleerde vordering sub I van [eiser sub 1] c.s. (veroordeling voor het verstrekken van informatie voor het voltooien van diverse onderzoeken) is gesteld noch gebleken. De vordering sub I van [eiser sub 1] c.s. ligt daarom in algemene zin voor afwijzing gereed.

4.2.

Omdat aan de voorwaarde van vordering sub II van [eiser sub 1] c.s. niet is voldaan, zal ook die worden afgewezen.

4.3.

Met het oog op het gevorderde herstel (sub III) dan wel schadevergoeding (sub IV) zal de rechtbank hierna elk van de door [eiser sub 1] c.s. gestelde gebreken (A t/m M) beoordelen. Van de zijde van [eiser sub 1] c.s. is aangevoerd dat er sprake is van generieke klachten en dat de door hem gestelde gebreken min of meer gelijk zijn aan die van de andere 17 eisers. Om die reden dient de zaak als een groepszaak behandeld te worden, aldus [eiser sub 1] c.s. [eiser sub 1] beroept zich onder ander op rechtspraak van de RvA (uitspraak van 9 juni 2005, ECLI:NL:XX:2005:AY2179). Staedion heeft hiertegen verweer gevoerd en bepleit dat iedere zaak en ieder gebrek afzonderlijk beoordeeld dient te worden. De rechtbank overweegt dat het ontwerp en de indeling van de diverse woningen wezenlijk verschillen. Het is aan [eiser sub 1] c.s. om voldoende feiten en omstandigheden te stellen ter onderbouwing van de door hem gestelde gebreken. Om tot het oordeel te komen dat een gebrek generiek is moet bovendien vast komen te staan dat het specifieke gebrek zich in een dermate groot aantal - daadwerkelijk onderzochte - gevallen voordoet dat het gerechtvaardigd is daarover aannames te doen ten aanzien van niet - onderzochte gevallen. Daarvoor is niet voldoende om (enkel) te stellen dat de gebreken generiek zijn - ook niet als alle eisers dat doen. De rechtbank is voorts van oordeel dat in de onderzoeken van Galjema en Mobius, waarop [eiser sub 1] c.s. zich beroept, steeds slechts enkele woningen op gebreken zijn onderzocht, zodat alleen al op die grond de bevindingen in die rapporten in algemene zin niet de conclusie toelaten dat een gebrek generiek is. Bovendien volgt uit de stellingen van partijen en uit de onderzoeksresultaten van Galjema en Mobius dat de gestelde aard en ernst van de klachten per woning te zeer verschillen. Dit maakt dat naar het oordeel van de rechtbank in beginsel geen sprake kan zijn van generieke gebreken. Dat brengt mee dat de rechtbank de klachten van eisers op individueel niveau zal beoordelen en dat op eisers afzonderlijke (klacht)termijnen van toepassing zijn.

Ad A) verwarmingssysteem

4.4.

Dit gebrek (niet of niet voldoende werkende verwarmingsinstallatie) is onderdeel geweest van het geschil dat [eiser sub 1] c.s. aanhangig heeft gemaakt bij de RvA.

Artikel 1059 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan arbitraal vonnis tussen dezelfde partijen gezag van gewijsde hebben met ingang van de dag waarop zij zijn gegeven. Een in kracht van gewijsde gegaan arbitraal vonnis heeft bindende kracht tussen dezelfde partijen in een ander geding met ingang van de dag waarop het is gewezen. Artikel 236 lid 2 Rv is van overeenkomstige toepassing en bepaalt dat onder partijen mede worden begrepen de rechtverkrijgenden onder algemene of bijzonder titel, tenzij uit de wet anders voortvloeit.

De rechtbank stelt vast dat van het arbitrale vonnis van 4 juli 2013 tussen [eiser sub 1] c.s. en BoTrans gewezen geen vernietiging noch herroeping is gevorderd. Dat betekent dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en ook in deze procedure bindende kracht heeft tussen [eiser sub 1] c.s. en Staedion als rechtsopvolger van BoTrans.

In het arbitrale vonnis is overwogen dat het verwarmingssysteem tijdens de procedure is hersteld. De vanwege gederfd woongenot gevorderde schadevergoeding is vervolgens afgewezen. Deze beslissing van de RvA over de verwarmingsinstallatie ziet op de rechtsbetrekking die in onderhavige rechtbankprocedure onderwerp van beoordeling is.

4.5.

[eiser sub 1] c.s. heeft zich in deze procedure (zie productie 14 bij repliek: brief van [eiser sub 1] c.s. aan zijn advocaat van 8 januari 2017) op het standpunt gesteld dat in het arbitrale vonnis ten onrechte is vermeld dat de verwarmingsinstallatie tijdens die procedure is hersteld. De rechtbank gaat daaraan voorbij, nu ook dit onderdeel van het arbitrale vonnis partijen bindt en het gezag van gewijsde eraan in de weg staat dat [eiser sub 1] c.s. in deze rechtbankprocedure opnieuw het functioneren van het verwarmingssysteem aan de orde kan stellen. [eiser sub 1] c.s. heeft niet onderbouwd dat de klachten die hij in deze procedure aan de orde stelt van een andere orde zijn dan de klachten waarover de RvA geoordeeld heeft. De rechtbank weegt bovendien mee dat [eiser sub 1] c.s. op 15 januari 2014 de bankgarantie ten behoeve van Staedion heeft vrijgegeven.

4.6.

Het voorgaande leidt ertoe dat [eiser sub 1] c.s. ter zake van het verwarmingssysteem niet-ontvankelijk is.

Ad B) ventilatiesysteem

4.7.

Ook dit gebrek (onvoldoende functionerende WTW-installatie) is onderdeel geweest van het geschil dat [eiser sub 1] c.s. aanhangig heeft gemaakt bij de RvA. Hetgeen in het arbitrale vonnis is overwogen en geoordeeld, bindt partijen in deze procedure en staat aan een inhoudelijke beoordeling in de weg. Op de gronden als hiervoor onder 4.4 – 4.6 overwogen, is [eiser sub 1] c.s. ter zake niet-ontvankelijk.

Ad C) lekkages

4.8.

Vast staat dat Staedion de in september 2013 door [eiser sub 1] c.s. gemelde lekkage heeft verholpen. Een andere lekkage in de woning is gesteld noch gebleken. . Deze vordering zal daarom worden afgewezen.

Ad D) geluidsoverlast tussen de woningen

Ad E) geluidsoverlast van buitenaf

Ad F) geluidhinder in de woning zelf

4.9.

De klachten ter zake van geluidhinder zijn onderdeel geweest van het geschil dat [eiser sub 1] c.s. aanhangig heeft gemaakt bij de RvA. Hetgeen in het arbitrale vonnis is overwogen en geoordeeld, bindt partijen in deze procedure en staat aan een verdere inhoudelijke beoordeling in de weg. Op de gronden als hiervoor onder 4.4 overwogen, is [eiser sub 1] c.s. ter zake niet-ontvankelijk.

4.10.

Ook de in deze procedure ingeroepen vernietiging van de vaststellingsovereenkomst die partijen ter zake van de afwikkeling van de geluidhinder hebben gesloten, kan [eiser sub 1] c.s. niet baten. Voor zover [eiser sub 1] c.s. heeft willen stellen dat deze vaststellingsovereenkomst in de plaats gekomen is van het arbitrale vonnis, dan heeft te gelden dat bij een geslaagd beroep het arbitrale vonnis partijen (weer) bindt. Dit arbitrale vonnis staat, zoals hiervoor overwogen, een verdere inhoudelijke beoordeling in de weg..

4.11.

Voor zover [eiser sub 1] c.s. zich op het standpunt heeft gesteld dat de geluidsoverlast tussen de woningen niet is behandeld bij de RvA, dan leidt dat niet tot een andere beoordeling. Staedion heeft hierover geen klacht van [eiser sub 1] c.s. ontvangen. Bovendien heeft [eiser sub 1] c.s. op 15 januari 2014 de bankgarantie ten behoeve van Staedion vrijgegeven. Uit dat laatste maakt de rechtbank op dat [eiser sub 1] c.s. de oplevering als afgerond beschouwde.

Ad G) inbraakgevoeligheid

4.12.

[eiser sub 1] c.s. heeft gesteld dat Staedion adverteerde met “veilig wonen” en zo doende bepaalde verwachtingen heeft gewekt. Staedion heeft daartegen aangevoerd dat zij de woning heeft gebouwd conform de richtlijnen van het Politiekeurmerk, waarbij verzwaard hang- en sluitwerk is toegepast en verlichting en rookmelders zijn toegevoegd ten opzichte van de eisen uit het Bouwbesluit. Het verstrekken van een certificaat Politiekeurmerk Veilig Wonen is niet overeengekomen, aldus Staedion. Gelet op de betwisting door Staedion, had het op de weg van [eiser sub 1] c.s. gelegen de vordering nader te onderbouwen. Dat heeft hij nagelaten zodat deze door Staedion gestelde feiten onweersproken vast staan en de rechtbank niet aan bewijslevering toekomt. De vordering zal daarom worden afgewezen.

Ad H) tocht

4.13.

Staedion heeft als verweer gevoerd dat geen sprake is van tocht(gaten) in de woning en dat zij ook nimmer een klacht van [eiser sub 1] c.s. heeft ontvangen ter zake. Gelet op de betwisting door Staedion, had het op de weg van [eiser sub 1] c.s. gelegen de vordering nader te onderbouwen. Dat heeft hij nagelaten. Aan bewijslevering komt de rechtbank niet toe. De vordering zal daarom worden afgewezen.

Ad I) niet behalen van milieubelofte

4.14.

[eiser sub 1] c.s. heeft gesteld dat de milieubelofte onderdeel was van de verkoopbelofte als vermeld in de verkoopbrochure: “Moderne voorzieningen als een milieubewust verwarmings- en koelingssysteem verzekeren u van een comfortabele woning die lang zijn waarde zal behouden”. Die heeft Staedion niet gehaald volgens [eiser sub 1] c.s. Staedion heeft betwist dat een milieubelofte is overeengekomen. Gelet op de betwisting door Staedion, had het op de weg van [eiser sub 1] c.s. gelegen de vordering nader te onderbouwen. Dat heeft hij nagelaten zodat deze door Staedion gestelde feiten onweersproken vast staan en de rechtbank niet aan bewijslevering toekomt. De vordering zal daarom worden afgewezen.

Ad J) bouwfout WTW-installatie

4.15.

[eiser sub 1] c.s. heeft gesteld dat sprake is van een bouwfout. Staedion heeft als verweer gevoerd dat zij van [eiser sub 1] c.s. nimmer een klacht heeft ontvangen ter zake en betwist dat sprake is van een bouwfout.

Gelet op de betwisting door Staedion, had het op de weg van [eiser sub 1] c.s. gelegen de vordering nader te onderbouwen. Dat heeft hij nagelaten zodat deze door Staedion gestelde feiten onweersproken vast staan en de rechtbank niet aan bewijslevering toekomt. De vordering zal daarom worden afgewezen.

Ad K) overschrijding van de bouwtijd/werkbare dagen

4.16.

De vordering ter zake van de overschrijding van de bouwtijd is onderdeel geweest van het geschil dat [eiser sub 1] c.s. aanhangig heeft gemaakt bij de RvA. Hetgeen in het arbitrale vonnis is overwogen en geoordeeld, staat in deze procedure dan ook tussen partijen vast. Op de gronden als hiervoor onder 4.4 overwogen, is [eiser sub 1] c.s. ter zake niet-ontvankelijk.

Ad L) slechte kwaliteit schilder- en spuitwerk

4.17.

[eiser sub 1] c.s. heeft gesteld dat de binnenzijde van de voordeur niet is geschilderd en dat het spuitwerk van het plafond loslaat. Staedion heeft als verweer gevoerd dat zij van [eiser sub 1] c.s. nimmer een klacht heeft ontvangen ter zake en betwist de gebreken. Bovendien is de verkorte garantietermijn van 1 jaar op schilderwerk reeds ruimschoots verstreken, aldus Staedion.

Voor zover het schilderwerk onderdeel is geweest van het geschil dat [eiser sub 1] c.s. aanhangig heeft gemaakt bij de RvA, geldt dat hetgeen in het arbitrale vonnis is overwogen en geoordeeld, partijen bindt in deze procedure en aan een inhoudelijke beoordeling in de weg staat. [eiser sub 1] c.s. is ten aanzien van dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk.

Voor zover de vordering betrekking heeft op schilderwerk waarover de RvA niet beslist heeft,. had het, gelet op de betwisting door Staedion, op de weg van [eiser sub 1] c.s. gelegen de vordering nader te onderbouwen. Dat heeft hij nagelaten, zodat deze door Staedion gestelde feiten onweersproken vast staan en de rechtbank niet aan bewijslevering toekomt. De vordering zal daarom worden afgewezen.

Ad M) hoge energiekosten

4.18.

De hoge energiekosten zijn het gevolg van het disfunctioneren van het verwarmingssysteem, aldus [eiser sub 1] c.s. Nu het disfunctioneren van het verwarmingssysteem en het daaruit vloeiende energieverbruik onderdeel is geweest van het geschil dat [eiser sub 1] c.s. aanhangig heeft gemaakt bij de RvA, en de vordering van [eiser sub 1] c.s. op dit onderdeel in die procedure afgewezen is,. is [eiser sub 1] in zijn vordering op de gronden als hiervoor onder 4.4 – 4.6 overwogen, eveneens niet-ontvankelijk.

Conclusie

4.19.

Het voorgaande leidt ertoe dat [eiser sub 1] c.s. deels niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat het gevorderde voor het overige wordt afgewezen.

4.20.

[eiser sub 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Staedion worden begroot op € 619 voor griffierecht en € 1.356,= (3 punten x tarief II à € 452,=) voor advocaatkosten, in totaal

€ 1.975. De wettelijke rente zal zoals gevorderd worden toegewezen.

4.21.

Voor de veroordeling van [eiser sub 1] c.s. in de nakosten, zoals door Staedion gevorderd, bestaat geen grond nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL: HR:2010:BL1116, NJ 2011/ 237).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart [eiser sub 1] c.s. niet-ontvankelijk in zijn vorderingen voor zover het geschilpunten betreft die reeds door de RvA in zijn arbitrale vonnis van 4 juli 2013 zijn beslist,

5.2.

wijst de overige vorderingen af,

5.3.

veroordeelt [eiser sub 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Staedion tot op heden begroot op € 1.975,=, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels, mr. I.A.M. Kroft en mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2017.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.2226